Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling buitenlandse reizen BZ 2017

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Ministeriële regeling van 12 december 2016, nr. MINBUZA-2016.832051, tot vaststelling van nadere regels voor buitenlandse reizen van BZ-ambtenaren en lokale werknemers (Regeling buitenlandse reizen BZ 2017)

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Gelet op artikel 2, aanhef en onder b, van het Reisbesluit buitenland en de artikelen 8, achtste en negende lid, 36, 67, negende lid, aanhef en onder b, 76, tweede lid, en 121 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken;

In overeenstemming met de centrales van verenigingen van ambtenaren bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Besluit:

Paragraaf 1. Definities

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Departementsambtenaren

Artikel 2. Algemeen

Op een dienstreis en een scholingsreis van een departementsambtenaar is deze regeling van toepassing in aanvulling op het bepaalde in het Reisbesluit buitenland en de Reisregeling buitenland.

Artikel 3. Reisklasse bij scholingsreizen

Indien het bevoegd gezag een departementsambtenaar met inachtneming van de artikelen 1a, eerste lid, en 1b, eerste lid, van de Reisregeling buitenland toestemming heeft verleend om voor een scholingsreis per trein of vliegtuig te reizen, is betrokkene gerechtigd om voor rijksrekening per trein in de tweede klasse of per vliegtuig in de economy klasse of vergelijkbare klasse te reizen.

Artikel 4. Aanvullende tegemoetkoming kosten dienstreizen en scholingsreizen

  • 1 De departementsambtenaar die veelvuldig of langdurig dienstreizen of scholingsreizen maakt, komt in aanmerking voor een aanvullende tegemoetkoming in de daaruit voortvloeiende bijzondere kosten.

  • 2 De tegemoetkoming bedraagt bij dienstreizen of scholingsreizen met een totale duur in een aaneengesloten periode van twaalf maanden van:

    • a. ten minste 40 dagen, de reisdagen inbegrepen: € 330 bruto;

    • b. ten minste 60 dagen, de reisdagen inbegrepen: € 550 bruto;

    • c. ten minste 80 dagen, de reisdagen inbegrepen: € 770 bruto.

  • 3 Voor de toepassing van het tweede lid wordt een periode van verlenging van de reis voor privédoeleinden niet in beschouwing genomen.

  • 4 Declaratie van de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming geschiedt binnen drie maanden na het verstrijken van de door de betrokkene gekozen periode van twaalf maanden als bedoeld in het tweede lid.

Paragraaf 3. Uitgezonden ambtenaren en lokale werknemers

Artikel 5. Algemeen

  • 1 Op een buitenlandse reis van een uitgezonden ambtenaar of lokale werknemer is het bepaalde in het Reisbesluit buitenland en de Reisregeling buitenland van overeenkomstige toepassing:

    • a. met uitzondering van de artikelen 1a, 1b en 1c van de Reisregeling buitenland, en

    • b. voor zover voor de uitgezonden ambtenaar niet anders is bepaald bij het DBZV 2007, en

    • c. voor zover voor de lokale werknemer niet anders is bepaald bij de Rrlok 2005 of een postuitwerking als bedoeld in artikel 123, eerste lid, van het RDBZ.

  • 2 Op een buitenlandse reis van een uitgezonden ambtenaar of lokale werknemer is deze regeling van toepassing in aanvulling op het bepaalde in de in het eerste lid genoemde regelingen.

Artikel 6. Buitenlandse reizen per openbaar vervoer

  • 1 Een buitenlandse reis van een uitgezonden ambtenaar of lokale werknemer wordt per openbaar vervoer afgelegd tenzij dat niet mogelijk is, de afstand per openbaar vervoer meer dan 500 kilometer bedraagt, gemeten van station van vertrek tot station van aankomst, de reistijd per openbaar vervoer meer dan zes uur bedraagt of, bij een kleinere reisafstand en kortere reisduur, dat gelet op de lokale omstandigheden naar oordeel van het bevoegd gezag onredelijk bezwarend is.

  • 2 De betrokkene is voor buitenlandse reizen per trein gerechtigd om, voor zover voor die reis een vervoersbewijs in die klasse beschikbaar is, voor rijksrekening te reizen in:

    • a. de eerste klasse of vergelijkbare klasse indien het een dienstreis, overplaatsingsreis of verlofreis betreft;

    • b. de tweede klasse of vergelijkbare klasse indien het een scholingsreis betreft.

  • 3 Aan de betrokkene wordt een vervoersbewijs verstrekt. Met voorafgaande toestemming van het bevoegd gezag mag de betrokkene zelf een vervoersbewijs aanschaffen en worden de werkelijk gemaakte kosten vergoed, ten hoogste tot het bedrag van een vervoersbewijs waarop hij aanspraak kon maken.

Artikel 7. Buitenlandse reizen per vliegtuig

  • 1 Het bevoegd gezag beslist afhankelijk van de lokale omstandigheden of een buitenlandse reis van een uitgezonden ambtenaar of lokale werknemer die niet per openbaar vervoer kan of gelet op artikel 6, eerste lid, hoeft te worden afgelegd, per dienstvervoer, eigen vervoer of vliegtuig wordt gemaakt.

  • 2 De betrokkene is voor reizen per vliegtuig gerechtigd om voor rijksrekening in de business klasse of vergelijkbare klasse te reizen indien de totale vliegtijd van een vlucht 6 uur of meer bedraagt en voor de reis een vervoersbewijs in die klasse beschikbaar is, indien het betreft:

    • a. een dienstreis;

    • b. een overplaatsingsreis;

    • c. een reis in het kader van bedrijfsgeneeskundige begeleiding indien reizen in de business klasse of vergelijkbare klasse naar het oordeel van het bevoegd gezag om medische redenen wenselijk is, of

    • d. een recuperatiereis van een standplaats met zone-indeling 14 of hoger dan wel een door de secretaris-generaal of HDPO aangewezen andere standplaats onder de daarbij vastgestelde voorwaarden.

  • 3 In andere dan in het tweede lid genoemde gevallen is de betrokkene gerechtigd om voor rijksrekening in de economy of vergelijkbare klasse te reizen.

  • 4 In afwijking van het derde lid is de betrokkene gerechtigd om voor rijksrekening voor een twaalfmaandelijkse verlofreis als bedoeld in artikel 24 van het DBZV 2007, een reis voor bedrijfsgeneeskundige begeleiding als bedoeld in artikel 28 van het DBZV 2007 of een scholingsreis van Australië of Nieuw-Zeeland naar Nederland, in de economy plus klasse of een vergelijkbare klasse te reizen dan wel in de economy klasse of vergelijkbare klasse met de mogelijkheid de vlucht tussentijds te onderbreken met één overnachting. Ingeval van een overnachting als bedoeld in de eerste volzin ontvangt de betrokkene een tegemoetkoming in de logieskosten overeenkomstig bijlage I, behorende bij artikel 3, eerste lid, van de Reisregeling buitenland.

  • 5 Indien de buitenlandse reis meer dan één vlucht omvat, wordt voor de toepassing van het tweede lid, de totale vliegtijd van de langste vlucht in aanmerking genomen.

  • 6 Aan de betrokkene wordt een vervoersbewijs verstrekt. Met voorafgaande schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag mag de betrokkene zelf een vervoersbewijs aanschaffen en worden hem de werkelijk gemaakte kosten vergoed, tot ten hoogste de kosten van een vervoersbewijs waarop hij op grond van het tweede, derde lid en vierde lid aanspraak kon maken.

  • 7 Aan de betrokkene wordt, met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid, een vervoersbewijs verstrekt of vergoed voor een rechtstreekse vlucht indien dat voor de reis beschikbaar is. Indien de vliegtijd van een rechtstreekse vlucht meer dan zes uur bedraagt, kan het bevoegd gezag, met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid, hiervan afwijken indien de kosten van de niet-rechtstreekse vlucht minimaal € 350,– lager zijn dan die van de rechtstreekse vlucht en de reistijd ten opzichte van de rechtstreekse vlucht met ten hoogste vier uur toeneemt.

  • 8 Het bevoegd gezag kan de betrokkene indien die in de economy klasse of een vergelijkbare klasse vliegt uit eigen beweging of indien de betrokkene daar gemotiveerd om verzoekt, toestaan kosten te declareren voor het gebruik van een business lounge op een vliegveld indien bijzondere redenen daartoe aanleiding geven.

  • 9 De vervoersbewijzen voor twaalfmaandelijkse verlofreizen als bedoeld in artikel 24 van het DBZV 2007, herenigingsreizen van een partner als bedoeld in artikel 46 van het DBZV 2007 en gezinsherenigingsreizen als bedoeld in artikel 53 van het DBZV 2007 worden door de betrokkene ten minste 12 weken voor aanvang van de reis aangevraagd dan wel met voorafgaande schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag door hem zelf aangeschaft. Indien dit niet mogelijk is, verklaart de betrokkene schriftelijk tijdig en gemotiveerd aan het bevoegd gezag welke redenen daaraan ten grondslag liggen.

Paragraaf 4. Departementsambtenaren, uitgezonden ambtenaren en lokale werknemers

Artikel 8. Toepassingsbereik

Deze paragraaf is, voor zover niet anders is bepaald, van toepassing op een buitenlandse reis van een departementsambtenaar, uitgezonden ambtenaar of lokale werknemer in aanvulling op het bepaalde in het Reisbesluit buitenland en de Reisregeling buitenland.

Artikel 9. Extra reisdagen in het belang van de dienst

  • 1 De betrokkene die een dienstreis of scholingsreis maakt kan indien dit naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is, ter acclimatisering maximaal 24 uur eerder op de plaats van bestemming aankomen dan gelet op de aanvang van de te verrichten werkzaamheden of te volgen scholing noodzakelijk is.

  • 2 Indien bij een dienstreis of scholingsreis een reisalternatief tot een aanzienlijke financiële besparing leidt voor het ministerie, wordt een eventuele verlenging van de reis aangemerkt als zijnde in het belang van de dienst. Voorwaarde is dat de betrokkene met de verlenging instemt en gedurende de periode van verlenging werkzaamheden verricht ten behoeve van het ministerie dan wel verlof opneemt voor zover hij gedurende de periode van verlenging arbeid behoort te verrichten.

  • 3 Indien een situatie als genoemd in het eerste of tweede lid van toepassing is, worden de extra logies- en overige verblijfkosten vergoed overeenkomstig het bepaalde in het Reisbesluit buitenland en de Reisregeling buitenland.

Artikel 10. Bewassingskosten

  • 1 De departementsambtenaar of lokale werknemer die een dienstreis of scholingsreis maakt met een duur van ten minste zeven dagen, de reisdagen inbegrepen, komt in aanmerking voor vergoeding van de tijdens die reis noodzakelijk gemaakte kosten voor bewassing van kleding van tijdens die reis naar verwachting nog te dragen kleding.

  • 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt een periode van verlenging van de reis om privédoeleinden als bedoeld in artikel 6a van de Reisregeling buitenland niet in beschouwing genomen.

Artikel 11. Medicijnen

De betrokkene die een buitenlandse reis maakt, komt in aanmerking voor vergoeding van de kosten van vaccinatie en medicijnen die door de bedrijfsgeneeskundige dienst zijn voorgeschreven voor zover die kosten niet uit hoofde van een ziektekostenverzekering of anderszins vergoed worden.

Artikel 12. Bevoegd gezag

De budgethouder ten laste van wiens budget de kosten van de buitenlandse reis worden geboekt, is voor de toepassing van deze regeling bevoegd gezag.

Paragraaf 5. Dienstreizen van op een post geplaatste ambtenaren van andere ministeries

Artikel 13

Op een dienstreis van een krachtens het Algemeen Rijksambtenarenreglement aangestelde ambtenaar die op basis van artikel 8, derde of vierde lid, van het RDBZ op een post te werk is gesteld, is van overeenkomstige toepassing het in deze regeling bepaalde inzake een dienstreis van een uitgezonden ambtenaar.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 14. Wijziging van het DBZV 2007

[Red: Wijzigt het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007.]

Artikel 15. Wijziging van de Rrlok 2005

[Red: Wijzigt de Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005.]

Artikel 16. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

  • 2 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

  • 3 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling buitenlandse reizen BZ 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 12 december 2016

De

Minister

van Buitenlandse Zaken
namens deze,

de plaatsvervangend Secretaris-Generaal,

R. van Roeden