Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Richtlijn voor strafvordering Wet vervoer gevaarlijke stoffen ten aanzien van vervoer over de weg

Geldend van 01-10-2016 t/m heden

Richtlijn voor strafvordering Wet vervoer gevaarlijke stoffen ten aanzien van vervoer over de weg

Achtergrond

Ter bevordering van eenheid in het strafvorderingsbeleid zijn met betrekking tot de meest voorkomende overtredingen van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS) ten aanzien van vervoer over de weg tarieven vastgesteld. Deze tarieven gelden als richtlijn voor de hoogte van het transactiebedrag, de strafbeschikking dan wel voor de eis ter terechtzitting. Door toepassing te geven aan artikel 74 Wetboek van Strafrecht kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld bij een transactie. Op basis van artikel 257a Wetboek van Strafvordering en artikel 36 Wet op de Economische Delicten (WED) kan de strafbeschikking bijzondere aanwijzingen bevatten.

Beschrijving

1. Wet- en regelgeving

De WVGS kent een gelede normstelling. Nationale wet- en regelgeving komt voort uit het Européen relatif au transport international des marchandises Dangereuses par Route (ADR) en bestaat uit:

In art. 4 en 5 (jo. artt. 2 en 3) van de WVGS wordt het verboden om gevaarlijke stoffen te vervoeren over land, indien niet is voldaan aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels. Art. 2 BVGS bepaalt dat deze regels in de VLG staan. De VLG bevat een bijlage met de Nederlandse vertaling van het ADR. Op die wijze is het ADR geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving.

De verbodsbepalingen in de artt. 4, 5, 10, 11, 21, 24, 27, 29, 31 en 33 WVGS zijn via art. 1a WED gekwalificeerd als economisch delict. Het gaat om misdrijven voor zover deze feiten opzettelijk zijn begaan en overtredingen als deze onopzettelijk zijn begaan. Het niet naleven van art. 47 en 48 WVGS levert een economisch delict op, zijnde een overtreding.

2. Sanctiestrategie

De toekenning van de risicocategorieën is gebaseerd op Europese Richtlijn (2004/12/EG bijlage II). De controlerende instantie/functionaris dient rekening te houden met specifieke omstandigheden bij het constateren van een inbreuk. Afhankelijk van die omstandigheden kan er worden afgeweken van de risicocategorieën. Aan de hand van de risicocategorie wordt bepaald of er corrigerende maatregelen worden genomen en of strafrechtelijke handhaving geïndiceerd is.

De controlerende instantie/functionaris zorgt er voor dat de overtreding ongedaan wordt gemaakt door corrigerende maatregelen te nemen. De risicocategorie van het overtreden voorschrift geeft aan of de corrigerende maatregelen ter plekke, of in een later stadium moeten worden genomen. Indien er ernstige bezwaren zijn tegen de overtreder en onmiddellijk ingrijpen vereist is, kan de officier van justitie op grond van artikel 28 WED een voorlopige maatregel bevelen.

Risicocategorie I : hoog risico op dodelijke slachtoffers, ernstig letsel voor personen of significante aantasting van milieu. Er moeten onmiddellijk corrigerende maatregelen worden genomen.

Risicocategorie II : risico op letsel voor personen of aantasting van het milieu. Corrigerende maatregelen op controleplaats indien mogelijk, anders uiterlijk bij het voltooien van het vervoerstraject.

Risicocategorie III : gering risico op letsel voor personen of aantasting milieu. Maatregelen hoeven niet op de controleplaats te worden genomen, maar kunnen later bij de onderneming worden genomen.

3. Aansprakelijkheid

Uit het oogpunt van de ketenaansprakelijkheid kunnen meerdere betrokkenen (tegelijkertijd), zowel rechtspersonen als natuurlijke personen (zoals de chauffeur), via de WVGS strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor overtreding van het ADR/WVGS. In het ADR worden de volgende belangrijke betrokkenen genoemd: afzender, de vervoerder, geadresseerde (belangrijke betrokkenen 1.4.2 ADR). Tevens worden er voorbeelden gegeven van mogelijk andere betrokkenen en hun plichten: belader, vuller, verpakker, exploitant en losser (1.4.3 ADR).

4. Recidive

De boetebedragen in de tarieflijst hebben betrekking op first offenders. Als er sprake is van recidive wordt de geldboete uit de tarieflijst opgehoogd.

Van recidive door natuurlijke personen is alleen sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaren na betaling van een transactie of na een onherroepelijke geworden strafbeschikking/ veroordeling voor overtreding van de WVGS/ADR.

1 maal recidive: + 10%

2 maal recidive: + 20%

Meer dan 2 keer recidive: dagvaarden

Van recidive door rechtspersonen (ook de ‘eenmanszaak’) is alleen sprake indien de overtreding wordt begaan binnen vijf jaren na betaling van een transactie of na een onherroepelijke geworden strafbeschikking/ veroordeling voor overtreding van de WVGS/ADR.

1 maal recidive: + 50%

2 maal recidive: + 100%

Meer dan 2 keer recidive: dagvaarden

5. Wederrechtelijk verkregen voordeel

Waar mogelijk zal in het proces-verbaal gemotiveerd het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel worden aangegeven. Dit bedrag kan dan in daarvoor in aanmerking komende gevallen aan de verdachte worden ontnomen (Zie: Aanwijzing afpakken).

6. Relatieve competentie

Het proces-verbaal wordt in beginsel ingezonden aan het parket (Functioneel Parket) van het arrondissement waarbinnen de pleegplaats is gelegen.

Tarieflijst

De overtredingen waarop de tarieflijst in de bijlage betrekking heeft, zijn kort aangeduid en voorzien van het overtreden voorschrift. De aanduiding van het overtreden voorschrift is, hetzij het randnummer als genoemd in de ‘Europese overeenkomst betreffende het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg’ (ADR), hetzij een verwijzing naar andere wet- of regelgeving.

Bijlage

AF = Afzender

VV = Vervoerder

GE = Geadresseerde, LO = Losser

BE = Belader

VU = Vuller

VP= Verpakker

EX = Exploitant/gebruiker

sectienummer (ADR) (tenzij WVGS is aangegeven)

Beschrijving van de overtreding

AF

VV

GE

LO

BE

VU

VP

EX

Geldboete

Risico Categorie

VERVOERSDOCUMENTATIE
Vervoersdocument:

8.1.2.1.a / 5.4.1.1.2

Vervoersdocument niet aanwezig/leesbaar

x

x

 

x

x

   

1.600

I

5.4.1.1.1 a t/m d

Geen of onjuist UN-nummer, vervoersnaam, etiketnummer(s) of verpakkingsgroep

x

x

 

x

x

   

1.600

I

5.4.1.1.1 e t/m i

Geen of onjuiste aantal en omschrijving colli, bruto massa, of netto massa voor ontplofbare stoffen en voorwerpen. Ontbreken van naam en het adres van de afzender / geadresseerde. Ontbreken van verklaring eventuele bijzondere overeenkomst

x

x

 

x

x

   

750

III

5.4.1.1.1 b jo 3.1.2.8

Ontbreken of onjuiste technische benaming

x

x

 

x

x

   

750

III

5.4.1.1.1 k

Geen of onjuiste code voor beperking in tunnels

x

x

 

x

x

   

750

II

5.4.1.1.3 t/m 5.4.1.1.19 + 5.4.1.2

Ontbreken aanvullende informatie

x

x

 

x

x

   

750

III

5.4.1.1.7 jo 1.1.4.2.1

Ontbreken verklaring: ‘vervoer volgens 1.1.4.2.1’ in het vervoerdocument

x

x

 

x

x

   

750

III

5.4.1.4

Geen vereiste opmaak en taal

x

x

 

x

x

   

750

III

5.5.2.4 / 5.5.3.7

Documenten bevatten niet de juiste informatie m.b.t. de gegaste eenheid/colli met stoffen voor koelings of conditionerings doeleinden

x

x

 

x

x

   

1.600

I

3.5.6

Geen informatie mbt EQ opgenomen in documenten

x

x

 

x

x

   

375

III

5.4.4

Documentatie niet 3 maanden bewaard

x

x

         

750

III

Schriftelijke instructies

8.1.2.1.b jo 5.4.3.1 / 2

Niet aanwezig dan wel deels / niet in juiste taal

 

x

         

1.200

II

5.4.3.4

Niet opgesteld overeenkomstig het daarvoor vastgestelde model en/of inhoud en/of kleur

 

x

         

375

III

Vakbekwaamheidcertificaat:

8.2.1.1

Geen of verlopen vakbekwaamheidcertificaat

 

x

         

1.600

I

Container-/voertuigbeladingscertificaat:

5.4.2

Niet bij het vervoerdocument gevoegd dan niet overeenkomstig sectie 5.4.2 van de IMDG code

x

x

 

x

     

750

III

Keuringsdocumenten

8.1.2.2. a) jo. 9.1.3 jo. div 6.7 en 6.8

Geen geldig certificaat van goedkeuring aanwezig (wel overlegd via fax/email. Anders behandelen als niet afgegeven)

x

x

   

x

 

x

375

III

CLASSIFICATIE

2.1.2.1

Stof niet geclassificeerd

x

           

4.100

I

2.1.2.1

Stof niet juist geclassificeerd (risico hoger, onderclassificatie)

x

           

2.400

I

2.1.2.4

Stof niet toegelaten voor vervoer

x

x

x

x

x

x

x

4.100

I

UITRUSTING
Brandblusmiddelen:

8.1.4.1, 8.1.4.2, 8.1.4.3

Geen / niet werkende (bv geen druk) brandblusmiddelen (per brandblusapparaat)

 

x

         

750

II

8.1.4.4

Draagbare brandblusapparaten zijn niet voorzien van een merkteken en/of verzegeling (per brandblusapparaat)

 

x

         

375

III

8.1.4.5

Het niet gemakkelijk voor handen hebben van de brandblusapparaten + keuringsdatum verstreken (wel werkend)

 

x

         

375

III

Uitrusting algemeen:

8.1.5.2

Geen/onvoldoende/onjuiste uitrusting

 

x

         

750

II

8.1.5

Alle voorkomende combinaties eendaadse samenloop

 

x

         

1.200

II

KENMERKING EN ETIKETTERING
Oranje borden (voertuig/tankwagens/transporteenheden):

8.1.3 jo 5.3.2.1.

Borden niet aangebracht

x

x

 

x

x

   

1.600

I

8.1.3 jo 5.3.2.1.

Borden zijn niet duidelijk zichtbaar of niet juist aangebracht

 

x

         

750

II

5.3.2.1.2 / 5.3.2.1.4

Geen/onjuiste gevaarsidentificatienummer(s) en/of UN-nummer

x

x

 

x

x

   

1.600

I

Kenmerking/etikettering (voertuig/tank):

8.1.3 jo 5.3.1

Geen groot etiket overeenkomstig hoofdstuk 5.3

x

x

 

x

x

   

1.600

I

5.5.2.3 / 5.5.3.6

Geen waarschuwingsteken gegaste eenheid dan wel colli met stoffen voor koelings of conditionerings doeleinden

x

x

 

x

     

1.600

I

5.3.1.7 / 5.3.2.2 / 5.3.3 / 5.3.6 / 5.5.2.3.2 / 5.5.3.6.2

Opmaak/lay out kenmerking/etikettering voldoet niet

x

x

   

x

   

375

III

7.5.11 CV 36

Ontbrekende tekst ‘waarschuwing geen ventilatie voorzichtig openen’

 

x

 

x

     

750

II

8.1.3 jo. 5.3.6 jo. 5.2.1.8.3

Geen kenmerking voor milieugevaarlijke stoffen

x

x

 

x

x

   

750

II

Kenmerking/etikettering (colli):

5.1.2.1 / 3.4.11 / 3.5.4.3

Oververpakking niet voorzien van opschrift ‘oververpakking’ en zo nodig van etiketten, kenmerking en richtinggevende pijlen

x

   

x

 

x

 

750

II

5.2.2.1.1 / 5.2.2.1.2

Geen etiket/ onuitwisbaar merkteken voor elk voorwerp of stof (zoals opgenomen in tabel A hoofdstuk 3.2 kolom 5, tenzij anders kolom 6)

x

   

x

 

x

 

1.600

I

5.2.2.1.1 / 5.2.2.1.2

Onjuist etiket/ onuitwisbaar merkteken voor elk voorwerp of stof (zoals opgenomen in tabel A hoofdstuk 3.2 kolom 5, tenzij anders kolom 6)

x

   

x

 

x

 

750

II

5.2.1.1 t/m 5.2.1.7

Geen identificatienummer en opschriften

x

   

x

 

x

 

1.200

I

5.2.1.1 t/m 5.2.1.7

Onjuiste identificatienummer en opschriften

x

   

x

 

x

 

750

II

5.2.1.8

Geen kenmerking voor milieugevaarlijke stoffen

x

   

x

 

x

 

750

II

5.2.1.9 / 7.5.1.5

Geen / onjuiste stand richtinggevende pijlen

x

   

x

 

x

 

1.200

I

3.4.5 / 3.4.6 / 3.5.4.1

Verpakking niet voorzien van LQ dan wel uitgezonderde hoeveelheid label

x

   

x

 

x

 

750

II

5.2.1.1 / 5.2.1.3 / 5.2.1.5 / 5.2.1.8.3 / 5.2.1.9.1 / 5.2.2.2

Opmaak/lay out kenmerking/etikettering voldoet niet

x

   

x

 

x

 

375

III

OMHULLINGEN
Collo:

4.1 jo 3.2 (tabel A)

Verpakking niet toegelaten voor de stof

x

   

x

 

x

 

1.600

I

4.1.1.1 / 3.4 / 3.5

Niet verpakt overeenkomstig gestelde voorwaarden

x

   

x

 

x

 

1.600

I

4.1.1.3

Verpakkingen niet UN goedgekeurd

x

   

x

 

x

 

2.400

I

4.1.1.3 jo. 6.5.4.4

IBC’s niet voldaan aan inspecties en beproevingen

x

   

x

 

x

 

1.200

II

4.1.1.4

Onvoldoende ledige ruimte bij vervoer vloeistof

x

       

x

 

1.600

I

4.1.1.5

Niet op juiste wijze verpakte en vastgezette binnenverpakking

x

       

x

 

1.200

I

4.1.1.6

Gezamenlijke verpakking onverenigbare stoffen (zie ook 7.5.2/7.5.4 samenladingverbod)

x

   

x

 

x

 

4.100

I

4.1.1.15

Gebruiksduur overschreden van kunststof verpakkingen

x

   

x

 

x

 

1.200

II

4.1.4., p200 8 en 9 jo 6.2.1.6.1

Periodieke onderzoeken drukhouders zijn niet uitgevoerd

x

   

x

x

   

750

II

4.1.6.8

Niet of op onjuist wijze voldoen aan de eisen gesteld aan afsluiters drukhouders

x

   

x

x

   

1.600

I

Hfdst 6 diverse soorten verpakkingen

Kenmerk niet duurzaam/zichtbaar

x

   

x

 

x

 

375

III

idem

Geen kenmerk aangebracht, wel UN goedgekeurd

x

   

x

 

x

 

750

II

6.1.3.1 e

Kunststof verpakking niet voorzien van aanduiding maand fabricage (klok)

x

   

x

 

x

 

750

II

6.5.2.2

Geen/onjuiste kenmerking IBC’s

x

   

x

 

x

 

750

II

Tanks/batterijwagens en MEGC’s:

7.4.1 jo 3.2 (tabel A)

Vervoer gevaarlijke goederen niet in tanks toegestaan

x

x

   

x

 

x

2.400

I

4.2.1.1 / 4.2.2.2 / 4.3.2.1.5 jo 3.2 (tabel A)

Gevaarlijke stoffen niet in betreffende tank toegestaan

x

x

   

x

 

x

2.400

I

4.2.1.9.6 c) / 4.2.1.5 / 4.3.2.3.3 / 4.3.2.4.2

Niet goed gesloten (geen lekkage)

x

x

   

x

   

1.600

II

4.2.1.9.6 c) / 4.3.2.3.3 / 4.3.2.4.2

Niet goed gesloten, waardoor de inhoud ongecontroleerd naar buiten is getreden

x

x

   

x

   

4.100

I

4.3.2.3.5 / 4.3.2.4.1

Gevaarlijke resten vervoerde stof aan de buitenzijde

x

x

   

x

   

1.600

I

4.2.1.9.1.1 / 4.3.2.2.1

Overschrijding van de vullingsgraad

x

x

   

x

   

1.600

I

4.2.1.9.6 a) / 4.3.2.2.4

Niet tot ten minste 80% en ten hoogste 20% van de inhoud gevuld

x

x

   

x

   

1.600

I

6.7.2.20.2 / 6.7.3.16.2 / 6.8.2.5.2 / 6.8.3.5.11

Aanduiding op tanks ontbreekt/onvolledig

x

x

   

x

 

x

1.200

II

6.7.2.20.1 / 6.7.3.16.1 / 6.8.2.5.1 / 6.8.3.5.10

Geen/onjuiste gegevens stempelplaat

x

x

   

x

 

x

1.200

II

8.1.2.2 a) jo. 9.1.3 jo div 6.7 en 6.8

Reservoirs en uitrustingsdelen niet voor gebruik gekeurd

x

x

   

x

 

x

4.100

I

8.1.2.2. a) jo. 9.1.3 jo. div 6.7 en 6.8

Reservoirs en uitrustingsdelen niet periodiek gekeurd

x

x

   

x

 

x

1.200

II

Losgestort

7.3.1.1/2

Goederen losgestort in voertuigen of containers niet toegestaan

x

x

 

x

x

   

2.400

I

7.3.1.3

Niet stofdicht dan wel niet goed gesloten

x

x

 

x

x

   

4.100

I

7.3.1.8

Gevaarlijke resten vervoerde stof aan de buitenzijde

x

x

 

x

x

   

1.600

I

OVERIGE OVERTREDINGEN
Algemeen

3.3 / 4.2.5.3 / 4.3.5 / 6.8.4 / 7.2.4 / 7.3.3 / 7.5.11 / 8.5

Overige bijzondere bepalingen

x

x

x

x

x

x

x

1.600

I/II/III

8.1.1

Transporteenheid geladen met gevaarlijke goederen omvat meer dan één aanhangwagen of oplegger

 

x

 

x

x

   

1.600

I

7.5.9 jo 8.3.5

Tijdens behandeling roken in of in de nabijheid van voertuigen of containers

x

x

x

x

x

   

1.600

I

7.5.11 CV1(1) jo 3.2 tabel A

Zonder bijzondere toestemming binnen de bebouwde kom of zonder inlichting buiten de bebouwde kom laden of lossen voor een voor het publiek toegankelijke plaats

x

x

x

x

x

   

1.600

I

Voorschriften laden, lossen en behandeling:

7.5.2 / 7.5.4

Voorschriften betreffende samenlading of scheiding niet in acht genomen (zie ook verpakking onverenigbare stoffen 4.1.1.6)

x

x

 

x

 

x

 

4.100

I

7.5.5.2 / 7.5.5.3

Beperking hoeveelheden te vervoeren stoffen in een voertuig niet in acht genomen

x

x

 

x

     

2.400

I

7.5.7.1

Stuwage

 

x

 

x

     

1.600

I

Veiligheidsmaatregelen/inrichtingseisen:
Art. 47 WVGS

Voorvallen/ongevallen niet onverwijld melden aan Minister van I&M

x

x

x

x

x

x

x

4.100

I

Art. 48 WVGS tweede lid jo. 1.8.5

Voorvallen/ongevallen niet (conform) gerapporteerd

x

x

x

x

x

x

x

1.600

II

1.3.1 / 3.4 / 5.5.2.2 / 5.5.3.2.4 juncto art. 11 hoofdstuk II VLG

Personeel niet (conform) opgeleid

x

x

x

x

x

x

x

1.200

II

1.10.1.3

Voorschriften betreffende toezicht op voertuigen niet in acht genomen (algemene voorschriften)

x

x

x

x

x

 

x

750

II

1.10.3.2.1/ 1.10.3.2.2

Beveiligingsplan onvoldoende, per ontbrekend element

x

x

x

x

x

   

200

II

1.10.3.2.1

Beveiligingsplan niet aanwezig

x

x

x

x

x

   

1.600

I

1.10.3.3

Geen operationeel en effectief apparaat, uitrustingsdeel of procedure tegen diefstal van voertuig of lading

x

x

x

x

x

   

750

II

7.5.10 / 8.5 S2 onder 3 (FL voertuigen) / 4.1.2.1 (IBC’s)

Niet aarden voertuig, transporttank, tankcontainer of IBC’s

 

x

 

x

x

   

1.200

I

8.4 jo 8.5 S1 (6) en S14 t/m S24

Voertuigen niet onder toezicht gesteld, of zonder toezicht op beveiligd depot of beveiligd fabrieksterrein geparkeerd (bijzondere voorschriften)

x

x

x

x

x

   

1.600

II

Nationale bepalingen:
Art.19 WVGS

Bebouwde kom niet vermeden

 

x

         

1.600

I

Art.28 WVGS

Niet nakomen routeplichticht

 

x

         

1.600

I

8.6.4 jo. 1.9.5 jo.

Art. 3 Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Niet nakomen tunnelregime

 

x

         

1.600

I

Art. 6 Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Niet nakomen regeling m.b.t. weersomstandigheden

 

x

         

1.600

I

6.8.3.2 N bijlage 2 Hoofdstuk 1 VLG

Wegrijdalarmering ontbreekt of voldoet niet en/of noodstop ontbreekt of voldoet niet

 

x

         

1.600

I

Gebruik zout veer:

Art. 7 sub 2 jo tabel 5 Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Niet toegelaten stoffen en hoeveelheden vervoeren

 

x

         

1.600

I

Art. 7 sub 7 jo 3 Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Niet de benodigde informatie verstrekken omtrent aard/ hoeveelheid van de vervoerde gevaarlijke stoffen

 

x

         

750

I

Gebruik ‘pont’:

Art. 8 sub c Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Transport met stoffen van klasse I met andere voertuigen of personen overgevaren

 

x

         

1.600

I

Art. 8 sub e Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Niet de benodigde informatie verstrekken omtrent aard/ hoeveelheid van de vervoerde gevaarlijke stoffen anders dan van klasse I

 

x

         

750

I

Veiligheidsadviseur:

1.8.3.1

Geen veiligheidsadviseur benoemd

x

x

x

x

x

x

 

1.600

I

1.8.3.3

Geen jaarverslag opgesteld en/of niet uitvoeren taken

x

x

x

x

x

x

 

750

II

  Overtredingen Chauffeur:

Art.19 WVGS

Bebouwde kom niet vermeden

500

I

Art.28 WVGS

Routeplichtige gevaarlijke stoffen vervoeren over andere dan door gemeenten aangewezen en aangeduide wegen / weggedeelten

500

I

8.6.4 jo. 1.9.5 jo.

Art. 3 Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Niet houden aan het tunnelregime

500

I

Art. 6 Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Niet nakomen regeling m.b.t. weersomstandigheden

500

I

1.10.1.4

Niet bij zich hebben van een identiteitsbewijs met foto. NB: Er is al snel sprake van samenloop, zie Aanwijzing uitbreiding identificatieplicht (2009A024)

200

II

5.2.1.9 / 7.5.1.5

Geen / onjuiste stand richtinggevende pijlen

500

I

7.5.7.1

Stuwage

500

I

7.5.7.5 jo 8.3.3

Openen colli door bestuurder of voertuigbemanning

500

I

7.5.9 jo 8.3.5

Tijdens behandeling roken in of in de nabijheid van voertuigen of containers

500

I

7.5.10 / 8.5 S2 onder 3 (FL voertuigen)

Niet aarden voertuig, transporttank, tankcontainer of IBC’s waarin vloeistoffen met een vlampunt van 60C° of lager, brandbare gassen, UN 1361 pg II, of poedervormige stoffen vervoerd (IBC)

500

I

8.1.2.2 b

Vakbekwaamheidcertificaat wel in bezit, niet aan boord aanwezig

200

III

8.1.2.3 jo 5.4.3.1

Niet direct beschikbaar

200

III

8.1.3 jo. 5.3.2.1.1/2

Bord(en) niet aangebracht, wel aanwezig

500

I

8.1.3 jo 5.3.2.1.2/4

Onjuiste gegevens op oranje bord(en)

500

I

8.3.1

Passagiers vervoeren (per passagier)

200

II