Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling aanpassing declaratiebepalingen DBC’s in de curatieve GGZ met betrekking tot hoofdbehandelaarschap en verblijf 2013

Geldend van 03-03-2016 t/m heden

Regeling aanpassing declaratiebepalingen DBC’s in de curatieve GGZ met betrekking tot hoofdbehandelaarschap en verblijf 2013

Ingevolge artikel 27, 36, 37 en 38 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels over de wijze waarop declaratie van DBC’s in de curatieve GGZ dient plaats te vinden.

1. Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op zorgaanbieders die tweedelijns1 curatieve geestelijke gezondheidszorg (GGZ), als bedoeld in artikel 3, onder b, leveren en die in 2013 geleverde of aangevangen zorgprestaties op grond van een beschikking als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de wet dienen te declareren door middel van DBC’s.

2. Doel van de regeling

Deze regeling beoogt om de Regeling Declaratiebepalingen DBC’s in de curatieve GGZ met kenmerk NR/CU-524 aan te vullen voor wat betreft de mogelijkheid voor ziektekostenverzekeraars en aanbieders om voor 2013 een overgangsperiode overeen te komen voor de verplichtingen omtrent het hoofdbehandelaarschap. Daarnaast beoogt deze regeling om de eisen omtrent verblijf 2013 nader te duiden.

3. Begripsbepalingen

In aanvulling op de begripsbepalingen uit de Regeling Declaratiebepalingen DBC’s in de curatieve GGZ met kenmerk NR/CU-524 wordt in deze regeling verstaan onder:

  • 3.1 aanwijzing

    De aanwijzing d.d. 19 februari 2016 met kenmerk 926944-147689-MC.

  • 3.2 brief

    De opdrachtbrief van het ministerie van VWS d.d. 5 februari 2016 met kenmerk 916246-147092-CZ.

  • 3.3 regel NR/CU-524

    De Regeling Declaratiebepalingen DBC’s in de curatieve GGZ zoals die in werking was van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 met kenmerk NR/CU-524.

  • 3.4 deze regeling

    de voorliggende regeling ‘Regeling aanpassing declaratiebepalingen DBC’s in de curatieve GGZ met betrekking tot hoofdbehandelaarschap en verblijf 2013’

4. Hoofdbehandelaarschap

In regel NR/CU-524 is de volgende bepaling vastgelegd in artikel 4 lid 4 sub d:

Voor het leveren van zorg aan een cliënt kan de zorgaanbieder een bij deze zorg behorend DBC-tarief declareren indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:
  • d. de hoofdbehandelaar, als bedoeld in artikel 3, g, heeft voor het stellen van een diagnose, direct cliëntgebonden tijd, zoals genoemd in bijlage 6 van het document ‘Spelregels DBC-registratie GGZ 2013’, besteed aan de cliënt waarvoor wordt gedeclareerd.

In aanvulling hierop geldt dat:

In afwijking van het bepaalde in artikel 4, vierde lid, onder d, kan in gevallen waarin zorgaanbieder en ziektekostenverzekeraar dat uitdrukkelijk zijn overeengekomen, een in 2013 geopende DBC in rekening worden gebracht, zonder dat sprake is van direct cliëntgebonden tijd van de hoofdbehandelaar.

5. Verblijfsprestaties e, f en g

In het document ‘Spelregels DBC-registratie GGZ 2013’ welke onderdeel is van de regel NR/CU-524 zijn onder meer de verblijfsprestaties E, F en G vastgelegd. Bij verblijfsprestatie E staat ‘de patiënten blijven tijdens de duur van de behandeling in de kliniek.’ en bij F en G ‘De patiënten blijven tijdens de gehele duur van de behandeling in de kliniek.’

In aanvulling hierop geldt dat:

Voor verblijfsprestatie E geldt dat ‘de patiënten blijven doorgaans tijdens de duur van de behandeling in de kliniek.’

Voor verblijfsprestatie F en G geldt dat ‘De patiënten blijven doorgaans tijdens de gehele duur van de behandeling in de kliniek.’

6. Inwerkingtreding en citeerregel

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg wordt geplaatst. Deze nadere regel heeft betrekking op DBC’s geopend in de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013.

Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Regeling aanpassing declaratiebepalingen DBC’s in de curatieve GGZ met betrekking tot hoofdbehandelaarschap en verblijf 2013’.

De Nederlandse Zorgautoriteit,

M.J. Kaljouw

voorzitter Raad van Bestuur

  • ^ [1]

    De term ‘tweedelijns’ is in 2013 bewust gekozen ter onderscheiding van de eerstelijns psychologische zorg, waarvoor destijds vrije tarieven golden als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel a, van de Wmg. Op laatstgenoemde categorie zorg is deze beleidsregel derhalve niet van toepassing. Waar in deze beleidsregel wordt gesproken van curatieve GGZ wordt steeds gedoeld op tweedelijns curatieve GGZ.