Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling aanvraag- en veilingprocedure voor vergunning voor frequentieruimte ten behoeve van digitale omroep (digitale ethertelevisie)

Geldend van 21-04-2016 t/m heden

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 15 april 2016, nr. WJZ/16056990, houdende vaststelling van de aanvraag- en veilingprocedure voor vergunning voor frequentieruimte ten behoeve van digitale omroep (digitale ethertelevisie)

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 8, 9 en 10 van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Economische Zaken;

  • b. aanvrager: degene die een aanvraag heeft ingediend;

  • c. deelnemer: aanvrager die toegelaten is tot de veiling;

  • d. bod: een bieding, uitgebracht via het elektronisch veilingsysteem van de minister en bevestigd door middel van dit elektronisch veilingsysteem;

  • e. digitale ethertelevisie: digitale televisie, gedistribueerd via een omroepzender als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008;

  • f. vergunning: vergunning voor digitale ethertelevisie als omschreven in de bijlagen van het besluit van de minister 15 april 2016, nr. 7188783, inzake het besluit om de vergunning voor digitale omroep (digitale ethertelevisie) te veilen en de voorschriften en beperkingen vast te stellen die aan de vergunning zullen worden verbonden;

  • g. vergunninghouder: de houder van een vergunning voor digitale ethertelevisie;

  • h. rente: de volgens actual/360 berekende rente op basis van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde Euro Overnight Index Average, minus 100 basispunten, met een minimum van 0%.

Paragraaf 2. Vergunning voor digitale ethertelevisie

Artikel 2

Ingevolge het besluit van de minister van 15 april 2016, nr. 7188783, inzake het besluit om de vergunning voor digitale omroep (digitale ethertelevisie) te veilen en de voorschriften en beperkingen vast te stellen die aan de vergunning zullen worden verbonden is er één vergunning voor digitale ethertelevisie beschikbaar om door middel van een veiling te worden verdeeld.

Paragraaf 3. Vergunningaanvraag en zekerheidsstelling

Artikel 3

  • 1 Degene die voor een vergunning als bedoeld in artikel 2 in aanmerking wil komen, dient een aanvraag in.

  • 2 Een aanvraag wordt in de periode van 25 april 2016 tot 17 mei 2016 om 14.00 uur per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres en met de volgende adressering:

    Agentschap Telecom Ter attentie van: Projectteam uitgifte vergunning digitale televisie Emmasingel 1 9726 AH Groningen
  • 3 Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

  • 4 In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veiling en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

  • 5 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage I opgenomen model en gaat vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

  • 6 De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

  • 7 Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vijfde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

  • 8 De gegevens en bescheiden, bedoeld in het zevende lid, mogen in afwijking van het zesde lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.

Artikel 4

Indien niet voldaan is aan artikel 3, tweede lid, wijst de minister de aanvraag af.

Artikel 5

  • 2 De aanvrager heeft gedurende zes werkdagen, te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.

  • 3 De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 3, tweede lid, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 14.00 uur.

  • 4 Artikel 3, derde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat als datum en tijdstip van ontvangst gelden de datum en het tijdstip waarop het verzuim overeenkomstig het derde lid is hersteld.

Artikel 6

  • 1 De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

  • 2 De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:

    • a. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie, noch is door de aanvrager faillissement aangevraagd, en

    • b. de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is door de aanvrager surseance van betaling aangevraagd.

  • 3 Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

  • 4 Binnen drie weken na het tijdstip, bedoeld in artikel 3, tweede lid, stelt de minister vast of de aanvrager wiens aanvraag in behandeling is genomen, voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid.

  • 5 Indien uit de aanvraag niet blijkt dat aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is voldaan, wijst de minister de aanvraag af.

Artikel 7

  • 1 Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van het bod en teneinde te borgen dat de vergunning wordt verleend aan een financieel bestendige vergunninghouder een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van € 1.000.000.

  • 2 De zekerheid wordt verstrekt voor de periode tot:

    • a. in geval van afwijzing van de aanvraag, het tijdstip van de afwijzing;

    • b. in geval van niet in behandeling nemen van de aanvraag, het tijdstip van het besluit om de aanvraag niet te behandelen;

    • c. in geval van toewijzing van de aanvraag, het tijdstip waarop het bod als bedoeld in artikel 20, derde lid, volledig is betaald.

  • 3 Een aanvrager zorgt ervoor dat binnen de in artikel 3, tweede lid, bedoelde periode:

    • a. de waarborgsom is ontvangen op bankrekeningnummer 705001199, IBAN: NL41INGB0705001199, BIC: INGBNL2A, ten name van Ministerie van Economische Zaken, Agentschap Telecom, Afdeling Finance & Control, onder vermelding van veiling vergunning digitale ethertelevisie, of

    • b. de bankgarantie, verstrekt volgens het model, bedoeld in bijlage II, is ontvangen op het in artikel 3, tweede lid, genoemde adres.

Artikel 8

  • 1 Een aanvrager verklaart door middel van een door hem ondertekende verklaring overeenkomstig bijlage III bij deze regeling dat hij zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich na het indienen van de aanvraag zal onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het verrichten van dergelijke gedragingen.

  • 2 De minister kan een aanvraag afwijzen als naar zijn oordeel aannemelijk is dat de aanvrager afspraken heeft gemaakt of onderling afgestemde feitelijke gedragingen heeft verricht die afbreuk doen of kunnen doen of gedaan hebben of gedaan kunnen hebben aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.

Paragraaf 4. Vaststelling eventuele schaarste

Artikel 9

  • 1 Indien de minister op grond van artikel 6, vierde lid, vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag is geweigerd op grond van artikel 6, vijfde lid, dan wel is afgewezen op grond van artikel 3.18 van de wet, slechts één aanvrager voldoet aan de eisen, gesteld in artikel 6, vindt de veiling niet plaats en wordt de vergunning aan de betreffende aanvrager verleend.

  • 2 Indien de minister op grond van artikel 6, vierde lid, vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag is geweigerd op grond van artikel 6, vijfde lid, dan wel is afgewezen op grond van artikel 3.18 van de wet, meerdere aanvragers voldoen aan de eisen, gesteld in artikel 6, wordt de vergunning geveild.

Artikel 10

  • 1 Indien na toepassing van artikel 9 de noodzaak van veilen is komen vast te staan, deelt de minister de desbetreffende aanvragers dit schriftelijk mede.

  • 2 Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de deelnemers tevens bekendgemaakt hoeveel deelnemers er in totaal zijn.

Paragraaf 5. De veiling

Artikel 11

  • 1 De veiling vindt plaats via internet, met behulp van een elektronisch veilingsysteem, en geschiedt door middel van een klokveiling, waarbij de minister de rondeprijzen bepaalt en de deelnemer de keuze heeft om voor de door de minister vastgestelde rondeprijs een bod uit te brengen op de vergunning.

  • 2 Biedingen worden uitsluitend uitgebracht door middel van het elektronisch veilingsysteem.

  • 3 Andere communicatie vindt plaats via het elektronisch veilingsysteem dan wel telefonisch of per e-mail, waarbij de deelnemer bereikbaar is op het door hem in zijn aanvraag opgegeven telefoonnummer en e-mailadres en de minister bereikbaar is op het telefoonnummer en e-mailadres bedoeld in artikel 12, onderdeel c.

  • 4 De veiling wordt uitsluitend op werkdagen gehouden.

  • 5 De minister leidt de veiling en draagt zorg voor een goed verloop van de veiling.

Artikel 12

De minister deelt een deelnemer uiterlijk twee weken voor de aanvang van de veiling schriftelijk mee:

  • a. de datum, de aanvangstijd en de duur van de eerste biedronde;

  • b. de voor de veiling benodigde programmatuur;

  • c. het telefoonnummer en het e-mailadres waarop de minister bereikbaar is;

  • d. de combinatie van een inlogcode en wachtwoord van de deelnemer;

  • e. het certificaat om in te kunnen loggen, en

  • f. het internetadres waarop de deelnemer inlogt teneinde aan de veiling deel te nemen.

Artikel 13

  • 1 Een deelnemer, inbegrepen diegene die een deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat, onthoudt zich van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.

  • 2 De minister kan de veiling stopzetten of opschorten indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken of gedragingen in strijd met het eerste lid.

  • 3 De minister kan een deelnemer die naar het oordeel van de minister in strijd handelt met het eerste lid van deelname of van verdere deelname aan de veiling uitsluiten.

  • 4 Indien een deelnemer in strijd heeft gehandeld met het eerste lid, kan de minister:

    • a. de uitkomst van een of meer biedronden ongeldig verklaren, of

    • b. besluiten dat een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden.

Artikel 14

  • 1 De minister bepaalt wanneer de biedronden van de veiling plaatsvinden en de duur van die biedronden.

  • 2 Een deelnemer is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden.

Artikel 15

  • 1 Indien een deelnemer in een biedronde of verlengde biedronde, bedoeld in artikel 17, eerste lid, geen bod uitbrengt, is de betreffende deelnemer, onverminderd artikel 21, niet gerechtigd in de volgende biedronden een bod uit te brengen.

  • 2 Indien de veiling wordt opgeschort krachtens artikel 17, vijfde lid, kan de minister besluiten dat:

    • a. alle biedingen uitgebracht in die ronde vervallen, tenzij alle nog actieve deelnemers reeds een bod in die ronde hebben uitgebracht, of

    • b. de laatste biedronde opnieuw wordt gehouden.

Artikel 16

Een deelnemer brengt per biedronde maximaal één bod uit.

Artikel 17

  • 1 Indien een deelnemer een biedronde laat verstrijken zonder dat hij een bod uitbrengt wordt die biedronde voor die deelnemer eenmalig van rechtswege verlengd met een termijn van 30 minuten.

  • 3 Een op grond van het eerste lid verlengde biedronde is afgelopen zodra:

    • a. alle deelnemers wiens biedronde is verlengd, een bod hebben uitgebracht, of

    • b. de verlengde biedronde voor een deelnemer is verstreken.

  • 4 De minister deelt in het geval, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk aan alle deelnemers mee dat de biedronde ten behoeve van een of meer deelnemers is verlengd.

  • 5 De minister kan de veiling opschorten indien zich naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden voordoen buiten de beïnvloedingssfeer van de minister of de deelnemers dan wel technische problemen optreden waardoor de veiling tijdelijk geen doorgang kan vinden. Een dergelijke omstandigheid of probleem wordt door een deelnemer onverwijld maar uiterlijk binnen 10 minuten na afloop van een biedronde of verlengde biedronde per telefoon gemeld aan de minister.

  • 6 Indien er technische problemen optreden bij een deelnemer, kan de minister verlangen dat biedingen worden uitgebracht door middel van een computer die de minister ter beschikking stelt op een door hem te bepalen locatie.

Artikel 18

  • 1 De minister deelt elke deelnemer zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde mee:

    • a. zijn bod in de vorige biedronde;

    • b. de rondeprijs die in de volgende biedronde geldt;

    • c. de aanvangstijd en de duur van de volgende biedronde;

    • d. het aantal deelnemers nog actief in de veiling waarbij de identiteit van de overige deelnemers geheim blijft, en

    • e. zijn verlengingsmogelijkheden in de volgende biedronde.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, onder b, c, d, en e, wordt geen informatie over een volgende biedronde gegeven indien de biedronde op grond van artikel 20, eerste lid, definitief eindigt.

Artikel 19

  • 1 De prijs in de eerste biedronde is € 0,–.

  • 2 De minister bepaalt de rondeprijs in de tweede biedronde.

  • 3 In de derde en volgende biedronden verhoogt de minister de rondeprijs zodanig dat de verhoging van de rondeprijs in een biedronde ten hoogste 100% is ten opzichte van de rondeprijs in de daaraan voorafgaande ronde.

  • 4 Indien dit naar het oordeel van de minister nodig is voor een evenwichtige vraagontwikkeling of een efficiënt verloop van de veiling kan hij afwijken van het derde lid.

Artikel 20

  • 1 De laatste biedronde is de eerste biedronde waarin één geldig bod is uitgebracht.

  • 2 De deelnemer die het in het eerste lid bedoelde bod heeft uitgebracht wint de vergunning tegen de prijs van de laatste biedronde.

  • 3 Het in het eerste lid bedoeld bod is het winnende bod.

Artikel 21

  • 1 Indien in een biedronde geen bod is uitgebracht, komt deze laatste biedronde te vervallen.

  • 2 De biedronde wordt opnieuw gehouden, waarbij de minister de rondeprijs in deze biedronde vaststelt op een bedrag hoger dan de rondeprijs in de laatste ronde waarin tenminste twee biedingen zijn uitgebracht, maar lager dan de rondeprijs in de laatste biedronde waarin geen bod is uitgebracht.

  • 3 Aan de biedronde, bedoeld in het tweede lid, nemen uitsluitend die deelnemers deel die een bod hebben uitgebracht in de laatste biedronde waarin twee of meer biedingen zijn uitgebracht.

Paragraaf 6. Vergunningverlening

Artikel 22

  • 1 Met toepassing van artikel 20 wordt de vergunning verleend aan de deelnemer met het winnende bod. Het door de betreffende deelnemer voor de vergunning verschuldigde bedrag is gelijk aan de van toepassing zijnde rondeprijs die gold in de ronde waarin zijn winnende bod is uitgebracht. De minister deelt alle deelnemers mee aan wie de vergunning wordt verleend.

  • 2 De minister wijst de overige aanvragen af.

  • 3 Uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan:

    • a. stort de minister de waarborgsom van de aanvrager aan wie geen vergunning wordt verleend, terug;

    • b. stuurt de minister aan de bank van iedere aanvrager aan wie geen vergunning wordt verleend en die ter zekerheidstelling een bankgarantie heeft overgelegd, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de aanvrager.

  • 4 De deelnemer aan wie de vergunning wordt verleend, betaalt het door hem verschuldigde bedrag binnen twee weken nadat de vergunning aan hem is verleend op de wijze die is bepaald in zijn vergunning.

  • 5 Indien de deelnemer aan wie een vergunning is verleend een bankgarantie heeft verstrekt, stuurt de minister, zodra het voor de vergunning verschuldigde bedrag is ontvangen, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt aan de bank van die deelnemer. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de deelnemer. Indien het verschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn is ontvangen, kan de minister de bankgarantie voor de betaling ervan aanwenden.

  • 6 Indien de deelnemer aan wie een vergunning is verleend een waarborgsom heeft gestort wordt de waarborgsom aangewend voor de betaling van het voor de vergunning verschuldigde bedrag, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat:

    • a. indien de waarborgsom van een deelnemer minder dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag bedraagt, die deelnemer het restant van het verschuldigde bedrag betaalt overeenkomstig het vierde lid, en

    • b. indien de waarborgsom van een deelnemer meer dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag bedraagt, het bedrag van de waarborgsom dat resteert, aan die deelnemer wordt teruggestort uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan.

  • 7 De minister vergoedt de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 7, derde lid, onder a, met dien verstande dat de rente wordt vergoed tot en met de dag:

    • a. voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort: voor de deelnemer aan wie geen vergunning wordt verleend, of

    • b. waarop de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan: voor de deelnemer aan wie de vergunning wordt verleend, met dien verstande dat er alleen rente wordt betaald over het door de deelnemer gestorte bedrag.

  • 8 De minister vergoedt voorts aan een deelnemer van wie de waarborgsom meer bedraagt dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag, rente over het restant, bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, over de periode vanaf de dag na de dag dat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort, met dien verstande dat alleen rente wordt betaald over dat restant.

  • 9 De minister stort de rente, bedoeld in het zevende en achtste lid, terug op dezelfde dag waarop hij de waarborgsom of het bedrag dat resteert van de waarborgsom, terugstort.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 23

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 24

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag- en veilingprocedure voor vergunning voor frequentieruimte ten behoeve van digitale omroep (digitale ethertelevisie).

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 15 april 2016

De

Minister

van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp

Bijlage I. Model aanvraag vergunning als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure voor vergunning voor frequentieruimte ten behoeve van digitale omroep (digitale ethertelevisie)

– Model aanvraagformulier –

Onderdeel A

A.1. Algemeen

Statutaire naam aanvrager: .....

Nummer van inschrijving in het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: .....

Land van inschrijving in het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: .....

Beherende instantie van het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: ....

E-mailadres: .....

Telefoonnummer waarop de vertegenwoordigingsbevoegde tijdens de veiling bereikbaar is: .....

Recent uittreksel uit het handelsregister

  • Een recent uittreksel, niet ouder dan een maand gerekend vanaf de datum van indiening van de aanvraag, van het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register is bijgevoegd.

A.2. Vertegenwoordigingsbevoegdheid

Opgave van degene(n) die bevoegd zijn (is) om de aanvrager rechtsgeldig te vertegenwoordigen in verband met deze aanvraag en alle handelingen gedurende de veilingprocedure, met opgave van eventuele beperkingen met betrekking tot die vertegenwoordigingsbevoegdheid:

  • A.2.1 Functionaris 1

    Naam: .....

    Volledige voornamen: .....

    Functie bij aanvrager: .....

    Soort identiteitsbewijs: .....

    Nummer identiteitsbewijs: .....

    Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

    Opgave van beperkingen van bevoegdheid: ....

    Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

    Handtekening: .....

  • A.2.2 Functionaris 2

    Naam: .....

    Volledige voornamen: .....

    Functie bij aanvrager: .....

    Soort identiteitsbewijs: .....

    Nummer identiteitsbewijs: .....

    Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

    Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

    Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: ....

    Handtekening .....

  • A.2.3 Functionaris 3

    Naam: .....

    Volledige voornamen: .....

    Functie bij aanvrager: .....

    Soort identiteitsbewijs: .....

    Nummer identiteitsbewijs: .....

    Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

    Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

    Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

    Handtekening .....

  • A.2.4 Functionaris 4

    Naam: .....

    Volledige voornamen: .....

    Functie bij aanvrager: .....

    Soort identiteitsbewijs: .....

    Nummer identiteitsbewijs: .....

    Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

    Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

    Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

    Handtekening .....

Indien de vertegenwoordigingsbevoegdheid niet blijkt uit het handelsregister of een daarmee vergelijkbaar register, maar uit een volmacht, moet een kopie van de volmacht worden bijgevoegd.

A.3. Schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure voor vergunning voor frequentieruimte ten behoeve van digitale omroep (digitale ethertelevisie)

  • Ondertekende schriftelijke verklaring is bijgevoegd.

A.4. Schriftelijke verklaring omtrent de juistheid van gegevens

  • A.4.1 De aanvrager is een rechtspersoon, opgericht in overeenstemming met het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

  • A.4.2 De aanvrager is wel/niet* ontbonden.

  • A.4.3 De aanvrager is wel/niet* failliet verklaard.

  • A.4.4 De aanvrager heeft wel/niet* eigen aangifte tot faillissement gedaan.

  • A.4.5 Een verzoek tot faillissement van de aanvrager is wel/niet* ingediend.

  • A.4.6 Aan de aanvrager is wel/geen* surseance van betaling verleend.

  • A.4.7 De aanvrager heeft wel/geen* aanvraag tot surseance van betaling gedaan.

* Doorhalen wat niet van toepassing is.

Verklaring notaris

Ondergetekende, notaris te .....(plaatsnaam)

Verklaart, zonder voorbehoud, dat:

  • (i) de informatie die in deze aanvraag is verstrekt onder A.1, A.2, A.4.1, A.4.2, A.4.3 en A.4.6 door hem is geverifieerd en juist en volledig is bevonden;

  • (ii) dat de informatie die in deze aanvraag is verstrekt onder A.4.4, A.4.5 en A.4.7 door hem naar beste kunnen is geverifieerd en naar zijn oordeel juist en volledig is;

  • (iii) de personen genoemd bij A.2 door hem/haar zijn geïdentificeerd in persoon, volgens de regels van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, ten behoeve van de minister, ten bewijze waarvan een kopie van het identiteitsbewijs aan de hand waarvan verificatie van de identiteit heeft plaatsgevonden hierbij wordt gevoegd, en dat die personen in zijn bijzijn zijn/haar handtekening heeft geplaatst bij A.2.

Naam: .....

Plaats: .....

Datum: ....

Handtekening .....

De verklaring van de notaris mag desgewenst door middel van een bijlage worden verstrekt.

Onderdeel B

Vergunningen waarop de aanvraag betrekking heeft

Ik vraag de vergunning voor digitale ethertelevisie aan.

Bestuurdersverklaring

Ondergetekende verklaart dat de informatie die in deze aanvraag is verstrekt juist en volledig is.

Naam: ....

Plaats: .....

Datum: .....

Handtekening .....

Bijlage II. Model bankgarantie als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder b, van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure voor vergunning voor frequentieruimte ten behoeve van digitale omroep (digitale ethertelevisie)

– Model bankgarantie –
  • I. De ondergetekende .... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte)*, gevestigd te ...., mede kantoorhoudende te ....., hierna te noemen: ‘de Bank’;

    In aanmerking nemende:

    • A. dat artikel 3.13, eerste lid, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat voor het gebruik van frequentieruimte een vergunning is vereist van de Minister van Economische Zaken (hierna: ‘de Minister’);

    • B. dat .......... (naam aanvrager), rechtspersoon naar .......... (het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte) recht, waarvan de zetel is gevestigd te .........., kantoorhoudende te .........., hierna te noemen: ‘de Aanvrager’, voornemens is een bieding in de veiling uit te brengen teneinde een vergunning als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, van de Telecommunicatiewet te verwerven voor commerciële digitale ethertelevisie;

    • C. dat de Minister met betrekking tot de verlening van een vergunning regels heeft gesteld. Deze regels zijn vastgelegd in de Regeling aanvraag- en veilingprocedure voor vergunning voor frequentieruimte ten behoeve van digitale omroep (digitale ethertelevisie) (hierna; de Regeling);

    • D. dat degene die een aanvraag om de voornoemde vergunning indient op grond van artikel 7 van de Regeling verplicht is voor de vergunning een zekerheid te verschaffen door een waarborgsom ter grootte van € 1.000.000 te storten dan wel voor dat bedrag een bankgarantie te verstrekken. Deze zekerheid heeft een looptijd tot, in geval van afwijzing van de aanvraag, het tijdstip van die afwijzing of tot, in geval van toewijzing van de aanvraag, het tijdstip waarop het bod volledig is betaald;

    • E. dat de Aanvrager op grond hiervan is gehouden een waarborgsom te storten of een bankgarantie te doen stellen ter zekerheid van al hetgeen de Aanvrager ter zekerheid verschuldigd is, hierna te noemen: ‘de Vordering’, aan de Staat der Nederlanden, rechtspersoon naar Nederlands recht, waarvan de statutaire zetel is gevestigd te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: ‘de Staat’;

    • F. dat de Aanvrager de Bank heeft verzocht een onherroepelijke en onafhankelijke bankgarantie te stellen ten behoeve van de Staat, welke op eerste verzoek van de Staat betaalbaar is;

  • II. Verbindt zich tot het navolgende:

    • 1. De Bank stelt zich bij wijze van zelfstandige verbintenis tot een bedrag van € 1.000.000 (zegge: één miljoen euro), onherroepelijk garant jegens de Staat voor de betaling van al hetgeen de Staat blijkens een schriftelijke verklaring van de Staat ter zake van de Vordering van de Aanvrager te vorderen heeft, aldus dat de Bank zich verbindt het gevorderde bedrag als eigen verplichting aan de Staat te voldoen.

    • 2. De Bank verbindt zich om als eigen schuld op eerste verzoek en op de enkele schriftelijke mededeling van de Staat zonder overlegging van enig ander document of opgaaf van redenen te verlangen, aan de Staat te voldoen het bedrag dat de Staat verklaart ter zake van de Vordering van de Aanvrager te vorderen te hebben, met dien verstande dat de Bank nimmer gehouden is aan de Staat meer te voldoen dan het hiervoor vermelde maximumbedrag.

    • 3. Deelberoepen onder deze bankgarantie zijn mogelijk. Het maximumbedrag van deze bankgarantie wordt met een bedrag gelijk met dat van elk deelberoep verlaagd.

    • 4. Deze bankgarantie vervalt na ontvangst door de Bank van een per aangetekende brief gezonden schriftelijke verklaring van de Staat dat de bankgarantie vervalt en in ieder geval één jaar na datum van ondertekening van deze garantie, tenzij de Bank ten minste één maand voor de einddatum van de garantie per aangetekende brief een schriftelijke verklaring van of namens de Minister heeft ontvangen dat deze bankgarantie niet vervalt, in welk geval de garantie telkens voor een nieuwe termijn van een jaar geldig is.

    • 5. Deze bankgarantie wordt beheerst door Nederlands recht. Geschillen ter zake van deze bankgarantie kunnen uitsluitend worden voorgelegd aan de bevoegde Nederlandse rechter te ’s-Gravenhage.

    • 6. Na verval van deze bankgarantie kan de Staat geen enkele aanspraak meer maken jegens de Bank uit hoofde van deze bankgarantie tenzij de Bank voorafgaande aan het moment waarop deze bankgarantie zou vervallen een mededeling ontving als bedoeld onder 2 waaraan de Bank nog niet voldeed. Op verzoek van de Bank zal de Staat deze bankgarantie nadat deze is vervallen retourneren aan de Bank.

Plaats: ..........................................................................................................................................................................

Datum: .........................................................................................................................................................................

Naam Bank en ondertekening

.....................................................................................................................................................................................

* hetgeen in het bovenstaande cursief is gedrukt moet door de Bank worden ingevuld.

Bijlage III. Verklaring als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure voor vergunning voor frequentieruimte ten behoeve van digitale omroep (digitale ethertelevisie)

Ondergetekende verklaart dat hij zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich na het indienen van de aanvraag zal onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het verrichten van dergelijke gedragingen.

Naam aanvrager:

Handtekening: