Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel verlagen subsidie EFMZV

Geldend van 05-07-2016 t/m heden

Beleidsregel van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 29 juni 2016, nr. WJZ / 16093701, houdende regels die zien op het verlagen van subsidie in het kader van Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 149) (Beleidsregel verlagen subsidie EFMZV)

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • verordening 508/2014: Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 149).

Artikel 2. Reikwijdte

De minister besluit voor subsidies die verstrekt worden in het kader van verordening 508/2014, tot het verlagen van subsidie in de in deze beleidsregel genoemde gevallen op basis van de bevoegdheden, bedoeld in de afdelingen 4.2.5 en 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3. Toepassing kortingspercentage

  • 1 De in deze beleidsregel opgenomen kortingspercentages worden toegepast op het subsidiebedrag dat resteert na een eventuele correctie van de subsidiabele kosten van de gesubsidieerde activiteit bij vaststelling.

  • 2 Indien er sprake is van een samenwerkingsverband, worden de in deze beleidsregel opgenomen kortingspercentages toegepast op het subsidiebedrag dat de individuele subsidieontvanger die de overtreding heeft begaan, ontvangt, tenzij de overtreding niet aan een individuele subsidieontvanger is toe te rekenen.

Artikel 4. Niet aanleveren van gevraagde informatie

Indien een subsidieontvanger niet heeft voldaan aan een in de Regeling Europese EZ-subsidies of in een beschikking tot subsidieverlening opgenomen verplichting juiste en volledige informatie aan te leveren, wordt het subsidiebedrag met twee procent verlaagd.

Artikel 5. Niet voldoen aan een meldingsplicht

Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan een in de Regeling Europese EZ-subsidies of in een beschikking tot subsidieverlening opgenomen meldingsplicht, wordt het subsidiebedrag met twee procent verlaagd.

Artikel 6. Niet voldoen aan administratieverplichtingen

  • 1 Indien een subsidieontvanger zijn administratie niet voert of bewaart overeenkomstig artikel 2.17 van de Regeling Europese EZ-subsidies, of zoals beschreven in een beschikking tot subsidieverlening, wordt het subsidiebedrag met twee procent verlaagd, indien de subsidieontvanger de overtreding niet binnen drie weken heeft hersteld.

  • 2 De termijn, bedoeld in het eerste lid, vangt aan met ingang van de dag na die, waarop de overtreding schriftelijk aan de subsidieontvanger is medegedeeld.

Artikel 7. Niet voldoen aan communicatieverplichtingen

Het subsidiebedrag wordt met drie procent verlaagd, indien de subsidieontvanger niet voldoet aan artikel 3.1.6, zesde of zevende lid, van de Regeling Europese EZ-subsidies, of de in een beschikking tot subsidieverlening opgenomen verplichting om:

  • a. de communicatieactiviteiten te ondernemen die hij overeenkomstig Bijlage V, paragraaf 3.1, tweede lid, onderdeel e, van verordening 508/2014 heeft voorgesteld, of

  • b. er zorg voor te dragen dat bij alle op het publiek gerichte voorlichtings- en publiciteitsmaatregelen duidelijk wordt gemaakt dat voor de desbetreffende concrete actie steun uit het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij is verleend, overeenkomstig de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 763/2014 van de Commissie van 11 juli 2014 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij met betrekking tot de technische kenmerken van voorlichtings- en publiciteitsmaatregelen en instructies over de vormgeving van het embleem van de Unie (PbEU 2014, L 209).

Artikel 8. Niet voldoen aan aanbestedingsregels

  • 2 Indien in de bijlage bij een overtreding is bepaald dat een lager percentage kan worden gehanteerd afhankelijk van de zwaarte van de overtreding, geeft het feit dat de onregelmatigheid geen ontmoedigend effect heeft gehad op potentiële inschrijvers of indien daardoor de opdracht niet aan een andere partij is gegund, een indicatie dat de onregelmatigheid niet zwaar is en kan het lagere percentage worden gehanteerd.

  • 3 De op grond van de bijlage bij deze regeling opgelegde kortingspercentages worden niet cumulatief toegepast. Indien er sprake is van meerdere overtredingen met verschillende kortingspercentages, wordt alleen het hoogste kortingspercentage toegepast.

  • 4 Bij de toepassing van bevindingen 22, 23 en 26 uit de bijlage bij deze regeling worden geen wezenlijke wijzigingen aangebracht in een reeds gegunde opdracht. Een wijziging wordt als wezenlijk beschouwd, indien:

    • a. de aanbestedende dienst voorwaarden heeft toegevoegd, waardoor, als ze direct zouden zijn opgenomen, andere inschrijvers zouden zijn toegestaan;

    • b. de opdracht door de wijziging aan een ander wordt gegund;

    • c. de aanbestedende dienst de omvang van de opdracht uitbreidt door daarin werk, diensten of leveringen op te nemen die aanvankelijk niet waren opgenomen, of

    • d. de wijziging de opdracht verandert in het voordeel van de aanbestedende dienst op een wijze die aanvankelijk niet was voorzien.

Artikel 9. Niet voldoen aan instandhoudingsplicht

  • 1 Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan artikel 2.19 van de Regeling Europese EZ-subsidies of de in een beschikking tot subsidieverlening opgenomen verplichting tot instandhouding van een investering, wordt het subsidiebedrag verlaagd met een percentage dat wordt bepaald door het aantal dagen dat een investering onterecht niet in stand is gehouden, te delen door het aantal dagen dat de instandhoudingsplicht van toepassing is, vermenigvuldigd met 100.

  • 2 De subsidieontvanger toont aan hoeveel dagen een investering onterecht niet in stand is gehouden.

  • 3 Indien de subsidieontvanger niet kan aantonen hoeveel dagen een investering onterecht niet in stand is gehouden, wordt:

    • a. indien hij de startdatum niet kan aantonen, als startdatum 1 januari van het jaar waarin de overtreding is begonnen aangehouden,

    • b. indien hij de einddatum niet kan aantonen, als einddatum 31 december van het jaar waarin de overtreding is beëindigd aangehouden.

  • 4 Indien de subsidieontvanger niet kan aantonen in welk jaar de overtreding:

    • a. is begonnen, wordt als startdatum de datum aangehouden waarop de instandhoudingsplicht is ingegaan,

    • b. is beëindigd, wordt als einddatum de datum aangehouden van de laatste dag waarop de instandhoudingsplicht van toepassing is.

Artikel 10. Cumulatie

  • 1 In afwijking van de artikelen 4 tot en met 7 wordt het subsidiebedrag met één procent verlaagd, indien er voor een project al een verlaging van het subsidiebedrag heeft plaatsgevonden en nogmaals een overtreding wordt geconstateerd, waarvoor op basis van hetzelfde artikel een kortingspercentage wordt opgelegd. Deze korting van één procent komt bovenop de korting die reeds opgelegd wordt voor de eerste overtreding van de artikelen 4 tot en met 7.

  • 2 De gecumuleerde verlaging van het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal tien procent per project.

Artikel 11. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verlagen subsidie EFMZV.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 29 juni 2016

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

M.H.P. van Dam

Bijlage behorende bij artikel 8

Nr.

Overtreding

Korting

1.

De opdracht is niet gepubliceerd volgens de juiste procedures en ook niet op andere wijze openbaar gemaakt. Hieronder valt ook de uitvoeringsopdracht, waarbij de oproep tot mededinging is beperkt tot de opdrachtnemer(s) van de voorafgaande opdracht tot projectdefiniëring (arresten C-340/02 en C-299/08).

100% van de opdracht

2.

De opdracht is niet gepubliceerd volgens de juiste procedures, maar de opdracht is wel op een dusdanige wijze openbaar gemaakt dat gegadigden in andere lidstaten tijdig hebben/hadden kunnen reageren.

25% van de opdracht

3.

Er is sprake van een kunstmatige splitsing van de opdracht en deze is daardoor niet gepubliceerd volgens de juiste procedures en ook niet op andere wijze openbaar gemaakt.

100% van de opdracht

4.

Er is sprake van een kunstmatige splitsing van de opdracht, maar de opdracht is wel op een dusdanige wijze openbaar gemaakt dat gegadigden in andere lidstaten tijdig hebben/hadden kunnen reageren.

25% van de opdracht

5.

De termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen en/of voor ontvangst van verzoeken tot deelname zijn niet nageleefd. De geboden termijn is korter dan de minimaal toegestane.

25% van de opdracht indien de geboden tijd 50% of minder is van de eigenlijke tijd, 10% van de opdracht indien de geboden tijd 70% of minder is van de eigenlijke tijd, en in overige gevallen 5%

6.

Er is onvoldoende tijd geboden voor potentiële inschrijvers/gegadigden om aanbestedingsstukken te verkrijgen. De geboden tijd is korter dan de minimaal toegestane.

25% van de opdracht indien de geboden tijd minder is dan 50% van de eigenlijke tijd, 10% van de opdracht indien de geboden tijd minder is dan 60% van de eigenlijke tijd, en 5% van de opdracht indien de geboden tijd minder is dan 80% van de eigenlijke tijd

7.

De verlenging van termijnen voor inschrijving en/of voor ontvangst van verzoeken tot deelname is niet (correct) gepubliceerd. Hieronder valt ook de situatie dat gevraagde nadere informatie niet (tijdig) aan alle inschrijvers is verstrekt.

10% van de opdracht; de correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

8.

Er is ten onrechte gebruik gemaakt van de procedure van gunning door onderhandelingen na voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van een opdracht, terwijl het geen geval betreft als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van richtlijn 2004/18.

25% van de opdracht; de correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

9.

Een nationale openbare opdracht is gegund zonder te zijn gepubliceerd op TenderNed.

25% van de opdracht, indien er één offerte is opgevraagd, 10% bij twee offertes en 5% bij drie of meer offertes

10.

Bij een meervoudig onderhandse opdracht zijn te weinig offertes opgevraagd.

10% bij twee te weinig offertes en 5% bij één te weinig offerte

11.

In de aankondiging staan niet alle selectiecriteria en/of in de aankondiging of het bestek staan niet alle gunningscriteria (inclusief de weging) of de criteria zijn onvoldoende beschreven.

25% van de opdracht, indien de criteria niet zijn vermeld en 5% van de opdracht, indien de criteria onvoldoende zijn beschreven

12.

In de aankondiging of aanbestedingsstukken zijn onwettige selectie- en/of gunningscriteria opgenomen waardoor ondernemingen ontmoedigd zijn om in te schrijven (zoals de verplichting om reeds een vestiging of vertegenwoordiging in het land of de regio te hebben en de eis om ervaring in het land of de regio te hebben). Hieronder valt ook het gebruik van subjectieve criteria voor de bepaling van het type aanbestedingsprocedure en ondernemer(s) die worden toegelaten tot de aanbestedingsprocedure.

25% van de opdracht; de correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid

13.

Selectiecriteria, gunningscriteria, geschiktheidseisen en/of uitsluitingsgronden zijn niet relevant voor en/of staan niet in verhouding tot de opdracht. Aangetoond kan worden dat de vereisten niet relevant zijn voor en/of niet in verhouding staan tot de opdracht, waardoor de gelijke toegang van inschrijvers niet kan worden gegarandeerd of de vereisten hebben geleid tot ongerechtvaardigde belemmeringen in de openstelling van de aanbesteding. Hieronder valt ook het gebruik van niet-proportionele criteria voor de bepaling van het type aanbestedingsprocedure en ondernemer(s) die worden toegelaten tot de aanbestedingsprocedure.

25% van de opdracht. De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid

14.

De voorwaarden zijn discriminerend c.q. te specifiek, waardoor de gelijke behandeling van inschrijvers niet kan worden gegarandeerd, of bij de start van de aanbesteding zijn ongerechtvaardigde belemmeringen opgeworpen.

25% van de opdracht; de correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid

15.

De omschrijving in de aankondiging en/of het bestek is dermate gebrekkig dat de potentiële inschrijvers/gegadigden het voorwerp van de opdracht niet konden vaststellen. Hieronder valt ook samenvoeging ten onrechte.

10% van de opdracht; de correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid

16.

Selectiecriteria zijn na de opening c.q. start van de aanbesteding aangepast, waardoor ten onterechte inschrijvers zijn geaccepteerd. De selectiecriteria zijn tijdens de selectieprocedure aangepast, waardoor inschrijvers zijn geaccepteerd die niet zouden zijn geaccepteerd als de gepubliceerde selectiecriteria zouden zijn gevolgd.

25% van de opdracht; de correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid

17.

Selectiecriteria zijn na de opening c.q. start van de aanbesteding aangepast, waardoor ten onterechte inschrijvers zijn afgewezen. De selectiecriteria zijn tijdens de selectieprocedure aangepast, waardoor inschrijvers zijn afgewezen die niet zouden zijn afgewezen als de gepubliceerde selectiecriteria zouden zijn gevolgd.

25% van de opdracht; de correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid

18.

Bij de beoordeling zijn onregelmatige gunnings- en/of selectiecriteria gebruikt (zoals het gebruik van selectiecriteria als gunningscriteria, het niet naleven van criteria die in het bestek of de aankondiging van de opdracht stonden, het onjuist of discriminerend toepassen van gunningscriteria en bij een niet-openbare procedure de concurrentiegerichte dialoogprocedure of een gunning door onderhandelingsprocedure met aankondiging is niet het minimum aantal gegadigden uitgenodigd.

25% van de opdracht; de correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid

19.

Selectiecriteria houden geen verband en zijn niet evenredig met het voorwerp van het contract.

25% van de opdracht; de correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid

20.

Er is sprake van een gebrek aan transparantie en/of gelijke behandeling tijdens de beoordeling. De audit trail van met name de weging is onduidelijk/ongerechtvaardigd/ontbreekt en/of het beoordelingsrapport ontbreekt of bevat niet alle voorgeschreven onderdelen.

25% van de opdracht; de correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid

21.

Een offerte is aangepast tijdens de beoordeling. De aanbestedende dienst heeft tijdens de beoordeling toegestaan dat een inschrijver/gegadigde zijn offerte mocht aanpassen.

25% van de opdracht; de correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid

22.

Er vonden tijdens de gunning onderhandelingen met de indiener(s) van een offerte plaats met als gevolg dat de oorspronkelijke voorwaarden, zoals vastgelegd in het bestek of de aankondiging, wezenlijk zijn veranderd.

25% van de opdracht; de correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid

23.

Er wordt gebruik gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande belendmaking, terwijl de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht, in strijd met de toepasselijke regelgeving, wezenlijk worden gewijzigd.

25% van de opdracht; de correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

24.

Afwijzing van, gezien de opdracht, abnormaal lage aantal inschrijver(s), zonder dat de aanbestedende dienst schriftelijk om uitleg heeft gevraagd over de door hem noodzakelijk geachte verduidelijkingen over de samenstelling van de desbetreffende offerte(s).

25% van de opdracht

25.

Door een rechter is vastgesteld dat er sprake is van een belangenconflict bij de begunstigde of de aanbestedende dienst.

100% van de opdracht

26.

Er is sprake van een wezenlijke verandering van bestanddelen van de opdracht, zoals vastgelegd in de aankondiging of het bestek. De essentiële elementen c.q. onderdelen van de gegunde opdracht zijn in ieder geval de contractwaarde, de aard van de werkzaamheden, de uitvoeringstermijn, de betalingsvoorwaarden en de gebruikte materialen. Per geval wordt beoordeeld of er sprake is van een essentieel onderdeel.

25% van de waarde van de opdracht, plus de extra waarde van de opdracht als gevolg van de wezenlijke verandering

27.

De opdracht is toegekend volgens de aanbestedingsregels, maar werd gevolgd door een vermindering van te verrichten werk zonder dat daar een evenredige vermindering van de waarde van het contract tegenover stond. Deze correctie wordt ook toegepast, indien het bedrag van de verlaging wordt gebruikt om andere werkzaamheden uit te voeren.

100% van de waarde van het verminderde werk, vermeerderd met 25% van het eindbedrag van het fysieke eindvoorwerp c.q. de opdracht

28.

De oorspronkelijke opdracht is juist aanbesteed, maar de aanvullende diensten, leveringen of werken die tot een wezenlijke verandering van het oorspronkelijk contract hebben geleid, zijn niet (juist) aanbesteed, terwijl er geen sprake was van dwingende spoed van onvoorziene gebeurtenissen voor het uitvoeren van deze aanvullende diensten, leveringen of werken. Onder onvoorziene omstandigheden wordt verstaan, wat een goede aanbestedende dienst zou kunnen voorzien, zoals nieuwe voorwaarden als gevolg van nieuwe Europese of nationale wetgeving of technische voorwaarden die niet te voorzien waren ondanks technische, state of the art onderzoeken naar het ontwerp.

25% van de aanvullende opdrachten, indien totale waarde van de aanvullende opdracht(en) lager is dan de van toepassing zijnde Europese drempel en maximaal 50% van de waarde van de originele opdracht;

100% van de aanvullende opdracht(en) in andere gevallen

29.

De oorspronkelijke opdracht is juist aanbesteed, maar de totale waarde van de onvoorzienbare aanvullende dienst(en), levering(en) of werk(en) is meer dan 50% van het oorspronkelijke contract. Richtlijn 2004/17 kent geen maximum. Voor de berekening van de drempel van 50% is het bedrag van het oorspronkelijke contract bepalend, minder werk wordt buiten beschouwing gelaten.

100% van het deel van de aanvullende opdracht(en) dat boven de 50% van de waarde van het oorspronkelijke contract uitkomt

30.

Het eigen aanbestedingsbeleid van de aanbestedingsdienst is niet gevolgd.

5% van de opdracht

31.

De onregelmatigheid is slechts van formele aard, zonder enige daadwerkelijke of mogelijke financiële gevolgen.

0%