Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel verlagen subsidie POP

Geldend van 25-05-2016 t/m heden

Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 19 mei 2016, nr. WJZ/16027022, houdende beleidsregels omtrent het verlagen van subsidie verleend voor plattelandsontwikkeling in het kader van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en Verordening (EU) nr. 1698/2005 (Beleidsregel verlagen subsidie POP)

De Staatssecretaris van Economische Zaken, handelende na overleg met Gedeputeerde Staten van de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Flevoland, Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant, Zeeland en Limburg,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. verordening 1698/2005: verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van de Europese Unie van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU 2005, L277);

  • b. verordening 1303/2013: Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PbEU 2013, L347);

  • c. verordening 1305/2013: Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347);

  • d. verordening 1306/2013: Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  • e. verordening 1307/2013: Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  • f. verordening 640/2014: Verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L 181);

  • g. uitvoeringsverordening 809/2014: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L227);

  • h. richtlijn 2004/18/EG: richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEU 2004, L 134);

  • i. POP2: Nederlands plattelandsontwikkelingsprogramma 2007–2013 als bedoeld in artikel 15 van verordening 1698/2005;

  • j. POP3: Nederlands plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 als bedoeld in artikel 6 van verordening 1305/2013;

  • k. controle: uitoefening door ambtenaren van RVO.nl of NVWA van de bevoegdheid tot toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de van toepassing zijnde wetgeving;

  • l. baselinevoorwaarden: voorwaarden, bedoeld in titel VI, hoofdstuk I, van verordening 1306/2013, de relevante criteria en minimumactiviteiten zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c), ii) en iii), van verordening 1307/2013, en relevante minimumvereisten voor het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en andere ter zake relevante dwingende voorschriften die bij nationaal recht zijn vastgesteld, zoals opgenomen in bijlage 3 bij onderhavige beleidsregel;

  • m. beheer onder de SVNL of PSAN: beheer als bedoeld in de hoofdstukken 3, 5 en 7 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies;

  • n. beheer onder de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016: beheer door een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid bestaande uit landbouwers en andere grondgebruikers van landbouwgrond als bedoeld in artikel 3.1 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies;

  • o. beschikte hectareprijs: het gemiddelde bedrag per hectare per jaar voor het realiseren van een leefgebied of onderdeel van een leefgebied, zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening op grond van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies;

  • p. jaarbetaling: jaarlijkse uitbetaling van een gedeelte van het totale bedrag van een verleende oppervlakte gebonden subsidie;

  • q. maximale vergoeding: de maximale vergoeding die betaald mag worden voor het uitvoeren van beheeractiviteiten als bedoeld in paragraaf 2.3 van deze beleidsregel;

  • r. randvoorwaarden: voorschriften, bedoeld in artikel 3.1 en bijlagen 3 en 4 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB;

  • s. minister: Minister van Economische Zaken.

Artikel 1.2. Toepassingsbereik beleidsregel

  • 2 Deze beleidsregel is van toepassing op subsidies die worden verstrekt ter uitvoering van POP3. Zij is tevens van toepassing op (termijn- of eind-) betalingsaanvragen voor projecten waarvoor onder het POP2 subsidie is verstrekt, die zijn ingediend na 31 december 2014 en die nog niet zijn afgehandeld op het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel.

Artikel 1.3. POP subsidies volledig bekostigd met nationale middelen

De bepalingen inzake het verlagen van subsidies of van subsidiabele kosten zoals die zijn opgenomen in verordening 1306/2013, verordening 640/2014 en in onderhavige beleidsregel zijn van overeenkomstige toepassing op subsidies die zijn verstrekt ter uitvoering van het POP2 en POP3 en die volledig worden bekostigd met nationale middelen.

Artikel 1.4. overmacht of uitzonderlijke omstandigheden

  • 1 Verlagingen of intrekkingen als bedoeld in deze beleidsregel worden niet toegepast indien de niet-nalevingen of tekortkomingen het gevolg zijn van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van verordening 1306/2013, mits voldaan is aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening 640/2014.

  • 2 Artikel 4, eerste lid, van verordening 640/2014 is van overeenkomstige toepassing op de verlaging of intrekking van subsidies als bedoeld in de hoofdstukken 3, 5 en 7 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer, hoofdstuk 4 en de afdelingen 5.1.3 en 5.1.4 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer en hoofdstuk 3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies.

Hoofdstuk 2. Voorschriften inzake oppervlakte gebonden subsidies

Paragraaf 2.1. Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 2.1. toepassingsbereik

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op subsidies die zijn verstrekt ter uitvoering van het POP2 en POP3, waarbij de hoogte van de subsidie is gebaseerd op de oppervlakte waarop de subsidiabele activiteit dient te worden uitgevoerd.

Artikel 2.2. uniforme buffertolerantie oppervlaktemetingen

De uniforme buffertolerantie, bedoeld in artikel 38, vierde lid, van verordening 809/2014, bedraagt 1 meter.

Paragraaf 2.2. Beheer onder de SVNL of PSAN

Artikel 2.3. verlaging in verband met beheer

  • 1 Indien een subsidieontvanger voorschriften inzake het beheer niet naleeft of de betrokken landbouwgrond niet voldoet aan de terreinkenmerken die voor de subsidie zijn voorgeschreven, wordt de subsidie verlaagd of ingetrokken overeenkomstig Bijlage 1.

  • 2 Indien een niet-naleving, als bedoeld in het eerste lid, wordt geconstateerd, wordt de subsidie overeenkomstig artikel 36 van verordening 640/2014 geschorst en de subsidieontvanger verzocht de niet-naleving te herstellen binnen een termijn van maximaal 3 maanden, tenzij:

    • a. sprake is van opzettelijke nalatigheid; of

    • b. herstel niet meer mogelijk is.

  • 3 Bij de bepaling van de hersteltermijn, als bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de fysieke omstandigheden ter plaatse.

  • 4 Indien sprake is van herhaalde niet-naleving van voorschriften inzake het beheer als bedoeld in artikel 35, derde lid, van Verordening 640/2014, wordt de subsidie verlaagd door het overeenkomstig Bijlage 1 vastgestelde percentage te verdubbelen.

  • 5 Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een verlaging vastgesteld en worden de verlagingen gecumuleerd.

  • 6 De verlaging, bedoeld in het eerste, vierde en vijfde lid van dit artikel, wordt berekend als een percentage van de jaarbetaling voor de betreffende beheereenheid.

  • 7 Indien door de geconstateerde niet-naleving de realisatie van de doelstelling van de subsidie permanent niet meer behaald kan worden, wordt de subsidieverlening voor de desbetreffende beheereenheid geheel ingetrokken.

Artikel 2.4. onderdeclaratie arealen

Indien een subsidieontvanger niet alle in artikel 16 van Verordening 640/2014 bedoelde oppervlakten opgeeft en daarbij het verschil tussen enerzijds de totale in de betalingsaanvraag aangegeven oppervlakte en anderzijds de som van de aangegeven oppervlakte en de totale oppervlakte van de niet-aangegeven percelen groter is dan 3 procent van de aangegeven oppervlakte, wordt het totale bedrag van de jaarbetalingen die in dat jaar aan die subsidieontvanger moet worden gedaan als volgt verlaagd:

  • a. indien het verschil groter is dan 3 procent en kleiner dan of gelijk aan 10 procent, bedraagt de verlaging 1 procent;

  • b. indien het verschil groter is dan 10 procent en kleiner dan of gelijk aan 20 procent, bedraagt de verlaging 2 procent;

  • c. indien het verschil groter is dan 20 procent, bedraagt de verlaging 3 procent.

Artikel 2.5. baselinevoorwaarden

Indien een subsidieontvanger één of meerdere baselinevoorwaarden niet naleeft, wordt de subsidieverlening geheel ingetrokken.

Artikel 2.6. verlaging in verband met randvoorwaarden

  • 1 Indien een subsidieontvanger een of meerdere randvoorwaarden niet naleeft, wordt de jaarbetaling verlaagd overeenkomstig artikel 97 van verordening 1306/2013 en de artikelen 39 en 40 van verordening 640/2014.

Artikel 2.7. vergroening en verbod op dubbele financiering

  • 1 Indien een subsidieontvanger de oppervlakte waarop hij beheer uitvoert gebruikt om te voldoen aan de verplichting om een ecologisch aandachtsgebied als bedoeld in artikel 2.17 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB te realiseren, ongeacht of hij daartoe gebruik maakt van een door de minister erkende certificeringsregeling, wordt de jaarbetaling verlaagd.

  • 2 De verlaging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de ingezette oppervlakte te vermenigvuldigen met de component inkomstenderving, indien die component deel uitmaakt van het tarief dat geldt voor de betreffende subsidiabele activiteit.

  • 4 De berekeningswijzen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden slechts toegepast voor zover de subsidiabele activiteit gelijk is aan de activiteit die de subsidieontvanger moet verrichten als onderdeel van de verplichting om een ecologisch aandachtsgebied te realiseren.

Paragraaf 2.3. Beheer onder de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016

Artikel 2.8. aanpassing verantwoording

  • 1 Indien uit de verantwoording als bedoeld in artikel 3.11, onderdeel h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies blijkt dat de beheeractiviteiten die de subsidieontvanger in een kalenderjaar heeft verricht niet volledig passen bij:

    • a. de beheerfunctie of het cluster van beheeractiviteiten zoals beschikt, of

    • b. het bijhorende leefgebied aangewezen in het natuurbeheerplan, wordt de subsidieontvanger in de gelegenheid gesteld de verantwoording zodanig aan te passen dat deze past binnen de beschikking tot subsidieverlening.

  • 2 De aangepaste verantwoording vormt de basis voor de berekening van de hoogte van de jaarbetaling en de verlagingen in deze paragraaf.

Artikel 2.9. verlaging in verband met beheer

  • 1 Indien een subsidieontvanger een beheeractiviteit waartoe hij zich heeft verbonden niet of niet juist uitvoert, wordt de subsidie voor die beheeractiviteit verlaagd overeenkomstig het verlagingspercentage in Bijlage 2.

  • 2 Indien een niet-naleving, als bedoeld in het eerste lid, wordt geconstateerd, wordt de subsidie overeenkomstig artikel 36 van verordening 640/2014 geschorst en de subsidieontvanger verzocht de niet-naleving te herstellen binnen een termijn van maximaal 3 maanden, tenzij:

    • a. sprake is van opzettelijke nalatigheid; of

    • b. herstel niet meer mogelijk is.

  • 3 Bij de bepaling van de hersteltermijn, als bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de fysieke omstandigheden ter plaatse.

  • 4 Indien sprake is van herhaalde niet-naleving van voorschriften inzake de beheeractiviteit zoals bedoeld in artikel 35, derde lid, van verordening 640/2014, wordt de subsidie verlaagd door het overeenkomstig Bijlage 2 vastgestelde percentage te verdubbelen.

  • 5 Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een verlaging vastgesteld en worden de verlagingen gecumuleerd.

  • 6 De verlaging, zoals bedoeld in het eerste en vierde lid, wordt toegepast op de jaarbetaling. De verlaging wordt berekend als een percentage van de maximale vergoeding voor de betreffende beheeractiviteit.

Artikel 2.10. verlaging in verband met randvoorwaarden

  • 1 Indien een verenigingslid een of meerdere randvoorwaarden niet naleeft, wordt de jaarbetaling aan de subsidieontvanger verlaagd.

  • 2 De verlaging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend overeenkomstig artikel 2.6, met dien verstande dat het resulterende verlagingspercentage wordt toegepast op het bedrag dat voortvloeit uit de vermenigvuldiging van de beschikte hectareprijs en het aantal hectares waarmee het betreffende verenigingslid deelneemt aan het beheer.

  • 3 Indien een verenigingslid een of meerdere baselinevoorwaarden niet naleeft, wordt voor de hectares waarmee het verenigingslid in het betreffende jaar deelneemt aan het beheer geen jaarbetaling verstrekt.

Artikel 2.11. verlaging bij onderrealisatie

Indien een subsidieontvanger ten aanzien van een of meerdere leefgebieden niet voldoet aan het minimum aantal hectares opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening wordt de subsidie voor het betreffende kalenderjaar overeenkomstig artikel 19 van Verordening 640/2014 berekend.

Artikel 2.12. vergroening en verbod op dubbele financiering

  • 1 De jaarbetaling wordt verlaagd indien een verenigingslid de oppervlakte waarop hij beheer uitvoert gebruikt om te voldoen aan de verplichting om een ecologisch aandachtsgebied als bedoeld in artikel 2.17 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB te realiseren, ongeacht of hij daartoe gebruik maakt van een door de minister erkende certificeringsregeling.

Artikel 2.13. geen effectuering verlagingen en uitsluitingen

  • 1 Gedeputeerde Staten berekenen aan de hand van de stukken, bedoeld in artikel 3.11, onderdelen b en h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies en de uitgevoerde controles de jaarbetaling waarop de vereniging recht zou hebben indien de basis voor die berekening zou worden gevormd door de maximale vergoeding in plaats van de beschikte hectareprijs.

  • 2 Op de aldus berekende jaarbetaling wordt het totaalbedrag van verlagingen en uitsluitingen die op grond van de toepasselijke EU-verordeningen en de onderhavige paragraaf opgelegd zouden moeten worden, in mindering gebracht.

  • 3 Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, na toepassing van de verlagingen, bedoeld in het tweede lid, hoger is dan het bedrag in het betaalverzoek, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel g, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies betalen Gedeputeerde Staten uit conform het betaalverzoek.

  • 4 Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, na toepassing van de verlagingen, bedoeld in het tweede lid, lager is dan het bedrag in het betaalverzoek, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel g, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies betalen Gedeputeerde Staten het lagere bedrag uit.

  • 5 Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de verlaging van de jaarbetaling overeenkomstig artikel 2.10.

Artikel 2.14. Schending administratieve verplichtingen

  • 1 Indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 3.11, onderdelen b en h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016, wordt de jaarbetaling verlaagd met 1% per werkdag dat niet voldaan wordt aan de betreffende subsidieverplichting.

  • 2 De jaarbetaling wordt niet verstrekt indien de subsidieontvanger de in artikel 3.11, onderdelen b en h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 genoemde termijnen met meer dan 25 werkdagen overschrijdt.

  • 3 Indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de subsidieverplichting, bedoeld in artikel 3.11, onderdelen d, n of o, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016, wordt de jaarbetaling voor de desbetreffende beheeractiviteit verlaagd met 1% per werkdag dat niet voldaan wordt aan de desbetreffende subsidieverplichting. De basis voor de in de eerste volzin bedoelde verlaging wordt gevormd door de maximale vergoeding.

  • 4 In afwijking van het derde lid bedraagt de vergoeding voor de desbetreffende beheeractiviteit € 0,– indien de subsidieontvanger de in artikel 3.11, onderdelen d, n of o, genoemde termijn zodanig overschrijdt dat de correcte uitvoering van de, in voorkomend geval gewijzigde, activiteit niet meer gecontroleerd kan worden.

Hoofdstuk 3. Voorschriften inzake niet-oppervlakte gebonden subsidies

Artikel 3.1. toepassingsbereik

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op subsidies die op grond van de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies worden verleend ter uitvoering van het POP3 en waarbij de hoogte van de subsidie niet is gebaseerd op de oppervlakte van landbouwgrond.

Artikel 3.2. hersteltermijn

  • 2 De subsidie wordt geschorst indien verwacht wordt dat de subsidieontvanger binnen een reële hersteltermijn de niet-naleving kan herstellen.

  • 3 Geen hersteltermijn wordt geboden indien herstel niet mogelijk is omdat de niet-naleving een permanent karakter heeft en niet kan worden hersteld of indien niet alsnog aan de gestelde verplichtingen kan worden voldaan.

  • 4 Een reële hersteltermijn bedraagt ten minste 5 en maximaal 10 werkdagen.

  • 5 Betreft de tekortkoming het niet of niet geheel uitvoeren van één of meerdere activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt en waardoor de doelstelling van het project op de afgesproken einddatum van het project niet is of kan worden bereikt, dan zal de geboden hersteltermijn maximaal 20 werkdagen bedragen.

  • 6 Een hersteltermijn kan, indien de omstandigheden van het geval dat naar het oordeel van Gedeputeerde Staten rechtvaardigen, éénmalig worden verlengd met 5 tot 20 werkdagen.

Artikel 3.3. aanbestedingen

  • 1 Indien de subsidieontvanger aanbestedingplichtig is op grond van de Aanbestedingswet 2012 en de Aanbestedingswet 2012 niet of niet volledig is nageleefd bij een aanbestedingplichtige activiteit, dan worden de gedeclareerde kosten die betrekking hebben op de desbetreffende opdracht gecorrigeerd.

  • 2 Indien de verlaging meer dan 10% van de correcte bedragen in de betalingsaanvraag betreft, vindt daarnaast korting op de uitbetaling plaats met het verschil tussen het berekende en het aangevraagde bedrag conform het bepaalde in Bijlage 4, deel II.

Artikel 3.4. niet realisatie activiteit

  • 1 Indien een subsidieontvanger de te subsidiëren activiteit gedeeltelijk niet realiseert waardoor de doelstelling van de subsidie als beschreven in de subsidieverleningsbeschikking geheel of gedeeltelijk niet gerealiseerd wordt, wordt de subsidie verlaagd overeenkomstig het kortingspercentage in Bijlage 4, deel I.

  • 2 In geval van een concrete actie die een investering in infrastructuur of een productieve investering omvat, wordt de subsidie verlaagd wanneer binnen vijf jaar na de eindbetaling aan de subsidieontvanger de concrete actie onderworpen is aan een van de gebeurtenissen als bedoeld in artikel 71, eerste lid, van verordening 1303/2013. De subsidie wordt verlaagd overeenkomstig het kortingspercentage in Bijlage 4, deel I.

  • 3 Inzake een op te leggen verlaging kan advies gevraagd worden aan één of meerdere deskundige(n) of aan een adviescommissie.

Artikel 3.5. communicatieverplichtingen

Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan de voorwaarden inzake communicatie in de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies wordt de subsidietoekenning verlaagd overeenkomstig het kortingspercentage in Bijlage 4, deel I.

Artikel 3.6. overige verplichtingen

Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan andere verplichtingen dan bedoeld in de artikelen 3.3, 3.4 of 3.5, die zijn opgenomen in de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies of in de beschikking tot subsidieverlening, worden correcties of sancties toegepast overeenkomstig het kortingspercentage in Bijlage 4, deel I.

Artikel 3.7. verslag omtrent de voortgang

Indien een subsidieontvanger een op grond van de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies of de beschikking tot subsidieverlening voorgeschreven verslag omtrent de voortgang bij herhaling niet of niet tijdig aanlevert of het verslag omtrent de voortgang bij herhaling niet of niet volledig voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld, wordt de toegekende subsidie voor iedere week dat het verslag niet aan deze eisen voldoet verlaagd met 0,5% van de totaal verleende subsidie, met een maximum van 2%.

Artikel 3.8. herhaalde niet-naleving

  • 1 Ingeval van herhaalde niet-naleving worden de in onderhavige beleidsregel en in Bijlage 4 opgenomen kortingspercentages als volgt verhoogd:

    • bij een eerste herhaling van dezelfde niet-naleving 0,5%;

    • bij een 2e herhaling 1%; en

    • bij een derde of frequentere herhaling 2%.

  • 2 Indien bij een eerste niet-naleving geen sanctie werd opgelegd, wordt bij een herhaling van dezelfde niet-naleving een sanctie opgelegd overeenkomstig het eerste lid.

Artikel 3.9. cumulatie

In geval van cumulatie van op te leggen sancties worden verlagingen toegepast in de volgorde van de hoogte van de op te leggen sancties, van hoog naar laag . Bij de achtereenvolgende verlagingen wordt steeds rekening gehouden met de reeds toegepaste verlaging. Het kortingspercentage bedraagt maximaal 100% van de subsidieverlening.

Hoofdstuk 4. Sanctieregels met betrekking tot subsidies brede weersverzekering

Artikel 4.1

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op subsidies die worden verstrekt op grond van hoofdstuk 4, Titel 4.1, van de Regeling Europese EZ-subsidies.

Artikel 4.2

  • 1 De subsidie wordt berekend op grond van de subsidiabele oppervlakte.

  • 2 De subsidiabele oppervlakte is de verzekerde oppervlakte, verminderd met het verschil tussen de verzekerde oppervlakte en de geconstateerde oppervlakte.

  • 3 De geconstateerde oppervlakte is de oppervlakte zoals deze is vastgesteld na controle door het betaalorgaan.

  • 5 In afwijking van het tweede lid vindt geen vermindering van de subsidiabele oppervlakte plaats indien bij controle als bedoeld in het derde lid blijkt dat verzekerde oppervlakte 3% of minder afwijkt van de geconstateerde oppervlakte.

Artikel 4.3

  • 1 Indien de totale oppervlakte van de te verzekeren percelen zoals aangegeven in de subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 4.1.2, tweede lid, van de Regeling Europese EZ-subsidies afwijkt van de oppervlakte vermeld in de bewijsstukken welke op grond van artikel 4.1.2, derde lid, van de Regeling Europese EZ-subsidies, vóór 1 november aangeleverd moeten worden, dan is er sprake van een inconsistente aanvraag.

  • 2 Bij een inconsistente aanvraag wordt de kleinste van de oppervlaktes, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als aangevraagde oppervlakte.

Artikel 4.4

Indien de premie van de verzekering is gebaseerd op een groter verzekerde oppervlakte dan de subsidiabele oppervlakte, wordt het premiebedrag dat in aanmerking komt voor subsidie evenredig percentueel verlaagd met het vastgestelde verschil.

Artikel 4.5

  • 1 Indien de subsidiabele oppervlakte kleiner is dan de aangevraagde oppervlakte, is er sprake van een te grote aanvraag.

  • 2 Bij een te grote aanvraag worden de volgende sancties toegepast:

    • a. bij een afwijking tussen de totale subsidiabele oppervlakte en de totale aangevraagde oppervlakte van 10% of minder, wordt de subsidie niet verlaagd.

    • b. bij een afwijking tussen de totale subsidiabele oppervlakte en de totale aangevraagde oppervlakte van meer dan 10% tot en met 20%, wordt een verlaging van de subsidie toegepast die gelijk is aan het verschil tussen de subsidie op basis van de subsidiabele oppervlakte en de subsidie op basis van de aangevraagde oppervlakte.

    • c. bij een afwijking tussen de totale subsidiabele oppervlakte en de totale aangevraagde oppervlakte van meer dan 20% tot en met 50%, wordt geen subsidie uitgekeerd.

    • d. bij een afwijking tussen de totale subsidiabele oppervlakte en de totale aangevraagde oppervlakte van meer dan 50%, wordt geen subsidie uitgekeerd en wordt de subsidieaanvrager uitgesloten van de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor het volgende jaar.

Artikel 4.6

Indien er sprake is van een herhaling van een te grote aanvraag, als bedoeld in artikel 4.5, dan zal ingeval er sprake is van:

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 5.2

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verlagen subsidie POP.

Artikel 5.3

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 19 mei 2016

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

M.H.P. van Dam

Bijlage 1. Verlaging subsidiebedrag beheer onder SVNL of PSAN

De hoogte van de subsidieverlaging wordt vastgesteld volgens de onderstaande tabel:

Omvang, ernst en duur

Effect op 0%–25% van de beheerde oppervlakte

Effect op meer dan 25%-50% van de beheerde oppervlakte

Effect op meer dan 50%–100% van de beheerde oppervlakte

Niet naleving beheervoorschriften
Afwijking heeft weinig effect op het realiseren van de doelstelling van de beheeractiviteit, en is binnen een termijn van maximaal 3 maanden te herstellen, afhankelijk van de betreffende fysieke doelstelling.

Geen verlaging

Geen verlaging

Geen verlaging

Heeft weinig effect op de realisatie doelstelling van de beheeractiviteit.

Verlaging bedraagt 10% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 15% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 30% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Heeft een aanzienlijk effect op de realisatie van de doelstelling van de beheeractiviteit.

Verlaging bedraagt 15% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 30% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 60% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

De realisatie van de doelstelling van de beheeractiviteit komt in gevaar.

Verlaging bedraagt 30% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 60% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 100% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

De realisatie van de doelstelling van de beheeractiviteit kan in de verdere looptijd van de beschikking niet meer behaald worden.

Verlaging bedraagt 100% van de totale subsidie. De subsidieverlening wordt overeenkomstig artikel 4:48 Awb ingetrokken.

Niet naleving terreinkenmerken
Terreinkenmerken komen niet overeen met de op grond van het beheerpakket of landschapspakket vereiste terreinkenmerken

Verlaging bedraagt 100% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden als de niet-naleving een afwijking betreft van het op grond van het beheerpakket of landschapspakket vereiste percentage aan terreinkenmerken en deze niet-naleving binnen een termijn van maximaal 3 maanden kan worden hersteld, afhankelijk van de betreffende fysieke omstandigheden.

In overige gevallen: Verlaging bedraagt 100% van de totale subsidie. De subsidieverlening wordt overeenkomstig artikel 4:48 Awb ingetrokken.

Bijlage 2. Verlaging subsidiebedrag beheer onder SVNL 2016

De hoogte van de verlaging wordt vastgesteld volgens de onderstaande tabel:

Omvang, ernst en duur

Effect op 0%–25% van de beheerde oppervlakte

Effect op meer dan 25%–50% van de beheerde oppervlakte

Effect op meer dan 50%–100% van de beheerde oppervlakte

Niet naleving voorschriften beheeractiviteit
Afwijking heeft weinig effect op het realiseren van de doelstelling van de beheeractiviteit, en is binnen een termijn van maximaal 3 maanden te herstellen, afhankelijk van de betreffende fysieke doelstelling.

Geen verlaging

Geen verlaging

Geen verlaging

Heeft weinig effect op de realisatie doelstelling van de beheeractiviteit.

Verlaging bedraagt 10% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 15% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 30% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Heeft een aanzienlijk effect op de realisatie van de doelstelling van de beheeractiviteit.

Verlaging bedraagt 15% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 30% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 60% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

De realisatie van de doelstelling van de beheeractiviteit komt in gevaar.

Verlaging bedraagt 30% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 60% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

Verlaging bedraagt 100% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

De realisatie van de doelstelling van de beheeractiviteit kan in de verdere looptijd van de beschikking niet meer behaald worden.

Verlaging bedraagt 100% van de betaling in het jaar dat de niet-naleving heeft plaatsgevonden

Bijlage 3. Baselinevoorwaarden zoals die per 1 januari 2015 gelden voor beheer op grond van de PSAN en de SVNL, en vanaf 1 januari 2016 voor beheer op grond van de SVNL’16

Nederlands wetgevingskader

Artikelen

Onderwerp van controle

Aanvullende opmerking

Besluit gebruik meststoffen Artikel 4

Het verbod op het gebruik van dierlijke mest in de van de afhankelijk van de grondsoort bepaalde periode

 

Meststoffenwet in samenhang met de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Artikel 7 in samenhang met de artikelen 8 onderdeel a en b, 9 en 10 van de Meststoffenwet en de artikelen 24, 25 en 27 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Het verbod in enig kalenderjaar op een bedrijf (stikstofhoudende) meststoffen op of in de bodem te brengen, tenzij de stikstofgebruiksnormen in acht zijn genomen

 

Meststoffenwet in samenhang met de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Artikel 7 in samenhang met de artikelen 8 onderdeel c, 11 en 12, vierde en vijfde lid van de Meststoffenwet en de artikelen 30 t/m 35 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Het verbod in enig kalenderjaar op een bedrijf (fosfaathoudende) meststoffen op of in de bodem te brengen, tenzij de fosfaatgebruiksnormen in acht zijn genomen

 
Activiteitenbesluit milieubeheer

Artikel 3:78 in samenhang met artikel 3:83

De verplichting bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 14 meter van de insteek van het oppervlaktewater, de daarbij behorende voorschriften na te leven

 

Activiteitenbesluit milieubeheer

Artikel 3:79 in samenhang met de artikelen 3:80 en 3:81

De verplichting bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen een teeltvrije zone aan te houden

 

Activiteitenbesluit milieubeheer

Artikel 3:85 in samenhang met de artikelen 3:80 en 3:81

Het verbod op de toepassing van meststoffen in de teeltvrije zone of in de mestvrije zone indien deze niet gelijk is aan de teeltvrije zone

 
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden Artikel 2a

De verplichting om voldoende zorg in acht te nemen voor een juiste en veilige opslag van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

 

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Artikel 71, eerste lid

Het verbod op het ontvangen, voorhanden hebben of gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen of biociden zonder een geldig bewijs van vakbekwaamheid

 
Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB

Artikel 3.1, onderdeel b, in samenhang met bijlage 4, paragraaf 4, onderdeel C

Het verbod op het gebruik van een perceel met een hellingspercentage van 2% of meer voor de fruitteelt, tenzij

onder toepassing van specifieke voorschriften

Baselinevoorwaarde geldt alleen voor het PSAN-pakket ‘Hoogstam-boomgaard’, voor zover deze geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen het grondgebied van de provincie Limburg ten zuiden van de door-gaande weg tussen Sittard en Wehr, tot aan de grens tussen Nederland en Duitsland, en van de doorgaande weg tussen Sittard en Urmond, tot aan de grens tussen Nederland en België, met uitzondering van het winterbed van de Maas en het inundatiegebied van Geul en Gulp

Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB

Artikel 3.1, onderdeel b, in samenhang met bijlage 4, paragraaf 4, onderdeel D

Het verbod om op elk perceel land- en tuinbouwgrond met een hellingspercentage van 18% of meer anders dan als grasland te gebruiken

Baselinevoorwaarde geldt alleen voor de PSAN-pakketten ‘Kruidenrijk weiland’ en ‘Bont weiland’, voor zover deze geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen het grondgebied van de provincie Limburg ten zuiden van de doorgaande weg tussen Sittard en Wehr, tot aan de grens tussen Nederland en Duitsland, en van de doorgaande weg tussen Sittard en Urmond, tot aan de grens tussen Nederland en België, met uitzondering van het winterbed van de Maas en het inundatiegebied van Geul en Gulp

Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB

Artikel 3.1, onderdeel b, in samenhang met bijlage 4, paragraaf 4, onderdelen E en F

De verplichting om op land- en tuinbouwgronden met een hellingspercentage van 2% of meer én een hellingslengte van meer dan 50 meter de voorgeschreven handelingen te verrichten om erosie te voorkomen

Baselinevoorwaarde geldt alleen voor zover de grond geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen het grondgebied van de provincie Limburg ten zuiden van de doorgaande weg tussen Sittard en Wehr, tot aan de grens tussen Nederland en Duitsland, en van de doorgaande weg tussen Sittard en Urmond, tot aan de grens tussen Nederland en België, met uitzondering van het winterbed van de Maas en het inundatiegebied van Geul en Gulp

Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB

Artikel 3.1, onderdeel b, in samenhang met bijlage 4, paragraaf 5

Het verbod om gewasresten op bouwland na de oogst te verbranden zonder vergunning van het College van Burgemeester en Wethouders

 

Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB

Artikel 3.1, onderdeel b, in samenhang met bijlage 4, paragraaf 6, onderdeel A

Het verbod heggen en bomen te snoeien in de periode 15 maart t/m 15 juni

 

Provinciale (akker)distelverordening

De verplichting haarden van akkerdistel te verwijderen voordat zij tot bloei komen

baselinevoorwaarde geldt alleen in de provincies Friesland, Utrecht, Zeeland en Zuid-Holland

De gewenste veebezetting en/of het passend regime is 0 GVE per hectare

Bijlage 4. Tabel correctie en sanctieregels POP niet-oppervlaktegebonden

Vooraf:

  • 1. Een correctie wil zeggen dat de door de begunstigde verantwoorde kosten verlaagd worden omdat de kosten om welke reden dan ook niet subsidiabel zijn (er zijn niet-subsidiabele kosten opgevoerd of kosten kunnen niet subsidiabel gesteld worden om andere redenen). Een sanctie betekent een verlaging van de subsidie naar aanleiding van een geconstateerde niet naleving van subsidievoorwaarden.

  • 2. Algemeen = 10% kortingsregel: indien bij een betalingsaanvraag het uit te betalen bedrag meer dan 10% lager is dan het aangevraagde bedrag, vindt een extra korting van de uitbetaling plaats met verschil tussen het berekende en het aangevraagde bedrag, tenzij artikel 1.4 van toepassing is (overmacht of uitzonderlijke omstandigheden / ‘geen schuld’).

  • 3. Bevindingen kunnen op ieder moment binnen het subsidie-traject gedaan worden. In onderstaande tabel wordt voor de inzichtelijkheid gebruik gemaakt van de onderverdeling in afwijkingen die gevonden zijn bij een betalingsverzoek (BV) een Controle ter Plaatse (CP) of ‘overig’ (O), maar indien tijdens een controle ter plaatse wordt geconstateerd dat er bv. sprake is van projectuitgaven die zijn gedaan buiten de projectperiode (BV1), dan is de bij BV1 genoemde sanctie wél van toepassing.

  • 4. Indien er door een op te leggen correctie en/of sanctie sprake is van een (deels) onverschuldigde betaling, wordt het onverschuldigd betaalde bedrag, verhoogd met wettelijke rente, binnen 18 maanden teruggevorderd, tenzij:

  • 5. a. het van de begunstigde in het kader van een eenmalige betaling voor een steunregeling of steunmaatregels terug te vorderen bedrag, exclusief rente, niet hoger is dan 100 EUR, of.

  • 6. b. de terugvordering onmogelijk is als gevolg van erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid.

Onderwerp

Omschrijving afwijking

Correctie (van een betalingsaanvraag)

Sanctie (%, bedrag, anders) boven evt. correctie

Bron (Modelregeling POP3 subsidies resp. EU-regelgeving)

I. Uitvoering of financiering project (deels) niet conform regels, muv. regels inzake aanbesteding (voor aanbesteding: zie deel II van deze tabel)

       

(Iha) Vastgesteld bij betalingsverzoek (BV)

BV1

Uitgaven zijn buiten projectperiode gemaakt

100% van de kosten die buiten de projectperiode gemaakt zijn

– telt mee voor 10% korting regel (zie bij ‘Vooraf’ punt 2)

Artikel 1.12

Artikel 1.17 lid 1 sub f

 

BV2

Gedeclareerde kosten zijn al volledig gedekt vanuit ander fonds of andere subsidie

100% tav. kosten die al gedekt zijn

– telt mee voor 10% korting regel

Artikel 1.8 sub b

Artikel 1.13 lid 1 sub b

 

BV3

Totaal van subsidiabele kosten is niet goed berekend

Uitbetaling nav juiste berekening (correctie = 100% van verschil)

– telt mee voor 10% korting regel

EU

 

BV4

Voorgeschreven voortgangsverslag niet of niet volledig ingediend

 

– geen uitbetaling van tussentijds betalingsverzoek

– 1% van de verleende subsidie, met max. van 1.500 EUR.

– in geval van herhaling: extra sanctie conform artikel 3.6

Artikel 1.17 lid 2 jo lid 1 sub i

 

BV5

Uitgaven zijn niet subsidiabel (zoals bijvoorbeeld declaratie van debetrente, terugvorderbare BTW, niet subsidiabel gestelde kosten, declaratie van kosten die niet tot project behoren)

100% tav kosten die niet subsidiabel zijn

– telt mee voor 10% korting regel

Artikel 1.13 + subsidiebeschikking

 

BV6

Gedeclareerde bedragen komen niet overeen met overlegde bewijsstukken

100% tav niet afdoende onderbouwde kosten, dat wil zeggen kosten waarvan bewijsstukken ontbreken, onvolledig of niet correct zijn

– telt mee voor 10% korting regel

EU

 

BV7

Ontbreken van onafhankelijke waarde beoordeling van grond

Kosten aankoop grond niet vergoed (100% correctie op die post)

– telt mee voor 10% korting regel

Artikel 1.11 lid 3

 

BV8

Gedeclareerde kosten voor grond bedragen meer dan toegestaan ogv de subsidiabele kosten in de verleningsbeschikking resp., indien beschikbaar, in de vaststellingsbeschikking

Maximaal toegestaan bedrag betaald (100% correctie verschil), tenzij dit, in geval nog geen vaststellingsbeschikking beschikbaar is, gelet op de omstandigheden van het geval niet redelijk is.

– telt mee voor 10% korting regel

Artikel 1.10

 

BV9

Gedeclareerde kosten zijn naar het oordeel van de subsidieverstrekker en gelet op de omstandigheden van het geval niet redelijk. Dit is onder meer het geval indien gedeclareerde kosten voor aankoop grond hoger zijn dan de marktwaarde, blijkend uit onafhankelijke waarde beoordeling

100% van het verschil tussen gedeclareerde kosten en redelijk geachte kosten,

– telt mee voor 10% korting regel

Artikel 1.13 lid 1 sub k

(Iha) Vastgesteld bij controle ter plaatse (CP)

CP1

Ontbreken projectadministratie

a. Geheel

b. deels

100% tav de projectkosten waarvan de subsidiabiliteit niet kan worden vastgesteld omdat administratie ontbreekt

Korting van de verleende subsidie met 5% van het totaal verleende subsidie bedrag, met maximum van 1.500 euro. Indien de omstandigheden daar aanleiding toe zijn en er geen sprake is van het herhaald optreden van het feit, kan het sanctie% lager vastgesteld worden.

Artikel 1.17 lid 1 sub g

 

CP2

Project is nog niet of later gestart dan vereist, zonder dat aanpassing projectplan is aangevraagd

Korting van verleende subsidie met 5%, tenzij 5% gelet op de omstandigheden van het geval niet redelijk is.

Artikel 1.17 lid 1 sub e

 

CP3

Doelstelling(en) van het project niet of niet geheel gerealiseerd

 

Subsidie wordt verlaagd tot 0 indien doelstelling(en) van het project in het geheel niet gerealiseerd is/zijn. Indien de doelstelling(en) van het project deels bereikt is/ zijn, wordt de subsidie verlaagd tot het % van inhoudelijke doelbereiking die gerealiseerd is, met daar boven een sanctie van 5% van de oorspronkelijk verleende subsidie, tenzij 5% gelet op de omstandigheden van het geval niet redelijk is.

Artikel 1.17 lid 1 sub j

 

CP4

Investering is – nadat herstelmogelijkheid geboden is – niet gebruiksklaar op moment van indienen eindafrekeningsverzoek.

Subsidie wordt ingetrokken (100% sanctie), tenzij dit gelet op de omstandigheden van het geval niet redelijk is.

Artikel 1.17 lid 1 sub c

 

CP5

Medewerking met controle wordt geweigerd

De te vergoeden subsidiabele kosten van het project worden berekend op basis van beschikbare bewijsstukken en informatie

Uitsluiting van begunstigde voor POP-subsidie gedurende periode van 1 jaar.

Artikel 1.17 lid 1 sub l

 

CP6

Projectresultaat niet gedurende 5 jaar in stand gehouden

 

Naar rato van aantal jaren waarin op grond van de verrichte controle ter plaatse niet wordt voldaan aan de instandhoudingsplicht: 20% (4 jaar wel voldaan) – 100% (geen volledig jaar voldaan) terugvordering van de uitbetaalde subsidie, indien niet langer wordt voldaan aan projectdoelstelling; 10–50% indien deels nog wordt voldaan aan project doelstelling.

Artikel 1.17 lid 1 sub d

Overig (O)

O1

Voorgeschreven – niet aan tussentijdse betaling gerelateerd – voortgangsverslag niet of niet volledig ingediend

Indien ook na gegeven herstelmogelijkheid het verslag niet of niet volledig ingediend wordt: korting bedraagt 1% van subsidie, met max. van 1.500 EUR. Bij herhaling van deze gedraging: extra sanctie conform artikel 3.6.

(NB: geen relatie met 10% regel)

Artikel 1.17 lid 1 sub i

 

O2

Milieuvereisten zijn niet nageleefd, waardoor voor het project benodigde vergunning(en) wordt/worden ingetrokken

100% van de subsidie voor het onderdeel waarvoor geen vergunning is verleend

 
 

O3

Er is sprake van ongeoorloofde staatssteun

100% van de subsidie voor het onderdeel waarvoor sprake is van ongeoorloofde staatssteun

EU

 

O4

Vereisten voor gelijke behandeling zijn niet nageleefd

5% van subsidie, tenzij de omstandigheden van het geval aanleiding zijn tot een lagere sanctie

EU

 

O5

Publicatievereisten zijn niet nageleefd

* tijdens het project

* na afronding van het project

maximaal 5% van de subsidie, afhankelijk van de ernst van de afwijking en eventuele herhaling van publicatievereisten gedurende de looptijd van het project.

In geval van – ondanks geboden herstel mogelijkheid – gedurende of na afronding van het project niet geplaatst zijn van plaquette of bord: 5% van de subsidie.

Artikel 1.17 lid 1 sub b

II Aanbestedingsregels niet nageleefd

       
 

A1.1

De opdracht is niet gepubliceerd volgens de juiste procedures én ook niet op andere wijze openbaar gemaakt.

Hieronder valt ook de uitvoeringsopdracht waarbij de oproep tot mededinging is beperkt tot de opdrachtnemer(s) van de voorafgaande opdracht tot projectdefiniëring.

100% van de opdracht.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A1.2

In geval van EU- aanbestedingsplichtige opdracht: De opdracht is niet gepubliceerd volgens de juiste procedures, maar de opdracht is wel op een dusdanige wijze openbaar gemaakt dat gegadigden in andere lidstaten tijdig hebben/hadden kunnen reageren

25% van de opdracht.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A2.1

In geval van EU- aanbestedingsplichtige opdrachten: Kunstmatige splitsing van opdracht en daardoor niet gepubliceerd volgens de juiste procedures én ook niet op andere wijze openbaar gemaakt

100% van de opdracht.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A2.2

In geval van EU- aanbestedingsplichtige opdrachten: Kunstmatige splitsing van opdracht, maar de opdracht is wel op een dusdanige wijze openbaar gemaakt dat gegadigden in andere lidstaten tijdig hebben/hadden kunnen reageren.

25% van de opdracht.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A3

Niet-naleving van de termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen en/of voor ontvangst van verzoeken tot deelname. De geboden termijn was korter dan de minimaal toegestane.

* 25% van de opdracht indien de geboden tijd 0–50% is van de tijd die beschikbaar gesteld had moeten worden bedraagt,

* 10% indien 51–70% van de tijd geboden wordt;

* 5% indien 71–99% van de tijd geboden wordt

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A4

Onvoldoende tijd voor potentiële inschrijvers/gegadigden om aanbestedingsstukken te verkrijgen. De geboden tijd was korter dan de minimaal toegestane.

* 25% van de opdracht indien geboden tijd 0–50% van de tijd die beschikbaar gesteld had moeten worden bedraagt,

* 10% indien 51–80% en

* 5% indien 81–99%.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A5

De verlenging van termijnen voor inschrijving en/of voor ontvangst van verzoeken tot deelname is niet (correct) gepubliceerd.

Hieronder valt ook de situatie dat gevraagde nadere informatie niet (tijdig) aan alle inschrijvers is verstrekt.

10% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A6.1

Er is ten onrechte gebruik gemaakt van de procedure van gunning door onderhandelingen na voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van een opdracht, omdat het geen geval betreft als bedoeld in art. 30, lid 1 van richtlijn 2004/18.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A6.2

In geval van een nationaal openbaar aan te besteden opdracht: opdracht is gegund zonder te zijn gepubliceerd op TenderNed.

25% van de opdracht indien er 1 offerte is opgevraagd, 10% bij 2 offertes en 5% bij 3 of meer offertes.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A6.3

Bij meervoudig onderhandse opdracht zijn te weinig offertes opgevraagd

10% bij 2 te weinig en 5% bij 1 te weinig.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A7

De aanbestedende dienst heeft een opdracht op het gebied van defensie en beveiliging vallende onder richtlijn 2009/81/EC toegekend via concurrentiegerichte dialogen of onderhandelingsprocedure zonder aankondiging van de opdracht terwijl de omstandigheden het gebruik van deze procedures niet rechtvaardigen.

100% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A8

In de aankondiging stonden niet alle selectiecriteria en/of in de aankondiging of het bestek stonden niet alle gunningscriteria (incl. de weging) of zijn deze onvoldoende beschreven.

25% van de opdracht indien ze niet waren vermeld en 5% indien ze onvoldoende waren beschreven.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A9

In de aankondiging of aanbestedingsstukken waren onwettige selectie- en/of gunningscriteria opgenomen waardoor ondernemingen ontmoedigd zijn om in te schrijven.

Hieronder valt ook het gebruik van subjectieve criteria voor bepaling type aanbestedingsprocedure en ondernemer(s) die worden toegelaten tot de aanbestedingsprocedure.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A10

Selectiecriteria, gunningscriteria, geschiktheidseisen en/of uitsluitingsgronden zijn niet relevant voor en/of staan niet in verhouding tot de opdracht. Dat wil zeggen dat kan worden aangetoond dat de vereisten niet relevant zijn voor en/of niet in verhouding staan tot de opdracht waardoor de gelijke toegang van inschrijvers niet kan worden gegarandeerd of ze hebben geleid tot ongerechtvaardigde belemmeringen in de openstelling van de aanbesteding.

Hieronder valt ook het gebruik van niet-proportionele criteria voor bepaling type aanbestedingsprocedure en ondernemer(s) die worden toegelaten tot de aanbestedingsprocedure.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A11

De voorwaarden waren discriminerend c.q. te specifiek, waardoor de gelijke behandeling van inschrijvers niet kan worden gegarandeerd of bij de start van de aanbesteding ongerechtvaardigde belemmeringen zijn opgeworpen.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A12

De omschrijving in de aankondiging en/of het bestek was dermate gebrekkig dat de potentiële inschrijvers\gegadigden het voorwerp van de opdracht niet konden vaststellen.

Hieronder valt ook ten onrechte samenvoeging.

10% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A13

Selectiecriteria zijn na de opening c.q. start van de aanbesteding aangepast waardoor ten onterechte inschrijvers zijn geaccepteerd.

De selectiecriteria zijn tijdens de selectieprocedure aangepast waardoor inschrijvers zijn geaccepteerd die niet zouden zijn geaccepteerd als de gepubliceerde selectiecriteria zouden zijn gevolgd.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A14

Selectiecriteria zijn na de opening c.q. start van de aanbesteding aangepast waardoor ten onterechte inschrijvers zijn afgewezen.

De selectiecriteria zijn tijdens de selectieprocedure aangepast waardoor inschrijvers zijn afgewezen die niet zouden zijn afgewezen als de gepubliceerde selectiecriteria zouden zijn gevolgd.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A15

Bij de beoordeling zijn onwettige gunnings- en/of selectiecriteria gebruikt, zijnde criteria die niet zijn toegestaan (bijv.: het gebruik van selectiecriteria als gunningscriteria, het niet naleven van criteria die in het bestek of de aankondiging van de opdracht stonden, het onjuist of discriminerend toepassen van gunningscriteria en bij een NOP/CDP/GOPA is niet het minimum aantal gegadigden uitgenodigd en het gebruik van niet-relevante en/of onredelijke uitsluitingsgronden en/of geschiktheidseisen).

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A16

Gebrek aan transparantie en/of gelijke behandeling tijdens de beoordeling. Dat wil zeggen de audit trail van met name de weging is onduidelijk/ongerechtvaardigd/ontbreekt en/of het beoordelingsrapport ontbreekt of bevat niet alle voorgeschreven onderdelen.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A17

Aanpassing van een offerte tijdens de beoordeling. Dat wil zeggen dat de aanbestedende dienst tijdens de beoordeling heeft toegestaan dat een inschrijver/ gegadigde zijn offerte mocht aanpassen.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A18

Er vonden tijdens de gunning onderhandelingen met de indiener(s) van een offerte plaats met als gevolg dat de oorspronkelijke voorwaarden zoals vastgelegd in het bestek of de aankondiging substantieel zijn veranderd.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A19

In het kader van een onderhandelingsprocedure met vooraankondiging zijn de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht substantieel gewijzigd, om zodoende een nieuwe opdracht te kunnen publiceren dan wel waardoor een nieuwe opdracht had moeten worden gepubliceerd

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A20

Afwijzing van, gezien de opdracht, abnormaal lage inschrijver(s) zonder dat de aanbestedende dienst schriftelijk om uitleg heeft gevraagd over de door hem noodzakelijk geachte verduidelijkingen over de samenstelling van de desbetreffende offerte(s).

25% van de opdracht

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A21

Door een rechter is vastgesteld dat er sprake was van een belangenconflict bij de begunstigde of de aanbestedende dienst.

100% van de opdracht.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A22

Substantiële verandering van bestanddelen van de opdracht zoals vastgelegd in de aankondiging of het bestek.

Tot de essentiële elementen c.q. onderdelen van de gegunde opdracht zijn met name de contractwaarde, de aard van de werkzaamheden, de uitvoeringstermijn, de betalingsvoorwaarden en de gebruikte materialen. Maar het is van belang om per geval te bepalen of iets een essentieel onderdeel is of niet.

25% van de waarde van de opdracht plus de extra waarde van de opdracht a.g.v. de wezenlijke verandering.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A23

De opdracht is toegekend volgens de aanbestedingsregels, maar werd gevolgd door een vermindering van te verrichten werk zonder dat daar een evenredige vermindering van de waarde van het contract tegenover stond.

(Deze correctie wordt ook toegepast indien het bedrag van de verlaging wordt gebruikt om andere werkzaamheden uit te voeren.)

100% van de waarde van het verminderde werk.

Vermeerderd met 25% van het eindbedrag van het fysieke eindvoorwerp c.q. de opdracht.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A24

De oorspronkelijke opdracht is wel juist aanbesteed, maar de aanvullende diensten, leveringen of werken (waardoor het oorspronkelijk contract substantieel veranderde, zijn niet (juist) aanbesteed én er was geen sprake van extreme urgentie a.g.v. onvoorziene gebeurtenissen of van onvoorziene omstandigheden voor aanvullende diensten, leveringen of werken.

100% van aanvullende dienst

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A24.1

De totale waarde van de aanvullende opdracht(en) is lager dan de van toepassing zijnde Europese drempel en maximaal 50% van de waarde van de originele opdracht.

25% van de aanvullende opdracht(en).

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A24.2

In andere gevallen

100% van de aanvullende opdracht(en).

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A25

De oorspronkelijke opdracht is wel juist aanbesteed, maar de totale waarde van de onvoorzienbare aanvullende dienst(en), levering(en) of werk(en) is meer dan 50% van het oorspronkelijke contract

100% van het deel van de aanvullende opdracht(en) dat boven de 50% van de waarde van het oorspronkelijke contract uitkomt.

Telt mee voor 10% kortingsregel.

 
 

A26

Indien de onregelmatigheid slechts van formele aard is, zonder (mogelijke) financiële gevolgen.

0%.

geen