Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Commissie onderzoek naar geweld in de jeugdzorg en jeugdhulp[Regeling vervalt per 01-10-2018.]

Geldend van 26-11-2016 t/m heden

Besluit van de Minister van Veiligheid en Justitie en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 31 oktober 2016, nr. 2001972, houdende instelling van de Commissie Onderzoek naar geweld in de jeugdzorg en jeugdhulp (Instellingsbesluit Commissie onderzoek naar geweld in de jeugdzorg en jeugdhulp)

De Minister van Veiligheid en Justitie en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluiten:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. de ministers: de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • b. de commissie: de commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2. Instelling

Er is een Commissie Onderzoek naar geweld in de jeugdzorg en jeugdhulp.

Artikel 3. Taak

  • 1 De commissie heeft tot taak onderzoek te doen naar:

    • a. het fysiek en psychisch geweld dat zich tussen 5 mei 1945 en heden heeft voorgedaan jegens minderjarigen die onder verantwoordelijkheid van de overheid zijn geplaatst in (rijks)instellingen en in pleeggezinnen, minderjarigen die krachtens een rechterlijke machtiging zijn geplaatst in een ggz-instelling en minderjarige vreemdelingen die onder voogdij zijn gesteld van een voogdij instelling en geplaatst zijn in een pleeggezin of opvang van overheidswege;

    • b. het fysiek en psychisch geweld dat zich tussen 5 mei 1945 en heden heeft voorgedaan in een afgebakende groep internaten voor doven en blinden, waarover tijdens het vooronderzoek signalen zijn ontvangen, jegens de daar geplaatste minderjarigen;

    • c. de context waarbinnen het geweld als bedoeld onder a en b heeft plaatsgevonden en de mechanismen die bij dit geweld een rol speelden, alsook de mogelijkheden om melding te maken van het zich voordoen ervan;

    • d. de bekendheid bij de overheid van signalen over het zich voordoen van geweld als bedoeld onder a en b en de wijze waarop de overheid op deze signalen heeft gereageerd;

    • e. het gewenste aanbod aan hulpverlening voor in de kinderjaren mishandelde en misbruikte volwassenen en of daaraan afgemeten het huidige aanbod adequaat is.

  • 2 De commissie heeft tot taak om op basis van het onderzoek een algemeen beeld te schetsen van wat slachtoffers van geweld als bedoeld in het eerste lid onder a en b is aangedaan.

Artikel 4. Samenstelling, benoeming en ontslag

  • 1 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zeven andere leden.

  • 2 De voorzitter en de andere leden worden door de ministers benoemd.

  • 3 De voorzitter en de andere leden worden benoemd op grond van de deskundigheid die nodig is voor een goede vervulling van de in artikel 3 genoemde taak.

  • 4 De voorzitter en de andere leden worden op eigen verzoek door de ministers tussentijds ontslagen.

  • 5 De voorzitter en de andere leden kunnen voorts door de ministers worden ontslagen.

  • 6 Nieuwe leden worden, op aanbeveling van de voorzitter, door de ministers benoemd.

Artikel 5. Instellingsduur

De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 juli 2016 en wordt opgeheven per 1 oktober 2018.

Artikel 6. Leden

  • 1 Met ingang van 1 juli 2016 wordt tot 1 oktober 2018 tot lid van de commissie benoemd:

    • a. prof. dr. M. de Winter, tevens voorzitter, wonende te Groenekan;

    • b. prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld, wonende te Oegstgeest;

    • c. prof. mr. drs. M.R. Bruning, wonende te Amstelveen;

    • d. prof. dr. J.J.H. Dekker, wonende te Zwolle;

    • e. dr. G.T.M. Mooren, wonende te Overveen;

    • f. prof. dr. C.H.C.J. van Nijnatten, wonende te Utrecht;

    • g. prof. dr. N.W. Slot, wonende Amsterdam.

Artikel 7. Werkwijze

De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

Artikel 8. Inwinnen van inlichtingen

  • 1 De leden van de commissie zijn, na overleg met de voorzitter, bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.

  • 2 De commissie stelt een privacyreglement op.

Artikel 9. Secretariaat

  • 1 De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

  • 2 Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn werkzaamheden verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.

  • 3 De ministers dragen, na overleg met de commissie, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie.

  • 4 In het secretariaat wordt voorzien door de ministers.

Artikel 10. Rapport

  • 1 De commissie brengt vóór 1 oktober 2018 een rapport uit aan de ministers.

  • 2 Indien de commissie daartoe aanleiding ziet, doet zij tussentijds verslag van haar werkzaamheden aan de ministers.

Artikel 11. Kosten

  • 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de ministers.

  • 2 Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en;

    • c. de kosten voor publicatie van het rapport.

  • 3 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de ministers aan, rekening houdend met artikel 10 lid 1 en de aangegeven budgettaire kaders.

Artikel 12. Vergoeding

De voorzitter en de andere leden voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen een vaste vergoeding per maand, gebaseerd op salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter is 12/36 en voor de andere leden 6/36.

Artikel 13. Archivering

  • 1 De ministers stellen de archiefbescheiden van de Commissie Vooronderzoek naar geweld in de jeugdzorg ter beschikking aan de commissie.

  • 2 De archiefbescheiden van de commissie worden na het beëindigen van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Artikel 14. Inwerkingtreding

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2016.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 oktober 2018.

Artikel 15. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie onderzoek naar geweld in de jeugdzorg en jeugdhulp.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Veiligheid en Justitie,

G.A. van der Steur

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M.J. van Rijn