Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit Adviescollege levenslanggestraften

Geldend van 01-07-2017 t/m heden

Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 25 november 2016, houdende de instelling van een Adviescollege levenslanggestraften (Besluit Adviescollege levenslanggestraften)

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Besluit:

Artikel 1. Begrippen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. Adviescollege: het Adviescollege levenslanggestraften;

  • b. voorzitter: de voorzitter van het Adviescollege;

  • c. DJI: de Dienst Justitiële Inrichtingen, bedoeld in artikel 29 van de Organisatieregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie 2011;

  • d. levenslanggestrafte: een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een levenslange gevangenisstraf plaatsvindt;

  • e. Minister: de Minister van Veiligheid en Justitie;

  • f. re-integratie activiteiten: activiteiten, inclusief verlof, die aanvullend op de resocialisatieactiviteiten de gedetineerde in staat stellen te werken aan de voorbereiding op zijn mogelijke terugkeer in de samenleving;

  • g. detentie: de periode van vrijheidsbeneming vanaf het moment van de inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis ter zake van het feit waarvoor de levenslange gevangenisstraf is opgelegd.

Artikel 2. Samenstelling en benoeming voorzitter en leden Adviescollege

  • 1 Er is een Adviescollege levenslanggestraften. Het Adviescollege heeft een voorzitter, tevens lid, met een juridische achtergrond en vijf andere leden die afkomstig zijn uit de volgende disciplines: twee juristen, een psychiater, een psycholoog en een lid afkomstig uit de wetenschap dat bij voorkeur specifieke expertise heeft op het gebied van de positie en de belangen van slachtoffers en nabestaanden. Daarnaast kan de Minister voor elk van deze vier disciplines één plaatsvervangend lid benoemen. De voorzitter, de leden en plaatsvervangend leden die vanwege hun juridische, psychologische of psychiatrische expertise worden benoemd, beschikken daarnaast over een uitgebreide expertise in de strafrechtpraktijk en ten aanzien van de tenuitvoerlegging van straffen.

  • 2 De voorzitter en de overige leden van het Adviescollege worden bij ministerieel besluit door de Minister benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. De benoeming wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Herbenoeming is eenmaal mogelijk voor een aansluitende periode van ten hoogste vier jaren.

  • 3 Bij de benoeming van de voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden kan het Adviescollege aan de Minister een voordracht uitbrengen. De Minister benoemt de leden na kennisneming van de voordracht.

Artikel 3. Ontslag

  • 1 De voorzitter en andere leden van het Adviescollege worden op eigen verzoek door de Minister ontslagen.

  • 2 De voorzitter en andere leden van het Adviescollege kunnen tevens door de Minister worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Artikel 4. Taak

  • 1 Het Adviescollege heeft de volgende taken:

    • a. adviseren voor welke re-integratieactiviteiten een levenslanggestrafte in aanmerking komt;

    • b. het naar aanleiding van de start van een gratieprocedure informeren van de minister over de voortgang van de resocialisatie- en re-integratieactiviteiten van de levenslanggestrafte in die gevallen waarin het Adviescollege eerder een advies als bedoeld in onderdeel a. heeft uitgebracht;

    • c. het op verzoek van de minister adviseren over het aanbieden van re-integratieactiviteiten;

    • d. het op diens verzoek informeren van de Minister over de voortgang van de resocialisatie- en re-integratieactiviteiten van de levenslanggestraften in andere dan de in onderdeel b bedoelde gevallen.

  • 2 Het eerste advies van het Adviescollege, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt vijfentwintig jaar na aanvang van de detentie uitgebracht.

  • 3 Uiterlijk twee jaar na het in het tweede lid bedoelde tijdstip wordt aan de hand van een voorstel tot gratieverlening als bedoeld in artikel 19 van de Gratiewet de mogelijkheid tot gratieverlening beoordeeld.

  • 4 Bij zijn advisering hanteert het Adviescollege de volgende criteria:

    • a. het recidiverisico;

    • b. de delictgevaarlijkheid;

    • c. het gedrag en de ontwikkeling van de levenslanggestrafte gedurende zijn detentie;

    • d. de impact op de slachtoffers en nabestaanden en in de sleutel daarvan de vergelding.

  • 5 De levenslanggestrafte wordt door het Adviescollege gehoord. De nabestaanden en slachtoffers worden door het Adviescollege gehoord.

  • 6 Bij het advies als bedoeld in het eerste lid, onder a, bepaalt het Adviescollege tevens binnen welke termijn het Adviescollege een vervolgadvies zal uitbrengen.

Artikel 5. Bevoegdheden

  • 1 Het Adviescollege is bevoegd kennis te nemen van alle gegevens en bescheiden die voor de vervulling van zijn taak van belang zijn en heeft te allen tijde toegang tot alle penitentiaire inrichtingen waar de levenslange gevangenisstraf ten uitvoer wordt gelegd.

  • 3 Het Adviescollege maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.

  • 4 Het Adviescollege en diens leden zijn verplicht geheimhouding in acht te nemen ten aanzien van alle informatie die hen bij de uitoefening van hun taken ter kennis komt en waarvan zij redelijkerwijs het vertrouwelijke karakter moeten begrijpen.

Artikel 6. Ondersteuning

  • 1 Het Adviescollege heeft een secretaris, tevens hoofd van het bureau.

  • 2 De secretaris is voor zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan het Adviescollege.

  • 3 Aan de secretaris kunnen andere medewerkers worden toegevoegd.

  • 4 De secretaris en andere medewerkers van het bureau zijn geen lid van het Adviescollege.

  • 5 Na overleg met de voorzitter kan de Minister de secretaris en de andere medewerkers van het bureau benoemen, bevorderen, schorsen of ontslaan.

  • 6 De Minister draagt, na overleg met de voorzitter, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van het Adviescollege.

Artikel 7. Advisering

  • 1 Indien het Adviescollege adviseert geen re-integratieactiviteiten aan te bieden, beslist de Minister dienovereenkomstig.

  • 2 Indien het Adviescollege adviseert om re-integratieactiviteiten aan te bieden, kan de Minister gemotiveerd een andere beslissing nemen.

Artikel 8. Reglement voor de werkwijze en privacy protocol

  • 1 Het Adviescollege stelt met het oog op een goede en zorgvuldige uitoefening van zijn taken een reglement voor de werkwijze en een privacy protocol vast.

  • 2 Het reglement voor de werkwijze en elke wijziging daarvan behoeft de goedkeuring van de Minister. Het reglement voor de werkwijze en het privacy protocol worden openbaar gemaakt door plaatsing op de website van het Adviescollege.

Artikel 9. Bijstand deskundigen

Het Adviescollege kan zich op onderdelen van zijn taak doen bijstaan door personen van wie de deskundige inbreng van belang kan zijn in verband met de zorgvuldige voorbereiding en totstandkoming van zijn adviezen.

Artikel 10. Vaststelling adviezen

  • 1 Bij het uitbrengen van een advies ontvangt het Adviescollege geen aanwijzingen van de Minister over de te hanteren methodiek, zijn oordeelsvorming en advisering.

  • 2 Het Adviescollege zendt een exemplaar van elk advies direct na vaststelling naar de Minister.

Artikel 11. Bezoldiging

De leden van het Adviescollege genieten vergoeding van reis- en verblijfskosten overeenkomstig de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren in de sector Rijk zijn vastgesteld alsmede een vergoeding voor hun werkzaamheden volgens door de Minister te stellen regels.

Artikel 12. Jaarbericht

De voorzitter brengt elk tweede jaar voor 1 maart, te beginnen op 1 maart 2019, een tweejaarbericht uit over de algemene bevindingen van het Adviescollege naar aanleiding van de werkzaamheden van de voorafgaande twee jaren.

Artikel 13. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Adviescollege levenslanggestraften.

Artikel 14. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 2017.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 25 november 2016

De

Staatssecretaris

van Veiligheid en Justitie,

K.H.D.M. Dijkhoff