Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregels Nederlandse emissieautoriteit handhaving handel in emissierechten 2016

Geldend van 01-10-2016 t/m heden

Beleidsregels van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 30 augustus 2016, nr. IENM/BSK-2016/177823, voor het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit over de handhaving van de regels voor de handel in emissierechten 2016 (Beleidsregels Nederlandse emissieautoriteit handhaving handel in emissierechten 2016)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 21, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;

Besluit:

Artikel 1

  • 1 Het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit bepaalt de hoogte van een dwangsom voor overtredingen als bedoeld in artikel 18.6a van de Wet milieubeheer, voor zover het een overtreding betreft bedoeld in Bijlage I, in overeenstemming met de in Bijlage II opgenomen indicatie van de hoogte van de dwangsom per overtreding.

Artikel 2

Artikel 5

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 oktober 2016.

Artikel 6

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Nederlandse emissieautoriteit handhaving handel in emissierechten 2016.

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Infrastructuur en Milieu,

S.A.M. Dijksma

Bijlage I. Categorisering overtredingen (bijlage behorend bij artikelen 1 en 2 van de Beleidsregels Nederlandse emissieautoriteit handhaving handel in emissierechten 2016)

In onderstaande tabellen I en II is voor de meest waarschijnlijke overtredingen per overtreding de ernstfactor van de overtreding aangegeven.

De ernstfactor bepaalt de indicatieve hoogte van de dwangsombedragen bedoeld in bijlage II en maakt onderdeel uit van de berekening van de boetebedragen bedoeld in bijlage III.

Tabel I vermeldt overtredingen met een kwantificeerbaar effect. Tabel II vermeldt overtredingen zonder kwantificeerbaar effect. De kwantificeerbaarheid van het effect maakt onderdeel uit van de berekening van de boetebedragen bedoeld in Bijlage III.

In tabellen I en II wordt verstaan onder:

  • MRV: Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie van 21 juni 2012 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2012, L 181);

  • VAV: Verordening (EU) nr. 600/2012 van de Commissie van 21 juni 2012 inzake de verificatie van broeikasgasemissie- en tonkilometerverslagen en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2012, L 181);

  • regeling: Regeling handel in emissierechten;

  • wet: Wet milieubeheer.

Tabel I. Overtredingen met kwantificeerbaar effect

Korte omschrijving overtreding

Ernstfactor overtreding

ZZ: zeer zwaar

Z: zwaar

B: belangrijk

L: licht

Overtreden wettelijk voorschrift

Rapporteren van een onjuiste jaarvracht

(aspect van overtreden wettelijk voorschrift)

Z

• art. 4 jo. 5 tot en met 9 MRV in verbinding met art. 18.5, eerste lid, van de wet

• veelal in samenhang met hoofdstuk III tot en met VI MRV in verbinding met art. 18.5, eerste of tweede lid, van de wet

• art. 11 MRV in verbinding met art. 18.5, eerste lid, van de wet

art. 9 van de regeling in verbinding met art. 16.12 van de wet

• art. 72 MRV in verbinding met art. 18.5, tweede lid, van de wet

Onjuiste historische gegevens aangeleverd voor het berekenen van de toewijzing

Z

art. 33, 34, 36, 37 of 42 van de regeling in verbinding met art. 16.29 van de wet

• art. 56 MRV in verbinding met art. 18.5, eerste lid, van de wet

Onjuiste gegevens aangeleverd voor het berekenen van een nieuwe (aangepaste) toewijzing

Z

art. 43 van de regeling in verbinding met art. 16.29 van de wet

Niet tijdig indienen geverifieerde melding voor een sluiting, gedeeltelijke sluiting of capaciteitsvermindering met gevolgen voor de storting van emissierechten

Z

• melding: art. 44, 45 of 47 van de regeling in verbinding met art. 16.13a, eerste lid, van de wet

• verificatievereiste: art. 49 van de regeling in verbinding met art. 16.29 van de wet

Monitoring niet uitgevoerd volgens de wettelijke eisen (aspect van overtreden wettelijk voorschrift; kwantificeerbaar)

Z

• art. 4 jo. 5 tot en met 9 MRV in verbinding met art. 18.5, eerste lid, van de wet

• veelal in verbinding met hoofdstuk III tot en met V MRV in verbinding met art. 18.5, eerste of tweede lid, van de wet

• art. 11 MRV in verbinding met art. 18.5, eerste lid, van de wet

• art. 9 of 10 van de regeling in verbinding met art. 16.12 van de wet

art. 26 van de regeling in verbinding met art. 16.12 en 16.39h van de wet

Tabel II. Overtredingen zonder kwantificeerbaar effect

Korte omschrijving overtreding

Ernstfactor overtreding

ZZ: zeer zwaar

Z: zwaar

B: belangrijk

L: licht

Overtreden wettelijk voorschrift

Niet nakomen systeemverplichtingen

ZZ

 

Inrichting in bedrijf zonder geldige vergunning

ZZ

art. 16.5 van de wet

Uitvoering luchtvaartactiviteiten zonder goedgekeurd monitoringsplan

ZZ

art. 12 MRV in verbinding met art. 18.5 eerste lid, van de wet

Niet nakomen essentiële verplichtingen voor monitoring en rapportage

Z

 

Niet tijdig indienen geverifieerd emissieverslag

Z

• art. 67 MRV in verbinding met art. 18.5 eerste lid, van de wet

Niet nakomen belangrijke verplichtingen voor monitoring en rapportage

B

 

Monitoring niet uitgevoerd volgens de wettelijke eisen (aspect van overtreden wettelijk voorschrift; niet-kwantificeerbaar)

B

• art. 4 jo. 5 tot en met 9 MRV in verbinding met art. 18.5, eerste lid, van de wet

• veelal in samenhang met hoofdstuk III tot en met V MRV in verbinding met art. 18.5, eerste of tweede lid, van de wet

• art. 11 MRV in verbinding met art. 18.5, eerste lid, van de wet

• bepalingen uit par. 2.1.3 van de regeling in verbinding met art. 16.12 van de wet

Niet tijdig indienen van een melding significante wijziging monitoringswijze

B

• art. 15, eerste lid, MRV in verbinding met art. 18.5, tweede lid, van de wet

• eventueel in verbinding met art. 15, eerste lid van de regeling in verbinding met art. 16.13a, tweede en derde lid, van de wet

art. 16 van de regeling in verbinding met art. 16.13a, tweede en derde lid, van de wet

Monitoringsplan is niet actueel

B

art. 16.13 van de wet

• art. 14 MRV in verbinding met art. 18.5, tweede lid, van de wet

Niet nakomen belangrijke verplichtingen voor toewijzing van emissierechten

B

 

Niet tijdig vooruitlopend op een capaciteitsvermindering een tussentijdse melding capaciteitsvermindering indienen

B

art. 47 van de regeling in verbinding met art. 16.13a, eerste lid, van de wet

Niet nakomen overige verplichtingen voor monitoring en rapportage

L

 

Niet tijdig indienen van een verbeterrapportage

L

art. 69 MRV in verbinding met art. 18.5, tweede lid, van de wet

Niet tijdig indienen van een melding niet-significante wijziging monitoringswijze

L

• art. 15, tweede lid van de regeling in verbinding met art. 16.13a, tweede en derde lid, van de wet

• art. 16 van de regeling in verbinding met art. 16.13a, tweede en derde lid, van de wet

Procedures voor gegevensbeheer en/of controleactiviteiten niet doeltreffend)

L

bepalingen uit hoofdstuk V MRV in verbinding met art. 18.5, tweede lid, van de wet

Fouten in de emissierapportage; betreft niet een onjuiste jaarvracht

L

• art. 4 jo. 5 tot en met 9 MRV in verbinding met art. 18.5, eerste lid, van de wet

art. 18, 28 en 29 van de regeling in verbinding met art. 16.12 van de wet

Bijlage II. Hoogte dwangsombedragen (bijlage behorend bij artikel 1 van de Beleidsregels Nederlandse emissieautoriteit handhaving handel in emissierechten 2016)

In onderstaande tabel is de indicatieve hoogte van de dwangsom per dag in euro aangegeven per ernstfactor als toegekend in Bijlage I van de Beleidsregels Nederlandse emissieautoriteit handhaving handel in emissierechten 2016.

Tabel Indicatieve hoogte dwangsom

Ernstfactor overtreding

Dwangsom per dag in euro

zeer zwaar (ZZ)

500–4500

zwaar (Z)

250–3500

belangrijk (B)

100–2500

licht (L)

50–500

Bijlage III. Hoogte boetebedragen (bijlage behorend bij artikel 2 van de Beleidsregels Nederlandse emissieautoriteit handhaving handel in emissierechten 2016)

1. Formule boetebedrag

De hoogte van de bestuurlijke boete wordt bepaald op basis van de volgende formule:

Boete = Vast bedrag + Variabel bedrag x Correctiefactor + Economisch voordeel

2. Vast bedrag

Als onderdeel van de boete is een vast bedrag vastgesteld van:

€ 5.000,–.

3. Variabel bedrag

Voor het variabele bedrag in de boete wordt onderscheid gemaakt tussen overtredingen met een kwantificeerbaar en een niet-kwantificeerbaar effect.

3.1. Variabel bedrag voor kwantificeerbaar effect

In bijlage I, tabel I van de Beleidsregels Nederlandse emissieautoriteit handhaving handel in emissierechten 2016 zijn overtredingen gecategoriseerd waarvan het effect als kwantificeerbaar is aangemerkt. In die gevallen wordt de ernst van de overtreding bepaald door de omvang van het (potentiële) effect. Het variabele bedrag van de boete voor kwantificeerbare overtredingen wordt dan hierdoor bepaald, en door een marktgerelateerde boetewaarde en een inrichtingsfactor.

Formule variabel bedrag bij kwantificeerbaar effect: Variabel bedrag = Effect van de overtreding x Marktgerelateerde boetewaarde x Inrichtingsfactor

Effect van de overtreding

Bij overtredingen met betrekking tot monitoring en rapportage van de CO2-emissies wordt het (potentiële) effect, mits dat kwantificeerbaar is, uitgedrukt in ton CO2. Een afwijking is een overtreding ongeacht of de afwijking positief of negatief is.

Bij overtredingen met betrekking tot de toewijzing van emissierechten wordt het effect bepaald door de hoeveelheid emissierechten die als gevolg van de overtreding achteraf gezien teveel zijn toegewezen of verleend.

Marktgerelateerde boetewaarde

Het variabele bedrag wordt onder andere bepaald door een marktgerelateerde boetewaarde. De emissieautoriteit stelt jaarlijks op uiterlijk 31 december de gemiddelde veilingprijs van een emissierecht vast, die in dat jaar gerealiseerd is.1 De emissieautoriteit publiceert deze veilingprijs op haar website (www.emissieautoriteit.nl). De boetewaarde wordt bepaald door deze veilingprijs met een door de emissieautoriteit te bepalen generieke factor te vermenigvuldigen en vervolgens af te ronden in hele euro’s. De vaste generieke vermenigvuldigingsfactor is tenminste 1 en ten hoogste 4. De boetewaarde wordt toegepast op alle kwantificeerbare overtredingen begaan in het jaar waarvoor de boetewaarde is vastgesteld. Wanneer voor enig jaar nog geen boetewaarde is vastgesteld wordt de laatst vastgestelde boetewaarde toegepast. Als de duur van de overtreding meerdere kalenderjaren bestrijkt, wordt de hoogste boetewaarde van die kalenderjaren toegepast.

Inrichtingsfactor

De emissieautoriteit kan bij het bepalen van het variabele bedrag eventueel nog differentiëren naar gelang van de omvang van de emissies van de inrichting (bij luchtvaartexploitanten: omvang van de emissies van de vloot van de exploitant), in verband met de grotere of kleinere plaats die de inrichting (c.q. vloot) inneemt in het systeem van handel in emissierechten. Daarmee kan de emissieautoriteit ook uitdrukking geven aan een grotere verantwoordelijkheid en grotere zorg die van een grotere emittent mag worden verwacht. Dat gebeurt dan met een “inrichtingsfactor” die kan verschillen al naar gelang de emissies van de betrokken inrichting c.q. vloot. Daarbij kan bijvoorbeeld voor wat betreft inrichtingen aansluiting worden gezocht bij de categorieën A, B en C als bedoeld in artikel 19 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel.

3.2. Variabel bedrag voor niet-kwantificeerbaar effect

In bijlage I, tabel II van de Beleidsregels Nederlandse emissieautoriteit handhaving handel in emissierechten 2016 zijn overtredingen gecategoriseerd waarvan het effect als niet-kwantificeerbaar is aangemerkt. In die gevallen wordt de omvang van de emissie gezien als belangrijke indicator voor de ernst van de overtreding en de (potentiële) gevolgen voor het systeem van de handel in emissierechten. Het variabele bedrag van de boete voor niet-kwantificeerbare overtredingen wordt dan met name hierdoor bepaald. Daarnaast wordt de ernst van de overtreding bepaald door de aard van de overtreding en de tijdsduur van de overtreding.

Formule variabel bedrag bij niet-kwantificeerbaar effect: Variabel bedrag = Emissiegerelateerd bedrag x Ernstfactor aard x Ernstfactor tijdsduur

Emissiegerelateerd bedrag

Het variabele bedrag wordt gerelateerd aan de omvang van de gerapporteerde emissies in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden en wordt berekend aan de hand van de totale emissie van de inrichting en een schijvensysteem volgens onderstaande tabel I.

Tabel I. Emissiegerelateerd bedrag

Hoeveelheid emissies

Bedrag per kiloton

0–100 kton CO2

€ 200,– per kton

100–1.000 kton CO2

€ 100,– per kton

> 1.000 kton CO2

€ 20,– per kton

Wanneer er geen emissiegegevens over het voorgaande jaar bekend zijn, of de emissies ten tijde van de overtreding sterk afwijken van de emissies in het voorgaande jaar, maakt de emissieautoriteit voor het berekenen van het variabele bedrag gebruik van een schatting op basis van de meest actuele emissiegegevens.

Ernstfactor aard

In bijlage I van de Beleidsregels Nederlandse emissieautoriteit handhaving handel in emissierechten is aan meest waarschijnlijke overtredingen een ernstfactor toegekend.

In onderstaande tabel II is per ernstfactor de wegingsfactor aangegeven die daarvoor wordt toegepast bij het bepalen van het variabele bedrag.

Tabel II. Wegingsfactor per ernstfactor

Ernstfactor overtreding

Wegingsfactor

zeer zwaar (ZZ)

3

zwaar (Z)

1,5

belangrijk (B)

0,75

licht (L)

0,375

Ernstfactor tijdsduur

a) Algemeen

In onderstaande tabel III is per tijdsduur de wegingsfactor aangegeven die daarvoor toegepast wordt bij het bepalen van het variabele bedrag.

Tabel III. Wegingsfactor per tijdsduur

Tijdsduur

Wegingsfactor

Minder dan 3 maanden

1

Van 3 tot 6 maanden

1,1

Van 6 tot 12 maanden

1,2

Van 12 tot 24 maanden

1,4

24 maanden en langer

1,6

b) Te laat indienen emissieverslag

In afwijking van bovengenoemde systematiek wordt voor het opleggen van een boete voor overtreding van artikelen 16.20c, tweede lid, en 18.5 van de Wet milieubeheer in samenhang met artikel 67 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel (het te laat indienen van een emissiejaarverslag) een specifieke wegingsfactor voor de tijdsduur gehanteerd, gebaseerd op het aantal dagen dat het verslag te laat is ingeleverd. In onderstaande tabel IV is per tijdsduur de wegingsfactor aangegeven die daarvoor toegepast wordt bij het bepalen van het variabele bedrag.

Tabel IV. Wegingsfactor per tijdsduur emissieverslag

Tijdsduur

Wegingsfactor

0–5 dagen

0,05

6–10 dagen

0,10

11–30 dagen

0,15

Als een emissieverslag meer dan 30 dagen te laat (na de datum voor het inleveren van emissierechten) is ingediend geldt de algemene systematiek als bedoeld onder a en in tabel III. Het emissieverslag kan in die situatie immers geen rol spelen als voorlopige basis van de omvang van de inleverplicht. Dit rechtvaardigt toepassing van een grotere wegingsfactor per tijdsduur.

3.3. Voorrang kwantificeerbaar effect

Wanneer een overtreding zowel een kwantificeerbaar als een niet-kwantificeerbaar effect heeft wordt het variabele bedrag bepaald door de methodiek voor een kwantificeerbaar effect. Wanneer het effect onvoldoende kan worden gekwantificeerd, wordt het variabele bedrag bepaald door de methodiek voor een niet-kwantificeerbaar effect.

4. Correctiefactor

Naast de ernst van de overtreding en de (potentiële) gevolgen voor de handel in emissierechten wordt het boetebedrag ook bepaald door de overige omstandigheden van het geval. Daartoe wordt door een totale correctiefactor in ieder geval rekening gehouden met de omstandigheden vermeld in tabel V op de daarin vermelde wijze.

Formule correctiefactor: Totale correctiefactor = C1 x C2 x C3

In onderstaande tabel V zijn de omstandigheden en daarvoor geldende correctiefactoren aangegeven waarmee in ieder geval rekening gehouden wordt bij het bepalen van de totale correctiefactor voor het totale boetebedrag.

Tabel V. Correctiefactor
  Omstandigheid Correctiefactor
1 Uit eigen beweging gemeld en beëindigd

Criterium: heeft de overtreder zelfstandig en onafhankelijk van inspecties (inclusief inspecties van andere bevoegde gezagen) bij de emissieautoriteit kenbaar gemaakt dat er sprake is van niet naleving en de overtreding eigener beweging beëindigd.

Niet gemeld en beëindigd

C1 = 1

Wel gemeld en beëindigd

C1 = 0,5

2 Verwijtbaarheid

In welke mate heeft de overtreder kunnen weten of moeten weten dat er sprake was van niet naleving.

Voor een boeteverlaging zijn er bijzondere omstandigheden nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een verminderde verwijtbaarheid.

Geen bijzondere omstandigheden:

C2 = 1

Verminderde verwijtbaarheid:

C2 = 0,25-0,75

3 Recidive

Er is sprake van recidive als de emissieautoriteit al eerder aan de overtreder (of daarmee in een groep verbonden onderneming) voor een vergelijkbare overtreding een bestuurlijke boete heeft opgelegd.

In geval van recidive: C3 = een door de emissieautoriteit nader te bepalen factor, groter dan 1.

5. Economisch voordeel

Als er sprake is van economisch voordeel dat niet gecorrigeerd kan worden door ambtshalve vaststelling van het emissiecijfer, door aanpassing van de toewijzing van emissierechten of door terugvordering van teveel verleende emissierechten, wordt de boete, onder aftrek van een eventueel nadeel dat rechtstreeks verband houdt met de overtreding, verhoogd met het saldo van het resterende voordeel. Wanneer er geen sprake is van een voordelig saldo is er geen sprake van economisch voordeel.

  • ^ [1]

    Het gaat daarbij om de primaire veiling van EUA’s voor fase 3 en volgende, waarop deze rechten namens Nederland worden geveild (op het multilaterale platform).