Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Deelreglement Filmactiviteiten van de Stichting Nederlands Fonds voor de film

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Deelreglement Filmactiviteiten van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film

De Stichting Nederlands Fonds voor de Film,

gelet op het bepaalde in de Algemene Wet Bestuursrecht,

gelet op artikel 10, lid 4, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,

gelet op artikel 2 van het Algemeen Reglement,

Besluit:

Algemeen

Definities

Artikel 1

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • bestuur: de directeur/bestuurder van het Fonds;

  • filmactiviteit: een activiteit op het gebied van film, concreet in de tijd afgebakend, die niet als filmproductie kan worden aangemerkt;

  • filmbijeenkomst: een incidentele en op film betrekking hebbende samenkomst voor filmprofessionals en/of publiek met als doel kennisontwikkeling en – verspreiding over en profilering en promotie van de Nederlandse film;

  • filmdistributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de distributie en exploitatie van filmproducties in de Nederlandse bioscoop en via andere distributiekanalen. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;

  • filmfestival: een in tijd beperkte reeks van, voor het publiek toegankelijke vertoningen van filmproducties van een bepaald(e) genre, thema, herkomst, maker of auteur;

  • filmprofessional: een natuurlijk persoon met gedegen en actuele kennis en ervaring op het gebied van filmproductie;

  • filmproductie: een cinematografisch werk;

  • het Fonds: Stichting Nederlands Fonds voor de Film;

  • onderzoek: op Nederlandse filmsector gericht praktijkonderzoek;

  • producent: de natuurlijke persoon die de productiemaatschappij rechtsgeldig vertegenwoordigt en binnen de organisatie van de productiemaatschappij beleidsmatig, bedrijfsmatig en inhoudelijk eindverantwoordelijk is;

  • productiemaatschappij: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de productie en exploitatie van filmproducties en andere audiovisuele mediaproducties. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;

  • publicatie: een incidentele en op Nederlandse film betrekking hebbende tekst, afbeelding, beeld of geluidsdrager (niet zijnde een directe kopie van een filmproductie), die vermenigvuldigd wordt met het doel deze onder de (inter)nationale publieke aandacht te brengen;

  • training: een cursus of praktijkstudie met een duur van maximaal één jaar gericht op vakinhoudelijke kennisoverdracht of coaching in een (inter)nationale context. De training vergroot de vakkennis en vaardigheden van de aanvrager in relatie tot filmproducties en heeft aantoonbaar betrekking op de professionele Nederlandse filmpraktijk;

Toepasselijkheid deelreglement

Artikel 2

  • 1 Dit deelreglement is van toepassing op subsidies die het Fonds verstrekt voor filmactiviteiten in de categorieën filmfestival, (internationale) filmbijeenkomst, training, publicatie & onderzoek en bijzondere bijdragen.

Subsidiesoorten

Artikel 3

  • 1 Het bestuur verstrekt ten behoeve van alle in artikel 2 genoemde categorieën projectsubsidies.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan het bestuur in de categorie filmfestival een meerjarige activiteitensubsidie verstrekken.

  • 3 Het bestuur kan (internationale) partnerschappen aangaan op het gebied van (inter)nationale filmbijeenkomst en training om de internationale profilering van Nederlandse regisseurs, scenaristen en producenten te stimuleren.

Aanvraag

Artikel 4

  • 1 Een aanvraag wordt digitaal ingediend, waarbij een schriftelijke, door de aanvrager ondertekende, kopie van deze digitale aanvraag aan het Fonds wordt overgelegd.

  • 2 Een aanvraag voor eenzelfde filmactiviteit, die tweemaal door het Fonds is afgewezen, wordt niet meer in behandeling genomen.

  • 3 Aanvragen dienen te voldoen aan de financiële en productionele richtlijnen en vereisten vermeld in het Financieel & Productioneel Protocol. De hoogte van een subsidie kan door het bestuur per geval worden bepaald aan de hand van richtbedragen die jaarlijks worden gepubliceerd op de website van het Fonds www.filmfonds.nl en in het Financieel & Productioneel Protocol.

Aanvrager

Artikel 5

  • 1 Een aanvraag voor een projectsubsidie in de categorieën filmfestival en (internationale) filmbijeenkomst wordt gedaan door een op filmgebied gespecialiseerde rechtspersoon, die verantwoordelijk is voor de organisatie van filmfestivals of filmbijeenkomsten.

  • 2 Aanvragen voor meerjarige activiteitensubsidie in de categorie filmfestival voor de periode 2017–2020 zijn alleen mogelijk voor rechtspersonen die eerder op basis van deze regeling subsidie hebben ontvangen dan wel rechtspersonen die minimaal zes edities van het betreffende jaarlijkse filmfestival met een minimale duur van vijf aaneensluitende dagen hebben gerealiseerd.

  • 3 Een filmfestival dat in de periode 2017–2020 meerjarige subsidie op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, dan wel meerjarige activiteitensubsidie filmfestival van het Fonds ontvangt, kan, in aanvulling op de reeds gesubsidieerde kerntaken, een projectsubsidie aanvraag indienen voor een filmactiviteit zoals benoemd in artikel 12 lid 3 indien deze gericht is op de versterking van de platformfunctie.

  • 4 Een aanvraag voor een subsidie in de categorie training wordt gedaan door een filmprofessional of een adequaat geëquipeerde organisatie die trainingen biedt aan filmprofessionals. Een aanvraag voor training op grond van artikel 18 lid 4 wordt gedaan door een filmfestival dat in de periode 2017–2020 meerjarige subsidie op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, dan wel festivals die gericht zijn op animatie .

  • 5 Een aanvraag voor een subsidie in de categorie publicatie & onderzoek wordt gedaan door een rechtspersoon of natuurlijk persoon met professionele kennis en ervaring op het gebied van publicaties of onderzoek.

  • 6 Een aanvraag voor een subsidie in de categorie bijzondere bijdragen wordt gedaan door een rechtspersoon of natuurlijk persoon, die verantwoordelijk is voor de betreffende filmactiviteit.

Subsidievorm

Artikel 6

De subsidie ten behoeve van de in dit reglement genoemde filmactiviteiten worden verstrekt in de vorm van een bijdrage á fonds perdu tenzij bijzondere omstandigheden een subsidie in de vorm van een lening of garantie rechtvaardigen.

Beoordeling subsidie voor filmactiviteiten

Artikel 7

Voor toekenning van de aanvraag dient het oordeel over de kwaliteit van de filmactiviteit positief te zijn. De kwaliteit van de filmactiviteit wordt beoordeeld aan de hand van de beoordelingscriteria in artikel 5 van het Algemeen Reglement, tenzij in de bijzondere bepalingen ten aanzien van de categorieën anders wordt bepaald.

Onderlinge verhouding financiële bijdragen -

Artikel 8

Het verstrekken van een subsidie in het kader van dit deelreglement bindt het bestuur in geen geval tot het verlenen van enige andere subsidie.

Verplichtingen subsidieontvanger -

Artikel 9

De ontvanger van de subsidie is verplicht:

  • a. uiterlijk binnen een termijn van 6 maanden na de subsidieverlening door het Fonds, maar in ieder geval voordat de uitvoering van de filmactiviteit start, aan te tonen dat er financiële dekking is voor de bij de aanvraag gevoegde begrote kosten van de filmactiviteit.

  • b. na afloop van de filmactiviteit binnen een termijn van 4 maanden te rapporteren volgens de procedure die is opgenomen in het verleningsbesluit tenzij hiervoor in het verleningsbesluit een andere termijn is vastgelegd.

Weigerings- en intrekkingsgronden

Artikel 10

  • 1 In aanvulling op artikel 14 van het Algemeen Reglement, wordt een aanvraag voor een subsidie afgewezen indien sprake is van een aanvraag voor dezelfde filmactiviteit ten behoeve waarvan het bestuur reeds eerder subsidie heeft verleend.

  • 2 In aanvulling op artikel 22 van het Algemeen Reglement is het bestuur bevoegd de subsidie in te trekken wanneer de aanvrager na de subsidieverlening, maar vóór de vaststelling van de subsidie, niet in staat is geweest binnen de in artikel 9, sub a van dit Deelreglement, bedoelde termijn aan te tonen dat de in dat artikel bedoelde financiële dekking van de filmactiviteit definitief en volledig is toegezegd door de betreffende financiers en is vastgelegd in (een) overeenkomst(en).

  • 3 In geval van een meerjarige activiteitensubsidie zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid van dit Deelreglement, is het bestuur bevoegd de subsidie te weigeren of in te trekken als de aanvrager, in de aan de subsidiabele filmactiviteit voorafgaande vier jaar dan wel tijdens de uitvoering van de filmactiviteit, niet heeft voldaan aan een of meer aan de subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten.

  • 4 Aanvragers die subsidie ontvangen in de periode 2017–2020 op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid of op grond van een regeling voor een meerjarige activiteitensubsidie van één van de cultuurfondsen opgericht krachtens artikel 9 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid komen niet in aanmerking voor een bijdrage op grond van dit reglement voor een filmactiviteit die samenvalt met de kernactiviteit waarvoor zij reeds subsidie ontvangen.

Bijzondere bepalingen ten aanzien van de categorieën

1. Filmfestival

Subsidiabele activiteit filmfestival-

Artikel 11

  • 1 Subsidie kan worden verleend voor het organiseren van een filmfestival dat als doel heeft het stimuleren van kennisontwikkeling en – verspreiding over en profilering en promotie van film in Nederland.

  • 2 Filmfestivals dienen te voldoen aan de volgende voorwaarden om voor een subsidie in aanmerking te komen:

    • a. het festival vindt plaats in Nederland;

    • b. de aanvrager werkt samen met private en publieke partners die meefinancieren in de kosten van de filmactiviteit, waarbij lokale financiering van de gemeente of provincie of een hieraan gelieerd fonds een voorwaarde is voor een eventuele bijdrage van het Fonds.

  • 3 De hoogte van de bijdrage van het Fonds bedraagt maximaal 30% van de totale kosten van een filmfestival dat in aanmerking komt voor een meerjarige of projectsubsidie voor filmfestivals.

  • 4 In afwijking van artikel 5 van het Algemeen reglement wordt een aanvraag voor een filmfestival beoordeeld aan de volgende criteria; het filmfestival:

    • a. dient een primair cinematografisch belang en biedt bezoekers de gelegenheid inzicht te krijgen in, en kennis te nemen van, ontwikkelingen op cinematografisch gebied;

    • b. presenteert een programma dat een meerwaarde heeft ten opzichte van het reguliere aanbod van filmvertoningen in Nederland;

    • c. vertoont internationale filmproducties met een hoogwaardige artistieke kwaliteit;

    • d. heeft een landelijke uitstraling;

    • e. heeft wat betreft de inhoudelijke en zakelijke organisatie een goede staat van dienst;

    • f. kent een evenwichtige verhouding tussen kosten, gevraagde bijdrage, recette en publieksbereik.

  • 5 Het bestuur let daarbij op de spreiding en diversiteit van festivals in Nederland. Ook let het bestuur op de samenwerkingen die het festival aangaat met andere kunstdisciplines en domeinen buiten de cultuursector.

  • 6 Het bestuur geeft prioriteit aan festivals met een relevant programma op het gebied van internationale samenwerking, talentontwikkeling, innovatie van de cinematografie, educatie, of een combinatie hiervan.

Meerjarige activiteitensubsidie filmfestival

Artikel 12

  • 1 Om in aanmerking te komen voor een meerjarige activiteitensubsidie voor de periode 2017–2020 wordt een filmfestival in aanvulling op de voorwaarden en criteria genoemd in artikel 11 van dit Deelreglement getoetst of het voldoet aan de volgende criteria:

    • a. de aanvrager heeft minimaal zes edities van het betreffende filmfestival georganiseerd met een groot publieksbereik; en

    • b. het festival richt zich op een voor Nederland, binnen het festival landschap, uniek genre; en

    • c. het festival heeft naast een landelijke uitstraling een internationale uitstraling; en

    • d. het festival geeft in zijn activiteitenplan en ondernemingsplan een realistisch beeld van de beoogde ontwikkelingen en ambities in de komende vier jaar.

  • 2 Het Fonds verleent uitsluitend een meerjarige subsidie aan festivals met een actueel of vernieuwend aanbod op het gebied van:

    • de internationale animatiefilm;

    • de internationale korte film;

    • de internationale science fiction- of fantasy film.

  • 3 Het betreffende filmfestival biedt daarbij een professioneel programma met betrekking tot tenminste twee van onderstaande activiteiten. Het filmfestival stimuleert:

    • a. internationale uitwisseling en samenwerking tussen filmprofessionals uit Nederland en het buitenland gericht op coproductie;

    • b. talentontwikkeling van Nederlandse filmprofessionals en deskundigheidsbevordering in een internationale context;

    • c. innovatie van de cinematografie;

    • d. film- en media-educatie en de toegankelijkheid voor kinderen en jongeren.

Aanvraag meerjarige activiteitensubsidie filmfestival -

Artikel 13

  • 1 Een aanvraag voor meerjarige activiteitensubsidie in de categorie filmfestival voor de periode 2017–2020 dient uiterlijk 1 maart 2016 om 17:00 uur te zijn ontvangen door het Fonds.

  • 2 De meerjarige activiteitensubsidie wordt verstrekt voor een periode van vier jaar.

  • 3 Het bestuur stelt voor 1 december 2015 het subsidieplafond voor meerjarige activiteitensubsidies ten behoeve van filmfestivals vast. Het subsidieplafond wordt gepubliceerd in de Staatscourant en tevens bekendgemaakt op de website van het Fonds: www.filmfonds.nl en in het Financieel & Productioneel Protocol.

Verdeling budget meerjarige activiteitensubsidie filmfestival

Artikel 14

  • 1 Aanvragen voor meerjarige activiteitensubsidie in de categorie filmfestivals die aan de voorwaarden voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen worden onderverdeeld in:

    • A: Honoreren;

    • B: Honoreren voor zover het budget dat toelaat; en

    • C: Niet honoreren.

  • 2 Als een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen met het advies 'Honoreren voor zover het budget dat toelaat' te honoreren, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van de beoordelingscriteria zoals deze zijn vastgelegd in artikel 11 en 12, van dit reglement.

  • 3 Het bestuur honoreert eerst de aanvragen met het advies 'honoreren'. Vervolgens worden de aanvragen met het advies 'honoreren voor zover het budget dat toelaat' gehonoreerd in volgorde van de rangorde. Het bestuur verdeelt de beschikbare subsidie volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen of gedeeltelijk toegewezen totdat het van toepassing zijnde subsidieplafond is bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen.

  • 4 Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt wordt eerst de subsidie van een aanvraag die wegens ontoereikendheid van het budget gedeeltelijk was toegewezen alsnog verhoogd tot het geadviseerde bedrag. Vervolgens wordt steeds de eerstvolgende aanvraag toegewezen totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 5 Als er na het verdelen van de beschikbare budgetten sprake is van een aanzienlijke lacune in de regionale spreiding van filmfestivals kan het bestuur besluiten alsnog subsidie toe te kennen aan een aanvrager op wiens aanvraag anders afwijzend zou zijn beschikt.

Verantwoording

Artikel 15

In aanvulling op artikel 19 van het Algemeen Reglement is de subsidieontvanger verplicht om jaarlijks voor 1 april de verantwoording over de financiën en de resultaten over het jaar daarvoor aan het Fonds te doen toekomen.

2. (inter)nationale filmbijeenkomst

Subsidiabele activiteit

Artikel 16

Subsidie kan worden verleend voor:

  • a. een filmbijeenkomst die als doel heeft het vergroten van de deskundigheid en het (inter)nationale netwerk van Nederlandse filmprofessionals en de profilering van film in Nederland door het stimuleren van kennisuitwisseling en/of innovatie en/of diversiteit; of,

  • b. een presentatie of promotionele en marktgerichte activiteit primair voor filmprofessionals die als doel heeft de internationale profilering en promotie van de Nederlandse film en filmindustrie in het buitenland.

Vereisten aanvraag

Artikel 17

  • 1 Uitsluitend filmbijeenkomsten als bedoeld onder artikel 16, sub a, die voldoen aan de volgende voorwaarden komen voor subsidie in aanmerking:

    • a. de filmbijeenkomst kent geen winstoogmerk; en

    • b. vindt plaats in Nederland; en

    • c. er wordt samengewerkt met andere professionele partners en de filmbijeenkomst wordt mede gefinancierd door tenminste twee partners; en

    • d. is openbaar en toegankelijk.

  • 2 Om in aanmerking te komen voor een bijdrage dient een filmbijeenkomst als bedoeld in artikel 16 sub a te voldoen aan de volgende criteria:

    • a. de filmbijeenkomst heeft een meerwaarde ten opzichte van het bestaande aanbod van filmbijeenkomsten in Nederland;

    • b. richt zich op deskundigheidsbevordering en het vergroten van het (internationale) netwerk van Nederlandse filmprofessionals;

    • c. biedt deelnemers en bezoekers gelegenheid inzicht te krijgen in en kennis te nemen van ontwikkelingen op cinematografisch gebied en/of in ontwikkelingen in de (inter)nationale filmindustrie.

  • 3 Uitsluitend filmbijeenkomsten als bedoeld onder artikel 16 sub b, die voldoen aan de volgende voorwaarden komen in aanmerking voor een bijdrage:

    • a. de filmbijeenkomst kent geen winst oogmerk; en

    • b. vindt plaats in het buitenland; en

    • c. er wordt samengewerkt met andere professionele organisaties en buitenlandse partners; en

    • d. en wordt (mee)gefinancierd door tenminste twee (inter)nationale partners: en

    • e. is openbaar en toegankelijk.

  • 4 Om in aanmerking te komen voor een bijdrage voor bijeenkomsten als bedoeld in artikel 16 sub b dient een filmbijeenkomst te voldoen aan de volgende criteria:

    • a. de bijeenkomst genereert voldoende internationale belangstelling onder bestaande en nieuwe filmprofessionals in binnenland en buitenland en levert een aantoonbare bijdrage aan het Nederlands filmklimaat en/of de Nederlandse productiesector;

    • b. heeft een meerwaarde voor het bestaande aanbod van Nederlandse filmproducties in het buitenland.

  • 5 Het bestuur kan een bijdrage verlenen aan filmbijeenkomsten, zoals bedoeld onder sub a en b van artikel 16, indien sprake is van:

    • a. internationale filmbijeenkomsten gericht op kennisuitwisseling tussen ervaren filmprofessionals en het bevorderen van coproductie, en/of;

    • b. filmbijeenkomsten die de diversiteit en innovatie van de sector stimuleren; en/of

    • c. filmbijeenkomsten die de samenwerking met andere disciplines of sectoren stimuleren.

  • 6 Een aanvraag voor een bijdrage voor een filmbijeenkomst wordt uiterlijk vier weken voor aanvang van de filmbijeenkomst ingediend.

3. Training

Subsidiabele activiteit

Artikel 18

  • 1 Subsidie kan worden verleend voor deelname aan een training in het binnen- of buitenland op het gebied van productie, regie, scenario-ontwikkeling, distributie en innovatie van de filmsector.

  • 2 Een subsidie voor een training wordt uitsluitend verleend indien het een kortlopende studie van maximaal een jaar betreft, zoals een seminar, cursus, talent lab, residency of workshop die aantoonbaar betrekking heeft op de professionele Nederlandse filmpraktijk en de vakkennis en vaardigheden van de aanvrager zal vergroten.

  • 3 Het bestuur kan een bijdrage verlenen voor:

    • a. deelname aan internationale trainingen voor filmprofessionals gericht op kennisuitwisseling tussen filmprofessionals teneinde de professionalisering van projectontwikkeling, financiering en distributie van filmproducties in Nederland te bevorderen, en/of;

    • b. deelname aan trainingen in een internationale context voor beginnende en ervaren filmprofessionals, mede ondersteund door een producent en gekoppeld aan een specifieke filmproductie.

  • 4 Het bestuur kan ter versterking van de infrastructuur voor talentontwikkeling in Nederland besluiten een speciale ronde uit te schrijven op grond waarvan subsidie kan worden verleend voor het organiseren van een talent lab in Nederland of een onderdeel daarvan dat:

    • a. ruimte biedt aan beginnende en ervaren Nederlandse scenaristen, regisseurs en producenten om hun talent in internationale context te ontwikkelen, en,

    • b. aansluit op de behoeften in de sector en aanvullend is op het (inter)nationale aanbod alsmede op het reguliere aanbod van de betreffende festivals, en,

    • c. een looptijd heeft van enkele maanden tot maximaal een jaar, en,

    • d. is opgebouwd uit onderdelen waarbij verdieping van kennis of van een filmproject via workshops wordt afgewisseld met periodes van zelfstudie, ontwikkeling en presentatie- en netwerkmomenten.

    • e. gericht is op speelfilm/drama, documentaire, animatiefilm of hybride projecten en een interdisciplinaire aanpak kent, en,

    • f. gebruik maakt van en samenhang creëert tussen de platformfunctie van filmfestivals die steun ontvangen op grond van de regeling op het specifiek cultuurbeleid en festivals gericht op animatie.

Verplichtingen

Artikel 19

De ontvanger van een subsidie voor een training dient – indien van toepassing – een bewijs van inschrijving of deelname voor de training van de organiserende instelling binnen een termijn van twee weken na bekendmaking van de verlening van de subsidie te overleggen aan het Fonds.

Weigeringsgronden

Artikel 20

In aanvulling op artikel 14 van het Algemeen Reglement, wordt een aanvraag voor een subsidie afgewezen indien:

  • a. sprake is van een meerjarige opleiding; of

  • b. sprake is van een studie van een instelling, die vanuit de Nederlandse overheid reeds een tegemoetkoming ontvangt voor de kosten van studenten;

  • c. er sprake is van een dienstverband tussen de aanvrager en de werkgever binnen de filmsector waarbij de werkgever geen eigen bijdrage levert;

  • d. de aanvraag voor een subsidie aan een training later dan vier weken voor aanvang van de training wordt ingediend; of

  • e. de aanvrager in hetzelfde kalenderjaar reeds een subsidie van het Fonds voor een training heeft ontvangen en daarmee het in het Financieel & Productioneel Protocol benoemde maximum bedrag per aanvrager per jaar overschreden zou worden.

4. Publicatie & Onderzoek

Subsidiabele activiteit

Artikel 21

Subsidie kan worden verleend voor:

  • a. publicaties over filmproducties en filmmakers uit Nederland die van belang zijn voor de Nederlandse filmcultuur en die als doel hebben het stimuleren van de kennisontwikkeling en – verspreiding over en de promotie van de Nederlandse film in het binnen- en buitenland;

  • b. onderzoek dat voor de Nederlandse filmsector relevant en op de praktijk gericht is.

Vereisten publicaties

Artikel 22

Een subsidie voor publicaties wordt uitsluitend verleend indien de publicatie:

  • a. gericht is op film in Nederland en de Nederlandse film in het bijzonder, en,

  • b. gericht is op een publiek van (inter)nationale filmprofessionals en filmliefhebbers, en,

  • c. door ten minste twee partners met een gedegen financiële bijdrage en/of afnamegarantie ondersteund wordt.

5. Bijzondere bijdragen

Subsidiabele activiteit

Artikel 23

Subsidie kan worden verleend voor de uitvoering van een innovatieve filmactiviteit op het gebied van diversiteit en duurzaamheid, productie, promotie & marketing, distributie en vertoning. De activiteit dient ter versterking van de Nederlandse filmsector of heeft vanuit de relatie met Nederlandse film een bijzondere maatschappelijke impact als gevolg.

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 24

  • 1 In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

  • 2 Het bestuur kan om zwaarwegende redenen afwijken van dit reglement, voor zover dergelijke afwijkingen verenigbaar zijn met het beoordelingskader voor staatssteun aan de filmsector, zoals dat wordt gehanteerd door de Europese Commissie.

  • 3 Dit reglement met toelichting is vastgesteld door het bestuur met goedkeuring van de Raad van Toezicht op 7 september 2016.

  • 4 Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

  • 6 Op alle aanvragen die door het Fonds voor 1 januari 2017 zijn ontvangen blijft het Deelreglement Filmactiviteiten zoals dit gold tot 1 januari 2017 van toepassing.

  • 7 Dit reglement wordt aangehaald als Deelreglement Filmactiviteiten van de Stichting Nederlands Fonds voor de film.

  • 8 Dit reglement wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de website van het Nederlands Filmfonds (www.filmfonds.nl).