Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit mandaat inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport en aanwijzing toezichthouders Wet precursoren voor explosieven

Geldend van 14-07-2016 t/m heden

Besluit van de Minister van Veiligheid en Justitie van 16 juni 2016 (kenmerk: 771903/16/NCTV), houdende verlening mandaat, volmacht en machtiging inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport en aanwijzing toezichthouders Wet precursoren voor explosieven (Besluit mandaat inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport en aanwijzing toezichthouders Wet precursoren voor explosieven)

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 4, eerste lid, 6, 10, 11 en 14, eerste lid, van de Wet precursoren voor explosieven en artikel 2, vierde lid, van het Instellingsbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport;

Gezien de schriftelijke instemming van de inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport d.d. 10 juni 2016;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepaling

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder inspecteur-generaal: inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het Instellingsbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport.

Paragraaf 2. Mandaat, volmacht en machtiging

Artikel 2

Aan de inspecteur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de artikelen 4, eerste lid, 6, 10, eerste lid, eerste volzin, 11 en 14, eerste lid, van de Wet precursoren voor explosieven.

Artikel 3

Aan de inspecteur-generaal wordt volmacht verleend voor het verrichten van rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 11 van de wet, voor zover deze verband houden met de bevoegdheden, bedoeld in artikel 2, van dit besluit.

Artikel 4

Het op grond van dit besluit verleende mandaat omvat mede de bevoegdheid tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van beleidsregels met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 2, van dit besluit.

Artikel 5

  • 1 Aan de inspecteur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in artikelen 2 en 3.

  • 2 Aan de inspecteur-generaal wordt tevens machtiging verleend voor het behandelen van gerechtelijke procedures, waaronder het voeren van verweer, het instellen van beroep, hoger beroep alsmede het indienen van verzoeken om voorlopige voorziening met betrekking tot een besluit als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 6

  • 1 De inspecteur-generaal kan voor de aangelegenheden, bedoeld in de artikelen 2 en 5, ondermandaat en machtiging verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.

  • 2 De inspecteur-generaal kan de volmacht, bedoeld in artikel 3, verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.

  • 3 Het verlenen van ondermandaat, machtiging of volmacht, alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

  • 4 Een afschrift van een besluit inzake ondermandaat, machtiging of volmacht als bedoeld in het tweede lid wordt gezonden aan de minister.

Artikel 7

  • 1 De inspecteur-generaal informeert de minister over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden en informeert hem tijdig over zwaarwegende en politiek-bestuurlijk gevoelige omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemandateerde bevoegdheden.

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op bevoegdheden die zijn verleend op basis van volmacht en machtiging.

Artikel 8

Het krachtens dit besluit in mandaat, volmacht en machtiging ondertekenen van stukken inzake de uitvoering van de verordening en de wet geschiedt als volgt:

De Minister van Veiligheid en Justitie,

namens deze,

(functiebenaming van de gemandateerde functionaris)

(handtekening)

(naam functionaris)

Paragraaf 3. Aanwijzing toezichthouders

Artikel 9

De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, met uitzondering van hen die meer in het bijzonder administratieve werkzaamheden uitoefenen, worden belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij de verordening en het bepaalde bij of krachtens de wet, voor zover het hun werkterrein betreft.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2016.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport en aanwijzing toezichthouders Wet precursoren voor explosieven.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 16 juni 2016

De

Minister

van Veiligheid en Justitie,

G.A. van der Steur