Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst 2016

Geldend van 15-12-2016 t/m heden

Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst 2016

De directeur-generaal Belastingdienst,

gelet op artikel 10 van het Organisatie- en mandaatbesluit ministerie van Financiën;

in overeenstemming met de secretaris-generaal;

besluit:

Artikel 1. : Algemene leiding

De directeur-generaal Belastingdienst is verantwoordelijk voor het functioneren van de Belastingdienst inclusief de bijbehorende bedrijfsvoering en geeft direct leiding aan de hoofddirecteuren, algemeen directeuren en directeuren genoemd in artikel 2.

Artikel 2. : Organisatie, taken en verantwoordelijkheden

  • 1 De taken en verantwoordelijkheden van de onder de directeur-generaal ressorterende hoofddirecteuren, algemeen directeuren en directeuren zijn als volgt:

    • a) de hoofddirecteur Control en Bedrijfsvoering, is concernbreed verantwoordelijk voor de totstandkoming van het beleid en de uitvoering binnen alle aandachtsvelden met betrekking tot PIOFH1-taken. Voor wat betreft Finance ligt de focus op de concernbrede control. Tevens is hij verantwoordelijk voor het functioneren van de organisatie-onderdelen HR, Finance, Centrum voor Kennis en Communicatie, Centrum voor Facilitaire Dienstverlening en Data & Analytics;

    • b) de hoofddirecteur Informatie Voorziening (IV), is concernbreed verantwoordelijk voor de totstandkoming van het beleid en de uitvoering van informatievoorziening en ICT. Tevens is hij verantwoordelijk voor het functioneren van de organisatieonderdelen Centrum voor Infrastructuur en Exploitatie, Centrum voor Applicatie-ontwikkeling en -onderhoud, Informatie Management en IV-Accent;

    • c) de hoofddirecteur Fiscaliteit en Juridische Zaken, is concernbreed verantwoordelijk voor de totstandkoming van het fiscaal (uitvoerings)beleid en strategische en politiek-bestuurlijke advisering (van ambtelijke en politieke top) binnen dit domein. Tevens is hij verantwoordelijk voor de cassatieprocedures;

    • d) de algemeen directeur Belastingen & Toeslagen, is verantwoordelijk voor het functioneren van het organisatieonderdeel Belastingen en Toeslagen2. Tevens is hij verantwoordelijk voor het organisatieonderdeel Belastingdienst/Caribisch Nederland;

    • e) de algemeen directeur Douane, is verantwoordelijk voor het functioneren van het organisatieonderdeel Douane Nederland;

    • f) de algemeen directeur Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD), is verantwoordelijk voor het functioneren van het organisatieonderdeel FIOD;

    • g) de directeur directoraat-generaal Belastingdienst (DGBel), is verantwoordelijk voor het functioneren van het organisatieonderdeel DGBel;

    • h) de directeur programmamanagement Investeringsagenda, is verantwoordelijk voor het programmamanagement van de Investeringsagenda;

    • i) de directeur Switch, is verantwoordelijk voor het functioneren van het organisatieonderdeel Switch;

  • 2 De hoofddirecteuren, algemeen directeuren en directeuren, zoals bedoeld in het eerste lid, dragen bij de uitoefening van hun taken en verantwoordelijkheden zorg voor de samenhang tussen deze taken en verantwoordelijkheden en voor de bijbehorende bedrijfsvoering.

  • 3 De hoofddirecteuren, algemeen directeuren en directeuren, zoals bedoeld in het eerste lid, treden over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn in contact met de directeur-generaal Belastingdienst, voordat van bevoegdheden gebruik wordt gemaakt.

  • 4 De directeur-generaal kan besluiten om één van de in het eerste lid genoemde functionarissen aan te wijzen als zijn vervanger.

Artikel 3. : Managementteam Belastingdienst

  • 1 Er is een Managementteam (MT) Belastingdienst, waarin regelmatig overleg wordt gevoerd over de hoofdlijnen van al hetgeen dat nodig is voor een goed functioneren van de Belastingdienst als concern.

  • 2 Het MT Belastingdienst staat onder leiding van de directeur-generaal Belastingdienst.

  • 3 De onder artikel 2, eerste lid, onder a t/m g, genoemde hoofddirecteuren, algemeen directeuren en directeur maken vast deel uit van het MT Belastingdienst. De onder artikel 2, eerste lid, onder h en i, genoemde directeuren zijn agendalid en kunnen afhankelijk van het te bespreken onderwerp aansluiten bij het MT Belastingdienst. Indien de directeur-generaal Belastingdienst dit wenselijk acht, kan ook een persoon die wordt vertegenwoordigd door een hoofd-, algemeen directeur of directeur aan de MT-vergadering deelnemen.

  • 4 Ieder van de deelnemers is onderdeel van het MT Belastingdienst met behoud van de eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

Artikel 4. : Budgethouderschap

Binnen de gegeven kaders en richtlijnen vanuit het ministerie van Financiën zijn de budgethouders in bijlage 2 aangewezen alsmede de budgetten waarvoor zij bevoegd zijn. De budgethouders zijn bevoegd verplichtingen – met financiële consequenties – aan te gaan en uitgaven goed te keuren binnen hun budgetten en passend binnen hun taken en verkregen mandaten met inachtneming van het bepaalde over verscherpt toezicht in artikel 11, tweede lid, Organisatie- en mandaat besluit Ministerie van Financiën.

Artikel 5. : Mandaat primair proces van het directoraat-generaal Belastingdienst

  • 1 De leden van het MT Belastingdienst (zoals genoemd in artikel 3, derde lid) hebben binnen het kader van het jaarplan en binnen eventueel door de bewindspersoon of namens de bewindspersoon door de secretaris-generaal of de directeur-generaal Belastingdienst gegeven richtlijnen mandaat tot het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende de beleids-, bedrijfsvoerings- en uitvoeringsaangelegenheden, zoals genoemd in bijlage 1.

  • 2 Het mandaat zoals toegekend in het eerste lid kan binnen het kader van hun taken ook worden uitgeoefend door functionarissen die daartoe worden gemandateerd in bijlage 2.

  • 3 De mandaathouder, zoals bedoeld in het tweede lid, treedt over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn in contact met het lid van het MT Belastingdienst waaronder hij ressorteert, voordat van bevoegdheden gebruik wordt gemaakt.

  • 4 De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:

    DE MINISTER VAN FINANCIËN, resp. DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN, namens deze, (handtekening) gevolgd door naam en functie van de (onder)gemandateerde functionaris.

Artikel 6. : Mandaat bedrijfsvoering van het directoraat-generaal Belastingdienst

  • 1 De directeur-generaal en de leden van het MT Belastingdienst, alsmede de adjunct-directeuren van het directoraat-generaal Belastingdienst, hebben – binnen het kader van het jaarplan en binnen de door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal of directeur-generaal Belastingdienst gegeven richtlijnen en behoudens de bepalingen onder meer over het verscherpt toezicht in het Organisatie- en Mandaatbesluit ministerie van Financiën – mandaat tot het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle bedrijfsvoeringaangelegenheden die behoren tot het werkterrein van het directoraat-generaal Belastingdienst. Tot de bedrijfsvoering behoort het nemen van personele beslissingen ten aanzien van medewerkers die zijn aangesteld bij het Ministerie van Financiën en werkzaam zijn bij het directoraat-generaal Belastingdienst.

  • 3 Onverminderd het eerste lid is de bevoegdheid tot het afdoen en ondertekenen van besluiten namens de in het eerste lid gemandateerde functionarissen toegekend aan het hoofd en het plaatsvervangend hoofd van de eenheid Organisatie & Personeel van de directie Bedrijfsvoering van het ministerie van Financiën.

  • 4 Aan de in het eerste lid gemandateerde functionarissen, alsmede de adjunct-directeuren van het directoraat-generaal Belastingdienst, is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van besluiten aangaande:

    • a. vaststelling feitelijk opgedragen functie;

    • b. (verlengde) aanstellingsbesluiten;

    • c. ver- en herplaatsing;

    • d. aanstelling in vaste dienst;

    • e. tijdelijk opdragen van andere werkzaamheden;

    • f. wijziging van salarisschaal;

    • g. incidentele beloning voor bijzondere prestaties;

    • h. korting bezoldiging bij arbeidsongeschiktheid;

    • i. toekenning gratificatie bij ambtsjubileum;

    • j. ontslag.

  • 5 De ondertekening van stukken betrekking hebbend op de in lid 1 bedoelde aangelegenheden zal luiden als volgt:

    DE MINISTER VAN FINANCIËN, namens deze, (handtekening) gevolgd door naam en functie van de gemandateerde functionaris.
  • 6 De ondertekening van stukken door de leden van het managementteam Personele en Financiële diensten zal luiden als volgt:

    DE MINISTER VAN FINANCIËN, namens deze, de (functie MT lid) Belastingdienst, voor deze, (handtekening) gevolgd door de naam en functie van het hoofd dan wel het plaatsvervangend hoofd van de eenheid Organisatie & Personeel.

Artikel 7. : Mandaatregister

Onderdeel van deze regeling vormt een mandaatregister dat is opgenomen in bijlage 2. Het mandaatregister bevat handtekeningen en parafen van de in de artikelen 2, 4, 5 en 6 gemandateerde functionarissen.

Artikel 8. : Verantwoordelijkheden

De in artikel 2, 4, 5 en artikel 6 bedoelde functionarissen zijn verantwoordelijk voor een adequate uitvoering van het toegekende mandaat.

Artikel 9. : Intrekking vorig besluit

‘Het Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst’ zoals laatstelijk gewijzigd op 16 maart 2015 is hierbij ingetrokken, met dien verstande dat artikel 7 van dat besluit hierbij met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2014 is ingetrokken.

Artikel 10. : Inwerkingtreding

Het tijdelijke Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 26 oktober 2016, met dien verstande dat de laatste volzin van artikel 6, eerste lid, terug werkt tot 1 oktober 2014.

Artikel 11. : Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst 2016. De citeertitel kan worden afgekort tot: O&M-besluit DGBEL.

De directeur-generaal Belastingdienst,

H. Leijtens

Bijlage 1. bij Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst 2016

Het directoraat-generaal Belastingdienst (DGBel) is de concernstaf voor de directeur-generaal en voor de leden van het MT Belastingdienst. DGBel is daarmee ondersteunend aan de besturing van het concern Belastingdienst en verzorgt de verbinding tussen de politiek en de uitvoering en vice versa. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met de uitvoeringsverantwoordelijken in de Belastingdienst, waarvan DGBel een integraal onderdeel uitmaakt.

De kern van het takenpakket van DGBel ligt in het uitzetten van de strategie van de Belastingdienst en het ontwikkelen van beleid. Dit krijgt vorm in advisering aan de politieke en ambtelijke top. Bij DGBel worden beslissingen die de Belastingdienst raken naar de uitvoering vertaald en worden ervaringen uit de Belastingdienst omgezet in adviezen ten behoeve van toekomstig beleid. Ook draagt DGBel zorg voor een adequate en snelle behandeling en begeleiding van vragen en opdrachten die vanuit de politiek op de Belastingdienst afkomen. Daarbij is DGBel de schakel die de Belastingdienst verbindt met het directoraat-generaal voor Fiscale Zaken.

DGBel ontleent zijn toegevoegde waarde vooral aan het vermogen aan de voorkant te werken: adviseren over handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving, uitzetten van strategische beleidslijnen en daarmee afgestemde meerjarige financiële, personele en bestuurlijke kaders, (systeem)control daarop en snel adequate informatie leveren aan de bewindspersoon.

Kracht en effectiviteit van een dergelijk apparaat zijn afhankelijk van de vraag in hoeverre adviezen tijdig (ook pro actief) worden opgesteld met aandacht voor alle relevante aspecten, qua reikwijdte aansluitend bij het onderwerp in kwestie en toegankelijk voor bestuurders, bewindslieden en andere betrokkenen. Om dat te bewerkstelligen zijn passende condities nodig op het vlak van informatievoorziening, organisatie, deskundigheid en competenties van medewerkers en leidinggevenden.

Typerend voor DGBel is de schakelfunctie tussen beleid en uitvoering. Daartoe moet de dg (en de medewerkers van DGBel op zijn gezag) zowel het gesprek kunnen voeren over beleid en (voorgenomen) wetgeving als over de uitvoering daarvan. Over beleidszaken wordt gesproken met de beleidsmakers van het ministerie van Financiën en van de andere departementen. Over uitvoeringszaken wordt gesproken met de eigen uitvoeringsorganisatie en met andere uitvoeringsorganisaties. Die gesprekken zijn verschillend van aard: taal en doel zijn anders naar gelang met beleidsmakers of met uitvoerders wordt gesproken. En terwijl de oriëntatie van de gesprekspartners meestal ‘eendimensionaal’ is (ófwel beleid, ófwel uitvoering) is de oriëntatie van DGBel ‘tweedimensionaal’ (én beleid, én uitvoering). Om die gesprekken goed te kunnen voeren is het belangrijk te investeren in vertrouwen, het begrijpen van het standpunt van de gesprekspartner en het meenemen van de gesprekspartner in de situatie van de Belastingdienst.

Relevant voor het functioneren is dat DGBel actief de verbinding zoekt met het primaire proces en optimaal gebruik maakt van de daar aanwezige kennis en kunde. Op die manier moet DGBel invulling geven aan zijn strategische en beleidsvormende taken. Het adagium is: ‘Medewerkers in de dienst gaan helpen op dossiers en DGBel regisseert op het niveau van koers en strategie’.

Tegen de achtergrond van dat adagium kiezen we voor een scherpe interne en externe taakafbakening en een bijpassend klein DGBel, dat uit vier clusters bestaat: Uitvoeringsbeleid, Fiscaliteit, Bedrijf en IV-Beleid.

Elk cluster is werkzaam op het specifieke aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van één van de hoofddirecteuren. Samen ondersteunen de clusters de directeur-generaal bij de uitvoering van zijn taken en het nakomen van zijn verantwoordelijkheden.

1. Cluster Uitvoeringsbeleid

Het cluster Uitvoeringsbeleid heeft de volgende taken:

  • de beoordeling van wijzigingen in en uitbreidingen van de werkzaamheden van de Belastingdienst. Het cluster heeft een aanjagende en coördinerende functie bij het uitvoeren van uitvoeringstoetsen en impactanalyses;

  • het onderhouden van contacten over het takenpakket van de Belastingdienst met stakeholders binnen en buiten het ministerie van Financiën;

  • de verbindingsfunctie tussen de Belastingdienst en het managementteam bij het optreden van damages;

  • advisering over de interne en externe communicatie van de Belastingdienst;

  • contacten met buitenlandse overheden en zusterorganisaties;

  • algemene ondersteuning managementteam Belastingdienst.

De werkzaamheden van het cluster behoren primair tot het aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van de directeur-generaal.

2. Cluster Fiscaliteit

Het cluster Fiscaliteit heeft de volgende taken:

  • de beoordeling van en advisering over fiscaalrechtelijke vraagstukken (incl. de invordering) voor zover daaraan politieke en/of beleidsmatige aspecten zijn verbonden;

  • de behandeling van fiscale cassatiezaken;

  • internationale fiscale aangelegenheden.

De werkzaamheden van het cluster behoren primair tot het aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van de hoofddirecteur Fiscaliteit en Juridische Zaken.

3. Cluster Bedrijf

Het cluster Bedrijf heeft de volgende taken:

  • de coördinatie van de planningscyclus (bedrijfsplan, begroting, kadernota, stuurcontracten, formatie);

  • het personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid en personele aangelegenheden indien daaraan beleidsvormende aspecten zijn verbonden;

  • de ondersteuning van de bestuurder in COR en GOBD;

  • het bedrijfsvoerings-, beveiligings- en integriteitsbeleid;

  • systeemcontrol op concernniveau (betrouwbaarheid van: stuur- en verantwoordingsinformatie, concernrapportages, beheersverslag, accountantscontrole, auditing);

  • behandeling van juridische vraagstukken (zoals personele beslissingen, schadevergoedingen en WOB-verzoeken), zowel op het gebied van het ambtenarenrecht (ten aanzien van belastingdienstmedewerkers), als op niet-fiscaal terrein, inclusief kabinetszaken;

  • de begeleiding van high potentials uit de Belastingdienst in MD-, TD- en PD-trajecten.

De werkzaamheden van het cluster behoren primair tot het aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van de hoofddirecteur Control en Bedrijfsvoering.

4. Cluster IV-beleid

Het cluster IV-beleid heeft de volgende taken:

  • het opstellen en actualiseren van IV-brede kaders en beleidslijnen en ondersteunen van de implementatie daarvan;

  • het controleren of binnen de kaders wordt geopereerd, inclusief meting, analyse en toetsing;

  • het ondersteunen van de verschillende bedrijfsonderdelen: advisering over de kaders, mede-ontwikkelen van producten (bijvoorbeeld een projectplan), advisering over de toepassing van beleid;

  • een (beperkte) IM-functie voor de informatievoorziening van de IV-keten zelf en de ondersteuning van de hoofddirecteur Informatie Voorziening als opdrachtgever voor infrastructuur.

De werkzaamheden van het cluster behoren primair tot het aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van de hoofddirecteur Informatie Voorziening.

5. Samenwerking en afstemming

Vaak zullen de onderwerpen die door DGBel worden behandeld, clusteroverstijgend zijn, aangezien er vanuit verschillende invalshoeken tegenaan kan (en moet) worden gekeken. Het is zaak dat de clusters daarin de samenwerking weten te vinden. Als hulpmiddel daarbij wordt steeds één van de clusters voor bepaalde werkzaamheden als coördinerend cluster aangewezen. Dat coördinerend cluster borgt de betrokkenheid van andere clusters bij het onderwerp, zodat DGBel integraal adviseert.

6. Aansturing

De taakgebieden van de clusters vallen samen met de taakgebieden van een aantal leden van het managementteam Belastingdienst. Medewerkers van DGBel functioneren onder de eindverantwoordelijkheid van hun MT-lid op basis van professionele vrijheid en eigen verantwoordelijkheid.

Met het oog op de span of control van de MT-leden is een adjunct directeur toegevoegd. De adjunct directeur assisteert het MT-lid in de uitvoering van zijn/haar taken. De twee hoofdtaken van een adjunct zijn: de verantwoordelijkheid voor de HRM-rol naar de andere medewerkers van het cluster én de verantwoordelijkheid voor de totstandkoming en de inhoud van de producten van het cluster. Deze taken zijn nauw met elkaar verweven want inhoudelijk gezag is onontbeerlijk voor effectieve en overtuigende loopbaanbegeleiding van hoogwaardige beleidsmedewerkers.

  • ^ [1]

    Personeel, Inkoop, Organisatie, Financiën en Huisvesting

  • ^ [2]

    Hiertoe behoren de (voorheen separate) dienstonderdelen Belastingen, Toeslagen, BelastingTelefoon en Centrale Administratie