Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit instelling Adviescommissie bezwaren personele aangelegenheden EZ 2016

Geldend van 05-04-2016 t/m heden

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 1 april 2016, nr. WJZ/16024310, houdende instelling van de Adviescommissie bezwaren personele aangelegenheden van het Ministerie van Economische Zaken 2016 (Besluit instelling Adviescommissie bezwaren personele aangelegenheden EZ 2016)

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • commissie: Adviescommissie bezwaren personele aangelegenheden EZ;

  • bezwaarde: medewerker die een bezwaarschrift heeft ingediend;

  • medewerker: personeelslid en gewezen personeelslid van het ministerie, aangesteld krachtens het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

  • de minister: de Minister van Economische Zaken;

  • het ministerie: het Ministerie van Economische Zaken.

Paragraaf 2. De commissie

Artikel 2

  • 1 Er is een Adviescommissie bezwaren personele aangelegenheden EZ.

  • 2 De commissie heeft tot taak de minister te adviseren over de te nemen besluiten op haar door de minister voorgelegde bezwaren van medewerkers tegen beslissingen die jegens hen als zodanig zijn genomen door, namens of op voordracht van de minister, waarbij hun rechtspositioneel belang rechtstreeks is betrokken.

  • 3 Het tweede lid is niet van toepassing als ingevolge enig wettelijk voorschrift een andere commissie over het betrokken bezwaar adviseert.

Artikel 3

  • 1 De commissie bestaat uit ten minste vijf door de minister benoemde leden.

  • 2 Leden van de commissie zijn:

    • a. één door de minister aangewezen voorzitter, niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de minister;

    • b. ten minste twee door de minister aangewezen medewerkers;

    • c. ten minste twee door de minister aangewezen leden op voordracht van het Departementaal Georganiseerd Overleg.

  • 3 De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, niet zijnde lid, die een medewerker is van het Expertisecentrum Organisatie en Personeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • 4 Voor ieder lid van de commissie kan de minister ten minste één plaatsvervanger benoemen. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4

  • 1 De leden en plaatsvervangende leden van de commissie worden benoemd en ontslagen door de minister.

  • 2 De leden en de plaatsvervangende leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar.

  • 3 De leden en de plaatsvervangende leden van de commissie kunnen één maal worden herbenoemd.

Artikel 5

  • 1 De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de commissie ontvangen een vergoeding per vergadering van € 357.

  • 2 De leden en plaatsvervangende leden van de commissie ontvangen een vergoeding per vergadering van € 275.

  • 3 De door de minister als lid aangewezen ambtenaren ontvangen geen vergoeding als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Artikel 6

  • 1 Per bezwaarbehandeling bestaat de commissie uit een voorzitter, een lid als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, en een lid als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder c.

  • 2 In gevallen waarin het niet mogelijk blijkt een commissie samen te stellen overeenkomstig het eerste lid, bepaalt de voorzitter de samenstelling van de commissie.

Paragraaf 3. Verschoning en wraking

Artikel 7

  • 1 De leden van de commissie verschonen zich van de behandeling van zaken waarbij zij in enig opzicht betrokken zijn geweest.

  • 2 De leden van de commissie kunnen worden gewraakt om aan de behandeling van in het eerste lid bedoelde zaken deel te nemen.

  • 3 De leden van de commissie, met uitzondering van de gewraakte leden, beslissen of de wraking wordt toegestaan. Bij staken van stemmen is de wraking toegestaan.

Paragraaf 4. Bijzondere bepalingen over de werkwijze van de commissie

Artikel 8

  • 1 Iedere medewerker is verplicht alle inlichtingen naar waarheid en zonder voorbehoud te verstrekken die de commissie nodig acht voor het uitbrengen van een advies.

  • 2 De commissie kan daarvoor in aanmerking komende derden oproepen voor het verkrijgen van inlichtingen die zij behoeft, mits over daarmee gemoeide kosten vooraf overeenstemming bestaat met de minister.

Artikel 9

  • 1 De commissie kan zich door deskundigen van advies en verslag laten dienen.

  • 2 De commissie kan overlegging vorderen van ter zake dienende bescheiden.

  • 3 De commissie is bevoegd een onderzoek ter plaatse in te stellen of te doen instellen.

Artikel 10

  • 1 De bij de behandeling van een zaak betrokken leden van de commissie stellen het advies van de commissie vast bij meerderheid van stemmen. Geen der betrokken leden onthoudt zich van stemming.

  • 2 De secretaris bereidt het schriftelijk advies van de commissie voor.

  • 3 De bij de behandeling van een zaak fungerend voorzitter en fungerende secretaris van de commissie ondertekenen het advies.

  • 4 De secretaris zendt het advies en het verslag van de hoorzitting aan de minister.

Artikel 11

Het is de leden en de secretaris van de commissie en hun plaatsvervangers verboden:

  • a. hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie gevorderd wordt;

  • b. de gevoelens te openbaren, die tijdens de beraadslaging over het bezwaar zijn geuit;

  • c. over een aan hen voorgelegde zaak of over een zaak die, naar zij weten of kunnen vermoeden, aan hen zal worden voorgelegd zich uit te laten in enig onderhoud of gesprek met:

    • 1°. de bezwaarde, zijn raadsman of gemachtigde;

    • 2°. degene die het betrokken besluit heeft genomen of de door deze aangewezen vertegenwoordiger;

  • d. enige schriftelijke informatie in ontvangst te nemen van de in onderdeel c bedoelde personen of dezen in de gelegenheid te stellen anderszins hierover mededelingen aan hen te doen, met uitzondering van informatie of mededelingen aan de secretaris in het kader van de normale secretariaatswerkzaamheden.

Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12

De bezwaren die voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn voorgelegd aan de Adviescommissie bezwaren personele aangelegenheden EZ, ingesteld bij het Besluit instelling Adviescommissie bezwaren personele aangelegenheden EZ 2013, en waarover nog geen advies over de te nemen beslissing op bezwaar is uitgebracht, worden geacht aan de in artikel 2 van dit besluit bedoelde commissie te zijn voorgelegd.

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking op 1 april 2016.

Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 maart 2016, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 april 2016.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit instelling Adviescommissie bezwaren personele aangelegenheden EZ 2016.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden toegezonden aan betrokkenen, aan de Adviescommissie bezwaren personele aangelegenheden EZ en aan het Departementaal Georganiseerd Overleg.

’s-Gravenhage, 1 april 2016

De

Minister

van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp