Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit mandaat en machtiging Autoriteit Persoonsgegevens

Geldend van 29-07-2016 t/m heden

Besluit van de Autoriteit Persoonsgegevens, houdende verlening van mandaat en machtiging aan de voorzitter en de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens en aan functionarissen, werkzaam bij het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens (Besluit mandaat en machtiging Autoriteit Persoonsgegevens)

Paragraaf 1. Organisatie en taakverdeling

Artikel 1

In dit mandaat- en machtigingsbesluit wordt verstaan onder Autoriteit Persoonsgegevens: het college van het College bescherming persoonsgegevens zoals ingesteld op grond van artikel 51 van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Artikel 2

Het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens is samengesteld uit:

  • a. de directeur;

  • b. de afdeling Toezicht Publieke sector;

  • c. de afdeling Toezicht Private sector;

  • d. de afdeling Juridische Zaken;

  • e. de afdeling Communicatie.

Artikel 3

De afdelingen Toezicht zijn belast met:

Artikel 4

De afdeling Juridische Zaken is belast met:

Artikel 5

De afdeling Communicatie is belast met de externe communicatie: waaronder (inter)nationale contacten met collega-toezichthouders op het gebied van communicatie, persvoorlichting, persrelaties en public affairs.

Paragraaf 2. Mandaat en machtiging

Artikel 6

Aan de voorzitter en de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Autoriteit Persoonsgegevens besluiten te nemen of andere handelingen te verrichten ten aanzien van aangelegenheden die, blijkens de via de website van de Autoriteit Persoonsgegevens bekendgemaakte ‘Regeling taakverdeling en onderlinge vervanging Autoriteit Persoonsgegevens’ en de daarbij behorende bijlage, tot hun werkterrein behoren, tenzij deze naar aard of inhoud door de Autoriteit Persoonsgegevens dienen te worden afgedaan, zoals de hoofdlijnen van het door de Autoriteit Persoonsgegevens te voeren beleid, de daarbij te stellen prioriteiten, het vaststellen van te hanteren beleidsregels, het besluiten tot het entameren van breed opgezette opinieonderzoeken of andere onderzoeken, die betrekking hebben op onderwerpen die het taakgebied en het daarmee samenhangende werkterrein van de afzonderlijke collegeleden overstijgen.

Artikel 7

  • 1 Aan de in de bijlage bij dit besluit genoemde functionarissen, werkzaam bij het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens, wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Autoriteit Persoonsgegevens besluiten te nemen of andere handelingen te verrichten ten aanzien van de aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de afdeling waarin zij werkzaam zijn.

  • 2 De bedoelde functionarissen hanteren de aan hen, krachtens het verleende mandaat of de verleende machtiging, toekomende bevoegdheid voor zover dat past in de normale taakuitoefening van de functionaris.

  • 3 De mandaat- en machtigingsverlening als bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op:

    • a. aangelegenheden, die naar aard of inhoud een zodanig gewicht hebben dat zij door de Autoriteit Persoonsgegevens dienen te worden afgedaan, zoals bedoeld in artikel 6 dan wel door de voorzitter of één van de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens in mandaat op basis van de ‘Regeling taakverdeling en onderlinge vervanging Autoriteit Persoonsgegevens’ dienen te worden afgedaan;

    • b. richtinggevende beslissingen/zienswijzen over de inhoud van regelgeving, met name nieuwe interpretatie van normen;

    • c. besluiten betreffende het opleggen van een bestuurlijke sanctie;

    • d. besluiten op bezwaar naar aanleiding van een besluit genomen door de Autoriteit Persoonsgegevens of in mandaat genomen door de voorzitter, zijn plaatsvervanger dan wel door één van de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens;

    • e. het indienen van hoger beroepschriften naar aanleiding van een besluit namens de Autoriteit Persoonsgegevens.

Artikel 8

Ten aanzien van aangelegenheden die tot het werkterrein van de Autoriteit Persoonsgegevens, de voorzitter of van elk van de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens behoren, kunnen de in de bijlage bij dit besluit genoemde functionarissen alle andere handelingen verrichten, die nodig zijn voor het nemen van een (tussen)beslissing.

Paragraaf 3. Vertegenwoordiging

Artikel 9

Aan de functionarissen van de afdeling Juridische Zaken, bekleed met de functie senior adviseur en het hoofd van deze afdeling, wordt machtiging verleend de Autoriteit Persoonsgegevens te vertegenwoordigen bij gerechtelijke procedures.

Paragraaf 4. Vervangingsregeling

Artikel 10

Bij afwezigheid of ontstentenis van één van de hoofden van de afdeling als bedoeld in artikel 2, sub b, c, d en e zijn de overige hoofden en de directeur bevoegd deze te vervangen.

Paragraaf 5. Klachtencoördinator

Artikel 11

  • 2 In geval van afwezigheid of ontstentenis wordt de klachtencoördinator vervangen.

Paragraaf 6. Ondertekening

Artikel 12

  • 1 De ondertekening van documenten die door de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens krachtens het in artikel 6 verleende mandaat of de verleende machtiging, worden afgedaan, geschiedt als volgt:

    ‘Autoriteit Persoonsgegevens,

    Voor deze,

    De Voorzitter,

    (Gevolgd door de handtekening en de naam van de voorzitter)’.

  • 2 De ondertekening van documenten die door de aangewezen plaatsvervanger van de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens worden afgedaan, geschiedt als volgt:

    ‘Autoriteit Persoonsgegevens,

    Voor deze,

    De vicevoorzitter,

    (Gevolgd door de handtekening en de naam van de vicevoorzitter)’.

  • 3 De ondertekening van documenten die door een van de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens, krachtens het in artikel 6 verleende mandaat of de verleende machtiging, worden afgedaan, geschiedt als volgt:

    ‘Autoriteit Persoonsgegevens,

    Voor deze,

    (Gevolgd door de handtekening, de naam van het lid en de vermelding van de functie)’.

Artikel 13

De ondertekening van documenten die krachtens daartoe verleende mandaat of verleende machtiging door een functionaris van het secretariaat worden afgedaan, geschiedt als volgt:

‘Autoriteit Persoonsgegevens,

Namens deze,

(Gevolgd door de handtekening, de naam en de vermelding van de functie van de betrokken ambtenaar van het secretariaat)’.

Paragraaf 7. Ondertekeningsmandaat

Artikel 14

Aan de directeur en de hoofden van de afdeling als bedoeld in artikel 2, sub b, c, d en e komt de bevoegdheid toe documenten te ondertekenen ten aanzien van aangelegenheden, die door de Autoriteit Persoonsgegevens dan wel door de voorzitter of door één van de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens krachtens het in artikel 6 verleende mandaat of de verleende machtiging zijn afgedaan, tenzij de aard van de aangelegenheid zich hiertegen verzet.

Paragraaf 8. Slotbepalingen

Artikel 15

Het Besluit mandaat en machtiging CBP (Stcrt.2012, 19496) wordt ingetrokken.

Artikel 16

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2016.

Artikel 17

Dit besluit wordt aangehaald als Besluit mandaat en machtiging Autoriteit Persoonsgegevens.

Dit besluit zal, met de toelichting en de bijlage, in de Staatscourant en op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens worden geplaatst.

Den Haag, 25 mei 2016

Autoriteit Persoonsgegevens,

J. Kohnstamm,

voorzitter,

W.B.M. Tomesen,

vicevoorzitter.

Bijlage , behorend bij het Besluit mandaat en machtiging Autoriteit Persoonsgegevens

  • I. Aan de volgende functionarissen, werkzaam bij de genoemde afdelingen van het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens, wordt, gelet op de aard van de met hun functie verband houdende werkzaamheden, mandaat en machtiging verleend:

    • 1. De Directeur

    • 2. De afdelingen Toezicht

      • i. het hoofd van de afdeling;

      • ii. de senior inspecteur;

      • iii. de senior adviseur.

    • 3. De afdeling Juridische Zaken

      • iv. het hoofd van de afdeling;

      • v. de senior adviseur;

      • vi. de adviseur.

  • II. Aan de volgende functionarissen, werkzaam bij de genoemde afdelingen van het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens, wordt, gelet op de aard van de met hun functie verband houdende werkzaamheden, machtiging verleend:

    • 1. De afdelingen Toezicht

      • i. de coördinator front-office;

      • ii. de medewerker Toezicht.

    • 2. De afdeling Juridische Zaken

      • iii. de medewerker administratie.

    • 3. De afdeling Communicatie

      • iv. het hoofd van de afdeling;

      • v. de senior woordvoerder/communicatieadviseur;

      • vi. de woordvoerder/communicatieadviseur;

      • vii. de redacteur/tekstschrijver;

      • viii. de informatiespecialist.