Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel onregelmatigheden centraal examen in voortgezet onderwijs en van staatsexamen

Geldend van 01-09-2016 t/m heden

Beleidsregel van de Inspecteur-generaal van het onderwijs van 13 juli 2016, nr. 4750483, houdende regels met betrekking tot het niet op regelmatige wijze afnemen van het centraal examen in het voortgezet onderwijs en van het staatsexamen (Beleidsregel onregelmatigheden centraal examen in voortgezet onderwijs en van staatsexamen)

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Centraal examen in het voortgezet onderwijs

Artikel 2. Onregelmatigheid centraal examen

  • 1 Onder het niet op regelmatige wijze plaatsvinden van het centraal examen, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van het Eindexamenbesluit VO, wordt in ieder geval verstaan:

    • a. het tijdens het centraal examen onrechtmatig gebruiken van, dan wel beschikken over, op grond van het Eindexamenbesluit VO of examenreglement niet toegestane hulpmiddelen of informatie die van invloed kunnen zijn op de prestaties van een of meer kandidaten;

    • b. het tijdens of voorafgaand aan het centraal examen onrechtmatig ter beschikking van een of meer kandidaten komen van niet in het Eindexamenbesluit VO of in het examenreglement voorziene informatie of hulpmiddelen dienstbaar aan het beantwoorden van de examenvragen of, geheel of ten dele, de antwoorden op die vragen zelf;

    • c. het tijdens het centraal examen niet of ontoereikend uitoefenen van toezicht, althans niet het nodige toezicht uitoefenen als bedoeld in artikel 40, vierde lid, van het Eindexamenbesluit VO met als gevolg dat de onder a of b bedoelde informatie of hulpmiddelen ter beschikking van een of meer kandidaten kan of kunnen komen;

    • d. het tijdens het centraal examen in strijd met artikel 55 van het Eindexamenbesluit VO of het examenreglement ter beschikking stellen van meer examentijd;

    • e. het na afloop van het centraal examen zonder rechtsgrond aanbrengen van wijzigingen door een derde in het door de kandidaat aangeleverde examenwerk;

    • f. het in strijd met hoofdstuk V van het Eindexamenbesluit VO toekennen van een cijfer of vaststellen van een examenuitslag.

  • 2 Indien er geen sprake is van een onregelmatigheid als bedoeld in het eerste lid, beslist de directeur Toezicht VO van de inspectie of het centraal examen op niet regelmatige wijze heeft plaatsgevonden.

Artikel 3. Signaalbehandeling

Bij een signaal over een onregelmatigheid handelt de inspectie voor zover mogelijk als volgt:

  • a. het signaal en de wijze van afhandeling daarvan worden geregistreerd;

  • b. de inspectie beoordeelt of het signaal duidt op een mogelijke onregelmatigheid;

  • c. bij deze beoordeling vraagt de inspectie de signaalgever om een toelichting op het signaal en bespreekt de inspectie de onregelmatigheid met het bevoegd gezag en de directeur of rector van de school waar de onregelmatigheid heeft plaatsgevonden en, indien van toepassing, van de school waar de onregelmatigheid is geconstateerd.

Artikel 4. Opnieuw afnemen van het centraal examen en ongeldig verklaren van examenwerk

  • 1 Indien de inspectie naar aanleiding van het signaal, bedoeld in artikel 3, oordeelt dat er sprake is van een onregelmatigheid beslist de inspectie of het centraal examen geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw moet worden afgenomen en verklaart zij daartoe het gemaakte examenwerk geheel of gedeeltelijk ongeldig.

  • 2 De inspectie verklaart in ieder geval het gemaakte examenwerk ongeldig indien naar haar oordeel:

    • a. bij het centraal examen hulpmiddelen of informatie zijn gebruikt waarvan het gebruik niet is toegestaan en waardoor de uitslag kan zijn beïnvloed;

    • b. aan de kandidaat examenopgaven van de verkeerde schoolsoort zijn voorgelegd;

    • c. de correctie, bedoeld in het derde lid, niet mogelijk blijkt.

  • 3 Indien de inspectie tot het oordeel komt dat een personeelslid van een school verantwoordelijk kan worden gehouden voor de onregelmatigheid, bedoeld in artikel 1, handelt de inspectie voor zover mogelijk als volgt:

    • a. indien de onregelmatigheid heeft plaatsgevonden op of in het gemaakte examenwerk van een kandidaat geeft de inspectie opdracht aan de gecommitteerde om het origineel van het gemaakte examenwerk te corrigeren zonder acht te slaan op de onregelmatigheid,

    • b. de inspectie beoordeelt een kopie van de door de gecommitteerde ingevulde en toegezonden verklaring op juistheid, bedoeld in artikel 36, vierde lid, van het besluit, waarop de resultaten van het gecorrigeerde examenwerk zijn vermeld,

    • c. indien de inspectie van oordeel is dat de ingevulde verklaring juist is, wordt deze verklaring vervolgens door de gecommitteerde aan de school gestuurd waar het centraal examen is gemaakt, en,

    • d. de inspectie besluit in het geval, bedoeld onder c, dat het centraal examen niet opnieuw hoeft worden afgenomen voor deze kandidaat.

Artikel 5. Procedure opnieuw afnemen centraal examen

De inspectie volgt voor zover mogelijk de volgende procedure bij het geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw afnemen van het centraal examen:

  • a. de inspectie verzoekt het bevoegd gezag van de school waar het centraal examen gemaakt is het gemaakte examenwerk aangetekend op te sturen naar de inspectie,

  • b. de inspectie maakt op het gemaakte examenwerk een aantekening dat het geheel of gedeeltelijk ongeldig is,

  • c. de inspectie stuurt het geheel of gedeeltelijk ongeldig verklaarde examenwerk terug aan het bevoegd gezag van de school, en

  • d. de inspectie stelt het bevoegd gezag van de school er schriftelijk van in kennis dat het centraal examen geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw moet worden afgenomen en daartoe het gemaakte examenwerk geheel of gedeeltelijk ongeldig is verklaard.

Artikel 6. Specifiek onderzoek artikel 15 Wet op het onderwijstoezicht

  • 2 De inspectie doet dit onderzoek in ieder geval indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 4, derde lid.

Paragraaf 3. Centraal examen van het staatsexamen of deelstaatsexamen

Artikel 7. Onregelmatigheid centraal examen van het staatsexamen

  • 1 Onder het niet op regelmatige wijze plaatsvinden van het centraal examen van het staatsexamen wordt in ieder geval verstaan:

    • a. het tijdens het centraal examen van het staatsexamen onrechtmatig gebruiken van, dan wel beschikken over, op grond van het Staatsexamenbesluit VO of examenreglement niet toegestane hulpmiddelen of informatie die van invloed kunnen zijn op de prestaties van een of meer kandidaten;

    • b. het tijdens of voorafgaand aan het centraal examen van het staatsexamen onrechtmatig ter beschikking van een of meer kandidaten komen van niet in het Staatsexamenbesluit VO of in het examenreglement voorziene informatie of hulpmiddelen dienstbaar aan het beantwoorden van de examenvragen of, geheel of ten dele, de antwoorden op die vragen zelf;

    • c. het tijdens het centraal examen van het staatsexamen niet of ontoereikend uitoefenen van toezicht, althans niet het nodige toezicht uitoefenen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van het Staatsexamenbesluit VO met als gevolg dat dat de onder a of b bedoelde informatie of hulpmiddelen ter beschikking van een of meer kandidaten kan of kunnen komen;

    • d. het tijdens het centraal examen van het staatsexamen in strijd met artikel 33 van het Staatsexamenbesluit VO of het examenreglement ter beschikking stellen van meer examentijd;

    • e. het na afloop van het centraal examen van het staatsexamen zonder rechtsgrond aanbrengen van wijzigingen door een derde in het door de kandidaat aangeleverde examenwerk;

    • f. het in strijd met hoofdstuk IV van het Staatsexamenbesluit VO toekennen van een cijfer of vaststellen van een examenuitslag.

  • 2 Indien er geen sprake is van een onregelmatigheid, bedoeld in het eerste lid, beslist de directeur Toezicht VO van de inspectie of het centraal examen van het staatsexamen op niet regelmatige wijze heeft plaatsgevonden.

Artikel 8. Signaalbehandeling

Bij een signaal over een onregelmatigheid handelt de inspectie voor zover mogelijk als volgt:

  • a. het signaal en de wijze van afhandeling daarvan worden geregistreerd;

  • b. de inspectie beoordeelt of het signaal duidt op een mogelijke onregelmatigheid;

  • c. bij deze beoordeling vraagt de inspectie de signaalgever om een toelichting op het signaal en bespreekt de inspectie de onregelmatigheid met het College.

Artikel 9. Opnieuw afnemen van het centraal examen van het staatsexamen en ongeldig verklaren van examenwerk

  • 1 Indien de inspectie naar aanleiding van het signaal, bedoeld in artikel 7, oordeelt dat er sprake is van een onregelmatigheid beslist de inspectie of het centraal examen van het staatsexamen geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw moet worden afgenomen en verklaart zij daartoe het gemaakte examenwerk geheel of gedeeltelijk ongeldig.

  • 2 De inspectie verklaart in ieder geval het gemaakte examenwerk ongeldig indien naar haar oordeel:

    • a. bij het centraal examen van het staatsexamen hulpmiddelen of informatie zijn gebruikt waarvan het gebruik niet is toegestaan en waardoor de uitslag kan zijn beïnvloed;

    • b. aan de kandidaat examenopgaven van de verkeerde schoolsoort zijn voorgelegd.

Artikel 10. Procedure opnieuw afnemen centraal examen van het staatsexamen

De inspectie volgt voor zover mogelijk de volgende procedure bij het geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw afnemen van het centraal examen van het staatsexamen, met dien verstande dat DUO Examendiensten de logistiek rond het centraal examen van het staatsexamen uitvoert:

  • a. de inspectie verzoekt DUO Examendiensten het gemaakte examenwerk aangetekend op te sturen naar de inspectie,

  • b. de inspectie maakt op het gemaakte examenwerk een aantekening dat het geheel of gedeeltelijk ongeldig is,

  • c. de inspectie stuurt het geheel of gedeeltelijk ongeldig verklaarde examenwerk terug aan DUO Examendiensten, en

  • d. de inspectie stelt het College er schriftelijk met een afschrift aan DUO Examendiensten van in kennis dat het centraal examen van het staatsexamen geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw moet worden afgenomen en daartoe het gemaakte examenwerk geheel of gedeeltelijk ongeldig is verklaard.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 11. Intrekken beleidsregel

De Beleidsregel niet op regelmatige wijze afnemen van het centraal examen in het voortgezet onderwijs wordt ingetrokken.

Artikel 12. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel onregelmatigheden centraal examen in voortgezet onderwijs en van staatsexamen.

Artikel 13. Inwerkingtreding beleidsregel

  • 1 De paragrafen 1 en 3 en artikel 12 treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze beleidsregel wordt geplaatst1

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Inspecteur-generaal van het onderwijs,

M. Vogelzang