Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)

Ingevolge artikelen 36 en 62 junto 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van de aanlevering minimale dataset specialistische zorg (MDS).

Artikel 1. Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op:

  • instellingen voor medisch specialistische zorg (met uitzondering van sanatoria, abortuszorg en aanbieders van gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en generalistische basis GGZ);

  • audiologische centra;

  • instellingen voor erfelijkheidsadvisering;

  • mondzorg zoals kaakchirurgen die bieden;

  • instellingen die geriatrische revalidatiezorg (GRZ) leveren;

  • solisten als bedoeld in artikel 13 van de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg’.

Artikel 2. Doel

De verplichte aanlevering van de minimale dataset heeft als doel de hiermee verkregen gegevens te gebruiken voor het onderhoud van prestatiebeschrijvingen en tarieven, de monitoring van marktontwikkelingen en voor de uitvoering van de overige wettelijke taken van de NZa.

Artikel 3. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. add-on: een overig zorgproduct, uitgedrukt in zorgactiviteiten, behorend bij een dbc-zorgproduct.

  • b. Diagnose Behandeling Combinatie (DBC): een declarabele prestatie, die het resultaat is van (een deel van) het totale zorgtraject van de diagnose die de zorgaanbieder stelt tot en met de (eventuele) behandeling die hieruit volgt.

  • c. DBC informatiesysteem (DIS): digitale databank die informatie ontvangt en beheert over DBC-zorgproducten en overige zorgproducten, waaronder de informatie die op grond van deze regeling moet worden aangeleverd.

  • d. DBC-zorgproduct: een declarabele prestatie die via beslisbomen is afgeleid uit een subtraject met zorgactiviteiten. Een subtraject leidt in combinatie met de geleverde zorgactiviteiten tot een declarabel DBC-zorgproduct als het voldoet aan de voorwaarden van de beslisbomen.

  • e. declaratiedataset: de verzameling gegevens die nodig is om de geleverde zorg af te leiden in de grouper.

  • f. hoofddiagnose ICD-10: ziekte of aandoening die aan het einde van een subtraject hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de behoefte van de patiënt aan behandeling of onderzoek.

  • g. ICD-10: de tiende editie van de International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems (ICD-10). De ICD-10 is het internationaal gestandaardiseerde classificatiesysteem van diagnosen waarmee de zorgaanbieder alle ziektebeelden en diagnosen van patiënten eenduidig kan registreren.

  • h. indicatie: een in de CIBG add-on databank opgenomen indicatie waarvoor een add-on geneesmiddel of ozp-stollingsfactor is verstrekt aan de patiënt.

  • i. instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.2, aanhef en onder:

    • 1 (instelling voor medisch specialistische zorg)1;

    • 2 (audiologische centra);

    • 13 (instelling voor erfelijkheidsadvisering);

    • 18 (instellingen voor verpleging), voor zover zij geriatrische revalidatiezorg leveren,

    van het Uitvoeringsbesluit WTZi.

  • j. integraal tarief: tarief waarin alle vergoedingen zijn opgenomen voor kosten die een zorgverlener in rekening mag brengen in verband met het leveren van een prestatie.

  • k. Minimale Dataset (MDS): de in bijlage 1 bij deze regeling gespecificeerde gegevens.

  • l. module medisch specialistische revalidatie: geheel van op elkaar afgestemde activiteiten van een of meerdere behandeldisciplines gericht op een specifiek behandeldoel.

  • m. onderlinge dienstverlening: het leveren van zorg als (onderdeel van een) DBC-zorgproduct door één of meerdere instellingen of medisch specialisten (niet zijnde de hoofdbehandelaar) op verzoek van de hoofdbehandelaar.

  • n. overig zorgproduct (ozp): een prestatie binnen de medisch specialistische zorg, niet zijnde een DBC-zorgproduct. Overige zorgproducten zijn onderverdeeld in vier hoofdcategorieën; supplementaire producten, eerstelijnsdiagnostiek (ELD), paramedische behandeling en onderzoek, en overige verrichtingen.

  • o. solist: solistisch werkende zorgaanbieder die, anders dan in dienst of onmiddellijk of middellijk in opdracht van een andere zorgaanbieder, zelfstandig beroepsmatig medisch specialistische zorg verleent.

  • p. Z-Index-nummer: het Z-Index-nummer is het unieke, identificerende nummer van de artikelverpakking van het geneesmiddel dat wordt afgeleverd.

    Het Z-index-nummer beschrijft het product zoals de fabrikant het in de handel brengt, inclusief logistieke gegevens zoals verpakkingsgrootte, prijs, RVG-nummer en barcode.

  • q. zorgaanbieder: natuurlijk persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel c, van de Wmg.

  • r. zorgproduct: een aanduiding van prestaties binnen de medisch specialistisch zorg. Zorgproducten zijn onderverdeeld in DBC-zorgproducten en overige zorgproducten.

  • s. zorgverlener: instelling of solist.

Artikel 4. Aanlevering MDS

  • 1 De zorgverlener is verplicht van alle gedeclareerde DBC-zorgproducten en overige zorgproducten die worden gerekend tot de omzet van de kalendermaand (m-2), vóór de eerste dag van elke kalendermaand (m) de Minimale Dataset (MDS) aan te leveren. Welke gegevens tot de MDS behoren, is weergegeven in bijlage 1 van deze regeling.

  • 2 De zorgverlener levert de in het vorige lid bedoelde gegevens elektronisch aan bij het DBC Informatiesysteem (DIS) en past daarbij de op de website van het DIS gepubliceerde ‘aanleverstandaard DIS’ toe.

  • 3 De zorgverlener leveren mutaties en aanvullingen aan op de al aangeleverde MDS-informatie van productie die is afgesloten in jaar t-1 uiterlijk voor 1 oktober van jaar t bij het DIS.

Artikel 5. Wijze van aanlevering

  • 1 Gegevensaanlevering bij DIS dient uitsluitend via de door DIS gespecificeerde methode plaats te vinden (ref. DIS gegevens aanleverstandaard: SZ 8.0 (V1.0) / http://www.dbcinformatiesysteem.nl).

    De aangeleverde gegevens worden voorzien van een technische controle door DIS.

  • 2 Indien uit de in het vorige lid bedoelde controle en/of de daarop volgende inhoudelijke beoordeling komt vast te staan dat de kwaliteit van de gegevensaanlevering onvoldoende is, kan de NZa correcte aanlevering van de gegevens afdwingen via de inzet van de haar op grond van de Wmg toekomende handhavende bevoegdheden.

Artikel 6. Intrekking oude regeling(en)

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de ‘Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)’ met kenmerk NR/CU-254 ingetrokken.

Artikel 7. Overgangsbepaling

De regeling ‘Verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)', met kenmerk NR/CU-254, blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen – en al dan niet beëindigd – in de periode dat die regeling gold.

Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2017.

Ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), zal deze regeling en de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)’.

Nederlandse Zorgautoriteit,

M. Kaljouw

voorzitter Raad van Bestuur

Bijlage 1. : Aan te leveren MDS-gegevens

A. Identificatie zorgaanbieder B. Identificatie patiënt

1. Declarerende zorgverlener

2. Zorgverlener volgnummer DIS

3. Pseudo-identiteit BSN patiënt

4. Pseudo-identiteit t.b.v. CBS-gegevens

5. Pseudo-identiteit naam patiënt

6. Geboortejaar

7. Leeftijd

8. Landcode

9. Postcode

10. Identificatie zorgverzekeraar (conform UZOVI-register)

C. Productie per patiënt
DBC-Zorgproduct

11. Begindatum Zorgtraject

12. Begindatum Subtraject

13. Einddatum Subtraject

14. Einddatum Zorgtraject

15. Uitvoerende specialismecode

16. Zorgtypecode

17. Zorgvraagcode

18. Typerende diagnosecode

19. Zorgproductcode

20. Declaratiecode

21. Afsluitreden

22. ZA met machtiging in profiel

23. Code (zelf)verwijzer

24. Verwijzende zorgverlener

25. Verwijzend specialisme

26. ICD-10 code

27. Gedeclareerd bedrag

Overig zorgproduct*

28. Declaratiecode

29. Uitvoerdatum

30. Aantal

31. AGB-code uitvoerend specialisme

32. Uitvoerende zorgverlener

33. Aanvragend/Verwijzend Specialisme

34. Aanvragende/Verwijzende zorgverlener

35. Informatie kaakchirurgie (factor,

soort behandeling, toeslag

assistentie, nacht- en of

weekendtoeslag)

36. Gedeclareerd bedrag

* M.u.v. de add on geneesmiddelen en stollingsfactoren (zie hieronder de nummers 41 t/m 47)

Geleverd zorgprofiel

37. Zorgactiviteitcode

38. Uitvoerdatum zorgactiviteit

39. Aantal

40. Uitvoerende Specialismecode

41. Uitvoerende zorgverlener

42. Zorgactiviteitvertaling toegepast

43. Modulecode medisch specialistische

Revalidatie

Add-on geneesmiddelen /ozp-stollingsfactoren

44. ZI nummer

45. Indicatie

46. Uitvoerend specialisme

47. Uitvoerend zorgverlener

48. Aantal gebruikte eenheden

49. Uitvoerdatum

50. Gedeclareerd bedrag

D. Technisch noodzakelijke gegevens1

51. Koppelnummer

52. Zorgtrajectnummer

53. Zorgtrajectnummer parent

54. Subtrajectnummer

55. Indicatie vervallen

56. Declaratiedatasetnummer

57. ZPZA Hashtotal DIS

58. ZPZA Hashversie DIS

59. Certificaatversie hash

60. Uitgevoerde verrichtingnummer

61. Tabelset versie

62. Grouperversie

 

1Doordat de MDS-gegevens in verschillende databestanden worden aangeleverd aan het DIS moeten ook diverse technisch noodzakelijke gegevens verplicht worden aangeleverd. Categorie D bevat de opsomming van deze technisch noodzakelijke gegevens.

Toelichting bij Bijlage 1

Uitvraag

Omschrijving uitvraag

Toelichting

B3

Pseudo-identiteit BSN patiënt

Betreft uitvraag op ‘Burger Service Nummer’ die geanonimiseerd wordt.

B4

Pseudo-identiteit t.b.v. CBS-gegevens

Noodzakelijk i.v.m. bevolkingsstatistiek (gedetailleerde uitvraag bestaat uit de onderdelen geslacht, geboortejaar, landcode, postcode).

B9

Postcode

Alleen verplicht indien landcode ‘Nederland’ is. Het gaat om slechts de vier cijfers.

C16

Zorgvraagcode

Alleen verplicht als het betreffende AGB-specialisme een zorgvraagcode registreert.

C22

Zorgactiviteit (ZA) met machtiging in profiel

Is nodig als onderdeel van de hash en is al informatieverplichting op nota

C24

Verwijzende zorgverlener

Alleen verplicht bij bepaalde soorten ‘code (zelf)verwijzer’

C25

Verwijzend specialisme

Alleen verplicht bij bepaalde soorten ‘code (zelf)verwijzer’

C28

Declaratiecode

Betreft de code op basis waarvan de add-on geneesmiddel gedeclareerd wordt. Deze code is gelijk aan het ZI-nummer.

D51

Koppelnummer

Het unieke nummer waarmee patiëntgegevens gekoppeld kunnen worden aan gegevens over ‘zorgtrajecten’ of gegevens over ‘gedeclareerde overige zorgproducten’.

D52

Zorgtrajectnummer

Uniek nummer waarmee subtrajectgegevens gekoppeld kunnen worden aan zorgtrajectgegevens.

D53

Zorgtrajectnummer parent

Het unieke nummer waarmee een zorgtraject met zorgtype 51 gekoppeld kan worden aan een zorgtraject met zorgtype 11 of 21.

D54

Subtrajectnummer

Het unieke nummer waardoor subtrajectgegevens gekoppeld kunnen worden aan zorgprofieldata.

D55

Indicatie vervallen

Noodzakelijk voor bepaling verwijderingen bij incrementele uitlevering.

Deze informatie wordt samen met de declaratiedataset aan DIS meegestuurd. De informatie wordt gebruikt in de informatieverwerking van DIS voor situaties waar een correctie plaatsvindt bij de zorgaanbieder en deze informatie eerder reeds aan DIS was aangeleverd. Te denken valt aan een interne administratieve correctie, waardoor de declaratie ook is gecorrigeerd en niet langer gedeclareerd kan en mag worden. In deze gevallen wordt met de indicatie aangegeven, dat de oorspronkelijke declaratie zoals deze reeds in DIS was opgenomen, verwijderd moet worden.

Het woord incrementeel slaat hier op ‘toevoegen’. Deze indicatie is relevant voor gegevens die al in DIS aanwezig zijn, maar aangepast of verwijderd moeten worden (dus niet voor nog niet aangeleverde gegevens).

D56

Declaratiedatasetnummer

Verwijst naar het nummer van de declaratiedataset entiteit en is noodzakelijk om alle gegevens die bij een declaratie horen aan elkaar te koppelen.

D57

ZPZA Hashtotal DIS

Nodig om de hash te kunnen controleren. Om te controleren dat het zorgproduct geldig door een grouper is afgeleid en dat daar daarnaast niets aan gewijzigd is.

D58

ZPZA Hashversie DIS

Nodig om de hash te kunnen controleren. Om te controleren dat het zorgproduct geldig door een grouper is afgeleid en dat er daarnaast niets aan gewijzigd is.

D59

Certificaatversie hash

Nodig om de hash te kunnen controleren. Om te controleren dat het zorgproduct geldig door een grouper is afgeleid en dat daar daarnaast niets aan gewijzigd is.

D60

Uitgevoerde Verrichtingnummer

Een technisch nummer dat noodzakelijk is om overige zorgproducten van elkaar te kunnen onderscheiden.

  • ^ [1]

    In het kader van deze regeling worden hieronder verstaan: (algemene en categorale) ziekenhuizen, universitaire medische centra, zelfstandige behandelcentra, epilepsie instellingen, instellingen voor revalidatie, radiotherapeutische centra, longrevalidatie-instellingen, dialysecentra en (huisartsen)laboratoria.