Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Insiderregeling Financien 2017

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Regeling van de minister van Financien van 12 oktober 2016 met kenmerk 2016-97076, houdende vaststelling van nadere regels omtrent financiële belangen en effecten (Insiderregeling Financien 2017)

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. de secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het ministerie van Financiën;

  • b. compliance-officer: een van de compliance-officers van het ministerie van Financiën;

  • c. insider: de als zodanig op grond van deze regeling of door een compliance-officer aangewezen ambtenaar die werkzaamheden verricht waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden is.

    Insider zijn in ieder geval:

    • de secretaris-generaal;

    • de directeuren-generaal en de thesaurier-generaal van het ministerie van Financiën en hun plaatsvervangers;

    • de Agent;

    • de directeuren van de directie Financiële Markten, de directie Financieringen en de directie Buitenlandse Financiële Betrekkingen van het ministerie van Financiën;

    • de leden van de Raad van Bestuur van de Belastingdienst;

    • de compliance-officer(s).

  • d. effect: een financieel instrument in de zin van artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;

  • e. effectentransactie: het anders dan in de uitoefening van de functie of positie bij het ministerie van Financiën (doen) verrichten of bewerkstelligen van enige handeling, middellijk of onmiddellijk voor eigen rekening of mede voor eigen rekening of ten behoeve van een derde, tot vervreemding, verkrijging of bezwaring van een effect;

  • f. koersgevoelige informatie: voorwetenschap in de zin van artikel 5:53, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht;

  • g. financieel belang: vorderingsrechten, onroerend goed, bouwgrond, financiële deelnemingen in ondernemingen en dergelijke. Negatieve financiële belangen, zoals schulden uit hypothecaire vorderingen, kunnen in verband met mogelijke belangenverstrengeling relevant zijn, afhankelijk van de aard van de functie of het ambt;

  • h. restricted list: een lijst van effecten waarin de insider op wie de lijst van toepassing is, geen bezit mag hebben en geen transacties mag verrichten; of bij wisselende (deel)werkpakketten of een tijdelijke behandeling van een fonds, een lijst met effecten waarin de insider op wie de lijst van toepassing is, wel bezit mag hebben, maar geen effectentransacties mag verrichten.

  • i. gelieerde derden:

    • de echtgenoot of partner van de insider;

    • andere personen die een gemeenschappelijke huishouding met de insider voeren;

    • lasthebbers en vermogensbeheerders, niet zijnde vrije-hand-beheerders, voor zover handelend ten behoeve van de insider;

    • rechtspersonen en beleggingsclubs waarin de insider belangen heeft of zeggenschap heeft ten aanzien van concrete belggingsbeslissingen.

  • j. vrije-handbeheerovereenkomst: een schriftelijke overeenkomst met een onder wettelijk toezicht staande vermogensbeheerder waarbij de beslissingsbevoegdheid over afzonderlijke effectentransacties is overgedragen aan die vermogensbeheerder.

  • k. schriftelijk: iedere op schrift dan wel door middel van een ander, al dan niet elektronisch, communicatiemiddel overgebracht document mits de identiteit van de afzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld.

Hoofdstuk 2. Algemeen

Artikel 2.1

Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaren van het ministerie van Financiën inclusief de Belastingdienst.

Artikel 2.2. Compliance-officer

  • 1 Er zijn bij het ministerie van Financiën inclusief de Belastingdienst een of meer compliance-officers.

  • 2 Een compliance-officer wordt aangewezen door de secretaris-generaal.

  • 3 De aanwijzing als compliance-officer geldt voor een periode van ten hoogste vijf jaar. Heraanwijzing is mogelijk voor nog eenmaal een periode van vijf jaar.

  • 4 Een compliance-officer legt jaarlijks en op verzoek van de secretaris-generaal verantwoording aan hem af over de uitvoering en toepassing van deze regeling.

  • 5 Indien de compliance-officer dit nodig acht, kan hij de secretaris-generaal tussentijds informeren over de uitvoering en toepassing van deze regeling.

  • 6 Een compliance-officer wordt ondersteund door een secretariaat.

Artikel 2.3. Compliance-officer als insider

In de situatie waar het de compliance-officer als insider betreft, heeft de secretaris-generaal de taken en bevoegdheden van de compliance-officer en heeft de compliance-officer de rechten en verplichtingen van een insider, zoals vastgelegd in deze regeling.

Artikel 2.4. Wet bescherming persoonsgegevens

De compliance-officer houdt zich bij de uitoefening van zijn taak aan het bepaalde in de Wet bescherming persoonsgegevens.

Artikel 2.5. Niet-naleving verplichtingen

  • 1 Indien een insider naar het oordeel van de compliance-officer kennelijk niet bereid is aan de verplichtingen genoemd in deze regeling te voldoen, sommeert de compliance-officer de insider schriftelijk om voor een in de sommatie genoemde datum alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.

  • 2 Indien de insider niet voor de in lid 1 genoemde datum aan zijn verplichtingen voldoet, zal de compliance-officer naar bevind van zaken handelen.

  • 3 De compliance-officer kan de betrokken directeur of de betrokken directeur-generaal dan wel de secretaris-generaal informeren over het feit dat een insider zijn verplichtigen op grond van deze regeling niet nakomt.

  • 4 In afwijking van het bepaalde in de vorige leden kan de compliance-officer, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is, de secretaris-generaal onmiddellijk informeren indien een insider deze regeling niet naleeft.

  • 5 De secretaris-generaal kan de insider – al dan niet na een nader onderzoek – disciplinair straffen in geval van niet-naleving van de verplichtingen, genoemd in deze regeling.

Hoofdstuk 3. Voorwaarden ministerie van Financiën behalve de Belastingdienst

Artikel 3.1

Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaren van het ministerie van Financiën met uitzondering van de ambtenaren van de Belastingdienst.

Artikel 3.2. Taak compliance-officer

De compliance-officer is belast met de uitvoering van de regeling en met de actieve controle en het toezicht op de naleving van de regeling.

Artikel 3.3. Insiders

  • 1 De compliance-officer wijst ambtenaren als insider aan. Behoudens in geval van (plaatsvervangend) directeuren die op voordracht van hun directeur-generaal of de secretaris-generaal worden aangewezen, geschiedt de aanwijzing op voordracht van de directeur van de ambtenaar.

  • 2 Ambtenaren kunnen bij de compliance-officer een schriftelijk verzoek indienen om te worden aangewezen als insider.

  • 3 De in de vorige leden bedoelde aanwijzing wordt schriftelijk aan de desbetreffende ambtenaar bekendgemaakt.

  • 4 De aanwijzing van een ambtenaar als insider wordt door de compliance-officer, na goedkeuring door de betrokken directeur indien het medewerkers betreft en na goedkeuring van de directeur-generaal dan wel secretaris-generaal indien het (plaatsvervangend) directeuren betreft, ingetrokken als de ambtenaar niet meer voldoet aan de in artikel 1, onder c, van deze regeling genoemde criteria.

  • 5 Insiders kunnen bij de compliance-officer een schriftelijk verzoek indienen om hun aanwijzing als insider te laten intrekken conform het bepaalde in het vierde lid.

  • 6 De in het vierde lid bedoelde intrekking wordt door de compliance-officer schriftelijk aan de desbetreffende ambtenaar bekendgemaakt.

Artikel 3.4. Melding financiële belangen, effectenbezit en effectentransacties. verstrekken nadere informatie of bescheiden en bewaartermijnen

  • 1 De insider meldt zijn financiële belangen, alsmede het bezit van effecten en effectentransacties die de belangen van de dienst kunnen raken voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, schriftelijk aan de compliance-officer en maakt daarbij gebruik van de verklaringen genoemd in artikel 3.5.

  • 2 Overeenkomstig het bepaalde in artikel 61a, derde lid ARAR, verstrekt de insider aan de compliance-officer op diens verzoek en op een door hem aangegeven wijze, nadere informatie of bescheiden met betrekking tot de financiële belangen, het bezit van effecten en de effectentransacties.

  • 3 De schriftelijke documenten die de compliance-officer op grond van deze regeling van een insider ontvangt, bewaart hij maximaal vijf jaar als een insider in dienst blijft bij het Rijk. De schriftelijke documenten van een insider die uit dienst treedt bij het Rijk, zullen een jaar na uitdiensttreding worden vernietigd.

Artikel 3.5. Verklaringen

  • 1 De compliance-officer zendt aan de insider ter gelegenheid van diens aanwijzing en daarna elke vijf jaar de op hem van toepassing zijnde Startverklaring Insiderregeling Financiën 2017.

  • 2 De compliance-officer zendt elk kalenderjaar aan de insider, die heeft aangegeven effecten dan wel financiële belangen te bezitten, de op hem van toepassing zijnde Jaarlijkse verklaring Insiderregeling Financiën 2017.

  • 3 Indien zich tijdens het kalenderjaar wijzigingen voordoen met betrekking tot zijn financiële belangen, het effectenbezit of effectentransacties als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, meldt elke insider dit onverwijld schriftelijk aan de compliance-officer met behulp van de op hem van toepassing zijnde Tussentijdse verklaring Insiderregeling Financiën 2017.

  • 4 De insider zendt de verklaring, bedoeld in het eerste en tweede lid binnen drie weken na ontvangst ervan ingevuld en ondertekend aan de compliance-officer terug.

Artikel 3.6. Verbod financiële belangen, handel en bezit effecten

  • 1 Het is de ambtenaar verboden financiële belangen te hebben, effecten te bezitten of effectentransacties te verrichten waardoor de vervulling van zijn functie of het goed functioneren van de openbare dienst, voorzover dit in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.

  • 2 De compliance-officer plaatst op voordracht van de betrokken directeuren dan wel directeuren-generaal of de secretaris-generaal effecten ten aanzien waarvan binnen het ministerie van Financiën koersgevoelige informatie aanwezig is, op een of meer restricted lists. De compliance-officer maakt de restricted list en de wijzigingen daarin schriftelijk aan de desbetreffende insider(s) bekend.

  • 3 De insider heeft in elk geval geen bezit van effecten of verricht geen effectentransacties met effecten die op de voor hem geldende restricted list staan. Bij wisselende (deel)werkpakketten of een tijdelijke behandeling van een fonds, mag een insider wel effecten, die op de voor hem geldende restricted list staan, bezitten, maar hiermee geen effectentransacties verrichten.

  • 4 In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan een insider die effecten, die op zijn restricted list staan, erft dan wel bezit bij indiensttreding bij het ministerie van Financiën of bij aanvaarding van een andere functie binnen het ministerie van Financiën, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.9, de compliance-officer verzoeken om een individueel maatwerkbesluit te nemen met betrekking tot die effecten. Met genoemde effecten mogen tot het moment dat het besluit is genomen geen effectentransacties worden verricht.

Artikel 3.7. Koersgevoelige informatie en gebruik zakelijke contacten

  • 1 Onverminderd het wettelijk verbod op gebruik van voorwetenschap, gaat de insider zorgvuldig om met koersgevoelige informatie.

  • 2 Naast de wettelijke plicht tot geheimhouding die op de insider rust, bevordert de insider dat met hem gelieerde derden geen effectentransacties verrichten die, indien hij deze zelf zou verrichten, strijdig zouden zijn met deze regeling.

  • 3 Indien een insider tijdens zijn werkzaamheden in aanraking komt met koersgevoelige informatie over een nog niet op de restricted list staand effect, dient dit effect terstond aan de compliance-officer te worden gemeld.

  • 4 Voorts stelt de insider de compliance-officer terstond in kennis van het feit dat informatie over een effect, dat op zijn restricted list staat, naar zijn oordeel niet langer als koersgevoelige informatie kan worden aangemerkt.

  • 5 Indien een leidinggevende de meldingen, bedoeld in het derde of vierde lid, namens de onder hem ressorterende insiders doet, zijn die insiders vrijgesteld van bedoelde meldingsplichten.

  • 6 De insider maakt voor zijn privé-effectentransacties die niet in strijd zijn met deze regeling, geen gebruik van medewerkers van (financiële) organisaties waarmee hij voor het ministerie van Financiën zakelijke contacten onderhoudt.

Artikel 3.8. Uitzonderingen

  • 1 Het verbod op het bezit van effecten of het verrichten van effectentransacties, genoemd in artikel 3.6, eerste lid, is niet van toepassing indien en zolang de insider een vrije-handbeheerovereenkomst heeft gesloten met een onder wettelijk toezicht staande vermogensbeheerder, en tevens wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

    • a. de vrije-handbeheerovereenkomst gaat uit van een strikte scheiding tussen eigendom en beheer en heeft betrekking op alle effecten van de insider die op de restricted list staan;

    • b. de insider stelt de compliance-officer in kennis van het bestaan van de vrije-handbeheerovereenkomst en verstrekt hem daarvan een afschrift;

    • c. de insider is geen lid van het hoogste bestuursorgaan of medewerker van de (afdeling vermogensbeheer van de) vermogensbeheerder waarmee de vrije-handbeheerovereenkomst is gesloten;

    • d. de insider onthoudt zich van het geven van enige instructie, dan wel het anderszins direct of indirect beïnvloeden van enige door de vermogensbeheerder te nemen beslissing betreffende het beheer;

    • e. de compliance-officer heeft de insider schriftelijk laten weten dat de vrije-handbeheerovereenkomst voldoet aan de voorwaarden van dit artikel.

  • 2 De compliance-officer is bevoegd aan de insider een aanwijzing te geven om de vrije-handbeheerovereenkomst te doen wijzigen indien de overeenkomst naar zijn oordeel niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid. Indien wijziging van de vrije-handbeheerovereenkomst niet volgens de aanwijzing van de compliance-officer geschiedt, geldt het verbod op het bezit van effecten en het verrichten van effectentransacties met effecten die op een restricted list staan onverkort.

  • 3 De insider meldt wijzigingen in of de beëindiging van de vrije-handbeheerovereenkomst onverwijld schriftelijk aan de compliance-officer. Vanaf het moment van beëindiging van de vrije-handbeheerovereenkomst of wijziging van de overeenkomst, waardoor deze niet meer voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, geldt de in het eerste lid bedoelde uitzondering niet meer.

  • 4 De insider die een vrije-handbeheerovereenkomst als bedoeld in het eerste lid heeft gesloten, stuurt tezamen met de verklaringen als bedoeld in artikel 3.5 een kopie van de actuele vrije-handbeheerovereenkomst naar de compliance-officer.

  • 5 Het verbod op het bezit van effecten of het verrichten van effectentransacties, genoemd in artikel 3.6, eerste lid, geldt niet ten aanzien van het bezit van of effectentransacties in rechten van deelneming in een open-end beleggingsinstelling, mits de insider geen invloed heeft op het beleggingsbeleid van de desbetreffende beleggingsinstelling, en geldt ook niet voor afgeleide effecten op niet door de insider te beïnvloeden indexfondsen.

  • 6 Voor de in het vijfde lid genoemde rechten van deelneming en afgeleide effecten geldt de in artikel 3.4, eerste lid, genoemde meldingsplicht niet.

Artikel 3.9. Individuele maatwerkbesluiten en generieke uitvoeringsregels

  • 1 De compliance-officer kan, voor zover dit naar zijn oordeel relevant is in relatie tot de functieuitoefening van de insider, alsmede op verzoek van de insider, schriftelijke individuele maatwerkbesluiten nemen over de voorwaarden waaronder financiële belangen, het bezit van effecten en effectentransacties zijn toegestaan, zodanig dat achteraf kan worden vastgesteld dat de desbetreffende insider overeenkomstig het bepaalde in het maatwerkbesluit heeft gehandeld. Van dit maatwerkbesluit ontvangt de betrokken insider een kopie.

  • 2 De insider is verplicht het in het eerste lid bedoelde maatwerkbesluit dat op hem van toepassing is, na te leven.

  • 3 De compliance-officer kan binnen de grenzen van deze regeling generieke uitvoeringsregels stellen voor alle insiders van een organisatieonderdeel. Deze worden aan alle insiders van het desbetreffende organisatieonderdeel bekend gemaakt.

Artikel 3.10. Inwinnen van advies

  • 1 Indien een insider twijfelt omtrent de uitleg of toepassing van deze regeling wint hij advies in bij de compliance-officer.

  • 2 De compliance-officer is bevoegd een voor de insider en het ministerie van Financiën bindende uitspraak te doen omtrent de toepassing van deze regeling.

Artikel 3.11. Registratie en rapportage

  • 1 De compliance-officer houdt een register bij waarin zijn opgenomen:

    • de beschikkingen houdende de aanwijzing als insider en de intrekking daarvan;

    • de vastgestelde restricted lists;

    • de Startverklaringen Insiderregeling Financiën 2017;

    • de Jaarlijkse verklaringen Insiderregeling Financiën 2017;

    • de Tussentijdse verklaringen Insiderregeling Financiën 2017;

    • de registratienummers van vrije-handbeheerovereenkomsten;

    • de informatie verkregen op grond van artikel 3.4, tweede lid, zij het dat van bankrekeningnummers, effectenrekeningnummers en kapitaalverzekeringspolisnummers slechts de laatste drie cijfers worden geregistreerd;

    • de individuele maatwerkbesluiten en de correspondentie daarover;

    • gegevens op verzoek van de insider; en

    • eventuele onderzoeksgegevens.

  • 2 De compliance-officer brengt jaarlijks verslag uit aan de secretaris-generaal waarin ten minste wordt gerapporteerd over:

    • a. het aantal insiders;

    • b. het aantal ontvangen Startverklaringen Insiderregeling Financiën 2017, Jaarlijkse verklaringen Insiderregeling Financiën 2017 en Tussentijdse verklaringen Insiderregeling Financiën 2017 en eventuele bijzonderheden hieromtrent;

    • c. het aantal schriftelijk vastgelegde individuele maatwerkbesluiten met insiders en eventuele bijzonderheden hieromtrent;

    • d. eventueel gerezen problemen en geconstateerde overtredingen;

    • e. de effecten die op restricted lists zijn geplaatst;

    • f. eventuele knelpunten in de regeling en voorstellen om de regeling aan te passen en

    • g. het aantal uitgevoerde onderzoeken op basis van het ambtenarenrecht wegens schending van het bepaalde in deze regeling en de resultaten van die onderzoeken.

  • 3 De compliance-officer verstrekt een geanonimiseerde kopie van het jaarlijkse verslag aan de departementale ondernemingsraad.

Hoofdstuk 4. Voorwaarden voor de Belastingdienst

Artikel 4.1

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de ambtenaren van de Belastingdienst.

Artikel 4.2. Compliance-officer

De compliance-officer is, samen met de directeuren, belast met de uitvoering van de Insiderregeling Belastingdienst en het actieve toezicht op de naleving van de hoofdstukken 1, 2 en 4 van deze regeling.

Artikel 4.3. Aanwijzing als insider

  • 1 De aanwijzing als insider gebeurt, op voordracht van de betrokken directeur, door de compliance-officer. De aanwijzing wordt schriftelijk met een motivering aan de desbetreffende ambtenaar bekendgemaakt.

  • 2 De aanwijzing van een ambtenaar als insider wordt door de compliance-officer ingetrokken als de ambtenaar niet meer aan de criteria van de insiderdefinitie voldoet. Deze intrekking wordt schriftelijk meegedeeld aan de desbetreffende ambtenaar.

Artikel 4.4. Verklaringen

  • 1 De compliance-officer stuurt de insider bij zijn aanwijzing als insider een Algemene verklaring Insiderregeling toe waarmee de desbetreffende medewerker verklaart zich te houden aan de regeling. De insider stuurt de verklaring binnen drie weken na ontvangst ervan ingevuld en ondertekend aan de compliance-officer terug.

  • 2 Een medewerker die als insider is aangewezen maar geen effecten bezit of financiële belangen heeft die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling kunnen raken, kan volstaan met een eenmalige schriftelijke verklaring dat hij geen effecten of financiële belangen heeft en dat pas wanneer hij die wel heeft, hij dat meldt aan de compliance-officer.

  • 3 Indien een insider kennelijk niet bereid is de gevraagde verklaring te ondertekenen en te retourneren maakt de compliance-officer daarvan melding aan de betrokken directeur van de insider of de directeur-generaal Belastingdienst.

Artikel 4.5. Melding financiële belangen, effectenbezit en effectentransacties

  • 1 Onverminderd het wettelijk verbod op handel met voorwetenschap, gaat de insider zorgvuldig om met koersgevoelige informatie.

  • 2 Naast de wettelijke plicht tot geheimhouding die op de insider rust, bevordert de insider dat met hem gelieerde derden geen effectentransacties verrichten die, indien hij deze zelf zou verrichten, strijdig zouden zijn met de bepalingen van deze regeling.

  • 3 Een insider die uit hoofde van zijn functie of positie bij de Belastingdienst de beschikking krijgt over informatie waarvan hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze koersgevoelig is, meldt dit, in het geval dat de desbetreffende effecten, waar de koersgevoelige informatie op ziet, niet op zijn restricted list staan, dan wel wanneer voor de medewerker geen restricted list is vastgesteld, terstond aan de compliance-officer. Ook stelt hij de compliance-officer in kennis van het moment dat deze koersgevoelige informatie naar zijn oordeel niet langer als koersgevoelig kan worden aangemerkt. Het bepaalde in dit onderdeel is niet van toepassing op de in artikel 4.4, tweede lid, genoemde insiders (die een verklaring hebben afgelegd geen effecten te bezitten).

  • 4 De insider meldt financiële belangen en het bezit van en transacties met effecten die de belangen van de dienst kunnen raken, voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling schriftelijk aan de compliance-officer.

  • 5 De insider verstrekt aan de compliance-officer, op diens verzoek, nadere informatie en bescheiden met betrekking tot deze melding.

Artikel 4.6. Restricted list

  • 1 Aan het bezit van of aan het verrichten van transacties in bepaalde effecten kan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden zijn. De compliance-officer plaatst, na afstemming met de betrokken directeur, dergelijke effecten en/of effecten ten aanzien waarvan binnen de Belastingdienst koersgevoelige informatie aanwezig is op één of meer restricted lists. De compliance-officer maakt de restricted list en de wijzigingen daarin aan de desbetreffende insiders schriftelijk kenbaar.

  • 2 De restricted list is een persoonsgebonden lijst. De insider bezit geen effecten (tenzij die zijn ondergebracht in een vrije-handbeheerovereenkomst) en/of verricht geen transacties in de effecten die op de voor hem geldende restricted list staan.

Artikel 4.7. Verbod

  • 1 De directeuren van de Belastingdienst zijn verantwoordelijk voor het handhaven van de verbodsbepalingen van artikel 61a, vierde lid, van het ARAR. Voor de afbouw van het effectenbezit worden maatwerkafspraken gemaakt door de compliance-officer. Van de schriftelijke vastleging van deze afspraken ontvangt de betrokken insider een kopie.

  • 2 Insiders die deel uitmaken van een team waarin een vast werkpakket van beursgenoteerde ondernemingen worden behandeld, krijgen een restrictie opgelegd met betrekking tot de desbetreffende beursgenoteerde ondernemingen.

    De (algemeen)directeur en de (plv)directeur(en), verantwoordelijk voor primaire processen binnen een dienstonderdeel, worden aangewezen als insider met een restrictie voor alle beursgenoteerde ondernemingen die in hun dienstonderdeel worden behandeld.

    Afhankelijk van de onderling gekozen werkwijze kan het nodig zijn dat alle (plaatsvervangend) directeuren worden aangewezen als insider voor alle beursgenoteerde ondernemingen die binnen hun dienstonderdeel ressorteren.

    In overleg met het management van de kantoren worden bepaalde medewerkers, die op landelijk of kantoorniveau belast zijn met de coördinatie van een middel of proces, aangewezen als insider met een restrictie voor alle beursgenoteerde ondernemingen op hun kantoor.

    De voorzitters van de kennisgroepen CTC, CGVP en ZGO en de leden van de Raad van Bestuur van de Belastingdienst worden aangewezen als insider met een restrictie voor alle beursgenoteerde ondernemingen.

  • 3 Medewerkers die in wisselende (deel-)werkpakketten werken, of die tijdelijk een fonds krijgen toegewezen ter behandeling, of leden van bepaalde rechtstoepassings- kennisgroepen of kennisgroepen voor uitvoeringscoördinatie, worden als insider aangewezen, maar zonder restricted list. In het geval een insider te maken krijgt met de klantbehandeling van een beursgenoteerde onderneming waarin hij zelf aandelen heeft, meldt de insider het bezit van deze aandelen bij de compliance-officer. Vervolgens krijgt hij een transactieverbod (bevriezing van het desbetreffende aandelenpakket) opgelegd voor de duur van de periode die nodig is voor de in dit lid bedoelde klantbehandeling, alsmede voor de periode dat er nog sprake is van aanwezigheid van koersgevoelige informatie, of totdat de koersgevoelige informatie van de desbetreffende onderneming publiek is geworden.

Artikel 4.8. Vrije-handbeheerovereenkomst

  • 1 Het bepaalde in artikel 4.6 en artikel 4.7 met betrekking tot effectenbezit, financiële belangen of effectentransacties is niet van toepassing indien en zolang de insider een vrije-handbeheerovereenkomst heeft gesloten met een onder wettelijk toezicht staande vermogensbeheerder. Daarbij moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:

    • a. de vrije-handbeheerovereenkomst gaat uit van een strikte scheiding tussen eigendom en beheer en heeft betrekking op alle effecten van de insider;

    • b. de insider stelt de compliance-officer in kennis van het bestaan van de vrije-handbeheerovereenkomst en verstrekt hem daarvan een afschrift;

    • c. de insider onthoudt zich van het geven van enige instructie, dan wel het anderszins direct of indirect beïnvloeden van enige door de vermogensbeheerder te nemen beslissing betreffende het beheer;

    • d. de insider meldt wijzigingen in of de beëindiging van de vrije-handbeheerovereenkomst onverwijld aan de compliance-officer;

    • e. de insider is geen lid van het hoogste bestuursorgaan of medewerker van de (afdeling vermogensbeheer van de) vermogensbeheerder waarmee de vrije-handbeheersovereenkomst is afgesloten;

    • f in de vrije-handbeheerovereenkomst is bepaald dat de vermogensbeheerder op schriftelijk verzoek van de compliance-officer aan deze een overzicht zal verstrekken van de (mutaties in de) effectenportefeuille en gegevens zal verstrekken betreffende de effectentransacties die op grond van de beheerovereenkomst zijn verricht.

  • 2 De compliance-officer is bevoegd aan de insider een aanwijzing te geven om de vrije-handbeheerovereenkomst te doen wijzigen indien de overeenkomst naar zijn oordeel onvoldoende de scheiding tussen voorkennis en handelingsbevoegdheid waarborgt. Indien de wijziging van de vrije-handbeheerovereenkomst niet volgens de aanwijzing van de compliance-officer geschiedt, gelden de artikelen 4.6 en 4.7 onverkort.

Artikel 4.9. Maatwerk en individuele afspraken

  • 1 De compliance-officer kan in afwijking van het bepaalde in de artikelen 4.6 en 4.7, voor zover dit naar zijn oordeel relevant is in relatie tot de functie-uitoefening van de insider, alsmede op verzoek van de insider, schriftelijk individuele afspraken maken met de insider over de voorwaarden waaronder effectentransacties en effectenbezit, financiële belangen zijn toegestaan, zodanig dat achteraf kan worden vastgesteld of de desbetreffende insider overeenkomstig deze afspraken heeft gehandeld. Van de schriftelijke vastlegging van deze afspraken ontvangt de betrokken insider een kopie.

  • 2 De compliance-officer is verantwoordelijk voor maatwerkafspraken omtrent het afbouwen van effectenbezit. Van de schriftelijke vastlegging van deze afspraken ontvangt de betrokken insider een kopie.

  • 3 De compliance-officer kan binnen de grenzen van de regeling generieke uitvoeringsregels stellen voor alle insiders van een dienstonderdeel. Deze worden aan alle insiders van het desbetreffende dienstonderdeel bekend gemaakt.

Artikel 4.10. Uitleg van de regeling

Indien een insider twijfelt omtrent de uitleg of toepassing van deze regeling wint hij het advies in van de compliance-officer. De compliance-officer is bevoegd een voor de insider en de Belastingdienst bindende uitspraak te doen omtrent de toepassing van deze regeling.

Artikel 4.11. Registratie en rapportage

  • 1 De compliance-officer registreert het volgende:

    • de beschikkingen houdende de aanwijzing als insider en de intrekking daarvan,

    • de vaststelling van de restricted lists,

    • de maatwerkafspraken tussen de compliance-officer en een insider over de afbouw van effectenbezit,

    • de verklaringen van insiders,

    • kopieën van de vrije-handbeheerovereenkomsten,

    • de correspondentie en de met insiders gemaakte schriftelijke afspraken en eventuele gegevens omtrent onderzoeken die hebben plaatsgevonden.

  • 2 De compliance-officer brengt jaarlijks verslag uit aan de secretaris-generaal en de leden van de Raad van Bestuur van de Belastingdienst waarin ten minste wordt gerapporteerd over:

    • a. het aantal insiders;

    • b. het aantal ontvangen verklaringen op basis van de Insiderregeling Financiën 2017;

    • c. het aantal schriftelijk vastgelegde individuele afspraken met insiders en eventuele bijzonderheden hieromtrent;

    • d. het aantal en de aard van de meldingen;

    • e. eventueel gerezen problemen en geconstateerde overtredingen;

    • f. het aantal uitgevoerde onderzoeken op basis van het ambtenarenrecht wegens schending van het bepaalde in deze regeling en de resultaten van deze onderzoeken;

    • g. de effecten die op restricted lists zijn geplaatst;

    • h. eventuele knelpunten in de regeling inclusief voorstellen om de regeling aan te passen.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 5.1

  • 1 Na de inwerkingtreding van deze regeling berust de reeds bestaande aanwijzing van de compliance-officers op artikel 2.2 van deze regeling en de reeds bestaande aanwijzing van insiders op de artikelen 3.3 en 4.3 van deze regeling.

  • 2 Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de reeds bestaande restricted lists op de artikelen 3.6 en 4.6 van deze regeling, de door insiders al ingediende verklaringen op de artikelen 3.5, 4.4 en 4.5 en de met de compliance-officers al gemaakte individuele afspraken op de artikelen 3.9 en 4.9 van deze regeling

Artikel 5.2

De Insiderregeling Financiën 2006, de daarop gebaseerde Complianceregeling Agentschap 2009 en de Insiderregeling Belastingdienst worden ingetrokken.

Artikel 5.3

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

Artikel 5.4

Deze regeling wordt aangehaald als: Insiderregeling Financien 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Financiën,

J.R.V.A. Dijsselbloem