Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA

Geldend van 23-11-2016 t/m heden

Regeling van de Minister van Economische Zaken en de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 13 november 2016, nr. WJZ / 16160943, houdende vaststelling van de vaartoelage, regels omtrent de afbouw van verlofaanspraken en vaststelling van enige andere vaste vergoedingen en toeslagen voor medewerkers van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA)

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. ARAR: het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

  • b. BBRA ‘84: het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;

  • c. de minister: de Minister van Economische Zaken;

  • d. medewerker: de medewerker van de NVWA die op grond van het ARAR in tijdelijke dienst of in vaste dienst is aangesteld;

  • e. ambulante medewerker: de medewerker wiens functie is opgenomen in bijlage 1;

  • f. NVWA: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • g. oude regeling: de regeling die is vastgelegd in het directieraadbesluit van de Algemene Inspectiedienst van 10 augustus 1999, arbeidsvoorwaarden VIPOL;

  • h. controleschip: schip waarop toezichthoudende werkzaamheden voor of namens de NVWA worden verricht;

  • i. roosterdienst: het rooster als bedoeld in artikel 3 van de Werktijdenregeling Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • j. retribueerbaar werk: werkzaamheden die de NVWA op aanvraag van het bedrijfsleven verricht en waarvoor zij een retributie in rekening brengt.

Artikel 2

  • 1 De medewerker die langer dan 24 uur achtereen op zee aan boord is van een controleschip voor de NVWA, ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden voor de NVWA, heeft aanspraak op een vaartoelage.

  • 2 De vaartoelage bedraagt € 70,– bruto voor elke dag aan boord van een controleschip. Dit bedrag wordt met hetzelfde percentage verhoogd of verlaagd, als het percentage waarmee het salaris van het burgerlijk rijkspersoneel algemeen wordt aangepast, zulks met ingang van de dag waarop die wijziging van het salaris van kracht wordt.

Artikel 3

  • 2 De medewerker die gedurende maximaal vijf opeenvolgende dagen aan boord van een controleschip dienst verricht, ontvangt voor iedere dag aan boord twee uur verlof.

  • 3 De medewerker die gedurende meer dan vijf achtereenvolgende dagen aan boord van een controleschip dienst verricht, ontvangt voor iedere dag aan boord drie uur verlof.

  • 4 Het compensatieverlof als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Werktijdenregeling NVWA wordt zo mogelijk aansluitend aan het einde van de dienst binnen een periode van vier weken na het ontstaan daarvan, planmatig opgenomen.

Artikel 4

  • 1 De medewerker, bedoeld in artikel 2, die in minimaal twee van de kalenderjaren 2009, 2010 of 2011 minimaal vier weken per kalenderjaar dienst heeft verricht aan boord van een controleschip, heeft aanspraak op een aflopende toelage.

  • 2 De aflopende toelage, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een percentage van het positieve verschil tussen de aanspraak van de medewerker op verlof op grond van de oude regeling en de aanspraak op verlof op grond van artikel 3 per reis aan boord van een controleschip, vermenigvuldigd met het voor de medewerker geldende salaris per uur, bedoeld in artikel 2, onder b, BBRA ’84. De aflopende toelage wordt jaarlijks berekend en uitgekeerd, overeenkomstig bijlage 2.

  • 3 Het percentage, bedoeld in het tweede lid, bedraagt:

    • a. gedurende het eerste, tweede, derde en vierde jaar: 100%;

    • b. het vijfde en zesde jaar: 90%;

    • c. het zevende, achtste, negende en tiende jaar: 80%.

Artikel 5

  • 1 De medewerker, bedoeld in artikel 2, heeft na afloop van de aflopende toelage, bedoeld in artikel 4, aanspraak op een aansluitende toelage gedurende zijn dienstverband bij de NVWA.

Artikel 6

  • 1 De medewerker, werkzaam in roosterdienst, van wie de dienst aanvangt voor 06.00 uur, heeft aanspraak op een vergoeding voor een ontbijt indien hij daarvoor kosten heeft gemaakt in een daarvoor bestemde gelegenheid. Deze vergoeding is gelijk aan het bedrag, genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van de Reisregeling binnenland.

  • 2 De medewerker, werkzaam in roosterdienst, van wie de dienst eindigt na 20.00 uur heeft aanspraak op een vergoeding voor een avondmaaltijd indien hij daarvoor kosten heeft gemaakt in een daarvoor bestemde gelegenheid. Deze vergoeding is gelijk aan het bedrag, genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de Reisregeling binnenland.

Artikel 7

  • 1 De medewerker die als gevolg van het plaats- en tijdonafhankelijk werken in het belang van de NVWA regelmatig thuis werkzaamheden verricht, heeft aanspraak op een vaste kostenvergoeding per maand van € 15,– netto.

Artikel 8

De bij de divisie Veterinair & Import van de NVWA werkzame, niet-leidinggevende medewerker met salarisschaal 11 of hoger, die retribueerbaar werk heeft verricht, heeft aanspraak op een eenmalige toeslag als bedoeld in artikel 22a van het BBRA ‘84, waarvan de hoogte na afloop van een kalenderjaar wordt bepaald overeenkomstig artikel 23 van het BBRA ‘84.

Artikel 9

  • 2 De medewerker kan de reistijd die is gemoeid met woon-werkverkeer benutten om werkzaamheden te verrichten. Deze reistijd geldt alsdan als werktijd.

Artikel 10

De minister kan, voor zover nodig in individuele gevallen waar de regeling naar zijn oordeel niet of niet in redelijkheid voorziet, in afwijking van deze regeling besluiten, indien bijzondere gevallen daartoe aanleiding geven.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 13 november 2016

De Minister van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp

De Minister voor Wonen en Rijksdienst,

S.A. Blok

Bijlage 1. , behorende bij artikel 1, onder e, van de Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA

Lijst van ambulante functies NVWA

  • 1) Assistent Inspecteur (Ondersteunend medewerker toezicht bij de afdelingen toezichtuitvoering Landbouw, Plant & Natuur, Import, DVE, VIP, Horeca en PV)

  • 2) Assistent Toezichthoudend Dierenarts (Inspecteur medewerker toezicht afdelingen toezichtuitvoering V&I)

  • 3) Automatiseringsrechercheur (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 4) Rechercheur EDP auditor (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 5) Financieel Rechercheur (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 6) Forensisch Analist (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 7) Informatierechercheur (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 8) Internetrechercheur (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 9) Rechercheur (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 10) Rechercheur CIE (Inspecteur medewerker toezicht IOD)

  • 11) Inspecteur ((senior) Inspecteur medewerker toezicht afdelingen toezichtuitvoering Plant en Natuur, Landbouw, Import, Horeca, DVE, VIP, PV)

  • 12) Inspecteur Auditor (Inspecteur medewerker toezicht afdelingen toezichtuitvoering DVE, VIP)

  • 13) Inspecteur EDP Auditor (Inspecteur medewerker toezicht, afdeling toezichtuitvoering DVE en toezichtontwikkeling V&I en L&N DWL)

  • 14) Senior Inspecteur Auditor (Senior Inspecteur afdelingen toezichtuitvoering V&I, DVE, PV en VIP)

  • 15) Toezichthoudend Dierenarts (Senior Inspecteur Toezichtuitvoering afdelingen Landbouw, V&I en Import)

  • 16) Specialistisch Inspecteur Auditor (Coördinerend specialistisch inspecteur afdeling toezichtuitvoering PV)

Bijlage 2. , behorende bij artikel 4 van de Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA

De berekening, bedoeld in artikel 4 van deze regeling, wordt als volgt verricht.

Samengevat kwam in de oude situatie, te weten de situatie tot 1 januari 2012, een vaarweek van maandag tot en met vrijdag op het volgende neer:

Maandag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Dinsdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Woensdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Donderdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Vrijdag 8 arbeidsuren

In de oude situatie verrichtten de VIPOL medewerkers van de voormalige AID maximaal 14 uur arbeid per etmaal in geval van werkzaamheden op zee. De medewerkers schreven in de oude situatie standaard 14 arbeidsuren per dag, in geval van werkzaamheden op zee gedurende de dagen maandag tot en met donderdag. Op vrijdag schreven de medewerkers de daadwerkelijk gemaakte uren. Indertijd is overeengekomen dat de medewerkers naast de compensatie uren, die berekend werden op grond van de maximaal te werken 14 arbeidsuren per etmaal, 4 uur extra compensatie ontvingen in het kader van arbeid en rusttijden. Dit betroffen de zogenoemde ‘Kleemansuurtjes’.

Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, betekent dit dat de medewerker in de oude situatie aanspraak had op in totaal 68-40 = 28 compensatie uren per week.

Teneinde conform de in de Arbeidstijdenwet neergelegde maxima te werken, is in de Overeenkomst Arbeidsvoorwaarden en in deze regeling vastgelegd dat de medewerker bij werkzaamheden op zee gedurende maximaal 12 uur per etmaal dienst verricht. Teneinde de achteruitgang in compensatie uren op te vangen, wordt aan de medewerker per dag aan boord van een controleschip 2 uur compensatieverlof toegekend. Samengevat komt in de nieuwe situatie een vaarweek van maandag tot en met vrijdag op het volgende neer:

Maandag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Dinsdag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Woensdag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Donderdag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Vrijdag 8 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, zou dit betekenen dat de medewerker aanspraak heeft op 66-40 = 26 compensatie uren per week.

In dit voorbeeld komt het te compenseren verschil in de oude en de nieuwe situatie op twee uur compensatieverlof per gewone vaarweek neer.

In de oude situatie, te weten de situatie tot 1 januari 2012, werd in geval van meerweekse reizen ook op vrijdag, en de tweede maandag, dinsdag en woensdag 1 Kleemans uur toegekend. Daarnaast ontving de medewerker in een dergelijk geval 4 Kleemans uren op zaterdag. Uitgaande van een vaarweek van tien dagen, leverde de oude situatie het volgende op:

Maandag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Dinsdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Woensdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Donderdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Vrijdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Zaterdag 14 arbeidsuren + 4 Kleemans uren

Zondag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Maandag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Dinsdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Woensdag 8 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, betekende dit dat de medewerker in de oude situatie in geval van een meerweekse reis aanspraak had op in totaal 146-60= 86 compensatie uren per week.

In de nieuwe situatie ontvangt de medewerker, die gedurende meer dan vijf achtereenvolgende dagen aan boord van een controleschip dienst verricht, voor iedere dag aan boord die uur verlof. Uitgaande van een vaarweek van tien dagen, levert de nieuwe situatie het volgende op:

Maandag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Dinsdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Woensdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Donderdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Vrijdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Zaterdag 3 uur compensatieverlof

Zondag 3 uur compensatieverlof

Maandag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Dinsdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Woensdag 8 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, betekent dit dat de medewerker in de nieuwe situatie in geval van een meerweekse reis van tien dagen aanspraak heeft op in totaal 122-60= 62 compensatie uren per week.

In dit voorbeeld komt het te compenseren verschil in de oude en de nieuwe situatie op 24 uur compensatieverlof per meerweekse reis neer.