Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit beperking toegankelijkheid gebieden ex art. 20 Natuurbeschermingswet 1998, gelegen binnen het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’

Geldend van 19-11-2016 t/m heden

Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 11 november 2016, kenmerk: 17170125, tot beperking van de toegankelijkheid van gebieden ex artikel 20 Natuurbeschermingswet 1998, gelegen binnen het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op artikel 20, eerste en tweede lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna te noemen: Nb-wet 1998);

Besluit:

Artikel 1

Voor het gehele Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’

  • 1. is de toegang gedurende het gehele jaar verboden voor:

    • a. burgerluchtvaartverkeer, met uitzondering van burgerluchtvaartverkeer vliegend boven 1000 voet (circa 300 meter) conform ‘Gedragscode verantwoord vliegen’1;

    • b. het beoefenen van het kitesurfen.

  • 2. Het is verboden op een zodanige wijze modelvliegtuigen/modelluchtvaartuigen (drones (UAS of RPAS) inbegrepen) te besturen dat deze zich bevinden in of boven het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’

Artikel 2

Voor de binnen het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’ gelegen gebieden Oostersche Bekade Gorzen, Oosterse Slobbegorzen, Hoogezandse Gorzen, Weitje van de Koning, Esscheplaat, Zeehondenplaat, Sassche Plaat, Grienden en oevers tussen Willemstad en Noordschans en Sassenplaat gelden toegangsbeperkingen. De toegang tot deze gebieden is gedurende het gehele jaar verboden, behoudens de navolgende uitzonderingen:

  • a. wandelen over het plankier dat vanaf de dijk aan de noordzijde van de Oostersche Bekade Gorzen leidt naar het uitkijkpunt en het zich bevinden op het uitkijkpunt. Honden zijn hier, voor zover aangelijnd, toegestaan;

  • b. wandelen over het pad tussen de havenkom van Numansgors en de Oostersche Bekade Gorzen leidend naar de ligweide en het uitkijkpunt over het Hollands Diep en het zich bevinden op de ligweide en het uitkijkpunt. Honden zijn hier, voor zover aangelijnd, toegestaan;

  • c. kanoën vanaf het Hollands Diep naar de openingen in de dijk langs het Hollands Diep zodat de Albert-, Pieters- en Leendertspolder met de kano kan worden bereikt.

  • d. wandelen over het pad van de Sassche Plaat ten westen van de jachthaven van Strijensas naar het uitzichtpunt op de westelijke havendam en het voet- en fietsveer naar Moerdijk. Honden zijn hier, voor zover aangelijnd, toegestaan;

  • e. wandelen tussen zonsopkomst en zonsondergang over het pad ten oosten van de jachthaven van Strijensas in de periode 16 juni tot 15 maart. Honden zijn hier niet toegestaan;

  • f. wandelen tussen zonsopkomst en zonsondergang over het gemarkeerde pad over de Esscheplaat. Honden zijn hier niet toegestaan;

  • g. wandelen tussen zonsopkomst en zonsondergang over het gemarkeerde pad langs de kreek lopend van Bovensluis naar de oever van het Hollands Diep. Honden zijn hier, voor zover aangelijnd, toegestaan.

Artikel 3

De hiervoor in artikel 1 en 2 omschreven toegangsbeperking geldt op grond van artikel 20, lid 4, van de Nb-wet 1998 niet voor de volgende activiteiten:

Aanwezigheid gedurende het gehele jaar voor de uitvoering van beroepsmatig uitgevoerde activiteiten en overheidstaken (beheer en onderhoud, beroepsvisserij, faunabeheer, markeren, inspectie-, toezicht-, opsporings-, reddings- en defensietaken, calamiteitenbeheer van overheidswege of in opdracht van de overheid, door of in opdracht van een terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie georganiseerde activiteiten, onderzoek en monitoring daaronder begrepen), waarvoor het gesloten gebied moet worden betreden dan wel bevaren en het gebruik van drones, of vliegen beneden 1000 voet (300 meter) kunnen, voor zover deze activiteiten noodzakelijkerwijs binnen of deels binnen deze gebieden moeten worden uitgevoerd, worden toegestaan.

Artikel 4

Georganiseerde excursies en rondleidingen waarvoor het gesloten gebied moet worden betreden dan wel bevaren, kunnen, voor zover deze activiteiten noodzakelijkerwijs binnen of deels binnen deze gebieden moeten worden uitgevoerd, worden toegestaan, echter voor zover hiervoor een vergunning als bedoeld in artikel 19d van de Nb-wet 1998 is verleend, dan wel deze activiteit is geregeld in een beheerplan in de zin van de Nb-wet 1998.

Artikel 5

Naast de in voorkomende gevallen op grond van de toegankelijkheidsregeling noodzakelijke vergunning, dan wel vrijstelling via het beheerplan, volgens de Nb-wet 1998, is voor het zich bevinden op private gronden van particulieren toestemming van de rechthebbende van deze gronden nodig.

Artikel 6

  • 1 De gebieden waarvan de toegankelijkheid middels dit besluit wordt beperkt zijn aangegeven op de bij dit besluit behorende kaart ‘Toegangbeperking Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’.

  • 2 In het veld is de begrenzing van de gebieden waarvan de toegankelijkheid wordt beperkt, voor zover mogelijk herkenbaar gemaakt middels bebording en/of betonning.

Artikel 7

  • 1 Dit besluit wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. Bij dit besluit gaat een toelichting die integraal onderdeel uitmaakt van dit besluit.

  • 2 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt bekendgemaakt.

Dit besluit met de toelichting en de bijbehorende kaart ligt gedurende zes weken na bekendmaking in de Staatscourant, op werkdagen tijdens kantooruren, ter inzage bij het Ministerie van EZ, Bezuidenhoutseweg 73 te Den Haag. Tevens worden de besluiten geplaatst op de website http://vergunningenbank.overheid.nl/natuurbeschermingswet.

Vanaf deze website kunnen kopieën gedownload worden.

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

M.H.P. van Dam

Toelichting

Toegankelijkheidsregeling Natuurbeschermingswet

In 1971 en 1981 zijn delen van het Hollands Diep aangewezen als beschermd of staatsnatuurmonument in het kader van de toenmalige Natuurbeschermingswet. Op grond van artikel 16 en 17 van deze wet is indertijd de toegankelijkheid van de buitendijkse gronden en wateren gereguleerd. Met de ingestelde zonering werd onder meer beoogd rustgebieden voor vogels in te stellen en kwetsbare vegetaties te beschermen. Deze zonering heeft mede bijgedragen aan de kwalificatie van het ‘Hollands Diep’ als Natura 2000-gebied.

Natura 2000-gebied

Het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’ is een voormalige zeearm ontstaan door stevige getijdenstromen en overstromingen. Het ligt tussen Haringvliet, Krammer-Volkerak en de Biesbosch. Het Hollands Diep staat nog in open verbinding met het Haringvliet, maar sinds de aanleg van de Haringvlietsluizen en de Haringvlietdam staat het niet meer in directe verbinding met de Noordzee. Sindsdien is het getij sterk afgenomen en is de brakke invloed verdwenen. Vóór de afsluiting kwam het brakke water tot aan Willemstad en was het tot en met de Biesbosch een zoet getijdengebied.

Het Hollands Diep herbergt bijzondere natuurwaarden en is daarom aangewezen als Natura 2000-gebied in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland is verplicht om voor bepaalde soorten en habitats binnen het Natura 2000-gebied een ‘gunstige staat van instandhouding’ te bereiken en te behouden. De bescherming van soorten is wettelijk geregeld in de Flora- en faunawet, de bescherming van gebieden is wettelijk geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nb-wet 1998). Ter bescherming van vegetaties en om de noodzakelijke rust voor kwetsbare vogelsoorten en bevers te waarborgen is het van belang om de beperking van de toegang van (delen van) het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’ te regelen. Artikel 20 van de Nb-wet 1998 biedt daartoe de mogelijkheid.

Beperking toegankelijkheid

Het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’ is een belangrijk leefgebied voor één soort kustbroedvogel, één soort moerasbroedvogel en acht soorten (doortrekkende en overwinterende) watervogels. Daarnaast is het gebied van belang voor habitattypen gebonden aan zoete getijdennatuur, voor noordse woelmuis, bever en doortrekkende vissen.

De Deltawateren, waar het Hollands Diep onderdeel van is, zijn van nationaal en internationaal belang voor vogels. Diverse trekvogels zijn afhankelijk van de Delta als overwinteringsgebied, als ruigebied of als tussenstop, bijvoorbeeld tijdens de trek van hun broedgebieden in Scandinavië, Noordwest-Rusland en Siberië naar de overwinteringgebieden in West-Afrika. De vogels gebruiken de Delta om op krachten te komen voor het vervolg van hun reis (‘opvetten’). De Deltawateren herbergen een relatief groot en gevarieerd voedselaanbod, met visrijke open én ondiepe (doorwaadbare) wateren, waterplanten en zeeslavelden, voedselrijke binnendijkse graslanden, slikken, platen, gorzen en schorren, zilte en zoete moerasbegroeiingen. Hiervan profiteren vis-, bodemfauna- en plantenetende (trek)vogels.

Het open water van het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’ en de buitendijkse natuurgebieden langs de oevers zijn van belang als rust-, rui- en foerageergebied voor eenden, ganzen en zwanen en voor lepelaars. Op de Sassenplaat is bovendien een groeiende kolonie broedende lepelaars aanwezig. Het gebied biedt een combinatie van veilige rustplaatsen (open water) en voedselrijke, ondiepe en luwe zones. Ook zijn er voor plantenetende watervogels voedselrijke graslanden, namelijk de grasgorzen tussen Willemstad en Noordschans. De grasetende eenden, ganzen en zwanen hoeven dus geen grote afstanden af te leggen als ze pendelen tussen slaapgebieden en foerageergebieden.

De Deltawateren zijn gezamenlijk één van de belangrijkste poorten voor trekvissen (zoals elft, fint, rivierprik, zeeprik en zalm) om paai- en opgroeigebieden in en langs de Rijn, de Maas en de Schelde te bereiken. Het Hollands Diep is bovendien een potentieel paaigebied voor soorten die dichter bij het estuarium opgroeien, zoals de fint, en potentieel opgroeigebied voor zeeprik, rivierprik, en elft, die (evenals zalm) verder stroomopwaarts paaien en zich daarna stroomafwaarts laten zakken. Zeeprikken laten zich na het ei-stadium stroomafwaarts afzakken naar slibrijke plaatsen in de rivier. Hier leven de prikkenlarven 6 tot 8 jaar, ingegraven in slibrijke bodems. Het Hollands Diep heeft potenties om een opgroeigebied voor dergelijke prikkenlarven en voor juveniele elft en fint te zijn. Voor de fint kan het Hollands Diep op termijn als paaigebied fungeren, maar daarvoor moet de waterkwaliteit verder verbeteren. Jonge zalm trekt door naar zee en groeit daar op.

Met het aanleggen van nieuwe en het herstellen van bestaande vooroeververdedigingen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water zijn op enkele plaatsen de oevers van de gorzen tussen Willemstad en Noordschans aangepast en extra beschermd en is er een interessant leefgebied ontstaan voor vogels en trekvissen.

In het Hollands Diep is nog een klein beetje indirect getij aanwezig, dat via de Nieuwe Waterweg binnen komt. Langs het Hollands Diep liggen buitendijkse natuurgebieden met zachthoutooibossen, rietruigtes, slikkige rivieroevers en grasgorzen. In deze natte biotopen vinden bevers en noordse woelmuizen hun leefgebied.

De toegankelijkheid van het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’ als geheel of van een aantal deelgebieden wordt met dit besluit beperkt voor zover dit noodzakelijk is voor de bescherming van de natuurwaarden.

Toelichting op de verbodsbepalingen

In artikel 1 is een toegangsbeperking voor burgerluchtvaartverkeer opgenomen. Laagvliegen kan door silhouetwerking en geluid tot substantiële verstoring van de in het gebied aanwezige vogels leiden. Het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’ is dan ook gesloten voor burgerluchtvaart, tenzij gevlogen wordt boven 1000 voet (300 meter), conform de ‘gedragscode verantwoord vliegen’.

Daarnaast is vliegen met een modelvliegtuig/modelluchtvaartuig, waaronder ook een drone (Unmanned aircraft systems (UAS) of Remotely piloted aircraft systems (RPAS)) wordt gerekend, volgens artikel 1 boven het Natura 2000-gebied niet toegestaan. Het gebruik van modelvliegtuigen/modelluchtvaartuigen, kan door de silhouetwerking, die vergelijkbaar is met die van roofvogels, tot verstoring leiden van broedende, rustende en/of foeragerende vogels.

De in artikel 2 genoemde gebieden zijn jaarrond niet toegankelijk vanwege het voorkomen van kust-, moeras- en weidevogels en/of (doortrekkende en overwinterende) watervogels. De gebieden vervullen voor deze vogels een belangrijke functie als broed-, rust- en/of foerageergebied. De ondiepe waterzones tussen de oeververdedigingen en de gorzen vormen daarnaast het leefgebied voor de trekvissen. De natte oeverzones zijn van belang voor noordse woelmuis. In de grienden worden beverburchten aangetroffen.

Door beperking van de toegankelijkheid van deze gebieden wordt gewaarborgd dat een wezenlijke bijdrage wordt geleverd aan de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten en habitattypen.

Enkele activiteiten zijn in de niet toegankelijke gebieden wel toegestaan. Het betreft wandelen, al dan niet tussen zonsopkomst en zonsondergang, op de met name genoemde paden, ten einde uitzichtpunten te bereiken, en kanoën in de ondiepwaterzone tegen de Sasscheplaat, om naar de waterpartijen in de APL-polder te kunnen varen. Vanwege de optredende verstoring is op enkele plaatsen het meenemen van een hond op de wandelpaden niet toegestaan, of alleen voor zover aangelijnd.

De toegankelijkheidsregeling komt voor het overgrote deel overeen met de reeds lang bestaande zonering. Aanvullend hierop is ter realisering van de instandhoudingsdoelstellingen voor de broedvogels en niet-broedvogels de ondiepwaterzone rond de oostzijde van de Sassenplaat en de Grienden en oevers tussen Willemstad en Noordschans jaarrond als niet toegankelijk gebied aangewezen. Gebieden waar, al dan niet na inrichting als natuurontwikkelingsgebied, sprake is van struinnatuur, zijn niet in dit toegangbeperkingsbesluit opgenomen. Daar gelden de toegangsregels zoals deze door de terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie zijn gesteld.

In het kader van het opstellen van het beheerplan voor de Deltawateren vindt een brede, integrale afweging plaats van de verschillende belangen in het gebied van het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’. De in dit besluit opgenomen beperking van de toegankelijkheid van gebieden is in lijn met de in het beheerplanproces voorgenomen maatregelen ter realisering van de instandhoudingsdoelstellingen.

Vergunningplicht

Er is een aanzienlijk menselijk medegebruik van het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’. Een aantal kenmerkende natuuraspecten (voldoende rust voor broedvogels en watervogels) staat onder druk en zal zonder maatregelen in de toekomst mogelijk verder onder druk komen. Het is dan ook van belang dat de toegang tot deze gebieden wordt verboden.

Conform artikel 20, lid 3, van de Nb-wet 1998 is het verboden in strijd met de beperkingen die voortvloeien uit de aanwijzing tot gesloten gebied zich te bevinden in een dergelijk gebied. Slechts daar waar noodzakelijk, bijvoorbeeld voor beheer en onderhoud, faunabeheer of onderzoek en monitoring, wordt betreden en/of bevaren, het vliegen beneden 1000 voet (circa 300 meter), het laten vliegen van drones boven gesloten gebied door of namens de overheid en/of de terreinbeherende organisatie, is dit toegestaan conform artikel 20, lid 4, van de Nb-wet 1998.

Overige zaken zijn gereguleerd middels een vergunning ex artikel 19d van de Nb-wet 1998, dan wel middels het beheerplan. Het zich bevinden in, het betreden, het bevaren van een op grond van artikel 20 van de Nb-wet 1998 aangewezen gebied binnen de in dit besluit bepaalde gesloten periodes wordt gezien als een handeling die per definitie leidt tot een kans op een verslechtering dan wel significante verstoring van de habitats respectievelijk soorten waarvoor de beperking van toegankelijkheid van het gebied heeft plaatsgevonden. Dergelijke handelingen zijn dientengevolge steeds vergunningplichtig ex artikel 19d van de Nb-wet 1998. Indien de effecten van de activiteit op de te beschermen waarden binnen het gesloten gebied niet voldoende kunnen worden ondervangen door het stellen van voorschriften in de vergunning, dan kan de vergunning worden geweigerd. Dit vloeit voort uit het feit dat met het aanbrengen van een toegangsbeperking op het gebied wordt beoogd een extra mate van bescherming voor de waarden binnen dit gebied te bewerkstelligen naast de basisbescherming die voortvloeit uit de betreffende aanwijzing tot Natura 2000-gebied. De noodzaak tot betreden en/of bevaren van het beperkt toegankelijke gebied dient door de aanvrager in de aanvraag voor een vergunning, conform artikel 41, lid 1, van de Nb-wet 1998, voldoende te worden gemotiveerd.

Ingevolge artikel 20, lid 4, van de Nb-wet 1998 gelden de toegangsbeperkingen niet voor de eigenaar of gebruiker van het betreffende gebied ten aanzien van het verbod zich binnen het gebied te bevinden indien bedoeld gebruiksrecht zich daarover uitstrekt. Indien en voor zover de eigenaar of gebruiker binnen het gebied activiteiten ontplooit, die verder gaan dan louter het zich bevinden binnen het gebied, geldt onverkort het bepaalde van deze regeling en artikel 19d van de Nb-wet 1998. De begrippen ‘eigenaar’ en ‘gebruiker’ zijn gedefinieerd in artikel 1 van de Nb-wet 1998; kortheidshalve wordt hier naar deze definities verwezen.

Kaart

De gebieden waarvoor de toegankelijkheidsbepalingen gelden zijn aangegeven op de kaart ‘Toegangbeperking Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’. Deze kaart is in meer detail te vinden als bijlage bij de vergunning op de website: www.overheid.nl/vergunningenbank.

De begrenzing van de betrokken gebieden zal ook verschijnen op de hydrografische kaarten van de Dienst der Hydrografie van de Koninklijke Marine.

Aanpassing besluit

Periodiek wordt bezien of wijzigingen in het voorkomen en de verspreiding van kwalificerende Natura 2000-waarden dienen te leiden tot aanpassing van onderhavig toegangbeperkingsbesluit.

Bijlage 257870.png
  • ^ [1]

    ‘Verantwoord Vliegen’ Gedragscode voor de recreatieve Kleine Luchtvaart. Publicatie van Koninklijke Nederlandse Vereniging voor de Luchtvaart (KNVvL) en Aircrafts owners & Pilots Association (AOPA). 2007