Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Vouchers internationale organisaties[Regeling vervalt per 15-07-2021.]

Geldend van 15-07-2016 t/m heden

Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 6 juli 2016, nr. BZ-2016.389931 tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidieverstrekking door middel van vouchers voor activiteiten van MKB-ondernemingen, kennisinstellingen en niet-gouvernementele organisaties gericht op het betreden van de markt van internationale organisaties (Vouchers internationale organisaties)

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverstrekking in het kader van Vouchers internationale organisaties gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2

Voor subsidieverstrekking in het kader van Vouchers internationale organisaties geldt voor de periode vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2016 geldt een subsidieplafond van € 100.000.

Artikel 3

De minister verdeelt de beschikbare middelen in volgorde van ontvangst van de aanvragen. Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het plafond zou worden overschreden, stelt de minister de volgorde van verstrekking vast door middel van loting.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 15 juli 2021, met dien verstande dat het besluit van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Dit besluit wordt met de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

De

Minister

voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
namens deze,

de Directeur-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen

M.C. van den Berg

Bijlage

1. Doel en doelgroep

Zaken doen met internationale organisaties, zoals de Wereldbank, VN-organisaties en EU-instellingen, is complex. Het vergt tijd en geld, met name voor partijen die nieuw zijn op deze markten.

Om deze partijen hierbij te ondersteunen biedt de minister via RVO.nl en het postennetwerk een pakket aan informatie-, advies- en netwerkdiensten aan. Daarnaast wordt de mogelijkheid geboden om via vouchers gebruik te maken van diensten van private, externe deskundigen. Hierdoor kan er meer continuïteit in het proces van marktbewerking en het daadwerkelijk verkrijgen van orders worden gebracht. En daarmee kunnen de kansen op succes van deze partijen toenemen.

De private, externe dienstverlening kan worden ingezet voor partijen die goede kansen zien om opdrachten of financiering te verwerven via internationale organisaties. Externe deskundigen kunnen deze partijen ondersteunen bij het participeren in tenders, het vinden van de juiste partners en hen helpen bij het vinden van hun weg binnen de daarbij geldende procedures.

Het doel van deze beleidsregels is om (meer) private partijen tot concrete business cases voor het betreden van de markt van internationale organisaties te laten komen. Diensten van externe deskundigen helpen partijen het risico te overbruggen van investering van tijd en geld van gepercipieerde kans tot concrete business case. Het gaat hier dan om opdrachten via tenders of onderhandse aanbesteding, financiering en partnerschappen. Ook kan een voucher worden ingezet voor projectontwikkeling en de vorming van consortia gericht op het ontwikkelen van omvangrijke (infrastructurele) projecten (>30 miljoen U$) met internationale organisaties.

Uitsluitend voor een voucher komen in aanmerking:

  • a. MKB-ondernemingen, niet-gouvernementele organisatie en kennisinstellingen met relevante internationale ervaring die zich voorafgaand aan de aanvraag georiënteerd hebben op de markt van internationale organisaties en die kansrijk zouden kunnen zijn gezien het feit dat zij ervaring hebben in opkomende markten of ontwikkelingslanden, een productmatch hebben met de vraag van internationale organisaties en commitment hebben om voor langere tijd (6–18 maanden) hun business case te ontwikkelen;

  • b. MKB-ondernemingen die zich in samenwerkingsverband richten op de ontwikkeling van omvangrijke (infrastructurele) projecten.

2. Staatssteun

Bij de toepassing van deze beleidsregels neemt de minister waar het om ondernemingen gaat artikel 18 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening in acht.

3. Begrippen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 26.6.2014, L187/1);

  • internationale organisatie: VN-organisaties, Wereldbank (inclusief IFC), EU-instellingen, African Development Bank, Inter-American Development Bank, Asian Development Bank, European Investement Bank, European Bank for Reconstruction and Development en eventuele andere internationale organisaties;

  • kennisinstelling: onderwijs- en onderzoeksinstelling als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs, en overige instellingen die voor de toepassing van deze beleidsregels als kennis- of onderzoeksinstelling kunnen worden aangemerkt;

  • minister: Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;

  • MKB-onderneming: onderneming als omschreven in Aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen1 met een vestiging of filiaal in Nederland op het tijdstip waarop een aanvraag wordt gedaan.

  • niet-gouvernementele organisatie (NGO): een niet op winst gerichte en niet door een overheidsinstantie opgerichte of aan een overheidsinstantie statutair of feitelijk verbonden organisatie die beschikt over rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht in het land waar de NGO statutair gevestigd is. Deze partij is ook als zodanig geregistreerd;

  • Onderneming: een onderneming is elke entiteit die economische activiteiten uitvoert, ongeacht de wijze waarop zij wordt gefinancierd. Een economische activiteit is het aanbieden van goederen of diensten op een economische markt.

4. Uitvoerder

De minister heeft de uitvoering van deze beleidsregels opgedragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl), agentschap van het ministerie van Economische Zaken. RVO.nl zal deze beleidsregels uitvoeren namens de minister op grond van een aan RVO.nl verleend mandaat.

5. Vouchers

De minister kan op aanvraag en maar eenmaal per internationale organisatie een voucher verstrekken ten behoeve van de inhuur van private, externe deskundigen met het oog op het verrichten van de volgende diensten.

Voor individuele aanvragers (voucher A):

  • Tender search;

  • Registratie bij internationale organisatie(s);

  • Business case ontwikkeling;

  • Review business propositie, marketing, communicatie, etc.

  • Analyse gehanteerde selectiecriteria en voorbereiden documenten en (standaard) teksten;

  • Opstellen bid documenten;

  • Contractvoorbereiding of

  • Advies en training over bedrijfsontwikkeling en organisatie.

Voor samenwerkingsverbanden (voucher B):

  • Facilitering vorming samenwerkingsverbanden;

  • Scoping van het gezamenlijke project;

  • Verkenning van financieringsconstructies of

  • Business case ontwikkeling.

Een voucher biedt aanspraak op vergoeding van ten hoogste 50 procent van de noodzakelijke en met inachtneming van marktconforme tarieven in rekening gebrachte kosten van de door private, externe deskundigen verrichte consultancydiensten, inclusief btw en exclusief reis- en verblijfskosten. De vergoeding bedraagt ten hoogste € 10.000 voor individuele aanvragers (voucher A) en ten hoogste € 25.000 voor samenwerkingsverbanden (voucher B).

De eigen tijd die de aanvrager besteedt tijdens het adviestraject kan derhalve niet worden vergoed vanuit de voucher. Voor zowel de aanvrager als de private, externe deskundige geldt dat internationale reis- en verblijfskosten niet worden vergoed.

De diensten waarop het voucher betrekking heeft, voldoen niet aan een permanente of periodieke behoefte van de aanvrager, noch behoren zij tot de gebruikelijke dienstverlening ten behoeve van de aanvrager, zoals routinematig belastingadvies, gangbare juridische advisering of reclame.

6. Private, externe deskundigen

Vouchers kunnen uitsluitend worden ingezet bij private, externe deskundigen die voldoen aan de volgende criteria.

Voucher A:

  • a. Minimaal 3 jaar ervaring met relevante aanbestedingstrajecten van betreffende internationale organisatie waarvoor de voucher is gewenst (dit geldt voor de adviseur(s) van het bedrijf, die de diensten gaat verlenen);

  • b. Aantoonbare successen van adviseringstrajecten die tot opdrachten en/of financiering hebben geleid.

Voucher B:

  • a. Minimaal 3 jaar ervaring met consortiavorming voor internationale handel;

  • b. Aantoonbare successen met het vormen van consortia die gezamenlijk een groot project (>30 miljoen U$) hebben kunnen opzetten en uitvoeren in het buitenland;

  • c. Aantoonbaar netwerk van de in te zetten adviseurs in potentiële doellanden relevant voor projecten met internationale organisaties.

7. Aanvraag

Alvorens een aanvraag in te dienen, dient de aanvrager een intakegesprek te hebben gehad bij RVO.nl. Het doel van deze intake is om in een vroeg stadium een potentiële aanvraag te toetsen op haalbaarheid. Dit voorkomt dat partijen onnodig een subsidieaanvraagtraject in gaan met bijbehorende administratieve lasten.

Na het intakegesprek met een adviseur van RVO.nl kan een aanvraag worden ingediend bij RVO.nl. Een aanvraag die wordt ingediend zonder voorafgaand intakegesprek wordt niet in behandeling genomen.

De aanvraag wordt in de Nederlandse of Engelse taal ingediend met gebruikmaking van een daartoe op www.rvo.nl/pm beschikbaar gesteld middel en voorzien van de daarin genoemde bijlagen.

Bij de aanvraag voor een voucher dient in ieder geval een offerte die niet ouder is dan 3 maanden te worden bijgesloten waarop is aangegeven voor welke activiteit de voucher wordt ingezet.

RVO.nl behandelt de aanvragen in volgorde van binnenkomst. Als datum van ontvangst geldt de datum waarop de aanvraag compleet is ingediend. Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het plafond zou worden overschreden, stelt de minister de volgorde van verstrekking vast door middel van loting.

8. Voorwaarden

De minister verstrekt op grond van dit besluit niet meer dan één voucher aan dezelfde aanvrager per internationale organisatie.

Een voucher heeft een geldigheidsduur van zes maanden. De minister kan op verzoek van de externe deskundige de geldigheidsduur van een voucher ten hoogste een maal verlengen met ten hoogste zes maanden.

Een voucher is niet overdraagbaar.

Tot drie maanden na afronding van de activiteiten waarop de voucher betrekking heeft kan de private, externe deskundige de voucher op grond van een daartoe strekkend verzoek verzilveren bij RVO.nl.

9. Afwijzingsgronden

Een aanvraag wordt afgewezen als niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze beleidsregel en als:

  • a. de private, externe deskundige optreedt als gemachtigde van de aanvrager bij het indienen van de aanvraag;

  • b. de aanvrager of een tot dezelfde groep als de aanvrager behorende onderneming tevens als private, externe deskundige voor de in de offerte genoemde activiteiten optreedt;

  • c. de aanvrager vóór indiening van de aanvraag voor een voucher ten behoeve van de in de offerte genoemde activiteiten reeds een contractuele verplichting is aangegaan;

  • d. de bij de aanvraag gevoegde offerte van de private, externe deskundige onvoldoende inzicht biedt in de te verrichten werkzaamheden, op te leveren producten en/of resultaten;

  • e. de voorgenomen activiteiten niet passen binnen de bedrijfsstrategie dan wel huidige bedrijfsactiviteiten van de aanvrager en niet leiden niet tot het verplaatsen van arbeidsplaatsen van Nederland naar het buitenland;

  • f. de hoogte van het offertebedrag niet in een redelijke verhouding staat tot de te verrichten werkzaamheden;

  • g. de aanvrager en de private, externe deskundige de IFC Performance Standards ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen2 niet in acht nemen.

10. Handhaving

RVO.nl zal een steekproefsgewijze controle uitvoeren op het correcte gebruik van de subsidie. Ongeveer 10% van de afgegeven beschikkingen wordt gecontroleerd op rechtmatigheid en doelmatigheid. Dat gebeurt deels op basis van beoordeling van de documenten die door de aanvragers zijn aangeleverd en deels door telefonisch contact aan de hand van een vragenlijst.

De subsidieontvanger heeft de plicht om aan RVO.nl te melden wanneer hij niet aan de verplichtingen van de subsidie kan voldoen.

11. Administratieve lasten

Ter verantwoording van de administratieve lasten waarmee de aanvrager te maken krijgt is een toets uitgevoerd volgens een standaard kostenmodel. Daarbij is rekening gehouden met de indiening van een aanvraag voor een voucher, de beheerfase, de verzilvering van een voucher en eventuele bezwaar- en beroepsprocedures. Uit de berekening blijkt dat het totale percentage administratieve lasten ten opzichte van het totaal beschikbare subsidiebudget 2,7% bedraagt.

  • ^ [1]

    Pb. 2003, L 124

  • ^ [2]

    http://www.ifc.org/wps/wcm/connect/Topics_Ext_Content/IFC_External_Corporate_Site/IFC+Sustainability/Our+Approach/Risk+Management/Performance+Standards