Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit beleidsregel respijttermijnen voor biociden

Geldend van 01-09-2016 t/m heden

Besluit beleidsregel respijttermijnen voor biociden

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden besluit,

gelet op het bepaalde in

overwegende dat

  • het College binnen de kaders van de wet en op basis van het principe van goed bestuur een zorgvuldig en weloverwogen beleid voert op het gebied van het vaststellen van respijttermijnen en de lengte daarvan;

  • een respijttermijn onder het overgangsrecht kan worden afgegeven op grond van de Wgb (artikel 130a, vierde lid Wgb jo 68, vijfde lid Wgb-oud);

  • een respijttermijn onder de Verordening (EU) 528/2012 (artikel 52) moet worden afgegeven indien sprake is van voorraad, tenzij er sprake is van een onaanvaardbaar risico;

  • dat het dientengevolge vanuit een oogpunt van transparantie wenselijk is één beleid te formuleren voor respijttermijnen en in beginsel artikel 52 van de verordening toe te passen in alle gevallen;

tot vaststelling van één beleid inzake het verlenen van een aflever- en opgebruiktermijn (respijttermijn) bij wijziging van een toelating van een biocide.

Artikel 1. Gebruikte afkortingen en termen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • Aflevertermijn: Binnen deze termijn mogen bestaande voorraden van een biocide nog op de markt worden gebracht, worden gedistribueerd, verwijderd, opgeslagen en opgebruikt.

  • Awb: Algemene wet bestuursrecht.

  • College: Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

  • Expiratie: Het eindigen van de toelating van een biocide door verstrijken van de in de toelating gegeven toelatingstermijn.

  • Opgebruiktermijn: Binnen deze termijn mogen bestaande voorraden van een biocide nog worden verwijderd, opgeslagen en opgebruikt.

  • Overgangsrecht: Overgangsrecht van artikel 89 en artikel 93 van Verordening 528/2012. In die gevallen waarin dit artikel van toepassing is wordt de mogelijkheid geboden op gemotiveerd verzoek tot toepassing van artikel 68, vijfde lid Wgb-oud.

  • Respijttermijn: Aflever- en opgebruiktermijn.

  • Verordening 528/2012: Verordening 528/2012/EU (Biocidenverordening).

  • Wgb: Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

  • Wgb-oud: Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zoals deze luidde vóór de inwerkingtreding van de Wet van 6 november 2013 houdende wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ter uitvoering van Verordening (EU) 528/2012.

Artikel 2. Toepasselijkheid

Algemeen

Dit beleidsregelbesluit is van toepassing op besluiten tot wijziging van de toelating, de afgeleide toelating en de parallelle toelating van in Nederland toegelaten biociden als gevolg van

  • 1. het geheel of gedeeltelijk intrekken van de toelating, al of niet op verzoek;

  • 2. een wijziging van het WGGA, al of niet op verzoek;

  • 3. een wijziging van de etikettering, al of niet op verzoek;

  • 4. een besluit tot niet-verlenging van een gehele toelating of van bepaalde toepassingen.

Artikel 3. Werkwijze voor vaststelling van een respijttermijn

De werkwijze voor vaststelling van een respijttermijn is als volgt bepaald:

  • 1. Het College stelt op gemotiveerd verzoek van de toelatinghouder de respijttermijn vast aan de hand van het bepaalde in artikel 52 van Verordening 528/2012. De maximale termijn die gegeven wordt is 6 maanden voor aflevering en nog eens 6 maanden aansluitend voor opgebruik.

  • 2. Geen termijn wordt gegeven bij een onaanvaardbaar risico voor mens, dier of milieu en evenmin als er geen sprake is van voorraad.

  • 3. Bij de vaststelling van de lengte van de respijttermijn weegt het College in ieder geval de volgende factoren mee:

    • dat de termijn afhangt van de waarschijnlijkheid en de ernst van het risico voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu;

    • dat de lengte van de termijn mede afhangt van de mate waarin de wijziging of intrekking voor de markt en/of gebruiker onvoorzien was en van de mogelijkheden van de markt en gebruikers om de gevolgen van de plotselinge intrekking of wijziging op te vangen;

    • dat de termijn bij voorkeur niet afloopt binnen een gebruiksseizoen;

    • de omvang van de bestaande voorraad van de betreffende biocide.

  • 4. Wet en Verordening staan niet toe dat bij expiratie van de toelating een respijttermijn wordt gegeven.

Artikel 4. Uitzonderingsbepaling

De toelatinghouder kan het College gemotiveerd verzoeken om toepassing van artikel 68, vijfde lid Wgb-oud voor biociden die onder artikel 89 van de Verordening 528/2012 vallen (dus voor biociden met nog in het werkprogramma van de Commissie meelopende bestaande werkzame stoffen) en toekenning van de langere respijttermijn die mogelijk is op grond van dit artikel. Het College past dit recht toe indien het de motivering aanvaardt.

Artikel 5. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking in de Staatscourant.

Artikel 6. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beleidsregel respijttermijnen voor biociden.

Ede, 26 augustus 2016

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

,

J.F. de Leeuw

Voorzitter