Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling aanvraag- en veilingprocedure kavels B27 en B31

Geldend van 13-09-2016 t/m heden

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 6 september 2016, nr. WJZ/16132638, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, houdende vaststelling van de aanvraag- en veilingprocedure voor enkele vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte in de FM-band en tot wijziging van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 (Regeling aanvraag- en veilingprocedure kavels B27 en B31)

De Minister van Economische Zaken, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Gelet op de artikelen 8, 9 en 10 van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. aanvrager: degene die een aanvraag heeft ingediend;

  • b. bekendmakingsbesluit: Besluit bekendmaking veiling kavels B27 en B31;

  • c. bod: bieding, uitgebracht via het elektronisch veilingsysteem van de minister en bevestigd door middel van dit elektronisch veilingsysteem;

  • d. capaciteitseenheid: 1/18e deel van de capaciteit van het frequentieblok dat ingevolge nationale voetnoot HOL006 van het Nationaal Frequentieplan 2014 gekoppeld is aan de vergunning voor kavel B27 respectievelijk de vergunning voor kavel B31;

  • e. deelnemer: aanvrager die toegelaten is tot de betrokken veiling;

  • f. minister: Minister van Economische Zaken;

  • g. niet-landelijke commerciële radio: frequentieruimte in de FM-band, aangewezen in artikel 7, tweede lid, van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003;

  • h. rente: volgens actual/360 berekende rente op basis van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde Euro Overnight Index Average, minus 100 basispunten, met een minimum van 0%;

  • i. rondeprijs: door de minister per biedronde vastgestelde prijs;

  • j. verbonden instelling: instelling die, ingevolge artikel 22 van het Mediabesluit 2008, met de aanvrager als één instelling wordt aangemerkt;

  • k. vergunning kavel B27: vergunning als omschreven in bijlage 1 van het bekendmakingsbesluit;

  • l. vergunning kavel B31: vergunning als omschreven in bijlage 2 van het bekendmakingsbesluit.

Paragraaf 2. Vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-omroep in de FM-band

Artikel 2

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn de vergunning kavel B27 en de vergunning kavel B31 beschikbaar om door middel van een veiling te worden verdeeld.

Paragraaf 3. Vergunningaanvraag en zekerheidsstelling

Artikel 3

  • 1 Degene die voor een vergunning als bedoeld in artikel 2 in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in.

  • 2 Een aanvraag wordt in de periode van 15 september 2016 tot 6 oktober 2016 om 14.00 uur per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres en met de volgende adressering:

    Agentschap Telecom Ter attentie van: Projectteam uitgifte vergunningen kavels B27 en B31 Emmasingel 1 9726 AH Groningen
  • 3 Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

  • 4 In de aanvraag wordt vermeld op welke vergunning of vergunningen de aanvraag betrekking heeft.

  • 5 In de aanvraag wordt, voor zover van toepassing, vermeld van welke vergunningen voor landelijke of niet-landelijke commerciële radio in de FM-band de aanvrager en een met de aanvrager verbonden instelling reeds houder zijn.

  • 6 In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veilingprocedure en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

  • 7 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage I opgenomen model en gaat, onverminderd de overige in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

  • 8 De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

  • 9 Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het zevende lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, behoudens voor zover in deze regeling gebruikmaking van een model wordt voorgeschreven.

  • 10 De gegevens en bescheiden, bedoeld in het negende lid, mogen in afwijking van het achtste lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.

  • 11 De aanvrager informeert de minister per brief, die wordt geadresseerd op de in het tweede lid genoemde wijze, onverwijld over wijzigingen met betrekking tot de in bijlage I bedoelde gegevens en bescheiden.

Artikel 4

  • 1 Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2014 doet de aanvrager die een aanvraag doet voor vergunning kavel B27 zijn aanvraag, bedoeld in artikel 3, vergezeld gaan van een aanvraag voor een vergunning voor gebruik van een capaciteitseenheid in allotment 9D-N, onder de voorwaarde dat aan hem op grond van artikel 13, eerste lid, of op grond van artikel 26, eerste lid, de vergunning kavel B27 wordt verleend.

  • 2 Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2014 doet de aanvrager die een aanvraag doet voor vergunning kavel B31 zijn aanvraag, bedoeld in artikel 3, vergezeld gaan van een aanvraag voor een vergunning voor gebruik van een capaciteitseenheid in allotment 7A, onder de voorwaarde dat aan hem op grond van artikel 13, tweede lid, of op grond van artikel 26, eerste lid, de vergunning kavel B31 wordt verleend.

  • 3 De voorwaardelijke aanvraag, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe in bijlage I, onderdeel B, opgenomen model.

Artikel 5

Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de minister de aanvraag af indien niet is voldaan aan artikel 3, tweede lid.

Artikel 6

  • 1 Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van het bod en teneinde te borgen dat de vergunning wordt verleend aan een financieel bestendige vergunninghouder een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van de waarde, opgenomen in tabel 1, corresponderend met de vergunning waar de aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, betrekking op heeft.

    Tabel 1: hoogte bedrag waarborgsom of bankgarantie

    Aangevraagde vergunning

    Bedrag waarborgsom of bankgarantie

    Vergunning kavel B27

    € 10.000,–

    Vergunning kavel B31

    € 10.000,–

  • 2 De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot:

    • a. in geval van afwijzing van de aanvraag, het tijdstip van de afwijzing;

    • b. in geval van niet in behandeling nemen van de aanvraag, het tijdstip van het besluit om de aanvraag niet te behandelen;

    • c. in geval van toewijzing van de aanvraag, het tijdstip waarop het bod als bedoeld in artikel 24, derde lid, volledig is betaald.

  • 3 Een aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op het in artikel 3, tweede lid, bedoelde tijdstip:

    • a. de waarborgsom is ontvangen op bankrekeningnummer 705001199, IBAN: NL41INGB0705001199, BIC: INGBNL2A, ten name van Ministerie van Economische Zaken, Agentschap Telecom, Afdeling Finance & Control, onder vermelding van de desbetreffende vergunning, of

    • b. de bankgarantie, verstrekt volgens het model, bedoeld in bijlage II, is ontvangen op het in artikel 3, tweede lid, genoemde adres.

Artikel 7

  • 1 Indien de aanvraag niet is afgewezen op grond van artikel 5 en de aanvrager niet heeft voldaan aan een van de in artikel 3, vierde tot en met achtste en het tiende lid, artikel 4 en artikel 6, gestelde eisen, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

  • 2 De aanvrager heeft gedurende zes werkdagen, te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.

  • 3 De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 3, tweede lid, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 14.00 uur van de laatste werkdag van die termijn.

    Verzuimherstel aangaande de waarborgsom geschiedt binnen dezelfde termijn, en met gebruikmaking van het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 6, derde lid.

  • 4 Artikel 3, derde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat als datum en tijdstip van ontvangst gelden de datum en het tijdstip waarop de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, zijn ontvangen.

Artikel 8

Een aanvrager verstrekt ter onderbouwing van zijn financiële draagkracht om te kunnen voldoen aan diens aan de vergunning voor digitale etherradio verbonden verplichtingen en de daaruit voortvloeiende investeringen:

  • a. een bankverklaring overeenkomstig bijlage III, of

  • b. een kopie van een bankafschrift van de rekening op naam van de aanvrager waaruit ten tijde van de aanvraag of in ten hoogste vier weken voorafgaande aan het indienen van de aanvraag een positief saldo van ten minste € 15.000,– of, in geval de aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, op twee vergunningen betrekking heeft, ten minste € 30.000,– blijkt.

Artikel 9

Een aanvrager heeft zich blijkens een door hem ondertekende verklaring overeenkomstig bijlage IV bij deze regeling ertoe verplicht dat een krachtens deze regeling aan hem verleende vergunning als bedoeld in artikel 2, zal worden gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd.

Artikel 10

De aanvrager beschikt over de vereiste toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

Artikel 11

  • 1 De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

  • 2 De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:

    • a. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie, noch is door de aanvrager faillissement aangevraagd, en

    • b. de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is door de aanvrager surseance van betaling aangevraagd.

  • 3 Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

  • 4 De minister wijst de aanvraag af, indien uit de aanvraag niet blijkt dat aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid is voldaan.

Artikel 12

  • 1 Een aanvrager verklaart door middel van een door hem ondertekende verklaring, overeenkomstig bijlage V bij deze regeling, dat hij zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich na het indienen van de aanvraag zal onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het verrichten van dergelijke gedragingen.

  • 2 De minister kan een aanvraag afwijzen als naar zijn oordeel aannemelijk is dat de aanvrager afspraken heeft gemaakt of onderling afgestemde feitelijke gedragingen heeft verricht die afbreuk doen of kunnen doen of gedaan hebben of gedaan kunnen hebben aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.

Paragraaf 4. Vaststelling eventuele schaarste

Artikel 13

  • 1 Indien de minister ten aanzien van de vergunning kavel B27 vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag op grond van de artikelen 5, 11 of 12 is afgewezen, de aanvraag op grond van artikel 7 buiten behandeling is gesteld, of de aanvraag op grond van artikel 3.18 van de wet is geweigerd, slechts één aanvraag, die voldoet aan de in paragraaf 3 van deze regeling gestelde eisen en die is ingediend door een aanvrager die voldoet aan die eisen, betrekking heeft op de vergunning kavel B27, vindt geen veiling van de vergunning kavel B27 plaats en wordt die vergunning aan de betreffende aanvrager verleend.

  • 2 De minister stelt de noodzaak van veilen van de vergunning kavel B31 vast na verdeling van de vergunning kavel B27. In afwijking hiervan kan de minister de noodzaak van veilen van de vergunning kavel B31 eerder vaststellen in geval de uitkomst van de verdeling van vergunning kavel B27 voor die vaststelling niet relevant is of in geval na toepassing van deze regeling de vergunning voor kavel B27 onverdeeld blijft. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14

  • 1 Indien na toepassing van artikel 13 de noodzaak van veilen van de betrokken vergunning is komen vast te staan, deelt de minister de aanvragers, van wie de aanvragen ingevolge artikel 13 zijn betrokken bij de vaststelling van de noodzaak van veilen, dit telkens schriftelijk mee.

  • 2 Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt telkens tevens het totaal aantal deelnemers aan de veiling bekendgemaakt.

Paragraaf 5. De veiling

Artikel 15

De veiling vindt telkens plaats overeenkomstig het bepaalde in deze paragraaf, met dien verstande dat de veiling van de vergunning kavel B27 voorafgaat aan verdeling van de vergunning kavel B31, een en ander voor zover na toepassing van artikel 13 de noodzaak van veiling is komen vast te staan.

Artikel 16

  • 1 De veiling vindt plaats via internet, met behulp van een elektronisch veilingsysteem, waarbij de minister de rondeprijzen bepaalt en de deelnemer de keuze heeft om voor de door de minister vastgestelde rondeprijs een bod uit te brengen op de vergunning.

  • 2 Biedingen worden uitsluitend uitgebracht door middel van het elektronisch veilingsysteem.

  • 3 Andere communicatie vindt plaats via het elektronisch veilingsysteem dan wel telefonisch of per e-mail, waarbij de deelnemer bereikbaar is op het door hem in zijn aanvraag opgegeven telefoonnummer en e-mailadres en de minister bereikbaar is op het telefoonnummer en e-mailadres bedoeld in artikel 17, onderdeel c.

  • 4 De veiling wordt uitsluitend op werkdagen gehouden.

  • 5 De minister leidt de veiling en draagt zorg voor een goed verloop van de veiling.

Artikel 17

  • 1 De minister deelt een deelnemer uiterlijk twee weken voor de aanvang van de veiling schriftelijk mee:

    • a. de datum, de aanvangstijd en de duur van de eerste biedronde;

    • b. de voor de veiling benodigde programmatuur;

    • c. het telefoonnummer en het e-mailadres waarop de minister bereikbaar is;

    • d. de combinatie van een inlogcode en wachtwoord van de deelnemer, en

    • e. het internetadres waarop de deelnemer inlogt teneinde aan de veiling deel te nemen.

  • 2 In aanvulling op het eerste lid, verstrekt de minister een deelnemer uiterlijk twee weken voor de aanvang van de veiling het certificaat om in te kunnen loggen.

Artikel 18

  • 1 Een deelnemer, inbegrepen diegene die een deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat, onthoudt zich van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.

  • 2 De minister kan de veiling stopzetten of opschorten indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken of gedragingen in strijd met het eerste lid.

  • 3 Indien een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste lid, kan de minister:

    • a. de betrokken deelnemer uitsluiten van verdere deelname aan de veiling;

    • b. de uitkomst van een of meer biedronden ongeldig verklaren, of

    • c. besluiten dat een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden.

Artikel 19

  • 1 De minister bepaalt wanneer de biedronden van de veiling plaatsvinden en de duur van die biedronden.

  • 2 Een deelnemer is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden.

  • 3 Indien een deelnemer in een biedronde of verlengde biedronde, bedoeld in artikel 20, eerste lid, geen bod uitbrengt, is de betreffende deelnemer, behoudens de situatie bedoeld in artikel 25, niet gerechtigd in de volgende biedronden een bod uit te brengen.

Artikel 20

  • 1 Indien een deelnemer een biedronde laat verstrijken zonder dat hij een bod uitbrengt, wordt die biedronde voor die deelnemer eenmalig van rechtswege verlengd met een termijn van 30 minuten.

  • 3 In de situatie dat alle actieve deelnemers een bod in de biedronde of verlengde biedronde hebben uitgebracht, bedoeld in artikel 21, derde lid, aanhef en onder a, maar een deelnemer daartoe gebruik heeft moeten maken van een verlenging, bedoeld in het eerste lid, omdat technische problemen zijn ontstaan voor het verstrijken van de biedronde, kan de minister, onverminderd het bepaalde in het tweede lid, besluiten dat die verlengde biedronde overeenkomstig het tweede lid niet wordt meegerekend.

  • 4 Een op grond van het eerste lid verlengde biedronde is afgelopen zodra:

    • a. alle deelnemers wiens biedronde is verlengd, een bod hebben uitgebracht, of

    • b. de termijn van de verlengde biedronde, bedoeld in het eerste lid, is verstreken.

  • 5 De minister deelt in het geval, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk aan alle deelnemers mee dat de biedronde ten behoeve van een of meer deelnemers is verlengd.

Artikel 21

  • 1 De minister kan de veiling opschorten indien zich naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden voordoen buiten de beïnvloedingssfeer van de minister of de deelnemers of indien technische problemen optreden waardoor de veiling tijdelijk geen doorgang kan vinden. Een bijzondere omstandigheid of technisch probleem wordt door een deelnemer onverwijld maar uiterlijk binnen 10 minuten na afloop van een biedronde of verlengde biedronde per telefoon gemeld aan de minister.

  • 2 Indien de technische problemen optreden bij een deelnemer, kan de minister verlangen dat zijn biedingen worden uitgebracht door middel van een computer die de minister ter beschikking stelt op een door hem te bepalen locatie.

  • 3 Indien de veiling wordt opgeschort, kan de minister ten aanzien van de biedronde of verlengde biedronde waarin de bijzondere omstandigheden of technische problemen zijn opgetreden besluiten dat:

    • a. alle biedingen uitgebracht in die ronde vervallen, tenzij alle nog actieve deelnemers reeds een bod in die ronde hebben uitgebracht;

    • b. die biedronde ongeldig wordt verklaard en opnieuw moet worden gehouden.

Artikel 22

  • 1 De prijs in de eerste biedronde is € 0,–

  • 2 De minister bepaalt de rondeprijs in de tweede biedronde.

  • 3 In de derde en volgende biedronden verhoogt de minister de rondeprijs zodanig dat de verhoging van de rondeprijs in een biedronde ten hoogste 100% is ten opzichte van de rondeprijs in de daaraan voorafgaande ronde.

  • 4 Indien dit naar het oordeel van de minister nodig is voor een evenwichtige vraagontwikkeling of een efficiënt verloop van de veiling kan hij afwijken van het derde lid.

Artikel 23

  • 1 De minister deelt elke deelnemer zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde mee:

    • a. het rondenummer van deze biedronde;

    • b. het aantal deelnemers dat nog actief is in de veiling, waarbij de identiteit van de overige deelnemers geheim blijft;

    • c. de rondeprijs die in de volgende biedronde geldt;

    • d. de aanvangstijd en de duur van de volgende biedronde, en

    • e. het rondenummer van de volgende biedronde.

  • 2 In aanvulling op het eerste lid deelt de minister elke deelnemer zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde mee:

    • a. zijn bod in die biedronde, of het gebrek daaraan;

    • b. zijn verlengingsmogelijkheden in de volgende biedronde.

  • 3 In afwijking van het eerste en tweede lid, wordt geen informatie over een volgende biedronde gegeven indien de laatste biedronde, bedoeld in artikel 24, eerste lid, heeft plaatsgevonden.

Artikel 24

  • 1 De laatste biedronde is de eerste biedronde waarin één geldig bod is uitgebracht.

  • 2 De deelnemer die het in het eerste lid uitgebrachte bod heeft uitgebracht wint de vergunning tegen de prijs van de laatste biedronde.

  • 3 Het in het eerste lid bedoelde bod is het winnende bod.

Artikel 25

  • 1 Indien in een biedronde geen bod is uitgebracht, komt deze biedronde te vervallen.

  • 2 De biedronde wordt opnieuw gehouden, waarbij de minister de rondeprijs in deze biedronde vaststelt op een bedrag hoger dan de rondeprijs in de laatste ronde waarin tenminste twee biedingen zijn uitgebracht, maar lager dan de rondeprijs in de laatst gehouden biedronde waarin geen bod is uitgebracht.

  • 3 Aan de opnieuw te houden biedronde, bedoeld in het tweede lid, nemen uitsluitend die deelnemers deel die een bod hebben uitgebracht in de laatst gehouden biedronde waarin twee of meer biedingen zijn uitgebracht.

Paragraaf 6. Vergunningverlening na veiling

Artikel 26

  • 1 Na beëindiging van de veiling van de vergunning kavel B27 onderscheidenlijk de vergunning kavel B31 verleent de minister de betreffende vergunning, aan de deelnemer die ingevolge artikel 24 het winnende bod voor die vergunning heeft uitgebracht. De minister deelt alle deelnemers mee aan wie de vergunning wordt verleend.

  • 2 De minister wijst de overige aanvragen af, voor zover de aanvraag op de desbetreffende vergunning betrekking heeft.

Artikel 27

  • 1 Uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in artikel 26, eerste lid, is gedaan:

    • a. stort de minister de waarborgsom van iedere deelnemer aan wie geen vergunning is verleend, terug;

    • b. stuurt de minister aan de bank van iedere deelnemer aan wie geen vergunning wordt verleend en die ter zekerheidstelling een bankgarantie heeft overgelegd, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de deelnemer.

  • 2 Het door de deelnemer aan wie de vergunning op grond van artikel 26, eerste lid, wordt verleend verschuldigde bedrag is gelijk aan de van toepassing zijnde rondeprijs die gold in de ronde waarin zijn winnende bod is uitgebracht.

  • 3 De deelnemer aan wie een vergunning is verleend, betaalt het door hem verschuldigde bedrag binnen twee weken na inwerkingtreding van die vergunning op de wijze die is bepaald in zijn vergunning.

  • 4 Indien de deelnemer aan wie een vergunning is verleend een bankgarantie heeft verstrekt, stuurt de minister, zodra het verschuldigde bedrag ingevolge het derde lid van de deelnemer is ontvangen, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt aan de bank van die deelnemer. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de deelnemer.

  • 5 Indien de deelnemer aan wie een vergunning is verleend een waarborgsom heeft gestort wordt de waarborgsom aangewend voor de betaling van het voor de vergunning verschuldigde bedrag, bedoeld in het tweede lid, met dien verstande dat:

    • a. indien de waarborgsom van een deelnemer minder dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag bedraagt, die deelnemer het restant van het verschuldigde bedrag betaalt overeenkomstig het derde lid, en

    • b. indien de waarborgsom van een deelnemer meer dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag bedraagt, het bedrag van de waarborgsom dat resteert, aan die deelnemer wordt teruggestort uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in artikel 26, eerste lid, is gedaan.

  • 6 De minister vergoedt de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 6, derde lid, onder a, met dien verstande dat de rente wordt vergoed tot en met de dag:

    • a. voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort: voor de deelnemer aan wie geen vergunning wordt verleend, of

    • b. waarop de mededeling, bedoeld in artikel 26, eerste lid, is gedaan: voor de deelnemer aan wie de vergunning wordt verleend, met dien verstande dat er alleen rente wordt betaald over het door de deelnemer gestorte bedrag.

  • 7 De minister vergoedt voorts aan een deelnemer van wie de waarborgsom meer bedraagt dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag, rente over het restant, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b, over de periode vanaf de dag na de dag dat de mededeling, bedoeld in artikel 26, eerste lid, is gedaan tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort, met dien verstande dat alleen rente wordt betaald over dat restant.

  • 8 De minister stort de rente, bedoeld in het zesde en zevende lid, terug op dezelfde dag waarop hij de waarborgsom of het bedrag dat resteert van de waarborgsom, terugstort.

Paragraaf 7. Vergunningen voor frequentieruimte in band III

Artikel 28. Verlening vergunning digitale omroep

Op grond van de aanvraag, bedoeld in artikel 4, wordt:

  • a. aan de deelnemer aan wie op grond van artikel 13, eerste lid of op grond van artikel 26, eerste lid, de vergunning kavel B27 is verleend, een vergunning verleend voor digitale radio-omroep, betrekking hebbende op een capaciteitseenheid in allotment 9D-N,

  • b. aan de deelnemer aan wie op grond van artikel 13, tweede lid, of op grond van artikel 26, eerste lid, de vergunning kavel B31 is verleend, een vergunning verleend voor digitale radio-omroep, betrekking hebbende op een capaciteitseenheid in allotment 7A.

Artikel 29. Wijziging Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003

[Red: Wijzigt de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003.]

Paragraaf 8. Slotbepalingen

Artikel 30

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 31

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag- en veilingprocedure kavels B27 en B31.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 6 september 2016

De

Minister

van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp

Bijlage I. Model aanvraag vergunning als bedoeld in artikel 3, zevende lid

Model aanvraagformulier

Onderdeel A. De aanvrager

A.1. Algemeen

  • a) Statutaire naam aanvrager: .....

  • b) Rechtsvorm, met vermelding van het recht van het land dat deze rechtsvorm beheerst (bv. Besloten vennootschap naar Nederlands recht’): ....

  • c) Vestigingsplaats, en als deze niet dezelfde zijn, de statutaire zetel en de zetel van het hoofdbestuur: .....

  • d) (Een beschrijving van) het doel en van de feitelijke werkzaamheden van de aandeelhouders van de aanvrager, voor zover deze aandeelhouders rechtspersonen zijn: .....

  • e) Nummer van inschrijving in het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: .....

  • f) Land van inschrijving in het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: .....

  • g) Beherende instantie van het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: .....

  • h) E-mailadres: .....

  • i) Het telefoonnummer waarop in geval van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 21 de vertegenwoordigingsbevoegde tijdens de veiling bereikbaar is: .....

Bij de aanvraag wordt gevoegd:

  • j) Recente uittreksels, niet ouder dan een maand gerekend vanaf de datum van indiening van de aanvraag, gevoegd uit het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register, van:

  • k) Statuten van:

  • l) De ingevolge de Regeling aanvraag- en veilingprocedure kavels B27 en B31 (hierna: de Regeling) vereiste ondertekende verklaringen, overeenkomstig bijlagen IV en V van de Regeling (zie de artikelen, 9 en 12 van de Regeling)

  • m) De ingevolge artikel 8 van de Regeling vereiste bankverklaring of kopie van een bankafschrift ter onderbouwing van de financiële draagkracht van de aanvrager.

  • n) Een kopie van de toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008 (zie artikel 10 van de Regeling).

A.2. Vertegenwoordigingsbevoegdheid

Opgave van degene(n) die bevoegd zijn (is) om de aanvrager rechtsgeldig te vertegenwoordigen in verband met deze aanvraag en alle handelingen gedurende de veilingprocedure, met opgave van eventuele beperkingen met betrekking tot die vertegenwoordigingsbevoegdheid:

A.2.1 Functionaris 1

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

Handtekening: .....

A.2.2 Functionaris 2

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

Handtekening .....

A.2.3 Functionaris 3

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

Handtekening .....

A.2.4 Functionaris 4

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

Handtekening .....

Indien de vertegenwoordigingsbevoegdheid niet blijkt uit het handelsregister of een daarmee vergelijkbaar register, maar uit een volmacht, moet een kopie van de volmacht worden bijgevoegd.

A.3. Statutaire en financiële positie

A.3.1 De aanvrager is een rechtspersoon, opgericht in overeenstemming met het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

A.3.2 De aanvrager is wel/niet*ontbonden.

A.3.3 De aanvrager is wel/niet* failliet verklaard.

A.3.4 De aanvrager heeft wel/niet* eigen aangifte tot faillissement gedaan.

A.3.5 Een verzoek tot faillissement van de aanvrager is wel/niet* ingediend.

A.3.6 Aan de aanvrager is wel/geen* surseance van betaling verleend.

A.3.7 De aanvrager heeft wel/geen* aanvraag tot surseance van betaling gedaan.

*Doorhalen wat niet van toepassing is.

A.4. Informatie aangaande verbonden instellingen

A.4.1 Beschrijving eigendoms- en zeggenschapsverhoudingen

Bij de aanvraag wordt gevoegd een beschrijving van de eigendoms- en zeggenschapsverhoudingen die de rechtspersoon raken. De beschrijving moet inzicht geven in alle banden met andere partijen, zodat kan worden nagegaan of er een zodanige verbondenheid is met andere aanvragers van vergunningen of met bestaande houders van een FM-vergunning dat er sprake is van een instelling in de zin van artikel 22, eerste lid, van het Mediabesluit 2008.

De beschrijving bevat in elk geval gegevens over (voor zover van toepassing):

  • a. de grootte van het aandelenkapitaal, de samenstelling in soorten aandelen, zoals gewone, preferente, converteerbare of prioriteitsaandelen, en de verdeling over de aandeelhouders;

  • b. het vreemde vermogen van de aanvrager, zoals obligatieleningen, achtergestelde leningen, en leningen waarvoor een hypotheek- of pandrecht is verstrekt, wie de financiële middelen ter beschikking hebben gesteld en aan wie de aanvrager zekerheidsrechten heeft verleend;

  • c. de wijze van besluitvorming binnen het bestuur, de raad van commissarissen en de vergadering van aandeelhouders onder meer bij benoeming, schorsing of ontslag van leden van het bestuur of de raad van commissarissen;

  • d. aan wie en onder welke condities en beperkingen doorlopende volmachten zijn gegeven om de aanvrager te vertegenwoordigen (procuratie);

  • e. bestaande en voorgenomen overeenkomsten met andere rechtspersonen, vennootschappen, of natuurlijke personen, die zelf of via een dochter- of moedervennootschap radioprogramma’s via de ether verzorgen of van plan zijn dat te doen, en

  • f. andere dan de onder a tot en met e bedoelde banden die de eigendoms- en zeggenschapsverhoudingen van de rechtspersoon raken en die van belang (kunnen) zijn voor de beoordeling of er sprake is van een instelling in die zin van artikel 22, eerste lid, van het Mediabesluit 2008.

A.4.2. Bij te voegen documenten

De aanvrager voegt in verband met de hiervoor bedoelde toetsing op verbondenheid bovendien de volgende documenten bij de aanvraag (voor zover van toepassing):

  • a. een kopie van het aandeelhoudersregister die niet ouder is dan een maand gerekend vanaf de datum van aanvraag;

  • b. een kopie van verleende geldige volmachten;

  • c. kopieën van overeenkomsten tussen en volmachten van stemgerechtigden in de algemene vergadering van aandeelhouders van de aanvrager en in de algemene vergadering van aandeelhouders van de moedermaatschappij van de aanvrager;

  • d. kopieën van documenten inzake beschermingsconstructies van de aanvrager en de moedermaatschappij van de aanvrager, in het bijzonder beschermingsconstructies met betrekking tot plaatsing van preferente aandelen of prioriteitsaandelen bij een rechtspersoon of een natuurlijk persoon.

A.5. Informatie aangaande andere vergunningen commerciële radio FM-band

De aanvrager vermeldt, in overeenstemming met artikel 3, vijfde lid, van de Regeling, in onderstaande tabel van welke vergunningen voor landelijke of niet-landelijke commerciële radio hij en een aan hem verbonden instelling reeds houder is. Daartoe wordt informatie verschaft over de betrokken kavel, het dossiernummer van de betrokken vergunning, de houder van een vergunning (de aanvrager zelf of een aan hem verbonden instelling, waarbij de naam van die instelling wordt vermeld) en de datum waarop de aanvrager of verbonden instelling houder is geworden van deze vergunning.

Kavel

Dossiernummer vergunning

Naam houder van vergunning

Aanvangsdatum houden van vergunning

       
       
       
       
       
       

A.6. Verklaring notaris

Ondergetekende, notaris te ..... (plaatsnaam)

Verklaart, zonder voorbehoud, dat:

  • (i) de informatie die in deze aanvraag is verstrekt onder A.1, sub a, b, c, e, f, g, k, onderdelen i en ii, A.3.1, A.3.2, A.3.3. en A.3.6. door hem is geverifieerd en juist en volledig is bevonden;

  • (ii) dat de informatie die in deze aanvraag is verstrekt onder A.1, sub j en k, onderdeel iii, A.3.4, A.3.5, A.3.7 en A.4. door hem naar beste kunnen is geverifieerd en naar zijn oordeel juist en volledig is;

  • (iii) de personen genoemd bij A.2 door hem/haar zijn geïdentificeerd in persoon, volgens de regels van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, ten behoeve van de minister, ten bewijze waarvan een kopie van het identiteitsbewijs aan de hand waarvan verificatie van de identiteit heeft plaatsgevonden hierbij wordt gevoegd, en dat die personen in zijn bijzijn zijn/haar handtekening heeft geplaatst bij A.2.

Naam: .....

Plaats .....

Datum: .....

Handtekening

.....

De verklaring van de notaris mag desgewenst door middel van een bijlage worden verstrekt.

Onderdeel B. Specificatie aanvraag

Ik vraag aan:

  • vergunning kavel B27 alsmede, onder de voorwaarde dat aan mij op grond van artikel 13, eerste lid, of op grond van artikel 26 van de Regeling de vergunning kavel B27 is verleend, de daaraan gekoppelde vergunning voor één capaciteitseenheid in allotment 9D-N.

  • vergunning kavel B31 alsmede, onder de voorwaarde dat aan mij op grond van artikel 13, tweede lid, of op grond van artikel 26 van de Regeling de vergunning kavel B31 is verleend, de daaraan gekoppelde vergunning voor één capaciteitseenheid in allotment 7A.

[Gelieve aan te vinken wat van toepassing is. Indien u beide vergunningen wenst aan te vragen plaatst u bij beide vergunningen een kruisje in het hokje]

Indien aan mij op grond van deze Regeling geen vergunning kavel B27 of vergunning kavel B31 is verleend, vraag ik derhalve geen vergunning aan voor één capaciteitseenheid in allotment 9D-N respectievelijk allotment 7A.

Onderdeel C. Bestuurdersverklaring

Ondergetekende verklaart dat de informatie die in deze aanvraag is verstrekt juist en volledig is.

Naam: .....

Plaats: .....

Datum: .....

Handtekening: .....

Bijlage II. Model bankgarantie als bedoeld in artikel 6, derde lid, onder b

Model bankgarantie

I. De ondergetekende ......................... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte)*, gevestigd te ........................., mede kantoorhoudende te ........................., hierna te noemen: ‘de Bank’;

In aanmerking nemende:

  • A. dat artikel 3.13, eerste lid, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat voor het gebruik van frequentieruimte een vergunning is vereist van de Minister van Economische Zaken (hierna: ‘de Minister’);

  • B. dat ......................... (naam aanvrager), rechtspersoon naar ......................... het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte)* recht, waarvan de zetel is gevestigd te ........................., kantoorhoudende te ........................., hierna te noemen: ‘de Aanvrager’, voornemens is een bieding in de veiling uit te brengen teneinde een vergunning als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, van de Telecommunicatiewet te verwerven voor niet-landelijke commerciële radio in de FM-band;

  • C. dat de Minister met betrekking tot de verlening van FM-vergunningen voor kavels B27 en B31 regels heeft gesteld. Deze regels zijn vastgelegd in deRegeling aanvraag- en veilingprocedure kavels B27 en B31 (hierna: de Regeling);

  • D. dat degene die een aanvraag om de voornoemde vergunningen indient op grond van artikel 6 van de Regeling verplicht is voor de vergunning een zekerheid te verschaffen door een waarborgsom ter grootte van € 10.000 per aangevraagde FM-vergunning te storten dan wel voor dat bedrag een bankgarantie te verstrekken.

  • E. dat de Aanvrager op grond hiervan is gehouden een waarborgsom te storten of een bankgarantie te doen stellen ter zekerheid van al hetgeen de aanvrager ter zekerheid verschuldigd is, hierna te noemen: ‘de Vordering’, aan de Staat der Nederlanden, rechtspersoon naar Nederlands recht, waarvan de statutaire zetel is gevestigd te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: ‘de Staat’;

  • F. dat de Aanvrager de Bank heeft verzocht een onherroepelijke en onafhankelijke bankgarantie te stellen ten behoeve van de Staat, welke op eerste verzoek van de Staat betaalbaar is;

II. Verbindt zich tot het navolgende:

  • 1. De Bank stelt zich bij wijze van zelfstandige verbintenis tot een bedrag van € 10.000 /20.000** (zegge: tienduizend / twintigduizend euro**), onherroepelijk garant jegens de Staat voor de betaling van al hetgeen de Staat blijkens een schriftelijke verklaring van de Staat ter zake van de Vordering van de Aanvrager te vorderen heeft, aldus dat de Bank zich verbindt het gevorderde bedrag als eigen verplichting aan de Staat te voldoen.

  • 2. De Bank verbindt zich om als eigen schuld op eerste verzoek en op de enkele schriftelijke mededeling van de Staat zonder overlegging van enig ander document of opgaaf van redenen te verlangen, aan de Staat te voldoen het bedrag dat de Staat verklaart ter zake van de Vordering van de Aanvrager te vorderen te hebben, met dien verstande dat de Bank nimmer gehouden is aan de Staat meer te voldoen dan het hiervoor vermelde maximumbedrag.

  • 3. Deelberoepen onder deze bankgarantie zijn mogelijk. Het maximumbedrag van deze bankgarantie wordt met een bedrag gelijk met dat van elk deelberoep verlaagd.

  • 4. Deze bankgarantie vervalt na ontvangst door de Bank van een per aangetekende brief gezonden schriftelijke verklaring van de Staat dat de bankgarantie vervalt en in ieder geval één jaar na datum van ondertekening van deze garantie, tenzij de Bank ten minste één maand voor de einddatum van de garantie per aangetekende brief een schriftelijke verklaring van of namens de Minister heeft ontvangen dat deze bankgarantie niet vervalt, in welk geval de garantie telkens voor een nieuwe termijn van een jaar geldig is.

  • 5. Deze bankgarantie wordt beheerst door Nederlands recht. Geschillen ter zake van deze bankgarantie kunnen uitsluitend worden voorgelegd aan de bevoegde Nederlandse rechter te ’s-Gravenhage.

  • 6. Na verval van deze bankgarantie kan de Staat geen enkele aanspraak meer maken jegens de Bank uit hoofde van deze bankgarantie tenzij de Bank voorafgaande aan het moment waarop deze bankgarantie zou vervallen een mededeling ontving als bedoeld onder 2 waaraan de Bank nog niet voldeed. Op verzoek van de Bank zal de Staat deze bankgarantie nadat deze is vervallen retourneren aan de Bank.

Plaats: .........................

Datum: .........................

Naam Bank en ondertekening

.........................

  • * hetgeen in het bovenstaande cursief is gedrukt moet door de Bank worden ingevuld.

  • ** doorhalen hetgeen op grond van artikel 6, eerste lid, van de Regeling niet van toepassing is, gelet op de vergunning of vergunningen waar de aanvraag betrekking op heeft. Dit betekent dat als de aanvraag betrekking heeft op één FM-vergunning de bankgarantie ziet op 10.000 euro en als de aanvraag op beide FM-vergunningen betrekking heeft de bankgarantie ziet op 20.000 euro.

Bijlage III. Model bankverklaring inzake financiële draagkracht, bedoeld in artikel 8, onderdeel a

Instructie: het bedrag waar deze bankverklaring betrekking op heeft, is afhankelijk van het aantal vergunningen dat wordt aangevraagd.

I. De ondergetekende

.... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte), statutair gevestigd te ...., mede kantoorhoudende te ...., hierna te noemen: ‘de Bank’;

In aanmerking nemende:

  • A. dat artikel 3.13, eerste lid, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat voor het gebruik van frequentieruimte een vergunning is vereist van de Minister van Economische Zaken (hierna: ‘de Minister’);

  • B. dat de Minister met betrekking tot de verlening van de vergunningen voor de kavels B27 en B31 onder gelijktijdige verlening van een vergunning voor digitale radio-omroep regels heeft gesteld. Deze regels zijn vastgelegd in de Regeling aanvraag- en veilingprocedure kavels B27 en B31;

  • C. dat degene die een aanvraag om een of beide van de vergunningen voor kavel B27 of B31 indient op grond van artikel 4 van de Regeling tevens verplicht is een aanvraag voor een bijbehorende vergunning(en) voor digitale radio-omroep in te dienen teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2014;

  • D. dat degene aan wie een of beide van de vergunningen voor kavel B27 of B31 is verleend, op basis van de daarbij tevens te verlenen gekoppelde vergunning(en) voor digitale radio-omroep verplicht is om te investeren in de ingebruikname en exploitatie van digitale etherradio en om met maximaal 17 andere vergunninghouders gezamenlijk één elektronisch communicatienetwerk hiervoor in gebruik te nemen en te exploiteren;

  • E. dat het voor het succes van de digitale etherradio van belang is dat een partij alleen een vergunning verwerft indien er enige zekerheid is dat hij als vergunninghouder de noodzakelijke investeringen ten behoeve van digitalisering, zoals genoemd onder D., kan doen en daartoe over een minimale financiële draagkracht beschikt.

Verklaart hiermee dat

Naam aanvrager voor een vergunning __________________________________

Gevestigd te __________________________________

over zodanige financiële draagkracht beschikt, dat hij op de dag van ondertekening van deze verklaring een bedrag van € 15.000,– / € 30.000,-* kan betalen.

Deze verklaring is uitsluitend bestemd voor de Staat der Nederlanden en kan daarom niet door enig ander persoon dan wel voor enig ander doel worden gebruikt.

Deze verklaring wordt verstrekt naar beste weten, onder uitsluiting van iedere aansprakelijkheid of verplichting van de bank jegens derden

Naar waarheid ingevuld,

Naam bank:  
Naam ondertekenaar:  
Functie:  
Handtekening:  
Datum:  
  • * Doorhalen wat niet van toepassing is, waarbij geldt dat een kapitaal van € 15.000,– beschikbaar wordt geacht in geval slechts één van beide vergunningen wordt aangevraagd en een kapitaal van € 30.000,– beschikbaar wordt geacht in geval zowel vergunning kavel B27 (en de daaraan gekoppelde vergunning voor digitale radio-omroep) als vergunning kavel B31 (en de daaraan gekoppelde vergunning voor digitale radio-omroep) wordt aangevraagd.

Bijlage IV. Model verklaring als bedoeld in artikel 9

Ondergetekende verklaart dat hij, indien aan hem een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure kavels B27 en B31 wordt verleend, hij deze vergunning zal gebruiken voor het uitzenden van een commercieel radioprogramma dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd.

Naam aanvrager:

Handtekening:

Bijlage V. Model verklaring als bedoeld in artikel 12, eerste lid

Ondergetekende verklaart dat hij en, indien er sprake is van een met hem verbonden instelling als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het Mediabesluit 2008, de andere leden van de verbonden instelling waartoe hij behoort, zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag hebben onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich zullen onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het doen van dergelijke gedragingen.

Naam aanvrager:

Handtekening: