Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Aanvulling Leidraad CRS/FATCA

Geldend van 08-10-2016 t/m heden

Aanvulling Leidraad CRS/FATCA

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit bevat een aanvulling op het besluit van 14 januari 2016, DGBel 2016/48, betreffende de Leidraad FATCA/CRS (Stcrt. 2016, nr. 2236) in de vorm van vragen en antwoorden.

Naar aanleiding van de invoering van de Common Reporting Standard (CRS) op 1 januari 2016 is (nog) een aantal vragen gerezen in de praktijk, dat nog niet was voorzien in de Leidraad. In deze aanvulling op de Leidraad wordt op deze vragen ingegaan.

1. Uitvaartverzekeringen

Vraag: Klopt het dat een uitvaartverzekering alleen voor FATCA een ‘excluded account’ is en niet voor CRS?

Antwoord: Ja, voor CRS is een uitvaartverzekering geen ‘excluded account’. Afkoopbare uitvaartverzekeringen moeten worden gerapporteerd, ongeacht de waarde. Een niet-afkoopbare uitvaartverzekering hoeft niet te worden gerapporteerd.

2. Bewindvoerder in kader schuldsanering natuurlijke personen

Vraag: Hoe dient te worden omgegaan met de identificatie uit hoofde van FATCA en CRS van de natuurlijke persoon die als schuldenaar in de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) is terechtgekomen? Moet de bewindvoerder die een rekening opent op naam van de wilsonbekwame worden geïdentificeerd?

Antwoord: Nee, de wilsonbekwame moet geïdentificeerd worden, de bewindvoerder opent immers alleen in naam van de wilsonbekwame de rekening.

  • De volledige juridische eigendom van de rekening blijft bij degene die wilsonbekwaam is. Een wilsonbekwame mist alleen de bevoegdheid om zelf rechtshandelingen te verrichten, zoals het openen van een rekening. Een bewindvoerder handelt voor en in naam van de wilsonbekwame en heeft geen zelfstandig recht tot de rekening.

  • Het geld op de rekening is van de wilsonbekwame. Dat hij niet vrij kan beschikken over dit geld is voor FATCA/CRS niet van belang.

Alleen wanneer een bewindvoerder wel op eigen naam een rekening opent, moet hij ook voor FATCA/CRS geïdentificeerd worden.

N.B. Hetzelfde geldt ten aanzien van een curator bij faillissementen. Bij het uitspreken van een faillissement wijst de rechtbank een curator toe. Als onderdeel van zijn werkzaamheden moet hij een rekening openen voor de klant. Niet de curator hoeft te worden geïdentificeerd, maar de klant die vanuit CRS-perspectief dan een nieuwe klant is. Op het self-certificationformulier dienen dus de gegevens van de klant opgenomen te worden.

3. Internetbank zonder relatiemanager

Vraag: Een van de aanvullende due diligence voorschriften bij een hogewaarderekening is dat de vaststelling van de rekeninghouder mede moet plaatsvinden aan de hand van bij de relatiemanager aanwezige kennis. In het OESO-commentaar op sectie III, paragraaf C, onder nummers 38 tot en met 42, wordt hier nader op ingegaan. Een internetbank heeft geen relatiemanagers toegewezen aan zogenaamde hogewaarderekeningen. Als geen relatiemanager is toegewezen aan zogenaamde hogewaarderekeningen, moeten dan de desbetreffende due diligence voorschriften toch worden uitgevoerd?

Antwoord: Als een (internet)bank geen gebruik maakt van relatiemanagers hoeven de desbetreffende due diligenceregels niet te worden uitgevoerd.

4. Fiscale woonplaats asielzoekers

Vraag: Kan duidelijkheid gegeven worden over het fiscale woonland dat asielzoekers moeten aangeven bij het openen van een bankrekening?

Asielzoekers met een zogenoemd W-document (die nog in afwachting zijn van de uitspraak of zij al dan niet een verblijfsvergunning krijgen) en die hier een betaalrekening aanvragen, moeten sinds 1 januari jl. hun fiscale woonplaats aan de bank opgeven, als gevolg van CRS. Het is op dit moment voor het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA), de asielzoekers zelf en de banken onduidelijk wat de asielzoeker nu in dit geval als land onder ‘fiscale woonplaats’ moet invullen. Hierdoor kunnen banken asielzoekers (die nog niet over een verblijfsvergunning beschikken) soms niet verder helpen. Er is daarom een sterke behoefte aan duidelijkheid over welk land asielzoekers als fiscale vestigingsplaats moeten invullen (Nederland of het land van herkomst).

Antwoord: Als fiscaal woonland kan Nederland opgegeven worden. Asielzoekers zijn voorlopig hier en voldoen daarmee aan de meeste criteria op basis waarvan bepaald wordt wat iemands fiscale woonland is. Dit geldt ook voor vergunninghouders die nog in COA-opvanglocaties verblijven.

5. Keuzerecht NFFE onder FATCA?

Vraag: Kunnen ook NFFE’s (en niet alleen FI’s) eventueel in plaats van de IGA-definitie de US treasury-definitie gebruiken?

Antwoord: De FATCA is gericht op verplichtingen die worden opgelegd aan een FI en geeft niet een soort ‘keuzerecht’ aan een rekeninghouder/NFFE.

Nederland mag omschrijvingen uit de Amerikaanse uitvoeringsvoorschriften hanteren – en mag dit ook toestaan aan de Nederlandse FI’s – in plaats van de omschrijvingen in de NL IGA. Hierdoor kan worden voorkomen dat FI’s die onder de NL IGA vallen met ongunstiger criteria te maken krijgen in vergelijking met FI’s die onder een directe toepassing van de FATCA vallen; de bepaling maakt derhalve een gelijk speelveld mogelijk. Wel is bepaald dat een en ander niet mag leiden tot strijd met de bedoeling van de NL IGA. Nederland heeft bij de implementatie van de nationale regelgeving van de verplichtingen voor de FI’s tot het aanleveren van gegevens het genoemde gebruik van de afwijkende omschrijvingen mogelijk gemaakt. Aan de bepaling in artikel 4, zevende lid, van de IGA is in het Uitvoeringsbesluit WIB uitwerking gegeven: zie artikel 2a, derde lid, van dat besluit (het is FI’s toegestaan om gebruik te maken van de Final Regs, i.p.v. de IGA).

6. Buitenlands telefoonnummer als enig indicium

Vraag: Wat te doen als een buitenlands telefoonnummer het enige indicium is?

Vanaf 1 mei 2016 zijn de roaming-kosten binnen de EU sterk beperkt, en in 2017 worden zij geheel afgeschaft. Men kan een telefoonnummer nemen uit een ander land in de EU, omdat in dat land de kosten lager zijn, en zijn abonnement in Nederland opzeggen. De betrokken klanten blijven fiscaal inwoner van Nederland. Het betekent dat een “buitenlands telefoonnummer” als indicium binnen de EU niet in alle gevallen een effectief indicium is en het leidt tot veel formulieren naar klanten die “vals alarm” blijken.

Antwoord: Een enig telefoonnummer hoeft binnen de EU niet te gelden als indicium, mits alle overige indicia naar één EU-land wijzen.

7. Redelijk inspanning voor het verkrijgen van TIN in kader CRS

Vraag: Er zijn situaties dat er in een self-certficationformulier wordt aangeven dat de klant fiscaal inwoner is van een land maar geen TIN heeft, terwijl het land van fiscaal inwonerschap wel TIN’s uitgeeft.

Enkele voorbeelden van reacties die financiële instellingen terugkrijgen in dat soort situaties zijn:

  • klant geeft aan nog geen TIN te hebben;

  • klant geeft aan dat het TIN nog niet wordt uitgegeven, bijvoorbeeld pas als een bepaalde leeftijd wordt bereikt of bij het bereiken van een bepaalde waarde voor zijn belastingaangifte;

  • klant geeft aan niet te weten wanneer hij zijn TIN krijgt, bijvoorbeeld bij een land dat een TIN aan het introduceren is;

  • klant geeft aan geen TIN te hebben, omdat hij onder een uitzonderingscategorie valt.

Bij het ondertekenen van het self-certificationformulier bevestigt de klant dat hij de gegevens naar waarheid heeft ingevuld en eventuele wijzingen binnen 30 dagen zal doorgeven.

Het OESO-commentaar op sectie I, paragraaf C, onder nummers 27 en 28, geeft een kader voor het begrip ‘redelijke inspanning’ voor bestaande rekeninghouders met betrekking tot TIN’s. Maar de onderstaande vraag heeft ook betrekking op nieuwe rekeninghouders.

Hoe kunnen financiële instellingen vaststellen dat een land altijd TIN’s uitgeeft aan al zijn fiscale inwoners? En is er sprake van ‘redelijke inspanning’ indien de financiële instelling bij het ontbreken van een TIN, ondanks dat het land wel TIN’s uitgeeft, vraagt om uitleg waarom het TIN ontbreekt, of in dat geval een nieuw self-certifcationformulier toezendt en in afwachting van ontvangst van een TIN rapporteert op basis van de indicia?

Antwoord: Er kan van uitgegaan worden dat een financiële instelling voldoende invulling heeft gegeven aan het begrip ‘redelijke inspanning’ als zij de hiervoor beschreven of vergelijkbare pogingen heeft gedaan om een TIN te verkrijgen.

Toelichting: De CRS-wetgeving schrijft – kort samengevat – voor dat in het geval van self-certification het verstrekken van een TIN verplicht is, tenzij een land geen TIN’s verstrekt. In de praktijk blijkt dat veel landen uitzonderingen hebben waardoor groepen burgers geen TIN hebben terwijl het land in het algemeen wel TIN’s verstrekt. Voorbeelden op het moment van schrijven:

  • UK: heeft geen echte TIN. Een met een TIN overeenkomstig nummer wordt pas verstrekt zodra een burger 16 jaar wordt;

  • Frankrijk: is bezig met invoering van TIN’s. Nog niet iedereen heeft er een;

  • Algemeen: iemand gaat wonen in een land maar hem/haar is nog geen TIN toegekend.

Op de site van de OECD is informatie te vinden over welke landen welke TIN’s verstrekken. De kwaliteit van de desbetreffende informatie op de OECD site is nog onvoldoende/onvolledig. Voor zover de gegevens wel aanwezig zijn op de OECD site, blijkt hieruit dat er ook per land verschillende TIN-formaten naast elkaar kunnen bestaan. Ook blijkt dat het TIN niet altijd voorkomt op een van de documenten die als onderdeel van de reguliere KYC/AML processen worden verkregen. Een plausibiliteitscontrole bij de invoer van een buitenlands TIN (online of in de front/backoffice) is mogelijk, maar levert dikwijls geen resultaat op.

8. Bestaande rekening van minderjarig kind van gescheiden ouders

Vraag: Naar welke landen moeten gegevens worden gerenseigneerd in onderstaande casus?

Ouders zijn na scheiding vertrokken uit Nederland. Moeder naar Duitsland, vader naar België. Hun minderjarige kind zit op kostschool in de UK. Moeder is primair contactpersoon voor het kind.

In deze casus gaat het om de rekening van het kind. Vader en moeder hebben beiden toegang tot de rekening van het kind (volmacht).

Moeder wordt benaderd voor een self-certification van het kind vanwege de UK indicia van het kind èn vanwege de Belgische / Duitse indicia van de volmachthouders.

Antwoord: Het kind is fiscaal inwoner van de UK, de fiscale woonplaats van de ouders speelt geen rol. De gegevens van de rekening van het kind worden gerenseigneerd naar de UK (via de Belastingdienst).

9. Door grootouders geopende rekening van minderjarig kind in het buitenland

Vraag: Is er sprake van voldoende invulling van de door CRS vereiste KYC/AML in onderstaande casus?

Opa en oma hebben een spaarrekening geopend voor hun kleinkind, in de tijd dat dit nog was toegestaan. De ouders zijn geen klant bij de bank. Het gezin woont inmiddels in een ander land (het kan elk CRS-land zijn).

Het kind wordt benaderd voor een self-certification op basis van de indicia. Omdat het kind minderjarig is, wordt de self-certification ingevuld door een van de ouders. De handtekening is niet te controleren, omdat de ouders nooit eerder het KYC/AML proces hebben doorlopen. Het is voor de ouders ook niet mogelijk om zonder vliegreis persoonlijk op een bankkantoor hun legitimatie te tonen. De bank vraagt een van de ouders om een kopie van zijn of haar paspoort mee te sturen. Deze kopie hoeft niet gewaarmerkt te zijn. De self-certification wordt geaccepteerd indien deze bevestigt dat de fiscale woonplaats van het kind klopt met de reeds bekende indicia en als de handtekening overeenkomt met die van de kopie van het paspoort. Als de fiscale woonplaats afwijkt, kan herbevestiging (“weet u zeker dat …”) worden gevraagd. De rekening wordt opgeheven zodra het kind meerderjarig wordt – tenzij het zich dan alsnog volwaardig legitimeert, bijv. met een door de notaris gewaarmerkte kopie van het paspoort. In de praktijk gebeurt dat laatste niet zo vaak.

Antwoord: Ja, er is sprake van voldoende invulling van de vereiste KYC/AML.

10. Regelmatig verhandeld.

Vraag: Hoe moet de term ‘regelmatig verhandeld’ worden uitgelegd?

Antwoord: In paragraaf 1.45 van de Leidraad is geconstateerd dat de CRS strenger is dan de Final Regulations. Ten aanzien van ‘regelmatig verhandelde aandelen’ worden dezelfde eisen gesteld, maar waar de Final Regulations stellen dat deze eisen alleen gelden voor de categorieën aandelen die samen meer dan 50% van de totale stemrechten en van de totale waarde vertegenwoordigen, eist het CRS-commentaar dat deze eisen gelden voor elke categorie van aandelen.

Naar aanleiding van vragen van landen of het de bedoeling is geweest om strenger te zijn, is in een CRS FAQ op de OECD website in juni 2016 aangegeven hoe de term ‘each share class of the stock of the corporation’ moet worden uitgelegd.

Net als in de Final Regulations geldt nu ook voor de CRS dat van regelmatig verhandelbare aandelen in een kalenderjaar sprake is indien een of meer categorieën van aandelen van een entiteit gedurende het afgelopen kalenderjaar genoteerd stond(en) aan een erkende effectenbeurs en deze categorie(ën van) aandelen samen meer dan 50% van de totale stemrechten en van de totale waarde van de aandelen vertegenwoordigt of vertegenwoordigen. (Zie FAQ 4 onder Sectie VIII. D.4 van de FAQ-lijst van juni 2016).

11. Beleggingsfondsen

Vraag: Hoe werkt de documentatie/kwalificatie bij een beleggingsfonds, met een Stichting Beheer (of Bewaar)? Maakt het uit of er een administrateur bij betrokken is? Maakt het uit of het gaat om een professioneel fonds, of om een familiefonds? Maakt de juridische vorm van het fonds nog uit voor de beantwoording?

Antwoord: In het geval van een professionele administrateur zal het fonds een financiële instelling zijn. Dan zullen de betrokken partijen zich alle kwalificeren als financiële instelling.

Als het beleggingsfonds geen professionele administrateur heeft, dan is van belang dat de UBO’s of controlling persons gedocumenteerd worden. Of dat gebeurt door documentatie van het beleggingsfonds, of door documentatie die door de Stichting Beheer (of Bewaar) wordt aangeleverd, is niet van belang. De financiële instelling waar het beleggingsfonds een mogelijk te rapporteren rekening aanhoudt, mag zowel documentatie accepteren die door het beleggingsfonds is aangeleverd, als documentatie accepteren die de Stichting Beheer (of Bewaar) heeft verstrekt.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2016.

Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

Den Haag, 29 september 2016

De

Staatssecretaris

van Financiën,
namens deze,

J. de Blieck

Lid van het managementteam Belastingdienst