Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidiereglement Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

Geldend van 04-10-2016 t/m heden

Subsidiereglement Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

Het Bestuur van de stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie,

gelet op artikel 10, vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

gezien de op 1 december 2015 door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verleende goedkeuring;

Besluit

Artikel 1. Taakopvatting van het Stimuleringsfonds

  • 1 Dit reglement is van toepassing op aanvragen voor projecten, programma's of anderszins in een deelregeling benoemde activiteiten op het gebied van digitale cultuur, gaming, productontwerp, grafisch ontwerp, mode, architectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur.

  • 2 Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie verstrekt, in overeenstemming met zijn statuten en overeenkomstig de bepalingen vastgesteld in de wet, het onderhavige reglement, deelregelingen en, voor zover van toepassing, uitnodigingen tot het indienen van projecten, subsidies voor de uitvoering van projecten die bijdragen aan het bevorderen van hoogwaardige kwaliteit, ontwikkeling en professionalisering van de hedendaagse Nederlandse creatieve industrie.

Artikel 2. Algemene doelstellingen Stimuleringsfonds

Het Stimuleringsfonds hanteert bij het verlenen van subsidies de volgende doelstellingen:

  • a. bevorderen van experimenten en crossovers;

  • b. stimuleren van onderzoek, analyse en reflectie;

  • c. bevorderen van talentontwikkeling en artistieke kwaliteit;

  • d. bevorderen van maatschappelijk engagement en publieksactiviteiten;

  • e. versterken van de internationale positie van de ontwerpsectoren;

  • f. bevorderen van de professionalisering van de ontwerppraktijk en voorbeeldig opdrachtgeverschap.

Artikel 3. Begripsomschrijvingen

In dit reglement en deelregelingen wordt verstaan onder:

  • Adviesorgaan: een door het Bestuur ingestelde adviescommissie of benoemde adviseur als bedoeld in artikel 7 van de statuten.

  • Architectuur: de werkterreinen architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur, interieurarchitectuur, inclusief aanverwante activiteiten gericht op analyse van en reflectie op deze werkterreinen.

  • Bestuur: het Bestuur van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, als bedoeld in artikel 5 van de statuten.

  • Cofinanciering: bijdragen van derden, waaronder bijdragen van private partijen bijvoorbeeld in de vorm van deelname of sponsoring en bijdragen van publieke partijen zoals provincie, gemeente of publieke fondsen.

  • Cultureel ondernemerschap: de mate waarin ontwerpers, dan wel opdrachtgevers en producenten en culturele instellingen erop gericht zijn zoveel mogelijk artistiek-cultureel of maatschappelijk rendement te halen uit voorgenomen activiteiten.

  • Digitale cultuur: culturele en artistieke producties of uitingen die zich verhouden tot digitale technologie, nieuwe media of games.

  • Discipline: vakgebied binnen kunst of wetenschap.

  • Project: het geheel van werkzaamheden, en direct daaraan gerelateerde kosten ten behoeve van een incidentele, concreet omschreven activiteit die zich afspeelt binnen een van te voren aangegeven periode van maximaal 24 maanden.

  • Projectsubsidie: de eenmalige aanspraak op financiële middelen van het Stimuleringsfonds, verstrekt om een project voor te bereiden of uit te voeren.

  • Sector: werkterrein, dat valt binnen de werkingssfeer van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

  • Startsubsidie: een vorm van een projectsubsidie, die kan worden verleend voor het ontwikkelen van een uitgewerkt projectvoorstel, op basis waarvan een aanvraag kan worden ingediend voor een subsidie voor een concreet project.

  • Talent: uitzonderlijke professionele begaafdheid met de potentie en eigenschappen om deze verder te ontwikkelen tot een inspirerend voorbeeld voor vakgenoten en een breder geïnteresseerd publiek.

  • Vormgeving: het ontwerpen van mode, accessoires en sieraden; textiel-, glas- en keramiekvormgeving; grafische vormgeving, typografie, visuele communicatie, interactief en information design, animatie, illustratie, strip en graphic novel; product-, meubel- en industriële vormgeving, interieur- en ruimtelijk ontwerp, tentoonstellingsontwerp, lichtontwerp, scenografie; social design.

Artikel 4. Toepasselijkheid Subsidiereglement Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

De bepalingen in dit reglement zijn van toepassing op het aanvragen, beoordelen, verlenen en vaststellen van een subsidie voor een project. Dit reglement geldt naast de statuten, de reglementen die zijn vastgesteld voor het Bestuur en de Raad van Toezicht en de Algemene wet bestuursrecht en, indien van toepassing, deelregelingen.

Artikel 5. Subsidie

  • 1 Voor het verkrijgen van een subsidie van het Stimuleringsfonds moet de aanvrager staan ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel, danwel een vergelijkbare buitenlandse organisatie.

  • 2 Een subsidie kan slechts worden verleend:

    • a. indien er sprake is van een begrotingstekort en de behoefte aan een subsidie, naar het oordeel van het Bestuur, is aangetoond;

    • b. wanneer de aanvrager een zodanige werkwijze toepast dat redelijkerwijs mag worden verwacht dat de door de aanvrager gestelde doeleinden zullen worden bereikt;

    • c. indien de aanvrager niet toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de subsidieverplichtingen van een project waaraan het Stimuleringsfonds een eerdere subsidie heeft verleend;

    • d. indien de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de voor het project beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Stimuleringsfonds en eventuele eigen inkomsten uit entreegelden, sponsoring of anderszins, voldoende zijn om het project in overeenstemming met de in dit reglement opgenomen voorwaarden uit te voeren;

    • e. indien het resultaat publiek wordt gemaakt.

  • 3 Subsidies worden niet verleend aan:

    • a. instellingen die een structurele subsidierelatie hebben met de rijksoverheid;

    • b. projecten waarbij geen sprake is van een Nederlands belang;

    • c. projecten die een reprise of een herdruk betreffen;

    • d. seriële productie;

    • e. projecten die plaatsvinden in het kader van studie of opleiding;

    • f. projecten waarbij geen sprake is van een redelijke cofinanciering ten opzichte van de opzet van het project.

  • 4 Er kan geen subsidie worden verleend voor:

    • a. onderwijsprogramma’s en aanverwante activiteiten van onderwijsinstellingen;

    • b. aan instellingen voor hbo en aan universiteiten dan wel aan aan deze instellingen gelieerde organisaties;

    • c. studiereizen;

    • d. educatie;

    • e. exploitatietekorten;

    • f. haalbaarheidsonderzoeken;

    • g. arbeidskosten voor medewerkers van rijks-, provinciale en gemeentelijke instellingen;

    • h. het verwerven van eigendommen;

    • i. bouw- en restauratiekosten;

    • j. inrichtings-, restauratie- en verbouwingsplannen;

    • k. projecten met een looptijd langer dan 24 maanden;

    • l. activiteiten die de reguliere bedrijfsactiviteiten niet overstijgen;

    • m. activiteiten die in het teken staan van valorisatie.

Artikel 6. Algemene kaders voor subsidieverlening

  • 1 Het Bestuur stelt jaarlijks een Activiteitenplan vast met daarin informatie over de mogelijkheden tot het aanvragen van een subsidie. Het plan bevat in elk geval de inzendtermijnen en de eisen waaraan een aanvraag voor een subsidie dient te voldoen.

  • 2 Het Activiteitenplan behoeft de goedkeuring van de Raad van Toezicht en wordt aansluitend openbaar gemaakt, ten minste door vermelding op de website.

Artikel 7. Bijzondere aanvraagprocedures

  • 1 De Open Call is een bijzondere aanvraagprocedure die uitgeschreven kan worden, voornamelijk ten behoeve van het ontwikkelen van een uitgewerkt projectvoorstel. Alsdan maakt het Bestuur een oproep openbaar waarin het doel van de oproep, het te verlenen bedrag en de te volgen procedure zijn opgenomen. De Open Call wordt minimaal vier weken voor de vastgestelde sluitingsdatum openbaar gemaakt, ten minste door vermelding op de website.

  • 2 Het Bestuur kan besluiten om een bijzondere aanvraagprocedure in te richten voor het verstrekken van een voucher. Op basis van een uitnodiging voor deelname aan een hoogwaardige manifestatie of presentatie-activiteit, motivatie en artistieke kwaliteit kan een bedrag beschikbaar worden gesteld voor ondersteuning in de reis- en verblijfskosten. De informatie over de aanvraagprocedure, het doel, het te verlenen bedrag en de te volgen procedure wordt openbaar gemaakt, ten minste door vermelding op de website.

Artikel 8. Weigeringsgronden

  • 1 Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen als de uitvoering van de beoogde activiteiten – blijkens de aanvraag – niet binnen twaalf maanden na het besluit van het Bestuur wordt aangevangen.

  • 2 Aanvragen moeten in de Nederlandse of Engelse taal zijn gesteld.

  • 3 Indien een aanvrager na een geheel of gedeeltelijk afwijzend besluit door het Bestuur binnen zes maanden na dat besluit een nieuwe aanvraag indient voor hetzelfde project, wordt deze aanvraag zonder nader onderzoek of advies afgewezen, tenzij gewijzigde omstandigheden of nieuwe feiten worden vermeld.

  • 4 Het Bestuur kan besluiten een aanvraag zonder nader onderzoek of advies af te wijzen wanneer over een voorafgaand project van dezelfde aanvrager, waarvoor het Stimuleringsfonds een subsidie heeft verleend, niet binnen de gestelde termijn of niet naar genoegen van het Bestuur verantwoording is afgelegd.

Artikel 9. Subsidieplafonds, prioriteiten bij beoordeling

  • 1 Een subsidie wordt altijd verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden aan het Stimuleringsfonds ter beschikking worden gesteld.

  • 2 Het Bestuur kan, ten aanzien van de volgorde van de beoordeling en de verlening van een subsidie, voorrang verlenen aan een bepaalde aanvraag in verband met:

    • a. het beschikbare budget van het Stimuleringsfonds;

    • b. door het Bestuur geformuleerde prioriteiten;

    • c. het oormerken van bedragen ten behoeve van de uitvoering van deelregelingen.

  • 3 Het Bestuur kan besluiten dat bij de beoordeling van aanvragen een volgorde wordt vastgesteld in de waardering van die aanvragen of de mate, waarin deze voldoen aan de criteria die gesteld zijn voor de betreffende deelregeling, opengestelde ronde, het project of de oproep daarvoor dan wel voor de open call.

Artikel 10. Subsidieplafonds, bijzondere toekenningsvolgorden

  • 1 De verlening van een subsidie wordt geweigerd wanneer door verstrekking van de subsidie het bekend gemaakte financieel plafond van de deelregeling, de opengestelde ronde, het project of de oproep daarvoor dan wel de open call zou worden overschreden, behoudens het bepaalde in het tweede lid. Zodanig financieel plafond geldt als subsidieplafond als in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2 Het bestuur kan besluiten dat, in het geval dat het totaal van de aanvragen dat voor subsidieverlening in aanmerking komt het subsidieplafond overschrijdt,

    • a. het beschikbare bedrag naar rato wordt verdeeld over de aanvragers die voor subsidie in aanmerking komen;

    • b. het beschikbare bedrag wordt toegekend aan de aanvragers waarvan de aanvraag het hoogst wordt gewaardeerd, waarbij aan de hoogst gewaardeerden de gevraagde bijdrage kan worden verleend zo lang het totaal daarvan het subsidieplafond niet overschrijdt, waarna aan de aanvrager aan wie toekenning zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond slechts het bedrag wordt toegekend dat resteert tot aan het subsidieplafond;

    • c. het beschikbare bedrag wordt toegekend aan de aanvragers waarvan de aanvraag het hoogst wordt gewaardeerd tot en met de aanvraag, waarvan toekenning zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, met dien verstande dat het beschikbare bedrag alsdan naar rato over hen wordt verdeeld;

    • d. de te honoreren aanvragen te onderscheiden in twee groepen, waarna aan de groep met de hoogste waarderingen de gevraagde bijdrage kan worden verleend, terwijl het bedrag dat alsdan resteert tot aan het subsidieplafond naar rato wordt verdeeld over de aanvragers in de tweede groep; of

    • e. subsidie voor een aanvraag waarvan toekenning zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond niet wordt toegekend waarna aan een positief beoordeelde, maar lager gewaardeerde aanvraag subsidie kan worden verleend wanneer daardoor het subsidieplafond niet wordt overschreden; het Bestuur kan alsdan aan de uitvoering van deze aanvraag nadere eisen verbinden.

  • 3 Voorgenomen toepassing van een der mogelijkheden, genoemd in het tweede lid, wordt gelijktijdig bekend gemaakt met het openstellen van de mogelijkheid om aanvragen in te dienen.

Artikel 11. Algemene voorwaarden voor ondersteuning

  • 1 Voor het indienen van een aanvraag stelt het Bestuur een aanvraagformulier vast en maakt dat bekend op haar website. Dit formulier dient volledig te worden ingevuld overeenkomstig de richtlijnen die in de toelichting staan omschreven.

  • 2 Een subsidie kan slechts worden verleend wanneer het project:

    • a. voldoende aansluit bij de doelstelling of doelstellingen van de betreffende deelregeling;

    • b. voldoende consistent is in doel, opzet, betrokken deskundigheid, wijze en mate van cofinanciering en publieksbereik.

    • c. aansluit bij een of meer van de algemene doelstellingen, zoals geformuleerd in artikel 2.

  • 3 Het Bestuur neemt bij zijn besluit tot verlening van een subsidie in elk geval het volgende in overweging:

    • a. de vereisten en criteria uit dit reglement en de betreffende deelregeling;

    • b. nadere vereisten die betrekking hebben op de uitvoering van het project en die zijn vastgesteld door het Bestuur en opgenomen in de aanvraagformulieren of in de aankondiging op de website. Deze worden minimaal vier weken voor de vastgestelde sluitingsdatum vastgelegd.

    • c. prioriteiten zoals bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder b;

    • d. de noodzaak en omvang van de subsidie;

    • e. de statutaire doelstelling van de aanvrager;

    • f. het advies dat naar aanleiding van een aanvraag aan het Bestuur is uitgebracht;

    • g. het beschikbare budget voor de subsidieronde, in relatie tot het beschikbare budget voor de deelregeling.

Artikel 12. Inhoud aanvraag: informatie over de aanvrager

  • 1 De aanvraag bevat tenminste de volgende informatie:

    • a. datum aanvraag, naam, adres en woonplaats van de aanvrager, alsmede diens betaalgegevens en, in geval van een rechtspersoon, opgave van de rechtsvorm;

    • b. een kopie van de voor de aanvrager geldende statuten en een uittreksel uit het handelsregister dat niet ouder is dan twaalf maanden;

  • 2 De aanvraag wordt door de aanvrager of een rechtsgeldige vertegenwoordiger van de aanvrager ondertekend.

Artikel 13. Inhoud aanvraag: inhoudelijke informatie over het project

De aanvraag bevat tenminste de volgende informatie:

  • a. een beschrijving van het project waarvoor deze subsidie wordt aangevraagd. In die beschrijving moet worden vermeld wat de doelstelling van het project is; waar, wanneer, door wie en hoe het project wordt uitgevoerd en voor wie het project bestemd is;

  • b. een omschrijving van het belang van het project, die het mogelijk maakt te beoordelen of het aansluit bij de criteria en doelstellingen van het Stimuleringsfonds zoals geformuleerd in artikel 1, 2, 14 tot en met 21 van dit reglement en de betreffende deelregeling.

Artikel 14. Inhoud aanvraag: financiële informatie over het project

De aanvraag bevat tenminste de volgende informatie over het project:

  • a. vermelding van de hoogte van de verlangde subsidie;

  • b. een realistische begroting van het project, bestaande uit een duidelijk overzicht van de geraamde inkomsten en uitgaven;

  • c. een omschrijving van de mate en wijze van cofinanciering;

  • d. een opgave van aanvragen die bij derden zijn ingediend voor een subsidie, bijdrage, sponsoring of vergoeding voor hetzelfde project. Daarbij moet worden vermeld wat de stand van zaken is met betrekking tot de beoordeling van en besluitvorming over die betreffende aanvragen;

  • e. een omschrijving van de eventuele eigen bijdrage aan de uitvoering van het project.

Artikel 15. Inhoud aanvraag: informatie over de communicatiestrategie van het project

In de aanvraag is minstens de volgende informatie opgenomen:

  • a. een omschrijving van het publiek waarop de communicatie zich richt;

  • b. een omschrijving van wat men met de communicatie wil bereiken;

  • c. een omschrijving van de wijze van communicatie, zowel tussentijds als bij de bekendmaking van de resultaten;

  • d. een omschrijving van het medium of de media waarop gecommuniceerd wordt.

Artikel 16. Beoordelingscriteria die gelden voor projecten met als doelstelling het bevorderen van experimenten en crossovers

Er wordt beoordeeld in hoeverre het project voldoet aan:

  • a. het bevorderen van experimenten: het onderzoeken van nieuwe vraagstukken, werkwijzen of benaderingen met als doel het verwerven van nieuwe inzichten.

  • b. het bevorderen van crossovers: het leggen van relevante connecties tussen de creatieve industrie, wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke opgaven.

Artikel 17. Beoordelingscriteria die gelden voor projecten met als doelstelling het stimuleren van onderzoek, analyse en reflectie

Er wordt beoordeeld in hoeverre het project voldoet aan het stimuleren van onderzoek, analyse of reflectie, doordat:

  • a. het een toevoeging is op de bestaande praktijk of theorie;

  • b. het door zijn uitzonderlijke, voorbeeldstellende artistieke kwaliteit of karakter naar verwachting nieuwe ontwikkelingen stimuleert;

  • c. het gangbare inzichten en werkwijzen analyseert en ter discussie stelt.

Artikel 18. Beoordelingscriteria die gelden voor projecten met als doelstelling het bevorderen van talentontwikkeling en artistieke kwaliteit

Er wordt beoordeeld in hoeverre het project voldoet aan:

  • a. het bevorderen van talentontwikkeling: het project stimuleert de verdere artistieke of professionele ontwikkeling van individuele talenten;

  • b. het bevorderen van artistieke kwaliteit: het project is gericht op het continueren, verder ontwikkelen en profileren van de eigen uitzonderlijke professionele begaafdheid, terwijl betreffende ontwerper wordt gezien als een inspirerend voorbeeld voor vakgenoten en een breder geïnteresseerd publiek;

waarbij deze ontwikkeling gepaard gaat met het versterken van het eigen cultureel ondernemerschap.

Artikel 19. Beoordelingscriteria die gelden voor projecten met als doelstelling het bevorderen van maatschappelijk engagement en publieksactiviteiten

Er wordt beoordeeld in hoeverre het project voldoet aan:

  • a. het bevorderen van maatschappelijk engagement: het project levert vanuit een cultureel perspectief een bijdrage aan een maatschappelijk vraagstuk. Het betrekt hierbij een publiek of partners die passen bij de aard en opzet van het project;

  • b. het bevorderen van publieksactiviteiten: het project is gericht op het bereiken van een zo breed mogelijk publiek, dat past bij de aard en opzet van het project. Het project vergroot op deze manier de belangstelling voor de hedendaagse creatieve industrie.

Artikel 20. Beoordelingscriteria die gelden voor projecten met als doelstelling het versterken van de internationale positie van de ontwerpsectoren

Er wordt beoordeeld in hoeverre het project voldoet aan:

  • a. het versterken van de internationale reputatie van de hedendaagse Nederlandse creatieve industrie;

  • b. het vergroten van het werkterrein van de creatieve industrie;

  • c. het opbouwen en onderhouden van relevante internationale relaties.

Artikel 21. Beoordelingscriteria die gelden voor projecten met als doelstelling het bevorderen van de professionalisering van de ontwerppraktijk en van voorbeeldig opdrachtgeverschap

Er wordt beoordeeld in hoeverre het project voldoet aan:

  • a. bevorderen van de professionalisering van de ontwerppraktijk: het project draagt bij aan de opzet of doorontwikkeling van de eigen beroepspraktijk van de ontwerper of maker, bijvoorbeeld door het aangaan van nieuwe crossectorale samenwerkingsverbanden, het ontwikkelen en uitvoeren van een langetermijnstrategie die bijdraagt aan de inhoudelijke verdieping van de beroepspraktijk

  • b. bevorderen van voorbeeldig opdrachtgeverschap: het project draagt bij aan een voorbeeldstellende wijze waarop ontwerpers/makers samenwerken met opdrachtgevers c.q. producenten; dan wel het stimuleren van excellent opdrachtgeverschap gericht op artistiek hoogwaardige of maatschappelijk relevante resultaten.

Artikel 22. Advisering

  • 1 Het Bestuur kan een aanvraag ter advisering voorleggen aan een adviesorgaan.

  • 2 Bij de formulering van het advies over het al of niet verlenen van een subsidie dient het adviesorgaan zich te baseren op de door de aanvrager verstrekte gegevens, documentatie, portfolio en eventuele aanvullende bij de aanvraag verstrekte informatie.

  • 3 Het adviesorgaan wordt een oordeel gevraagd over de mate waarin een aanvraag voldoet aan het bepaalde in het Subsidiereglement, met name aan de in artikelen 12 tot en met 21, en de in de van toepassing zijnde deelregeling gestelde criteria.

  • 4 Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de te verlenen subsidie en van aanbevelingen met betrekking tot de uitvoering van het project.

  • 5 Het Bestuur kan het adviesorgaan verzoeken bij de beoordeling van aanvragen rekening te houden met toepassing van een der modaliteiten, genoemd in de artikelen 9 en 10, en dat in de advisering te betrekken.

  • 6 De werkwijze, benoemingen, benoemingstermijnen en nadere regels ten aanzien van het functioneren van een adviesorgaan legt het Bestuur vast in het Protocol Advisering van aanvragen.

Artikel 23. Verlening van een subsidie

  • 1 Het besluit tot verlening van een subsidie bevat een weergave van het eventuele advies, de voorwaarden waaronder de subsidie beschikbaar wordt gesteld, de verplichtingen waaraan de ontvanger zich dient te houden, de maximale hoogte van de subsidie of de wijze waarop deze zal worden bepaald, informatie over de betaalbaarstelling en de bevoorschotting en de datum waarop de activiteiten afgerond dienen te zijn.

  • 2 Besluiten over aanvragen worden genomen binnen tien weken na de laatste dag van de inzendtermijn, tenzij in een deelregeling een andere beslistermijn is bepaald.

  • 3 Het besluit en alle daaruit voortvloeiende aanspraken vervallen indien het project binnen twaalf maanden na het besluit tot verlening geen aanvang heeft genomen. Hiervoor is geen verdere mededeling door het Bestuur vereist. Het Bestuur kan in een deelregeling een afwijkende termijn vaststellen.

  • 4 In het verleningbesluit kan het Bestuur voorbehouden maken en voorschriften en voorwaarden stellen, in elk geval ter zake van de voorbereiding en uitvoering van het project, de presentatie van de resultaten, de wijze van betaalbaarstelling, de verslaglegging en de wijze van financiële en inhoudelijke verantwoording.

  • 5 Met de uitvoering van een voorstel wordt niet eerder dan de datum waarop het Bestuur besluit aangevangen.

  • 6 Aan het verlenen van een subsidie kunnen door de aanvrager nooit rechten worden ontleend met betrekking tot de honorering van een volgende aanvraag voor een subsidie.

Artikel 24. Voorschotten

Het Bestuur kan een voorschot betaalbaar stellen. In het besluit tot verlening van de subsidie worden de hoogte en het tempo van de bevoorschotting vastgesteld. De verlening van het voorschot geschiedt gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening. Het voorschot bedraagt maximaal 100 procent van de verleende subsidie. Het Bestuur kan met betrekking tot de bevoorschotting nadere regels stellen in deelregelingen.

Artikel 25. Verplichtingen van de ontvanger van een subsidie

  • 1 De aanvrager dient in alle publieke uitingen het Stimuleringsfonds te vermelden als subsidieverstrekker. In publicaties en verslagen, op uitnodigingen aankondigingen, websites en audiovisuele producties dient het logo van het Stimuleringsfonds te worden opgenomen. Wanneer een aanvrager logo’s opneemt van commerciële sponsors dient ook het logo van het Stimuleringsfonds te worden gebruikt.

  • 2 De ontvanger garandeert het Bestuur dat het project op doelmatige en financieel verantwoorde wijze wordt uitgevoerd. In dat kader voert de ontvanger een goed beleid en beheer, gebruikt hij de subsidie op efficiënte wijze voor het doel waarvoor het is verleend en leeft hij alle verplichtingen na die zijn verbonden aan de subsidieverlening.

  • 3 De subsidieontvanger doet onverwijld een melding bij het Bestuur van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidieverstrekking. Bij de melding worden de stukken overgelegd die betrekking hebben op de gemelde feiten en omstandigheden en wordt de oorzaak van de gemelde feiten en omstandigheden toegelicht. In het geval van twijfel neemt de subsidieontvanger contact op met het Bestuur.

  • 4 Bij de verantwoording, zoals genoemd in de artikelen 25 tot en met 30, wordt ingegaan op de daadwerkelijke uitvoering van het project.

Artikel 26. Desgevraagd verantwoorden bij subsidies minder dan € 25.000

Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, toont de subsidieontvanger op verzoek van het Bestuur aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

Artikel 27. Verantwoording bij subsidies van € 25.000 of meer

  • 1 Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, toont de subsidieontvanger aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 2 Het activiteitenverslag bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.

  • 3 De inrichting van het verslag komt overeen met de inrichting van de beschrijving van het project.

  • 4 Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in de beschrijving van het project, en de feitelijke realisatie.

  • 5 Bij deelregeling of bij beschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger op een andere wijze aantoont dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 28. Werkelijkekostenverklaring bij subsidies van € 25.000 of meer

  • 1 Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt moet de subsidieontvanger op basis van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aantonen dat de activiteiten zijn verricht.

  • 2 In de verklaring geeft de subsidieontvanger aan:

    • a. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht, voorzien van een korte toelichting,

    • b. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan,

    • c. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is,

    • d. wat, in voorkomend geval, de stand van de egalisatiereserve is,

    • e. wat het totale bedrag van de gerealiseerde opbrengsten, inclusief bijdragen van derden, is, en

    • f. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is.

Artikel 29. Verantwoording bij subsidies van € 125.000 of meer

Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, legt de subsidieontvanger, onverminderd artikel 25, rekening en verantwoording af aan de hand van een financieel verslag. Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 30. Accountantsverklaring bij subsidies van € 125.000 of meer

  • 2 De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig een controleprotocol indien dat door het Bestuur is vastgesteld.

  • 3 In de verklaring, bedoeld in het eerste lid, geeft de accountant tevens een oordeel over de naleving door de subsidieontvanger van de in het controleprotocol genoemde voorschriften.

Artikel 31. Vaststelling van de subsidie

  • 1 Uiterlijk 22 weken nadat het project heeft plaatsgevonden, moet de aanvraag tot subsidievaststelling zijn ingediend.

  • 2 Het Bestuur kan de ontvanger nadere aanwijzingen geven over de controle op de naleving van de voorwaarden die zijn verbonden aan de verlening van de subsidie.

Artikel 32. Bezwaar

Een belanghebbende kan bezwaar maken door een bezwaarschrift in te dienen bij het Bestuur. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken. De termijn vangt aan op de dag nadat het besluit bekend is gemaakt.

Artikel 33. Bescherming persoonsgegevens

Het Bestuur verstrekt geen vertrouwelijke informatie over een aanvraag aan derden. Het gaat hier om bedrijfs- en fabricagegegevens die door een aanvrager vertrouwelijk aan het Stimuleringsfonds zijn medegedeeld of om persoonsgegevens als bedoeld in hoofdstuk 2, paragraaf 2 van de Wet bescherming persoonsgegevens, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt.

Artikel 34. Termijn

  • 1 Dit reglement is van toepassing op alle aanvragen die vanaf 1 januari 2017 bij het Stimuleringsfonds worden ingediend.

  • 2 Het Bestuur kan bepalen dat dit reglement eerder in werking treedt met betrekking tot een specifieke deelregeling.

  • 3 Op 1 januari 2017 vervallen alle reglementen en (deel)regelingen, onder welke benaming dan ook, die op 31 december 2016 binnen het Stimuleringsfonds van kracht waren, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op alle voor 1 januari 2017 ingediende aanvragen.

  • 4 Deelregelingen die betrekking hebben op de subsidieperiode 2017–2020, maar waarvan de uitvoering eerder heeft plaatsgevonden, vervallen niet op 1 januari 2017.

Artikel 35. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidiereglement Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

Artikel 36. Slotbepalingen

In gevallen waarin de wet, de statuten, dit reglement of deelregelingen niet voorzien, beslist het Bestuur.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie,

J. Rodermond

(directeur/bestuurder)