Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film

De Stichting Nederlands Fonds voor de Film,

gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht,

gelet op artikel 10, lid 4, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,

gelet op artikel 2 van het Algemeen Reglement,

besluit:

Algemeen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • A filmtheater: een groot filmtheater zoals bedoeld in het jaarboek van de Nederlandse Vereniging van Bioscoopexploitanten en de Filmdistributeurs Nederland;

  • arthouse film: een speelfilm waarbij de nadruk op de artistieke kwaliteit ligt en het eindresultaat dusdanig eigenzinnig en bijzonder is dat dit nationaal en/of internationaal herkend en gewaardeerd wordt;

  • bestuur: de directeur/bestuurder van het Fonds;

  • Benelux: het territorium van België, Nederland en Luxemburg;

  • bioscoopexploitant: de rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de exploitatie van één of meer bioscopen in Nederland;

  • bioscoopuitbreng: de landelijke distributie van een filmproductie, die na de première met een dagelijkse vertoning gedurende meerdere weken en in meerdere bioscopen en/of filmtheaters (in Nederland) voor een betalend publiek wordt uitgebracht;

  • buitenlandse distributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de uitbreng en exploitatie van filmproducties via de bioscoop en andere distributiekanalen in het buitenland;

  • crossmediaal marketing & distributieplan: een gedetailleerd plan van alle activiteiten op het gebied van marketing en distributie, waarbij gebruik gemaakt wordt van alle mogelijke vormen van promotie, publiciteit en (social) media, ten behoeve van de bioscoopuitbreng en verdere exploitatie van de filmproductie;

  • cross trailering: de plaatsing van de trailer voor vergelijkbare filmproducties die vooraf aan de bioscoopuitbreng in de bioscopen of filmtheaters draaien;

  • DCP: (digital cinema package) de digitaal opgeslagen kopie van de filmprint, die in een bioscoop kan worden vertoond;

  • distributie: de professionele uitbreng en exploitatie van filmproducties;

  • documentaire: een non-fictie filmproductie geschikt voor bioscoopvertoning die een aspect van de werkelijkheid belicht waarbij de eigen visie van de regisseur wordt vormgegeven met creatieve gebruikmaking van filmische middelen in een persoonlijke stijl;

  • dubbing: het proces van opname en bewerking van het geluid van een reeds van M&E tracks voorziene filmproductie waarbij de oorspronkelijke stemmen van de acteurs of karakters worden vervangen;

  • encoderingkosten: digitale omzetting van een filmproductie ten behoeve van een digitale bioscoopuitbreng;

  • estimates: verwachtingen van de bruto en netto inkomsten afkomstig uit alle vormen van exploitatie in een laag (low), gemiddeld (medium) en hoog (high) exploitatiemodel met daarin tevens opgenomen VOD en/of andere digitale distributie en de bezoekersprognose en aantal verkochte eenheden DVD en BluRay in de verschillende exploitatiemodellen;

  • filmdistributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de uitbreng en exploitatie van filmproducties in de Nederlandse bioscoop en via andere distributiekanalen. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;

  • filmprint: het negatief van de filmproductie c.q. de definitieve (digitale) eindversie waarvan later (digitale) kopieën worden gemaakt;

  • filmproductie: een cinematografisch werk;

  • filmtheater: een bioscoop die zich onderscheid door een divers aanbod waarin prioriteit wordt gegeven aan de arthouse film;

  • het Fonds: Stichting Nederlands Fonds voor de Film;

  • internationale sales: de internationale verkoop van licenties op filmrechten van filmproducties;

  • jeugdfilm: een speelfilm voor kinderen en/of jongeren;

  • korte filmproductie: een filmproductie met een maximale lengte van 10 minuten;

  • marketing & promotie: activiteiten die zijn gericht op het maximaliseren van het publieksbereik en een heldere positionering van de filmproductie aansluitend op de doelgroep en onder meer bestaan uit het opstellen en uitvoeren van een op de filmproductie toegesneden marketing en distributieplan met uitwerking van de plaats van uitbreng, het opstellen en uitvoeren van een media en publiciteitsplan, de promotie, het opzetten en uitvoeren van eventuele merchandising en het vaststellen van de prijsstrategie.

  • mainstream film: een speelfilm waarbij de nadruk ligt op de publiekspotentie, dat wil zeggen de grootte van het publieksbereik in samenhang met de beoogde exploitatieresultaten;

  • minimum garantie: een voorschot op exploitatieopbrengsten dat geïnvesteerd wordt in de realisering of aankoop van een filmproductie en niet terugvorderbaar, maar verrekenbaar is met opbrengsten die een filmproductie kan genereren door vertoning in bioscopen en verdere exploitatie in de ruimste zin des woords;

  • minoritaire coproductie: een in de Nederlandse bioscoop en/of filmtheaters uit te brengen (internationale) filmproductie, waarvoor de Nederlandse producent in beperkte mate beslissingsbevoegd en verantwoordelijk is en die een minderheid van de financiering van de filmproductie bijeen heeft gebracht;

  • M&E: de audiolagen van een filmproductie waarbij de dialogen gescheiden zijn van muziek en effecten;

  • non theatrical release: alle mogelijke vormen van distributie van een filmproductie, uitgezonderd die via scopen en filmtheaters, waaronder in ieder geval wordt begrepen de distributie op DVD en Blu ray, via televisie, Video On Demand, pay per view- en online distributiekanalen;

  • on demand: digitale toepassingen die de gebruiker, per filmtitel of in de vorm van een abonnement in de gelegenheid stelt om, op het moment dat hij het wil filmproducties te bekijken;

  • openbaarmaking: het aan het publiek bekend maken middels vertoning van de filmproductie;

  • picture lock: de definitief vastgestelde montageversie van de filmproductie, op basis waarvan de verdere nabewerking plaatsvindt;

  • press kit: promotioneel materiaal over de filmproductie ten behoeve van de internationale pers- en promotionele activiteiten;

  • printkosten: de kosten voor het verveelvoudigen van de filmprint en/of vervaardigen van een DCP voor vertoning van de filmproductie;

  • prints & advertising (P&A): de directe kosten na de fase van realisering die samenhangen met de bioscoopuitbreng en promotie van de voor vertoning gereed zijnde filmproductie, inclusief VPF en de kosten van de uitbrengkopieën (printkosten/DCP);

  • producent: de natuurlijke persoon die de productiemaatschappij rechtsgeldig vertegenwoordigt en binnen de organisatie van de productiemaatschappij beleidsmatig, bedrijfsmatig en inhoudelijk eindverantwoordelijk is;

  • productiekosten: de kosten gemoeid met de realisering van een filmproductie;

  • productiemaatschappij: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de productie en exploitatie van filmproducties en andere audiovisuele mediaproducties. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;

  • publicist: een persoon, die zich richt op de (inter)nationale promotie van en communicatie over een filmproductie;

  • sales agent: een internationaal opererende en in film gespecialiseerde verkooporganisatie die de film namens de productiemaatschappij verkoopt aan omroepen, distributeurs en exploitanten in het buitenland;

  • slate funding: de financiering van een pakket van projecten;

  • speelfilm: een filmproductie in het genre fictie met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten, dieprimair bestemd is voor bioscoopuitbreng;

  • SWOT analyse: een analyse van de sterktes, zwaktes, reële kansen en bedreigingen ten aanzien van de uitbreng van de filmproductie;

  • theatrical release: de distributie van de filmproductie in de bioscoop of filmtheater;

  • VPF: de virtual print fee is een bedrag dat een filmdistributeur bijdraagt per DCP voor de uitbreng in de bioscoop of het filmtheater;

  • wereldtaal: een taal die in grote delen van de wereld als communicatiemiddel wordt gebruikt.

Artikel 2. Toepasselijkheid reglementen

  • 1 Dit deelreglement is van toepassing op financiële bijdragen die het bestuur verstrekt voor de distributie en daarmee samenhangende marketing & promotie van Nederlandse filmproducties waaronder minoritaire coproducties, internationale festivalselectie en voor de distributie en daarmee samenhangende marketing & promotie van buitenlandse arthouse films waaronder in dit deelreglement ook buitenlandse jeugdfilms en buitenlandse documentaires worden verstaan.

  • 2 Het Algemeen Reglement is van toepassing naast en in aanvulling op dit deelreglement

Artikel 3. Subsidiesoorten

  • 1 Het bestuur hanteert de volgende subsidiesoorten:

    • a.) projectsubsidies

    • b.) slate funding

  • 2 Het bestuur verstrekt projectsubsidies in het kader van deze regeling.

  • 3 Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan het bestuur slate funding verstrekken ten behoeve van de theatrical en non-theatrical release van buitenlandse arthouse films.

Artikel 4. Slate funding

  • 1 Het bestuur kan een aanvraagronde uitschrijven met betrekking tot slatefundingten behoeve van de theatrical en non-theatrical release van buitenlandse arthouse films. De slate funding wordt voor een periode van twee jaar verstrekt. Het bestuur maakt deze aanvraagronde en de daaraan verbonden voorwaarden alsmede de termijnen waarbinnen hierop kan worden ingeschreven, bekend op de website van het Fonds: www.filmfonds.nl.

  • 2 Het bestuur stelt per aanvraagronde het subsidieplafond voor slate funding vast.

Artikel 5. Aanvrager

  • 1 Een aanvraag in de zin van dit reglement wordt gedaan door een filmdistributeur.

  • 2 In uitzondering op het eerste lid kan een aanvraag voor de bioscoopuitbreng in Nederland van een Nederlandse filmproductie ook worden gedaan door een productiemaatschappij vertegenwoordigd door een producent mits de landelijke theatrical en non theatrical release aantoonbaar is gegarandeerd en in samenwerking geschiedt met een filmmarketing- of –publiciteitsbureau of filmdistributeur.

  • 3 Een aanvraag voor slate fundingvoor buitenlandse arthouse films wordt gedaan door een filmdistributeur die gedurende de voorliggende vier kalenderjaren of langer op continue basis overwegend buitenlandse arthouse films uitbrengt.

  • 4 En uitzondering op het eerste lid kan ter stimulering van de internationale distributie van een Nederlandse filmproductie (artikelen 15 tot en met 17) een aanvraag worden gedaan door een salesagent.

  • 5 Een aanvraag voor een bijdrage in de kosten bij internationale festivalselectie van een filmproductie wordt gedaan door een productiemaatschappij vertegenwoordigd door een producent.

Artikel 6. Aanvraag

  • 1 Een aanvraag wordt digitaal ingediend, waarbij een schriftelijke, door de aanvrager ondertekende, kopie van deze digitale aanvraag aan het Fonds wordt overgelegd.

  • 2 De aanvrager overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert, al dan niet door middel van een licentie, over de voor subsidieverlening noodzakelijke vertoningsrechten op de filmproductie(s) te beschikken.

Artikel 7. Subsidievorm

  • 1 De subsidie die op grond van dit deelreglement wordt verstrekt, wordt, met uitzondering van de subsidie die op grond van artikelen 8 en 13 wordt verstrekt, uit inkomsten die worden verkregen uit exploitatie van de filmproductie terugbetaald.

  • 2 Aan de subsidie voor distributie verbindt het bestuur nadere voorwaarden.

Bijzondere bepalingen

1. Nederlandse filmproductie

§ 1.1. Distributie in Nederland

Artikel 8. Subsidiabele activiteit

  • 1 Nederlandse filmproducties en minoritaire coproducties, met de nadruk op arthouse films en documentaires, die tot stand zijn gekomen met een realiseringsbijdrage op grond van het Deelreglement Realisering van het Fonds, komen in aanmerking voor een financiële bijdrage ter tegemoetkoming in de kosten voor marketing & promotie, prints & advertising zoals opgenomen in de lijstsubsidiabele kosten marketing, prints & advertising. en vastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds.

  • 2 Een bijdrage in de vorm van een minimum garantie of een andersoortige bijdrage van de filmdistributeur in de productiekosten van de filmproductie wordt niet gerekend tot de subsidiabele kosten voor marketing & promotie, prints & advertising. Binnen de kaders van het Financieel & Productioneel Protocol kan een deel van de bijdrage bestemd worden voor interne- of overheadkosten van de aanvrager.

  • 3 Het bestuur kan een bijdrage verlenen voor de bioscoopuitbreng van een korte filmproductie van maximaal 10 minuten die tot stand is gekomen met een realiseringsbijdrage van het Fonds, die vertoond wordt als voorfilm bij een hoofdfilm met een bioscoopuitbreng. Deze bijdrage bestaat uitsluitend uit een vergoeding van de printkosten of encoderingkosten.

Artikel 9. Vereisten aanvraag

  • 1 Aanvragen voor een financiële bijdrage, zoals bedoeld in artikel 8, kunnen worden ingediend vanaf het moment dat de subsidie voor realisering op grond van het Deelreglement Realisering door het Fonds aan de filmproductie is verleend, tot uiterlijk zes weken voor aanvang van de theatrical en non theatrical release waarvoor een financiële bijdrage wordt aangevraagd.

  • 2 Bij de aanvraag voor projectsubsidie wordt een door de aanvrager opgesteld crossmediaal marketing- en distributieplan met bijbehorende marketing- & distributiebegroting en garanties overgelegd, dat gericht dient te zijn op het behalen van een optimaal publieksbereik via een theatrical en non theatrical release.

  • 3 De aanvrager overlegt bij de aanvraag een verklaring waarin hij garandeert dat zijn financiële positie, en dan met name de relatie tussen beschikbare middelen en aangegane verplichtingen voorafgaand aan de aanvraag, geen negatieve ontwikkeling heeft gehad die bedreigend is geweest voor de stabiliteit en solvabiliteit van de aanvrager en, naar reële verwachting, deze ook niet zal krijgen.

Artikel 10. beoordelingscriterium

Voor een toekenning dient het cross mediaal marketing- en distributieplan met bijbehorende marketing- & distributiebegroting en onderliggende garanties omtrent de theatrical en non theatrical release van zodanige kwaliteit te zijn, dat naar het oordeel van het bestuur sprake is van een haalbare, doordachte en realistische publieksbenadering op basis waarvan de filmproductie nationaal en/of internationaal een optimaal bereik zal hebben.

Artikel 11. Verplichtingen

Aan de verlening van een financiële bijdrage kunnen de volgende verplichtingen worden verbonden:

  • a. er dient aantoonbaar sprake te zijn van een gedegen distributie in de vorm van een optimale landelijke theatrical releaseen non-theatrical release;

  • b. de distributie dient aan te vangen binnen 24 maanden na de start van de filmproductie;

  • c. er dient een window aangehouden te worden van minimaal 6 maanden voor documentaires en 18 maanden voor speelfilms en lange animatiefilms tussen de theatrical en non-theatrical release enerzijds en televisievertoning op het open net anderzijds;

  • d. een deel van de begrote kosten voor marketing, prints & advertising dient aantoonbaar door de aanvrager te worden gefinancierd.

Artikel 12. Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 14 van het Algemeen Reglement wordt een aanvraag voor een financiële bijdrage afgewezen indien sprake is van een filmproductie:

  • a. met een productiebudget van meer dan 2 miljoen euro;

  • b. waarvoor een realiseringssubsidie is verleend op grond van het Deelreglement Suppletie;

  • c. waarvoor een subsidie is verleend in het kader van het samenwerkingsproject Telescoop;

  • d. waarvoor uitsluitend een bijdrage op grond van het Reglement Stimuleringsmaatregel Filmproductie in Nederland is verleend;

  • e. met een budget voor prints & advertising van meer dan € 150.000,–;

  • f. waarvoor geen crossmediaal marketing- & distributieplan en/of marketing- & distributiebegroting is opgeleverd die voldoen aan de eisen van het Fonds;

  • g. waarvoor geen garanties voor theatrical of non-theatrical release gegeven worden;

  • h. die is afgewezen voor op grond van het Deelreglement Realisering.

§ 1.2. Internationale festivalselectie

Artikel 13. subsidiabele activiteit

In afwijking van artikel 10, onderdeel g, van het Algemeen Reglement, kan een eenmalige subsidie worden verleend ter tegemoetkoming in de eerder gemaakte kosten van internationale reis- en verblijfkosten van de hoofdproducent indien de filmproductie met een realiseringsbijdrage van het Fonds tot stand is gekomen en is geselecteerd voor een of meerdere toonaangevende internationale festivals, zoals opgenomen in de lijst internationale filmfestivalsvan het Fonds die is vastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds (www.filmfonds.nl) en voor zover deze kosten niet reeds door het Fonds, het EYE Filminstituut of derden worden vergoed. Ook minoritaire Nederlandse coproducties komen hiervoor in aanmerking zij het dat het daarbij gaat om de internationale reis- en verblijfkosten van de betreffende Nederlandse minoritaire coproducent.

Artikel 14. Vereisten aanvraag

De aanvrager dient uiterlijk drie maanden na vertoning op het festival aan te tonen voor welk toonaangevend internationaal filmfestival de filmproductie geselecteerd is c.q. was en de aanvraag in te dienen.

§ 1.3. Internationale distributie

Artikel 15. Subsidiabele activiteit

  • 1 In de bioscoop uitgebrachte Nederlandse majoritaire filmproducties in de categorieën speelfilm en documentaire die met een bijdrage op grond van het Deelreglement Realisering van het Fonds tot stand zijn gekomen, kunnen in aanmerking komen voor een financiële bijdrage voor internationale distributie indien:

    • er sprake is van een beperkt productiebudget; en/of

    • de filmproductie geselecteerd is voor een toonaangevend internationaal festival zoals opgenomen in de lijstinternationale filmfestivalsvastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocolvan het Fonds (www.filmfonds.nl).

  • 2 Voor de internationale distributie via de bioscoop kan een financiële bijdrage van het Fonds worden aangevraagd ter tegemoetkoming in de kosten voor:

    • a) de uitbreng van speelfilms en documentaires in bioscopen buiten de Benelux; en/of

    • b) de dubbing van kinder- en jeugdfilms ten behoeve van de verdere distributie buiten de Benelux;

    voor zover deze kosten niet reeds door het Fonds, Creative Europe of buitenlandse fondsen of financiers vergoed worden of onder de bestaande coproductieafspraken vallen. De hoogte van de bijdrage wordt door het Fonds per geval bepaald.

  • 3 Het Fonds geeft binnen de beperkte budgettaire kaders prioriteit aan:

    • distributie in Europa en in landen waarmee Nederland coproductieverdragen heeft gesloten;

    • distributie met ondertiteling of dubbing in een van de wereldtalen.

  • 4 De definitieve bijdrage van het Fonds ten behoeve van de uitbreng in bioscopen in het buitenland en/of de kosten voor dubbing zoals bedoeld in het tweede lid wordt bepaald aan de hand van de oplevering van de afrekening en nota’s in het Engels en, in geval van buitenlandse bioscoopuitbreng, een bewijs van bioscoopuitbreng en behaalde resultaten door de buitenlandse distributeur. Kosten samenhangend met de minimum garantie van de distributeur of salesagent, belastingen of kosten voor afwerking en het maken van een M&E track komen niet in aanmerking voor een bijdrage.

Artikel 16. Vereisten aanvraag

  • 1 Aanvragen kunnen vanaf het moment dat er een uitvoeringsovereenkomst ter uitwerking van de realiseringssubsidie van het Fonds voor de speelfilm of documentaire is afgesloten tot uiterlijk zes weken voor de aanvang van de betreffende internationale distributie worden ingediend.

  • 2 De filmproductie moet met minstens 5 (DCP) kopieën in theatrical release gaan in het desbetreffende land, met uitzondering van documentaires waarvoor een minimum van 3 (DCP) geldt.

  • 3 De majoritaire Nederlandse producent dient de aanvraag schriftelijk te ondersteunen.

  • 4 De aanvrager dient in de aanvraag een gedegen onderbouwing te geven van de noodzaak van de kosten die met de internationale distributie gemoeid zijn. Dat houdt in ieder geval in dat de aanvrager (salesagent) naast een overeenkomst met de producent en een overeenkomst met de buitenlandse distributeur, een distributieplan overlegt met het bijbehorend financieringsplan en marketing- & distributiebegroting voor de uitbreng in de bioscoop en/of voor dubbing.

  • 5 De aanvrager dan wel betrokken buitenlandse distributeur matchen minimaal 50% van de totale kosten voor dubbing dan wel, in het geval van een buitenlandse bioscoopuitbreng 50% van de kosten voor prints & advertising.

Artikel 17. Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 14 van het Algemeen Reglement, wordt een aanvraag zoals bedoeld in artikel 15 voor een financiële bijdrage afgewezen indien sprake is van een:

  • a. speelfilm met een productiebudget van meer dan 3 miljoen euro;

  • b. documentaire met een productiebudget van meer dan 600.000 euro;

  • c. filmproductie die een minoritaire coproductie betreft;

  • d. filmproductie waarvan de internationale distributierechten niet binnen een periode van 12 maanden na de eerste openbaarmaking verkocht zijn;

2. Buitenlandse filmproductie

§ 2.1. Bioscoopuitbreng Buitenlandse arthouse film in Nederland

Artikel 18. Subsidiabele activiteit

Een aanvraag kan worden gedaan voor een financiële bijdrage in de vorm van slatefunding ten behoeve van de aankoop van buitenlandse arthouse films waaronder minoritaire Nederlandse coproducties ten behoeve van de Nederlandse theatrical en non-theatrical release en bijbehorende kosten voor marketing & promotie, prints & advertising. Een slate bestaat uit tenminste vijf filmproducties.

Artikel 19. Subsidieplafond

  • 1 Het bestuur stelt per aanvraagronde in ieder geval het subsidieplafond vast met betrekking tot de financiële bijdrage zoals bedoeld in artikel 18.

  • 2 In afwijking van artikel 5 van het Algemeen Reglement wordt een aanvraag beoordeeld aan de hand van de criteria en het daaraan gekoppelde puntensysteem in de bijlage van dit deelreglement.

  • 3 Als een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen die positief zijn beoordeeld te honoreren, komen slechts die aanvragen voor een financiële bijdrage in aanmerking die volgens de puntentelling in de bijlage in een aanvraagronde de meeste punten hebben behaald.

Artikel 20. Beoordelingscriteria en vereisten

  • 1 Een aanvraag voor slatefunding ten behoeve van de aankoop (minimum garantie) van buitenlandse arthouse films zoals bedoeld in artikel 18 wordt beoordeeld op basis van de staat van dienst van de filmdistributeur, de motivatie bij de aanvraag en de bij de aanvraag meegeleverde bedrijfsvisie.

  • 2 De staat van dienst van de filmdistributeur wordt beoordeeld op grond van de behaalde resultaten van de filmdistributeur over de afgelopen vier jaar aan de hand van de criteria en daaraan gekoppelde puntentelling in de bijlage van dit deelreglement.

  • 3 Uit de motivatie bij de aanvraag en bedrijfsvisie van de distributeur moet in ieder geval blijken dat de filmdistributeur een goed onderbouwd businessplan heeft met een plan van aanpak om de komende jaren buitenlandse arthouse films aan te kopen en uit te brengen die kwalificeren binnen het kader waarvoor het Fonds slatefunding beschikbaar stelt.

  • 4 Een filmdistributeur kan slechts voor een financiële bijdrage in aanmerking komen, voor zover:

    • a.) diens motivatie bij de aanvraag en bedrijfsvisie voldoen aan de eisen die het Fonds daaraan stelt, en

    • b.) met door hem in Nederland uitgebrachte buitenlandse arthouse films – met een maximum van 15 titels – aan de hand van de puntentelling, bedoeld in het tweede lid, tenminste 50 punten in de afgelopen vier jaar zijn behaald, en

    • c.) met de arthouse films, bedoeld onder b, gemiddeld goede bezoekersresultaten zijn behaald.

Artikel 21. Vereisten slatefunding

  • 1 De aanvrager dient de financiële bijdrage van het Fonds aantoonbaar in de aankoop van nieuwe buitenlandse arthouse films te investeren. Daarbij geldt dat de filmproductie:

    • a. een maximum productiebudget van € 5 miljoen heeft; en

    • b. in het jaar van aankoop geselecteerd is voor één of meerdere toonaangevende internationale festivals, zoals opgenomen in de lijst internationale filmfestivalsvastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds (www.filmfonds.nl); of

    • c. als minoritaire Nederlandse coproductie is ondersteund met een bijdrage op grond van het deelreglement realisering van het Fonds.

  • 2 De filmproducties moeten binnen 18 maanden na subsidieverlening zijn aangekocht en binnen 24 maanden na subsidieverlening een landelijke theatrical release krijgen in minimaal 6 bioscopen en/of filmtheaters alsmede een gedegen non theatrical release.

  • 3 De MG die betaald wordt voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten per aangekochte filmproductie is minimaal € 7.500,–.

  • 4 Indien de financiële bijdrage van het Fonds de totale kosten aan MG’s overstijgt, kan de filmdistributeur eventueel de resterende middelen besteden aan marketing & promotiekosten van de betreffende filmproductie. In dat geval mag het aandeel in de financiering uit de fondsbijdrage niet hoger zijn dan 50% van de totale marketing & promotiekosten van de filmproducties. Daarnaast dient van de totale bijdrage die voor slatefunding wordt verstrekt minimaal de helft aan MG’s besteed te worden voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten.

  • 5 Een filmproductie die is verkregen via een zogenaamde sublicentie komt niet in aanmerking evenals een filmproductie die reeds een distributiebijdrage heeft ontvangen van Creative Europe, Eurimages of in het kader van een nationale distributieregeling;

  • 6 Als de MG naast Nederland ook de rechten voor de Benelux betreft, wordt het MG-bedrag toegerekend in de verdeling 2/3 Nederland, 1/3 België en Luxemburg.

§ 3. Bijzondere distributie

Artikel 22. Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verleend voor bijzondere innovatieve distributieactiviteiten ter versterking van de marketing & promotie en distributie van Nederlandse arthouse films en documentaires en voor buitenlandse arthouse films gericht op jeugd en kinderen in het bijzonder en versterking van een divers distributie en vertoningsklimaat in Nederland in het algemeen. Activiteiten met een duurzame impact krijgen prioriteit.

Slotbepalingen

Artikel 23

  • 1. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

  • 2. Het bestuur kan om zwaarwegende redenen afwijken van dit reglement, voor zover dergelijke afwijkingen verenigbaar zijn met het beoordelingskader voor staatssteun aan de filmsector, zoals dat wordt gehanteerd door de Europese Commissie.

  • 3. Dit reglement is vastgesteld door het bestuur met goedkeuring van de Raad van Toezicht op 7 september 2016.

  • 4. Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2017

  • 5. Het Deelreglement Distributie, geldend vanaf 1 januari 2015.is per 1 januari 2017 ingetrokken.

  • 6. Op alle aanvragen die door het Fonds voor 1 januari 2017 zijn ontvangen blijft het Deelreglement zoals dit gold tot 1 januari 2017 van toepassing.

  • 7. Dit reglement wordt aangehaald als Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film.

  • 8. Dit reglement wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de website van het Nederlands Fonds voor de Film (www.filmfonds.nl).

Bijlage Puntensysteem Buitenlandse arthouse film in Nederland

In het kader van de beoordeling van de aanvraag wordt mede gekeken naar eerder door de aanvrager uitgebrachte buitenlandse arthouse films. Alleen filmproducties met een maximum productiebudget van 5 miljoen euro worden in de beoordeling meegenomen. Om in aanmerking te komen voor slate funding dient de aanvrager minimaal 50 punten te behalen. Iedere film dient aan minimaal 4 punten te voldoen:

A. Vertoning op festivals

1 punt

Selectie voor één of meerdere toonaangevende internationale festivals, zoals opgenomen in de lijst internationale filmfestivals vastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds (www.filmfonds.nl)

 
   
B. Minoritaire coproductie

2 punten

De filmproductie is als minoritaire Nederlandse coproductie ondersteund met een bijdrage op grond van het deelreglement realisering van het Fonds.

 
   
C. Het land van herkomst  

1. Engeland, Frankrijk, Italië, Spanje, Duitsland, Verenigde Staten1 punt

1 punt

2. Oostenrijk, België, Denemarken, Griekenland, Noorwegen, Polen, Portugal, Zweden, Canada, Australië, Rusland, Turkije, Ierland

2 punten

3. Bulgarije, Cyprus, Tsjechië, Estland, Finland, Hongarije, IJsland Roemenië, Litouwen, Luxemburg, Malta, Slowakije en Slovenië

3 punten

Tot deze laatste landen worden eveneens alle andere niet-genoemde Europese landen gerekend die geen deel uitmaken van de EU.

 

4. Landen uit Azië, Afrika, Latijns-Amerika

4 punten

   
D. Het trackrecord van de regisseur  

1. internationaal debuterende regisseurs (eerste of tweede film)

3 punten

2. voor Nederland debuterende regisseurs (eerste of tweede film)2 punten

 

3. erkende regisseurs met een internationale staat van dienst

1 punt