Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016

Geldend van 19-07-2016 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 februari 2016, nr. MBO/794457, houdende de vaststelling van het model kwalificatiedossier mbo, het model keuzedeel mbo, inclusief de bij de modellen behorende instructie en het toetsingskader kwalificatiestructuur mbo (Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op artikel 7.2.4, zesde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Artikel 1. Vaststelling van modellen, instructies en toetsingskader

  • 1 Het model voor een kwalificatiedossier wordt vastgesteld op de wijze bedoeld in bijlage 1 behorende bij deze regeling.

  • 2 Het model voor een keuzedeel wordt vastgesteld op de wijze bedoeld in bijlage 2 behorende bij deze regeling.

  • 3 De instructies behorende bij de modellen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden vastgesteld op de wijze bedoeld in bijlage 3 behorende bij deze regeling.

  • 4 Het toetsingskader voor de kwalificatiestructuur wordt vastgesteld op de wijze bedoeld in bijlage 4 behorende bij deze regeling.

Artikel 2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 februari 2016.

Artikel 3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016.

Deze regeling wordt met toelichting en bijlagen in de Staatscourant geplaatst.

De bijlagen worden eveneens geplaatst op de websites:

• www.s-bb.nl/kwalificatiedossiers; en

• www.s-bb.nl/keuzedelen.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

M. Bussemaker

Bijlage 1. behorende bij de Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016

Bijlage 256687.png
Bijlage 256688.png
Bijlage 256689.png
Bijlage 256690.png
Bijlage 256691.png
Bijlage 256692.png
Bijlage 256693.png
Bijlage 256694.png

Bijlage 2. behorende bij de Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016

Bijlage 256695.png
Bijlage 256696.png

Bijlage 3. behorende bij de Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016

Bijlage 256697.png

Instructies bij de ontwikkeling van kwalificatiedossiers mbo, keuzedelen en de verantwoordingsinformatie

Voor kwalificatiedossiers, keuzedelen en verantwoordingsinformatie vanaf schooljaar 2016-2017

Inhoudsopgave

DEEL I: HET KWALIFICATIEDOSSIER 13
1. Het model 13
2. Voorblad, colofon en overzicht dossier 13

2.1

Voorblad

13

3. Basisdeel 15

3.1

Een substantieel basisdeel als fundament voor een dossier

15

3.2

Karakteristiek van het basisdeel

15

3.3

Beroepsspecifieke onderdelen van het basisdeel

15

3.3.1

Typering van de beroepengroep

15

3.3.2

Kerntaken

16

3.3.3

Aanvullende eisen

16

3.3.4

Complexiteit

17

3.3.5

Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid

17

3.3.6

Vakkennis en vaardigheden

17

3.3.7

Werkproces(omschrijving)

18

3.3.8

Resultaat

19

3.3.9

Gedrag

19

3.4

Generieke onderdelen van het basisdeel

19

3.5

Interne consistentie

19

4. Profieldeel 20

4.1.

Karakteristieken van het profieldeel

20

4.2.

Clusteren van profielen in een dossier

20

4.3.

Algemene informatie profieldeel

20

4.4.

Typering van het beroep

20

4.5.

Beroepsvereisten

20

4.5.1.

Verbijzondering beroepsvereisten

21

4.6.

Onderdeel waaraan een certificaat is verbonden

22

4.7.

Profiel specifieke kerntaken en werkprocessen

22

4.8.

Beroepsgerichte taal- en rekeneisen

22

4.9.

Beroepsgerichte moderne vreemde talen (mvt)

23

DEEL II: HET KEUZEDEEL 24
5. Instructie ontwikkeling keuzedeel 24

5.1.

Inleiding

24

5.2.

Karakteristieken van het keuzedeel

24

5.3.

Inhoud keuzedeel

25

5.4.

Voorblad

25

5.5.

Algemene informatie

25

5.6.

Richtlijnen voor het koppelen van het keuzedeel aan de kwalificatie

28

DEEL III: DE VERANTWOORDINGSINFORMATIE BIJ HET KWALIFICATIEDOSSIER 29
6. Instructie uitwerking verantwoordingsinformatie 29

6.1

Beroepscompetentieprofielen (bcp)

29

6.2

Arbeidsmarktinformatie

29

6.3

Trends en ontwikkelingen

29

6.4

Beroepsvereisten

30

6.5

Bijzondere vereisten

30

6.6

Beroepsspecifieke moderne vreemde talen

30

6.7

Ontwikkelmogelijkheden van de beroepsbeoefenaar in het onderwijs

31

6.8

Onderhoudsagenda

31

6.9

Wijzigingen ten opzichte van voorgaande versie

31

6.10

Betrokkenen

31

6.11

Middenkaderopleidingen van meer dan 3 jaar

32

6.12

Certificaten

32

6.13

Sectorale examenafspraken

32

6.14

Aanvullende informatie

32

BIJLAGE 1: DESCRIPTOREN NLQF 32
BIJLAGE 2: EUROPEES REFERENTIEKADER MVT 33

Leeswijzer

Deze instructie is een handleiding voor de ontwikkeling van kwalificatiedossiers, verantwoordingsinformatie en keuzedelen. De instructie behoort bij het model kwalificatiedossier mbo en het model keuzedeel.

Dit document bestaat uit drie delen. Het eerste deel gaat in op het ontwerp van het kwalificatiedossier. Het bevat, per onderdeel van het model, instructies voor de beschrijving van verschillende onderdelen in het basis- en profieldeel. Het tweede deel bevat de instructie voor de uitwerking van het keuzedeel. Het derde deel bevat de instructie voor de invulling van de verantwoordingsinformatie behorend bij het kwalificatiedossier. Het kwalificatiedossier en het keuzedeel worden vastgesteld door de Minister van OCW. Dat geldt niet voor de verantwoordingsinformatie.

In bijlage 1 is een overzicht met de NLQF/EQF descriptoren opgenomen. In bijlage 2 is een overzicht van het Europees Referentiekader MVT opgenomen.

Deel I:. Het kwalificatiedossier

1. Het model

Bijlage 256698.png

Toelichting

Basisdeel:

Dit betreft:

 

Het beroepsgerichte basisdeel: de gemeenschappelijke kerntaken en werkprocessen van toepassing op alle profielen in het kwalificatiedossier

 

Het algemene basisdeel: de generieke eisen Nederlandse taal, rekenen en (bij de niveau-4 kwalificaties) Engels.

Profieldeel:

Dit betreft de kerntaken en werkprocessen, van toepassing voor een specifieke kwalificatie voor zover die niet van toepassing zijn op alle profielen in het dossier

Keuzedeel:

Keuzedelen hebben tot doel om bovenop de kwalificatie een verdieping of verbreding te leveren bij de toerusting voor de arbeidsmarkt of een extra voorbereiding voor een vervolgopleiding.

Kwalificatie:

Is opgebouwd uit het profieldeel in samenhang met het basisdeel die samen de kwalificatie-eisen vormen voor het beginnend beroepsniveau.

Kwalificatiedossier:

Het kwalificatiedossier bevat de kwalificatie-eisen voor één of meerdere beroepen en bestaat uit het basisdeel met één of meerdere profielen.

Beroepsopleiding:

Het onderwijs dat gebaseerd is op het totaal van basisdeel + profieldeel + keuzedeel/keuzedelen en daarmee de basis vormt voor de onderwijsprogrammering binnen de daarvoor geldende wettelijke studieduur.

Naast het model kwalificatiedossier is er een separaat model keuzedeel dat afgeleid is van het model van een kwalificatie. Het model kwalificatiedossier is geen onderwijsmodel. Het schrijft niet voor hoe het onderwijs ingericht moeten worden.

2. Voorblad, colofon en overzicht dossier

2.1. Voorblad

Naam kwalificatiedossier, kwalificatie(s) en opleidingsdomein

De naamgeving is kort, weloverwogen en herkenbaar voor onderwijs, bedrijfsleven en deelnemer. De naam is ook uniek in de kwalificatiestructuur. Het kwalificatiedossier bevat de kwalificaties die op basis van verwantschap in de beroepengroep gebundeld zijn.

Dat betekent het volgende:

  • De naam van het kwalificatiedossier verwijst naar de beroepengroep. Hij is herkenbaar voor de sector en de beroepsopleidingen en bevat geen verwijzing naar een niveau. Bijvoorbeeld: Timmeren, Brood en banket, Creatief Vakmanschap.

  • De naam van het profiel / de kwalificatie verwijst naar de beroepsbeoefenaar. Bijvoorbeeld: Allround Timmerman, Patissier, Glazenier.

Opleidingsdomein

Vul de naam van het opleidingsdomein in waartoe dit kwalificatiedossier behoort. Tot welk opleidingsdomein het kwalificatiedossier behoort bepaalt de sectorkamer.

Crebonummers, Versie, Geldig vanaf, Opleidingsdomein

De Toetsingskamer vult de betreffende Crebonummers in, o.b.v. informatie van DUO. Ook versie, geldig vanaf en opleidingsdomein worden ingevuld door de Toetsingskamer.

Binnenblad, colofon

Soorten instellingen

Aangegeven wordt welke soorten onderwijsinstellingen de crebo’s in het dossier mogen aanbieden.

Penvoerder

Voor ieder kwalificatiedossier is één sectorkamer penvoerder. Geef aan welke sectorkamer dat is.

Gevalideerd door

Vul de naam in van de sectorkamer (of de Thema-adviescommissie) die het kwalificatiedossier heeft gevalideerd en de datum waarop dat is gedaan. (Validering door een Thema-adviescommissie is aan de orde wanneer er sprake is van een sector overstijgend keuzedeel.)

Op

Vul de datum in waarop de sectorkamer(s) / de thema-adviescommissie het dossier heeft/hebben gevalideerd. Validering door meerdere Sectorkamers is aan de orde wanneer naast de penvoerder meer sectorkamers betrokken zijn bij de kwalificaties in een dossier.

Het besluit van het bestuur om een kwalificatiedossier te legitimeren moet zijn vastgelegd; deze datum moet overeenkomen met die in het kwalificatiedossier.

Overzicht van het kwalificatiedossier

In een tabel wordt per profiel weergegeven: naam profiel (kwalificatie), het mbo-niveau c.q. het EQF-niveau, beroepsvereisten en de typering van de kwalificatie. Deze gegevens worden automatisch gegenereerd door DigiK1.

Onderstaand volgt een nadere toelichting op de te leveren gegevens.

Niveau-aanduiding

Geef voor de profielen in het dossier het bijbehorende mbo-niveau aan.

In onderstaande tabel staat welk EQF-niveau correspondeert met welk mbo-niveau:

mbo 1

EQF 1

mbo 2

EQF 2

mbo 3

EQF 3

mbo 4

EQF 4

Beroepsvereisten

Kruis aan indien er in het dossier sprake is van (wettelijke) beroepsvereisten. In het profieldeel en in de verantwoordingsinformatie worden die nader toegelicht.

Typering kwalificatie

In onderstaande overzicht staat welk soort beroepsopleiding behoort bij het mbo-niveau van een kwalificatie:

  • Entreeopleiding: niveau 1

  • Basisberoepsopleiding: niveau 2

  • Vakopleiding: niveau 3

  • Middenkaderopleiding: niveau 4

  • Specialistenopleiding: niveau 4

De specialistenopleiding is een eenjarige kopopleiding op mbo-niveau 4 die wordt vormgegeven bovenop een verwante vakopleiding. De specialistenopleiding is voorbehouden aan twee subtypen:

  • a) Specialistenopleidingen voor beroepsbeoefenaren die zich willen verdiepen in het vak.

  • b) Specialistenopleidingen voor aankomende leidinggevenden en ondernemers in het mbo, die met een eenjarige kopopleiding bovenop hun (allround) vakdiploma vervolgens management- of ondernemersvaardigheden willen ontwikkelen.

De specialistenkwalificatie wordt in een zelfstandig kwalificatiedossier vormgegeven, eventueel met meerdere sectorspecifieke profielen. Het kwalificatiedossier voor de specialistenkwalificatie voldoet aan dezelfde eisen als alle andere kwalificatiedossiers.

Naast de tabel genereert DigiK een overzicht van de kerntaken en werkprocessen van de basis en van de profielen.

3. Basisdeel

3.1. Een substantieel basisdeel als fundament voor een dossier

In een dossier worden profielen gebundeld die samen een beroepengroep vormen. Een beroepengroep is te identificeren doordat de profielen gemeenschappelijke kerntaken, werkprocessen, vakkennis en vaardigheden en beroepsidentiteit hebben. Die gemeenschappelijke kern komt (met name) tot uitdrukking in het basisdeel. Die gemeenschappelijkheid moet voldoende substantieel zijn om ook echt te kunnen spreken van een beroepengroep. De gemeenschappelijkheid wordt geringer naarmate er meer profielen in een dossier geclusterd worden en ook naarmate er meer niveaus gecombineerd worden in een dossier. Bij het samenstellen van een dossier moet daarom zorgvuldig afgewogen worden of er sprake is van voldoende gemeenschappelijkheid tussen de profielen om te kunnen spreken van een beroepengroep.

Controlevraag: is er sprake van voldoende gemeenschappelijke vakkennis en vaardigheden, kerntaken en werkprocessen tussen alle profielen in het dossier om te kunnen spreken van een substantieel basisdeel?

3.2. Karakteristiek van het basisdeel

De basis van het kwalificatiedossier bestaat uit het beroepsspecifieke deel van de basis en het generieke deel. Het generieke deel bestaat uit de generieke kwalificatie-eisen aan Nederlandse taal, rekenen, loopbaan en burgerschap en (voor mbo niveau 4) Engels. Samen borgen deze twee delen de drievoudige kwalificering.

De basis vormt een duurzaam fundament voor het dossier. Het beroepsspecifieke deel van de basis beschrijft de kerntaken en de vakkennis, vaardigheden en houdingsaspecten die alle beginnende beroepsbeoefenaren in het betreffende werkveld delen. De basis weerspiegelt als het ware het wezen van de beroepengroep: gemeenschappelijke kerntaken die de essentie van de beroepengroep vormen.

3.3. Beroepsspecifieke onderdelen van het basisdeel

3.3.1. Typering van de beroepengroep

In deze paragraaf wordt gevraagd om op beknopte wijze de kern van de beroepengroep weer te geven. De focus ligt daarbij op de gemeenschappelijke eigenschappen van de in het kwalificatiedossier geclusterde profielen: het wezen van de beroepengroep.

Context: De werkomgeving en plaats waar de beginnende beroepsbeoefenaar zijn werkzaamheden uitvoert. De tekst moet bondig zijn. Er mag geen additionele informatie, zoals handelingen die de beroepsbeoefenaar verricht, vermeld worden.

Typerende beroepshouding: Hier gaat het om de houdingselementen en specifieke (gedrags-) kenmerken van de beginnend beroepsbeoefenaar in de beroepengroep.

Resultaat van de beroepengroep: Wat is het resultaat van de beroepengroep wanneer het beroep op de juiste manier is uitgevoerd? Beschrijf hier geen deelresultaten, maar probeer slechts het eindresultaat dat kenmerkend is voor de beroepengroep te benoemen.

Leg nadruk op de verwantschap van de beroepen in het dossier. De typering van de beroepengroep moet een goed beeld geven van de beroepsuitoefening van de beginnende beroepsbeoefenaar in de beroepengroep.

Zorg ervoor dat deze onderdelen herkenbaar terugkomen in de verdere uitwerking van het dossier:

  • typerende beroepshouding in gedrag bij werkprocessen;

  • resultaat in het resultaat bij werkprocessen.

3.3.2. Kerntaken

Een kerntaak is een belangrijk, redelijk autonoom deel van de beroepsuitoefening en bestaat uit meerdere samenhangende werkprocessen die kenmerkend zijn voor de beroepsuitoefening. De gezamenlijke kerntaken in de basis van een kwalificatiedossier beschrijven de essentie van de beroepengroep. De (beroepsgerichte en generieke) kwalificatie-eisen in de basis vormen gezamenlijk een substantieel deel van de studielast.

Hou bij het formuleren van een kerntaak rekening met de volgende eisen:

  • De kerntaken in de basis behoren tot het wezen van de beroepengroep. Formuleer kerntaken en werkprocessen in de basis daarom op grond van verwantschap tussen beroepscompetentieprofielen.

  • Een kerntaak bestaat uit een serie handelingen met een begin, een einde en een resultaat.

  • Een kerntaak is een serie handelingen die apart waarneembaar is in de beroepspraktijk.

  • Aan de kerntaak zijn de essentiële vakkennis en vaardigheden voor de beroepengroep (basisdeel) c.q. het beroep (profiel) gekoppeld.

  • Vermijd zo veel mogelijk overlap tussen kerntaken.

  • Maak waar beschikbaar gebruik van referentiedocumenten over een eenduidige beschrijving van sector overstijgende kerntaken (zoals bijvoorbeeld het referentiedocument ondernemerschap).

  • Beschrijf een kerntaak op het niveau van de beginnende beroepsbeoefenaar.

3.3.3. Aanvullende eisen

Binnen de gemeenschappelijke basis is het goed voor te stellen dat elk mbo-niveau specifieke kwalificatie-eisen stelt ten aanzien van de mate van complexiteit, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid en de beheersing van vakkennis en vaardigheden of naar de context waarin de werkprocessen uitgevoerd worden. In het model is daarom ruimte voor een gedifferentieerde uitwerking per profiel, die als aanvullende eis aangegeven kan worden. Daarmee wordt recht gedaan aan het niveau en de context van de kwalificatie.

Bewaak de transparantie van het dossier. Vermijd veel beschrijvingen van aanvullende eisen voor de profielen in de basis. Hoe meer specificaties uitgewerkt worden des te minder leesbaar wordt de basis en dat gaat ten koste van de uitvoerbaarheid. Specificeer daarom alleen waar dat echt nodig is.

Aanvullende eisen kunnen er zijn op alle elementen van de kerntaak:

  • Complexiteit

  • Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid

  • Vakkennis en vaardigheden

  • Werkproces

  • Resultaat

  • Gedrag

In de eerste rij wordt het laagste en gemeenschappelijke niveau in het dossier beschreven. In de aanvullende eisen de toevoegingen voor het hogere niveau of de specifieke context per profiel.

Bij complexiteit en verantwoordelijkheid en zelfstandigheid mag van deze regel afgeweken worden. De eerste rij beschrijft dan het gemeenschappelijke van alle profielen in het dossier en in de aanvullende eisen wat afwijkt van het gemeenschappelijke, hoger of lager. Zo kan in de aanvullende eisen bij verantwoordelijkheid en zelfstandigheid aangegeven worden dat handelingen alleen onder begeleiding uitgevoerd mogen worden.

3.3.4. Complexiteit

Complexiteit is één van de aspecten die het niveau van de kerntaak bepalen. Complexiteit wordt beschreven in een lopend verhaal en in de context van de kerntaak.

Complexiteit verwijst naar de aard van het werk, de aard van de vakkennis en vaardigheden en de context waarbinnen handelingen uitgevoerd worden. Beschrijf beknopt:

  • De aard van de werkzaamheden: wisselend of gestructureerd, lokaal of ook internationaal.

  • De mate van standaardisering van werkzaamheden en de diversiteit ervan.

  • De aard van de kennis en vaardigheden: Gaat het om basale of specialistische kennis? Hoe breed is het domein van de kennis c.q. de vaardigheden waarover de beroepsbeoefenaar dient te beschikken? Maak hierbij gebruik van de NLQF-descriptoren (zie bijlage 1).

  • Overige complicerende factoren, zoals mate van afbreukrisico en kenmerkende beroepsdilemma's.

3.3.5. Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid

Beschrijf, met behulp van de NLQF-descriptoren het niveau en in de context van de kerntaak wat de mate van zelfstandigheid en de aard van verantwoordelijkheid is. Beschrijf (waar relevant) het typerende niveau-onderscheid. Waaraan kun je zien om welk niveau het gaat? Dit moet tot uitdrukking komen in de beschrijving.

De NLQF-descriptoren laten bijvoorbeeld zien dat het onderscheid tussen niveau 3 en 4 met name zit in de mate van verantwoordelijkheid voor het werk van anderen: een gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat van routinewerk van anderen (3) tegenover gedeelde verantwoordelijk voor het resultaat van het werk van anderen (4). De 'span of control' is breder bij niveau 4. Zie de tabel hieronder.

Niveau 3

Niveau 4

Werkt samen met gelijken, leidinggevenden en cliënten.

Draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van een afgebakend takenpakket en studie.

Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat van het routinewerk van anderen.

Werkt samen met gelijken, leidinggevenden en cliënten.

Draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van eigen activiteiten, werk en studie.

Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat van het werk van anderen.

3.3.6. Vakkennis en vaardigheden

Het kwalificatiedossier bevat een duidelijke en evenwichtige beschrijving van vakkennis en vaardigheden van de beroepengroep (basistheorieën, principes, concepten, methodieken, instrumenten) die voorwaardelijk zijn voor het succesvol uitoefenen van de werkprocessen in een kerntaak.

Voor de beschrijving van vakkennis en vaardigheden gelden de volgende richtlijnen:

  • Beschrijf vakkennis en vaardigheden actief in een volledige zin met werkwoord, onderwerp en context.

  • Doe dat met behulp van de beschrijvingswijze van het NLQF. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen de diepgang en de inhoud van de kennis of vaardigheid:

Kennis

De beginnend beroepsbeoefenaar bezit ....

NLQF

Niveau

Diepgang

Inhoud

1

Basale kennis

Eenvoudige feiten en ideeën

2

Basiskennis

+ Feiten, ideeën, processen, materialen, middelen en begrippen

3

Kennis

+ Kernbegrippen, eenvoudige theorieën, methoden en processen

4

Brede en specialistische kennis

+ Abstracte begrippen, theorieën

Vaardigheden / Toepassen van kennis

De beginnend beroepsbeoefenaar kan ...

NLQF

Niveau

Diepgang

Inhoud

1

Reproductie kennis

Eenvoudige herkenbare beroepstaken

2

+ Toepassen kennis

+ Gebruik standaardprocedures

3

+ Toepassen kennis

+ Signaleren beperkingen kennis

+ Taken die tactisch en strategisch inzicht vereisen

+ Combineren standaardprocedures

4

+ Toepassen kennis

+ Evalueert en integreert kennis

+ Ontwikkelen van strategieën

+ Analyseren en uitvoeren van redelijk complexe taken

Controlevraag: is de vakkennis en/of de vaardigheid noodzakelijk om het beroep als beginnend beroepsbeoefenaar te kunnen uitoefenen en in hoeverre komt het aan de orde in de (actuele) beroepspraktijk?
  • Geef aan wat het niveau van de gevraagde vakkennis en vaardigheden is door middel van de NLQF-descriptoren. Het NLQF-schema is daarbij richtinggevend. De regel is dat gemiddeld genomen het niveau alle onderdelen in het dossier overeen moet komen met het NLQF-niveau van de kwalificatie. Dat kan betekenen dus ook dat voor sommige vakkennis- en vaardigheidsonderdelen afgeweken kan worden van het gemiddelde niveau en op een hoger of lager niveau gevraagd kan worden. Het kan voorkomen dat het niveau van vakkennis en vaardigheden in een hoger schaal thuishoort dan de gehele kwalificatie omdat deze op het punt van verantwoordelijkheid & zelfstandigheid en/of complexiteit op een lager niveau uitkomt.

  • Beschrijf vakkennis en vaardigheden op het goede abstractieniveau:

    • niet te abstract geformuleerd: niet in algemene termen en niet zonder context

    • maar ook niet te gespecificeerde vakkennis en vaardigheden.

    • geen opsomming van afzonderlijke elementen, maar beschrijf categorieën, groepen van vakkenniselementen en vaardigheden;

    • neem als richtlijn dat de vakkennis en vaardigheden niet binnen 5 jaar verouderd en achterhaald zijn;

    • neem geen vaardigheden (en vakkennis) op die al in het werkproces genoemd zijn.

  • Formuleer vakkennis en vaardigheden zodanig concreet dat ze voldoende houvast bieden voor gebruikers voor de inhoudelijke inrichting van het onderwijs, de examens en de beroepspraktijkvorming;

    • formuleer contextrijk zodat duidelijk wordt in de uitwerking wat de samenhang is met de werkprocessen in de kerntaak en dat zichtbaar wordt hoe de kennis toegepast wordt in het beroep.

    • formuleer vakkennis en vaardigheden zodanig dat op basis van alleen de vakkennis en vaardigheden de gebruiker al een beeld krijgen van de aard van het beroep c.q. vakgebied.

  • Bewaak het onderscheid tussen vakkennis en vaardigheden:

    • bij vakkennis gaat het om reproductie van of inzicht in theorieën, principes, concepten;

    • bij vaardigheid gaat het om het kunnen toepassen daarvan in een bepaalde beroepscontext.

  • Bewaak het onderscheid én de samenhang tussen handelingen in de werkprocessen en vakkennis en vaardigheden:

    • vakkennis en vaardigheden zijn voorwaardelijk voor het succesvol kunnen uitvoeren van de werkprocessen in de kerntaak. Daarom mag er geen overlap zijn tussen werkproces (‘de beroepsbeoefenaar stelt een wapeningsconstructie af’) en de vakkennis en vaardigheden (‘de beroepsbeoefenaar kan een wapeningsconstructie afstellen’).

    • in de uitwerking van vakkennis en vaardigheden moet duidelijk zijn wat de relatie is met de werkprocessen van de kerntaak. Dus niet bij het dossier Ondernemer Horeca / bakkerij ‘heeft basiskennis van wet- en regelgeving’, maar wel ‘heeft basiskennis van wet- en regelgeving voor horeca- en bakkerijbedrijven op het gebied van veiligheid en ondernemersrecht’.

Maak waar beschikbaar gebruik van referentiedocumenten voor vakkennis en vaardigheden.

3.3.7. Werkproces(omschrijving)

Een omschrijving van een werkproces:

  • beschrijft handelingen die passen bij de gekozen titel;

  • vormt een afgebakend geheel, d.w.z. de handelingen in een werkproces gaan over één thema/onderwerp en overlappen niet met handelingen in een ander werkproces;

  • bestaat uit meerdere samenhangende handelingen (nooit één handeling);

  • is specifiek en contextrijk geformuleerd zodat er sprake is van kleuring en herkenbaarheid van de branche (de uitzondering hierop wordt gevormd door werkprocessen die een branche- of sectoroverstijgend karakter hebben zoals dat bijvoorbeeld geldt voor werkprocessen op thema's als management en ondernemerschap);

  • is op het goede abstractieniveau geformuleerd en bevat geen 'genest' werkproces, dat wil zeggen: een werkproces mag geen ander werkproces omvatten;

  • is beschreven in actieve schrijftaal en is kort en bondig beschreven;

  • beschrijft wat een beginnend beroepsbeoefenaar doet en is uitvoerbaar in het onderwijs en in het bedrijf;

  • kent een begin en een eind, heeft een waarneembaar resultaat.

Controlevraag: Kan dit werkproces in de praktijk worden uitgevoerd door de beginnend beroepsbeoefenaar? (dus mag het ook tijdens de BPV worden geoefend?)

3.3.8. Resultaat

Een werkproces heeft een resultaat in termen van opbrengst of uitkomst waaraan de beroepsbeoefenaar bijdraagt. Probeer hierbij te komen tot een algemeen resultaat van het werkproces; geef geen opsomming van deelresultaten. Het geformuleerde resultaat moet een logisch gevolg zijn van en aansluiten bij de beschreven handelingen.

Resultaten:

  • zijn onderscheidend uitgewerkt;

  • zijn zo concreet mogelijk geformuleerd: een omschrijving van een concrete uitkomst of opbrengst en de eigenschappen waaraan die uitkomst moet voldoen;

  • zijn consistent beschreven met het niveau van de kwalificatie (beginnend beroepsbeoefenaar/NLQF-descriptoren/complexiteit);

  • zijn het resultaat van dat werkproces (van zowel het 'wat': de handelingen als het 'hoe': de wijze van uitvoering van de handelingen);

  • zijn op het goede abstractieniveau beschreven;

  • zijn te verbinden aan de werkprocessen en bevatten geen elementen die niet voorkomen in dan wel niet logisch voortvloeien uit het werkproces.

3.3.9. Gedrag

Gedragsomschrijvingen bevatten een norm die de gewenste houding van de beroepsbeoefenaar beschrijft passend bij het werkproces (bijvoorbeeld: proactief, initiërend, klantgericht, inlevend, samenwerkingsgericht etc.) en/of de adequate wijze van handelen (bijvoorbeeld: volgens de richtlijnen, planmatig, gestructureerd etc.). Noem bij ieder werkproces alleen het essentiële gedrag voor dat werkproces. Bij gedrag gaat het dus niet om wat hij doet, maar om hoe hij het doet. Doe dat in de vorm van een puntsgewijze opsomming.

Het gedrag beschrijft hoe men kan 'zien' dat een beginnend beroepsbeoefenaar de competentie succesvol inzet om bij te dragen aan het resultaat. Kies de competentie waarvan het gedrag is afgeleid en benoem deze in de beschrijving.

3.4. Generieke onderdelen van het basisdeel

In het generieke deel van het basisdeel zijn de generieke kwalificatie-eisen voor de generieke onderdelen Nederlandse taal, rekenen, loopbaan en burgerschap en (voor mbo-niveau 4) Engels opgenomen. Deze kwalificatie-eisen worden bepaald door het ministerie van OCW. Er staat een standaardverwijzing in elk dossier.

NB In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de beschrijving van beroepsgerichte taal- en rekeneisen in de basis en het profiel.

3.5. Interne consistentie

Zorg voor interne consistentie van beschrijvingen binnen één kwalificatiedossier en vermijd herhalingen. Het is belangrijk dat de dossiers transparant uitgewerkt zijn door onderdelen goed van elkaar te onderscheiden.

Bewaak de consistentie in de uitwerking van kerntaken en werkprocessen:

  • In een beschrijving van een werkproces behoren geen gedragselementen en/of resultaten. Onderscheid die drie goed in de uitwerking van het werkproces.

  • Neem in de vakkennis en vaardigheden geen handelingen op die al in het werkproces benoemd worden.

  • Herhaal bij de typering van het beroep in het profiel niet wat al bij de typering van de beroepengroep beschreven staat, maar verbijzonder in het profiel voor het specifieke beroep.

Het uitgangspunt is dat kwalificatie-eisen zo transparant mogelijk beschreven worden. Dat betekent dat het onderdeel op de juiste plek en op het goede abstractieniveau beschreven wordt.

In het kwalificatiedossier is sprake van een opbouw van generiek naar specifiek. Onder 'typeringen van de beroepen' worden in algemene termen de typerende beroepshouding, context en resultaat beschreven. In de basis wordt dit gespecificeerd voor de beroepengroep op het niveau van de afzonderlijke kerntaken en in het profiel voor het beroep.

De relatie werkproces – resultaat – vakkennis en vaardigheden – gedrag is als volgt samen te vatten:

  • Het werkproces beschrijft wat de (startende) beroepsbeoefenaar doet (handelingen).

  • Het werkproces moet resulteren in een 'resultaat'.

  • Dat resultaat wordt bereikt door de inzet van essentiële competenties (gedrag) en het hanteren en toepassen van vakkennis en vaardigheden.

4. Profieldeel

4.1. Karakteristieken van het profieldeel

Naast gemeenschappelijke elementen zijn er ook verschillen tussen de kwalificaties die deel uit maken van het dossier. Die verschillen worden beschreven in het profiel (en in de aanvullende eisen in de basis). Het profiel bestaat uit beroepsgerichte taken.

Voor het profieldeel gelden de volgende richtlijnen:

  • De kerntaken in het profieldeel kunnen niet dezelfde titel hebben als de kerntaken in de basis. Daar waar er een nauwe samenhang is tussen de kerntaak in basis en profiel kan die samenhang aangegeven worden in de titel waarbij wel geldt dat de titel dekkend moet zijn voor de lading.

  • Stel het profieldeel zodanig op dat overlap binnen en tussen kwalificatiedossiers wordt geminimaliseerd.

  • Stel het profieldeel dusdanig op dat het een actuele en relevante beschrijving van beroepshandelingen (van een beginnend beroepsbeoefenaar) beschrijft. Houd daarbij ook rekening met te verwachten ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

Als sprake is van één profieldeel (in enkelvoudige dossiers) dan bevat het profieldeel geen extra taken ten opzichte van de basis. In deze dossiers wordt bij het profieldeel alleen de algemene informatie ingevuld (niveau van de kwalificatie, beroepsvereisten).

4.2. Clusteren van profielen in een dossier

Houd als richtlijn aan:

  • Bij clustering is de gemeenschappelijkheid leidend. Deze gemeenschappelijkheid kan voorkomen bij kwalificaties van één niveau, maar ook bij kwalificaties met een verschillend niveau. Cluster kwalificaties waar een grote inhoudelijke verwantschap is zodat een gemeenschappelijke basis geformuleerd kan worden. Blijf bij clustering alert op het behoud van de leesbaarheid van het dossier.

  • Specialisten (de eenjarige kopopleiding op niveau 4) worden opgenomen in een apart dossier. Deze kunnen niet geclusterd worden met andere kwalificaties, tenzij dit ook specialistenopleidingen zijn.

4.3. Algemene informatie profieldeel

Elk profieldeel begint met de aanduiding van het MBO-niveau van de kwalificatie, een typering van het beroep en met een weergave van de eventuele beroepsvereisten.

4.4. Typering van het beroep

Beschrijf hier de typering van het beroep voor zover die specifiek geldt voor dit profieldeel en afwijkt van de beschrijving in de basis bij 'typerende beroepshouding'. Hierin kunnen accenten worden aangebracht die verwijzen naar de typerende beroepshouding, de context en/of het resultaat van de beroepengroep in de basis. Vermijd overlap met de beschrijving van de typerende beroepshouding in het basisdeel.

4.5. Beroepsvereisten

Geef aan of er sprake is van (wettelijke) beroepsvereisten. En zo ja, licht die toe.

Onder (wettelijke) beroepsvereisten verstaan we volgens artikel 7.2.6 van de WEB (geparafraseerd) het volgende:

  • a. Het gaat om vereisten bij of krachtens een wet, verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, die toetreding tot een beroep of het uitvoeren van bepaalde beroepshandelingen reglementeren;

  • b. Die vereisten betreffen kwaliteiten onder meer op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden of beroepshoudingen;

  • c. waarover degenen die een opleiding gericht op een beroep hebben voltooid moeten beschikken.

Er is sprake van beroepsvereisten wanneer is voldaan aan het volgende:

  • a. Het gaat om vereisten bij of krachtens een wet (anders dan een onderwijswet), verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie;

  • b. Deze vereisten zijn verbonden aan voorwaarden waaraan moet worden voldaan om een bepaald beroep uit te mogen oefenen of om bepaalde beroepshandelingen te mogen uitoefenen als beginnend beroepsoefenaar;

  • c. Deze vereisten hebben betrekking op kennis, inzicht, vaardigheden en/of beroepshoudingen welke door en in een beroepsopleiding op basis van de WEB kunnen worden verworven;

  • d. Het voldoen aan deze vereisten kan en moet worden ‘bewezen’ met een op grond van de WEB afgegeven diploma of certificaat, indien de onderwijsinstelling zelf de beroepsvereisten kan examineren; en

  • e. Het gaat niet om eisen aan de persoon of werkplek, zoals leeftijd, verklaring omtrent gedrag of Arbo-eisen.

Met name criterium c en d behoeven enige toelichting: voor het uitoefenen van bepaalde beroepen of handelingen is door het betreffende vakdepartement in de wet- of regelgeving vastgelegd dat het behalen van een extern certificaat, examen en/of diploma de enige manier is om aan te tonen dat aan de eisen hiervoor is voldaan. Als bepaald is dat het externe certificaat, het externe examen of externe diploma een wettelijke beroepsvereiste is zoals bedoeld in de WEB, dan is het externe certificaat, examen of diploma daarmee onderdeel van het kwalificatiedossier en daarmee van de mbo-opleiding. Het betreffende vakdepartement heeft een eigen vorm van kwaliteitsborging op deze examens. De onderwijsinstelling is dan ook niet verantwoordelijk voor de kwaliteit van een extern af te leggen examen of extern te behalen diploma of certificaat. De kosten van een extern certificaat, examen en/of diploma zoals hiervoor bedoeld, maken op voorhand geen deel uit van de bekostiging zoals die door het ministerie van OCW aan de onderwijsinstellingen wordt verstrekt. In voorkomende gevallen zijn partijen (onderwijs, bedrijfsleven, student en vakdepartement) aan zet om hierover afspraken te maken. In een dergelijke constructie kan de onderwijsinstelling een deel van de kosten dragen. Dit vanuit de aanname dat zij anders ook examenkosten zou hebben.

Voor de toelichting op de (wettelijke) beroepsvereisten gelden de volgende instructies:

  • Selecteer het verantwoordelijke vakdepartement.

  • Geef concreet aan wat de (wettelijke) beroepsvereisten inhouden. Dat betekent:

    • Benoem de specifieke wet en het wetsartikel waaruit de vereiste voortvloeit, danwel het verdrag of het bindend besluit. Verwijs naar een link waarin de meest recente versie van de wettelijke beroepsvereisten wordt weergegeven en andere bronnen waarin de beroepsvereisten beschreven staan;

    • Beschrijf de (aard van de) kennis, vaardigheden en beroepshouding die de wet verlangt van de beginnend beroepsbeoefenaar;

    • Beschrijf (indien relevant) het certificaat en / of een extern examen en / of een extern diploma dat gekoppeld is aan de beroepsvereisten.

  • Formuleer de eisen in een actieve vorm: ‘De beginnend beroepsbeoefenaar...’

Regelingen die betrekking hebben op de persoon als geformuleerd bij criterium e of die door branches zijn geformuleerd, komen aan de orde in de verantwoordingsinformatie onder het kopje ‘Bijzondere vereisten’ (6.5).

De WEB vereist bij wettelijke beroepsvereisten een goedkeurende verklaring van het betrokken vakdepartement. Zonder goedkeurende verklaring kan een dossier de eindtoets niet passeren. Zie hiervoor paragraaf 6.4 bij de verantwoordingsinformatie.

4.5.1. Verbijzondering beroepsvereisten

Sommige beroepsvereisten gelden niet voor iedereen die wordt opgeleid tot een beroep, maar zijn afhankelijk van de invulling binnen de beroepscontext. Het is in dat geval toegestaan om beroepsvereisten met een keuzemogelijkheid in een kwalificatie te verwerken.

Er zijn twee varianten mogelijk, waarvoor de onderstaande specifieke instructies gelden.

  • 1) Er is sprake van beroepsvereisten, geldend voor alle beginnend beroepsbeoefenaren, en voor deze beroepsvereisten zijn verschillende specifieke invullingen mogelijk. Alle invullingen worden opgenomen in de kwalificatie. De eisen moeten worden verwerkt als beschreven in paragraaf 4.5. De deelnemer is verplicht een keuze te maken uit tenminste één van de invullingen van de benoemde beroepsvereisten. Uit de beschrijving moet blijken hoeveel (niet welke!) invullingen met goed gevolg moeten zijn afgelegd om in aanmerking te komen voor diplomering. Een voorbeeld daarvan is het Besluit Houders van dieren, waaruit beroepsvereisten voortvloeien die verschillen per diersoort.

In aanvulling hierop kunnen de specifieke invullingen ook worden opgenomen in afzonderlijke keuzedelen. Voorwaarde is dat er voldoende studieomvang (240 studiebelastingsuren) geprogrammeerd moet worden om aan de vereisten te voldoen.

  • 2) De beroepsvereiste is niet verplicht voor alle deelnemers. De beroepsvereiste kan worden opgenomen in de kwalificatie indien de omvang ervan substantieel kleiner is dan 240 studiebelastingsuren. De eis moet worden verwerkt als beschreven in paragraaf 4.5. Uit de beschrijving moet blijken dat de beroepsvereiste niet voorwaardelijk is voor de diplomering. Indien de onderwijsinstelling het aanbiedt, de deelnemer ervoor kiest aan de beroepsvereiste te willen voldoen en het behaalt, wordt de beroepsvereiste vermeld op het diploma. Voorbeelden van dergelijke beroepsvereisten zijn het Vleeskuikenbesluit en Gewasbescherming A, B en C.

Als deze beroepsvereisten van voldoende studieomvang zijn en niet voorwaardelijk voor de diplomering zijn, dan kunnen deze beroepsvereisten worden verwerkt in een keuzedeel.

4.6. Onderdeel waaraan een certificaat is verbonden

Krachtens algemene maatregel van bestuur (op basis van artikel 7.2.3. van de WEB) kan in het kwalificatiedossier zijn vermeld dat er sprake is van een onderdeel van een kwalificatie waarvoor een certificaat wordt uitgereikt.

Geef indien van toepassing aan om welke onderdelen en certificaten het gaat. Werk uit:

  • Titel van het certificaat

  • Code (wordt door de Toetsingskamer toegevoegd na toekenning door DUO)

  • Toelichting van de inhoud van het certificaat: geef hier aan welke AMvB de grondslag vormt voor het certificaat.

  • Onderdeel van de kwalificatie(s) waarnaar het certificaat verwijst: geef aan uit welke werkprocessen en kennis en vaardigheden het certificaat is samengesteld.

Hou het beknopt; in de verantwoordingsinformatie kan uitgebreider beschreven worden wat de grondslag en inhoud van het certificaat is.

Het gaat hierbij niet om andere erkenningen, die niet krachtens de WEB worden afgegeven.

Aan het onderdeel van de kwalificatie waaraan een certificaat is verbonden is ook een identificatiecode verbonden.

4.7. Profiel specifieke kerntaken en werkprocessen

In het profieldeel worden per kwalificatie de kerntaken en werkprocessen uitgewerkt. Volg hierbij de desbetreffende instructie uit de basis (paragraaf 3.2). Als stelregel geldt: ‘gelijke en vergelijkbare beroepsuitoefening is in de kwalificatiestructuur gelijk en vergelijkbaar beschreven'. Dat meetpunt is ook van toepassing wanneer identieke werkprocessen c.q. kerntaken voorkomen in verschillende profielen.

4.8. Beroepsgerichte taal- en rekeneisen

In deze paragraaf wordt ingegaan op de wijze waarop eventuele beroepsgerichte taal- en rekeneisen opgenomen worden in de beroepsgerichte taken van basis- én profieldeel.

Wanneer het voor het beroep noodzakelijk is om bepaalde talige of rekenkundige elementen te beheersen zijn deze eisen altijd direct gerelateerd aan het beroep. In dat geval moet er niet worden verwezen naar de eisen van het referentiekader Nederlandse taal en rekenen, maar moet worden geëxpliciteerd wat de eisen zijn. Gebruik hiervoor de volgende instructies:

Vooraf
  • Er is sprake van noodzakelijke beroepsspecifieke inkleuring wanneer bij een kerntaak een taal- en/of rekenvaardigheid wezenlijk is voor de beroepsuitoefening. Denk hier bijvoorbeeld aan het voeren van adviesgesprekken (gesprekken voeren is generiek, adviesgesprekken zijn beroepsspecifiek).

Waar?
  • Beschrijf de taal- rekenvaardigheid bij 'vakkennis en vaardigheden' (met gebruikmaking NLQF) op kerntaakniveau.

  • Optioneel is onder 'gedrag' een verduidelijking mogelijk van hoe taal en/of rekenen wordt ingezet in dat werkproces en bij complexiteit wanneer de inzet van talige of rekenkundige vaardigheden een essentiële complicerende factor is bij een kerntaak.

Hoe?
  • Gebruik dezelfde instructies als voor de overige vakkennis en vaardigheden. Dus:

    • Actief formuleren in een volledige zin;

    • Specifiek en contextgericht uitwerken zodat de relatie met de werkprocessen waarop de taal-en of rekenvaardigheid betrekking heeft duidelijk is in de beschrijving.

Geef geen hoger referentieniveau-aanduiding aan. Dit voorkomt dat het onderwijs de volle bandbreedte van het referentieniveau toetst, terwijl het alleen maar gaat om een specifieke beroepshandeling.

4.9. Beroepsgerichte moderne vreemde talen (mvt)

Wat geldt voor Nederlandse taal en rekenen geldt ook voor beroepsgerichte mvt-eisen, namelijk:

  • 1. Bepaal of voor het beroep c.q. de beroepengroep waarvoor het dossier is geschreven een mvt van wezenlijk belang is.

    Beantwoord daarbij ook de vraag of dit een specifieke mvt is of dat de school hierin (bijvoorbeeld afhankelijk van de regio) zelf een keus kan maken.

  • 2. Vraag je af of de mvt zodanig van belang is voor de uitoefening van het beroep dat dit voorwaardelijk is voor diplomering. Maak de afweging om alleen dan mvt op te nemen als blijkt dat de beheersing van mvt nodig is voor de goede uitoefening van het beroep.

Controlevragen:
  • Staat er een aanwijzing in het BCP waardoor het aannemelijk is dat er een of meerdere mvt(‘s) in het dossier komen?

  • Wat is het achterliggende doel hiervan en over welke eisen hebben we het dan?

  • Gaat het om alle (mondelinge en schriftelijke) taalvaardigheden of om een deel daarvan?

  • Is rekening gehouden met het mbo-niveau waarop de opleiding wordt gevolgd? Enerzijds moet naar de mate van beheersing worden gekeken (foutloos schrijven voor de basisberoepsopleiding (niveau 2) is wel erg ambitieus), anderzijds naar het domein (schrijven hoeft mogelijk op een minder hoog niveau te worden beheerst dan gesprekkenvoeren).

Neem de mvt-eisen op in de kwalificatie:

  • 1. Wanneer mvt-eisen tot de kern van de beroepsuitoefening horen worden deze opgenomen in verschillende onderdelen van de kwalificatie zoals typering van de beroepengroep en complexiteit, naast vakkennis en vaardigheden. Indien het gaat om een beperkte rol van beroepsgerichte mvt-eisen in de beroepsuitoefening dan horen deze in ieder geval beschreven te zijn bij de verantwoordingsinformatie en de vakkennis en vaardigheden.

  • 2. Bepaal of de mvt relevant is voor de betreffende kerntaak.

    • Ga na of er communicatieve elementen staan beschreven binnen de kerntaak.

    • Ga na of deze ook relevant zijn in een of meerdere mvt(‘s).

    • Bepaal per mvt de relevantie.

    • Het uitvoeren van beroepsgerichte handelingen in een mvt is een complicerende factor. Neem daarom een verwijzing naar de noodzaak van mvt op bij complexiteit.

  • 3. Bepaal welke aspecten van de werkprocessen in de mvt uitgevoerd moeten kunnen worden.

    • Ga na of er communicatieve elementen staan beschreven binnen de werkprocessen.

    • Als in de omschrijving van de werkprocessen geen taalaanwijzingen staan, ga je er vanuit dat deze alleen in het Nederlands uitgevoerd hoeven te worden.

    • Ga na of de werkprocessen of elementen ervan ook in een mvt uitgevoerd moet kunnen worden.

    • Zorg dat voor elke mvt uit de omschrijving blijkt in welke mate de mvt ten behoeve van de betreffende werkprocessen moet worden beheerst.

    Maak bij de uitwerking van de mvt-eisen gebruik van de descriptoren van de relevante ERK-niveaus. (zie referentieniveaus moderne vreemde talen).

  • 4. Beschrijf beroepsgerichte mvt-eisen in vakkennis en vaardigheden concreet en contextrijk. Het moet duidelijk zijn om welke taalvaardigheid het gaat en in welke context die toegepast moet worden.

    • Dus niet: ‘Kan vaktaal in het Engels gebruiken’

    • Wel: ‘Kan eenvoudige relatiebeheer- en klantenservicegesprekken in een tweede moderne vreemde taal voeren’

    Hou hierbij met name in het basisdeel ook rekening met het niveau van de kwalificatie waarvoor de beroepsgerichte mvt-eis geldt. Indien die onderscheidend zijn per niveau of voor de eerste en tweede mvt gebruik dan de aanvullende eisen om het verschil duidelijk te maken.

  • 5. Neem in de verantwoording een indicatieve verwijzing naar een ERK niveau op (zie instructie Verantwoordingsinformatie, paragraaf 6.6).

  • 6. Bij middenkaderopleidingen en specialisten is er sprake van generieke eisen Engels A2/B1. Wanneer er daarnaast ook nog beroepsgerichte eisen Engels gelden voor de kwalificatie verwerk die dan in het dossier alsof er geen generieke eisen zijn. Alle bovenstaande richtlijnen gelden in dit geval. Het is voor de gebruiker van belang om te weten in welke context beroepsgerichte eisen Engels aan de orde komen, ook wanneer die overlappen met de generieke eisen. En neem ook in de verantwoordingsinformatie een indicatief niveau op, ook als dit niet uitstijgt boven het generieke niveau.

Deel II:. Het keuzedeel

5. Instructie ontwikkeling keuzedeel

5.1. Inleiding

In dit hoofdstuk wordt beschreven waaraan keuzedelen moeten voldoen gegeven de regelgeving in de WEB en het Toetsingskader. In de eerste paragraaf worden de karakteristieken van het keuzedeel beschreven. In de tweede paragraaf wordt beschreven hoe de onderdelen van het model keuzedeel uitgewerkt moeten worden en welke criteria de Toetsingskamer hanteert bij het beoordelen van het keuzedeel.

Niet alle onderdelen van het keuzedeel worden in deze paragraaf benoemd. In dat geval gelden de aanwijzingen zoals beschreven in de instructie voor het basis- en profieldeel.

5.2. Karakteristieken van het keuzedeel

Doel en typen van keuzedelen

Een keuzedeel levert voor de deelnemer een verrijking ten opzichte van de kwalificatie. Het kan verbreden of verdiepen of gericht zijn op doorstroom naar de vervolgopleiding.

Uitsluitend voor de entreeopleidingen kan behalve bovengenoemde drie soorten ook sprake zijn van remediërende keuzedelen, die gericht zijn op het wegwerken van achterstanden voor het behalen van de beoogde kwalificatie.

Afbakening

Het keuzedeel maakt geen deel uit van de kwalificatie, maar komt er bovenop. Dat betekent dat de inhoud van het keuzedeel niet mag overlappen met de inhoud van de kwalificatie waaraan het gekoppeld is. Keuzedelen verdiepen op kwalificatie voor de arbeidsmarkt of doorstroming naar vervolgonderwijs. Keuzedelen kunnen daarom niet gericht zijn op het gebied van loopbaan en burgerschap.

Omvang

De omvang van de keuzedeelverplichting is afgeleid van het soort opleiding en weergegeven in onderstaande tabel:

Bijlage 256699.png

Kanttekening: de omvang van de keuzedeelverplichting kan 240 lager zijn indien de onderwijsinstelling gebruik maakt van de mogelijkheid om een deel van de keuzedeelverplichting te gebruiken voor persoonlijke, culturele of levensbeschouwelijke vorming. Deze mogelijkheid geldt niet voor de Entreeopleiding en de Specialistenopleiding omdat er in dat geval helemaal geen keuzedeelverplichting overblijft.

Uitvoering van het keuzedeel kan plaatsvinden in de vorm van begeleid onderwijs, bpv en/of zelfstudie.

De keuzedelen bestaan uit eenheden van 240 uur of een veelvoud daarvan (tot een maximum van 960 uur). Voorbeeld: voor een basisberoepsopleiding met een opleidingsduur van 2 jaar, geldt een keuzedeelverplichting van (2 x 240 uur =) 480 uur. Deze keuzedeelverplichting kan ingevuld worden door één keuzedeel van 480 uur of door twee keuzedelen van ieder 240 uur. De invulling van de keuzedeelverplichting door een set van keuzedelen noemen we een configuratie.

Koppeling keuzedeel

Een keuzedeel is tenminste gekoppeld aan één kwalificatie, maar kan ook gekoppeld zijn aan alle kwalificaties in het dossier, meerdere kwalificaties en/of meerdere dossiers. Het keuzedeel is afgestemd op het niveau van de kwalificatie(s) waaraan het gekoppeld is.

Register

Alle keuzedelen worden opgenomen in een (digitaal) register. Per keuzedeel wordt daarin aangegeven aan welke kwalificatie(s) het is gekoppeld. De koppelingen die van toepassing zijn voor het keuzedeel zijn opgenomen in een bijlage bij het keuzedeel. Het register wordt gepubliceerd op www.s-bb.nl/keuzedelen

Procedure voor indiening en toetsing van keuzedelen

Er zijn twee procedures:

  • De procedure voor het indienen van een voorstel voor een keuzedeel, een wijziging van een keuzedeel of een (ont)koppeling van een keuzedeel bij een sectorkamer door een onderwijsinstelling in samenspraak met een andere daartoe gerechtigde partij

  • De procedure voor het indienen van een Ingangstoets door de sectorkamer bij de Toetsingskamer.

De stappen in deze procedure zijn beschreven in handreikingen en meldformulieren die gepubliceerd zijn op www.s-bb.nl/kwalificeren-en-examineren.

Voor overige karakteristieken van het keuzedeel wordt verwezen naar de volgende publicaties van Herziening MBO die te vinden zijn op de site www.herzieningmbo.nl.

5.3. Inhoud keuzedeel

Het model voor de keuzedelen is afgeleid van het model van het kwalificatiedossier, keuzedelen zijn dus ook ingedeeld in kerntaken en werkprocessen. De instructie die geldt voor de uitwerking van kerntaken en werkprocessen (inclusief complexiteit, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, vakkennis en vaardigheden en resultaat) geldt ook voor de uitwerking van keuzedelen. Een keuzedeel bestaat uit één of meerdere kerntaken.

Afwijkend aan het model van het kwalificatiedossier geldt voor keuzedelen:

  • Een keuzedeel kan ook bestaan uit een kerntaak met alleen vakkennis en vaardigheden of een kerntaak met één werkproces.

  • Keuzedelen kennen geen profielen.

  • Keuzedelen kennen geen aanvullende eisen.

In alle gevallen wordt in het keuzedeel de onderdelen verantwoordelijkheid & zelfstandigheid en complexiteit uitgewerkt.

5.4. Voorblad

Naam keuzedeel

Geef het keuzedeel een korte en weloverwogen naam, passend bij en dekkend voor de inhoud van het keuzedeel.

In het geval er een variant van een keuzedeel per niveau is dan moet dat duidelijk worden in de naamgeving. De formulering die dan gebruikt wordt is de volgende: ‘Gladheidsbestrijding geschikt voor niveau 2’ of ‘Gladheidsbestrijding geschikt voor niveau 3 en 4’ (zie ook koppeling van keuzedeel aan kwalificatie).

5.5. Algemene informatie

1. Verantwoording

Sectorkamer en marktsegment (veld A & B)

Geef aan welke sectorkamer penvoerder is voor het keuzedeel en vervolgens welk marksegment hoort bij het keuzedeel.

Beroepsvereisten (veld I & J)

Geef aan of het keuzedeel (wettelijke) beroepsvereisten bevat (Conform criteria beschreven in paragraaf 4.5.). En zo ja licht die toe.

Voor alle duidelijkheid: een keuzedeel mag geen (wettelijke) beroepsvereisten bevatten die voorwaardelijk zijn voor de beroepsuitoefening. Het betreft hier dus altijd wettelijke beroepsvereisten die gelden voor een ander beroep. De enige uitzondering is de eerste variant beschreven in paragraaf 4.5.1.

Certificaat (veld K & L)

Waar bij of krachtens AMvB een certificaat is verbonden aan het keuzedeel wordt dit hier vermeld. Geef hier aan welke AMvB de grondslag vormt voor het certificaat.

Toelichting in PDF

Bij de toelichting op het keuzedeel is het belangrijk het onderscheid te maken tussen 3 zaken:

  • a. De tekst die op de website te lezen is over de globale inhoud van het keuzedeel

  • b. De velden die in DigiK aangemaakt zijn met betrekking tot de inhoud, de relevantie van het keuzedeel, de overige opmerkingen en de branchevereisten.

  • c. Het veld in DigiK met als titel Toelichting.

In de tabel hieronder wordt aangegeven wat waar terug te vinden is:

Relevante velden in DigiK

Website

PDF keuzedeel

• Veld ‘overige opmerkingen / toelichting’ (veld C)

• Veld ‘beschrijving van het keuzedeel’ (veld E)

• Veld ‘relevantie van het keuzedeel’ (veld D)

• Veld ‘Branche-erkenning of certificering’ (veld M&N)

Per keuzedeel inhoud veld ‘omschrijving van het keuzedeel’

Onder het kopje ‘Toelichting’ de teksten van de velden:

• Overige opmerkingen / toelichting

• Beschrijving van het keuzedeel

• Relevantie van het keuzedeel

• Branche-erkenning of certificering

Er mag geen overlap zijn tussen de tekst van de afzonderlijke onderdelen.

De toelichting bij het keuzedeel is te vergelijken met de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossiers. Deze bestaat uit 2 verplichte onderdelen en 2 optionele onderdelen.

De verplichte onderdelen zijn:

  • a) Omschrijving van het keuzedeel (Veld E)

    Geef een beknopte omschrijving van de inhoud van het keuzedeel. Beschrijf in enkele zinnen waarover het keuzedeel gaat.

  • b) Relevantie van het keuzedeel (veld D)

    Beschrijf in enkele zinnen de toegevoegde waarde van het keuzedeel voor de deelnemer voor doorstroming en/of de arbeidsmarkt. Hou er daarbij rekening mee dat het keuzedeel gekoppeld kan zijn aan meerdere kwalificaties. Beschrijf de toegevoegde waarde daarom in algemene termen zodat die nog steeds relevant is bij een groot aantal koppelingen.

    Onder ‘overige opmerkingen / toelichting’ (veld C) kunnen optioneel de volgende zaken toegelicht worden:

  • c) Aanwijzingen voor de uitvoering van het keuzedeel (veld C)

    De toelichting kan gebruikt worden om de gebruiker meer handvatten te bieden voor de uitvoering van het keuzedeel in de onderwijspraktijk. Gebruik deze kolom om op beknopte wijze informatie te geven over de volgende thema’s, voor zover relevant:

    • Context: zijn er andere keuzedelen die verwant zijn met het keuzedeel en hoe verhouden die zich tot elkaar. Bijvoorbeeld: Er is een keuzedeel Digitale vaardigheden basis en een keuzedeel Digitale vaardigheden gevorderd. Hoe verhouden die zich tot elkaar? Moet je eerst basis gedaan hebben om dan gevorderd te kunnen doen? Is er sprake van overlap tussen deze keuzedelen?

    • Leerweg: het kan zijn dat een keuzedeel vooral ontwikkeld is voor dan wel uitvoerbaar is in een specifieke leerweg: bol of bbl.

    • Doelmatigheid: gelden er overige specifieke condities voor de uitvoering van het keuzedeel. Bijvoorbeeld condities met betrekking tot de benodigde inventaris en specifieke leermiddelen?

    • Externe (informatie)bronnen: het kan zijn dat er partijen bezig zijn met uitwerking van keuzedelen of dat er websites ontwikkeld zijn waar meer informatie te vinden is over het keuzedeel.

  • d) Branche-erkenning (veld M&N)

    De sectorkamer kan aan een keuzedeel een bepaalde extra status binnen een branche toekennen. Indien dit het geval is omschrijf dan de aard en inhoud van de branche-erkenning die gekoppeld is aan het keuzedeel.

    Noot: wanneer aan een keuzedeel een extern examen gekoppeld is dat voorwaardelijk is voor het behalen van de branche-erkenning dan kan dat in het keuzedeel nooit als voorwaarde geformuleerd worden voor het behalen van het keuzedeel. Een keuzedeel kan wel toeleiden naar het (externe) examen, maar een keuzedeel mag geen dwingende eisen formuleren ten aanzien van de wijze van examinering.

    Twee aandachtspunten bij dit onderdeel:

    • Hou het beknopt!

    • Zorg dat de inhoud duurzaam beschreven is, zodat hij niet voortdurend aangepast hoeft te worden wanneer er weer een nieuwe koppeling of aanvullende informatie is.

Identificatiecode keuzedeel en geldigheid (veld G)

Er zijn verder nog velden voor de code keuzedeel en de geldigheid (vanaf en tot) van het keuzedeel. Deze worden ingevuld door de Toetsingskamer na toekenning door DUO.

Aard van het keuzedeel (veld F)

Ten behoeve van gebruikers is aan de keuzedelen een typering gekoppeld. Dit maakt het mogelijk om sneller inzicht te krijgen in de aard van het keuzedeel.

Vink aan wat de aard van het keuzedeel is. Kies minimaal één optie uit de volgende categorieën:

  • Doorstroom: Keuzedelen gericht op doorstroom bevatten (vak)inhouden en / of competenties die bevorderen dat de deelnemer kan slagen op een hoger niveau binnen het mbo of in de overstap naar het hbo.

  • Verdiepend: Verdiepende keuzedelen zijn direct gerelateerd aan de inhoud van de kwalificatie waaraan het gekoppeld is. De inhoud vormt een verdieping van een onderdeel van de kwalificatie. Met een verdiepend keuzedeel kan bijvoorbeeld gebruikt worden om te oriënteren op het hogere aanpalende niveau.

  • Verbredend: Verbredende keuzedelen bevatten inhouden die los staan van de kwalificatie waaraan ze gekoppeld zijn, maar vormen daarop wel een zinvolle (arbeidsmarkt- of doorstroomrelevante) aanvulling. Er is per definitie geen sprake van overlap tussen het verbredende keuzedeel en de kwalificatie.

  • Generiek: Generieke keuzedelen hebben een sectoroverstijgend karakter. Ze zijn doorgaans gekoppeld aan een groot aantal kwalificaties dan wel kunnen daaraan gekoppeld worden omdat ze niet contextspecifiek ingekleurd zijn.

  • Remediërend: Dit type geldt alleen voor de Entree-opleiding. Een remediërend keuzedeel mag inhoud bevatten die al deel uitmaakt van de kwalificatie waaraan het gekoppeld is. Dat is met name mogelijk gemaakt omdat taal en rekenen voor een deel van deze doelgroep een struikelblok vormt voor doorstroming naar niveau 2. Het keuzedeel kan daarom gebruikt worden om er voor te zorgen dat het 2F niveau voor Nederlandse taal en rekenen gehaald wordt door de deelnemer. Remediering op het beroepsgerichte basisdeel of het profieldeel kan ook bij keuzedelen in het Entreedossier.

Er kunnen ook meerdere categorieën aangevinkt worden. Een keuzedeel kan zowel ontwikkeld zijn voor doorstroming als voor de arbeidsmarkt. En eenzelfde keuzedeel kan bij de ene koppeling verdiepend zijn en bij de andere verbredend. Evenwel een remediërend keuzedeel kan niet tegelijkertijd ook verdiepend of verbredend zijn.

2. Sbu

Kies de omvang in studielast voor het keuzedeel. Minimaal 240 uur, maximaal 960 uur (in eenheden van 240 uur). De omvang van het keuzedeel moet passen binnen de keuzedeelverplichting (zie schema bij omvang). Voorbeeld: een keuzedeel van 720 uur kan niet gekoppeld worden aan een 2-jarige kwalificatie met een keuzedeelverplichting van 480 uur.

3. Keuze hoort bij

De Toetsingskamer koppelt de keuzedelen aan de relevante kwalificaties.

DigiK genereert een bijlage met een overzicht van de koppelingen van het keuzedeel.

5.6. Richtlijnen voor het koppelen van het keuzedeel aan de kwalificatie

De sectorkamer geeft aan aan welke kwalificatie(s) het keuzedeel gekoppeld dient te worden.

De Toetsingskamer koppelt vervolgens een keuzedeel aan een kwalificatie.

Hou daarbij wel het volgende in de gaten:

  • a) Voorkom overlap tussen keuzedeel en kwalificatie

    De inhoud van het keuzedeel mag niet overlappen met de kwalificatie waaraan het gekoppeld is. Anders is er geen sprake van toegevoegde waarde. Bij verbredende keuzedelen is dat niet aan de orde. Bij verdiepende keuzedelen moet het keuzedeel zodanig uitgewerkt zijn dat de inhoud ook echt verdiepend is ten opzichte van de vergelijkbare inhoud in de kwalificatie. Dat kan door het op een hoger niveau uit te werken (bij complexiteit of verantwoordelijkheid en zelfstandigheid of vakkennis en vaardigheden) danwel de inhouden (werkprocessen, vakkennis en vaardigheden) uitgebreider en / of concreter te beschrijven dan in de kwalificatie.

  • b) Match het niveau keuzedeel met het niveau van de kwalificatie

    Het niveau van het keuzedeel dient afgestemd te worden op wordt het niveau van de kwalificatie waaraan het gekoppeld is. Dat gebeurt met behulp van het NLQF.

    Daarbij geldt de volgende richtlijn: ‘De inhoud van het keuzedeel dient zodanig beschreven te zijn dat het haalbaar en uitdagend is voor alle niveaus waaraan het keuzedeel gekoppeld is.’

    Bij de keuze van een van deze drie varianten moeten onderwijskundige en onderwijs-inhoudelijke overwegingen afgewogen worden tegenover overwegingen die te maken hebben met de organisatie van het keuzedeel.

Koppeling keuzedelen moderne vreemde talen

Bij de koppeling van de keuzedelen MVT is er sprake van een complicerende factor. Namelijk: veel kwalificaties bevatten beroepsgerichte eisen MVT die deels overlappen met de inhoud van de (generieke) keuzedelen MVT. Daarnaast bevatten de niveau 4 kwalificaties ook nog generieke eisen Engels. Daarom zijn voor de koppeling van keuzedelen MVT specifieke regels opgesteld:

  • Koppeling van de keuzedelen Engels A2 en B1 wordt niet toegestaan voor de niveau 4 kwalificaties. De generieke eisen Engels overlappen grotendeels met het keuzedeel Engels B1 (en dus ook met Engels A2).

  • Koppeling van de keuzedelen Engels A2 en B1 wordt altijd toegestaan bij de overige kwalificaties, indien die geen beroepsgerichte eisen Engels bevatten.

  • Koppeling van keuzedelen Duits, Frans en Spaans A2 en B1 wordt toegestaan bij alle kwalificaties en niveaus indien die geen beroepsgerichte eisen voor de betreffende taal bevatten.

  • Wanneer een kwalificatie wel indicatieve eisen bevat voor een beroepsgerichte moderne vreemde taal, dan hanteren we de volgende regels:

    • Indien de beroepsgerichte eisen MVT betrekking hebben op 1 van de 5 taalvaardigheden (luisteren, lezen, gesprekken voeren, spreken, schrijven), dan wordt de koppeling toegestaan.

    • Indien de beroepsgerichte eisen betrekking hebben op 4 of 5 van de vaardigheden corresponderend met het niveau van het keuzedeel, dan wordt de koppeling niet toegestaan.

    • Indien de beroepsgerichte eisen betrekking hebben op 2 of 3 van de vaardigheden, dan vragen we om te onderbouwen wat de toegevoegde waarde is.

Koppelingsverzoeken

Koppelingen kunnen na opname van een keuzedeel in het register keuzedelen toegevoegd of geschrapt worden. Het besluit tot (ont)koppelen is voorbehouden aan de sectorkamer. Een onderwijsinstelling (of andere belanghebbende) kan een verzoek tot (ont)koppelen indienen bij de sectorkamer. Bij een verzoek tot (ont)koppelen gelden dezelfde uitgangspunten als hierboven beschreven. Ontkoppelen is aan de orde in (tenminste) de volgende situaties:

  • Het kwalificatiedossier(c.q. de kwalificatie) is zodanig gewijzigd dat het keuzedeel geen toegevoegde waarde meer heeft. Bijvoorbeeld omdat de inhoud van het keuzedeel hinderlijk overlapt met het gewijzigde dossier (c.q. kwalificatie)

  • Uit doelmatigheidsonderzoek blijkt dat het keuzedeel langdurig niet aangeboden wordt in combinatie met de gekoppelde kwalificatie(s)

  • Het keuzedeel is zodanig veranderd dat er geen toegevoegde waarde meer is ten opzichte van de er aan gekoppelde kwalificatie(s).

Bovensectoraal koppelen

Een koppelingsverzoek van een externe belanghebbende partij kan ook betrekking hebben op een groot aantal kwalificaties uit meerdere sectoren. We spreken in dit geval van een bovensectoraal koppelingsverzoek. Keuzedelen die in aanmerking komen voor bovensectoraal koppelen voldoen aan de volgende criteria:

  • a) De relevantie van het keuzedeel voor de arbeidsmarkt en/of doorstroom is goed te onderbouwen.

  • b) De inhoud van het keuzedeel komt niet of weinig voor in bestaande kwalificaties.

  • c) De inhoud van het keuzedeel is niet context-gekleurd en is dus van toepassing op een groot aantal contexten: branche-overstijgend en/of sectoroverstijgend.

  • d) Het keuzedeel is te koppelen aan een grote groep kwalificaties:

    • a. in meerdere sectoren en/of

    • b. van een specifiek kwalificatieniveau en/of

    • c. met een bepaalde (bijv. sectoronafhankelijke) beroepsinhoud

  • e) Het keuzedeel moet passen binnen de keuzedeelverplichting die geldt voor het type opleiding. (Voorbeeld: Het keuzedeel ‘ Ondernemerschap’ van 480 uur kan niet gekoppeld worden aan de eenjarige specialistenkwalificaties)

Wanneer dit het geval is wordt het koppelingsverzoek niet voorgelegd aan de afzonderlijke sectorkamers, maar aan de Thema-adviescommissie Kwalificeren & Examineren.

Bij de beoordeling van een sectoroverstijgend koppelingsverzoek gelden uiteraard ook de hierboven genoemde criteria. Toetsing aan de hand van die criteria leidt in dit geval tot ‘mits’ bepalingen: de koppeling wordt gehonoreerd ‘mits’:

  • Er geen sprake is van overlap tussen kwalificatie en het te koppelen sectoroverstijgende keuzedeel;

  • Het past binnen de keuzedeelverplichting die geldt voor het type opleiding;

  • Het sectoroverstijgende keuzedeel voldoet aan het criterium ‘De inhoud van het keuzedeel dient zodanig beschreven te zijn dat het haalbaar en uitdagend is voor alle niveaus waaraan het keuzedeel gekoppeld is.’.

Hantering van dit principe kan leiden tot een lijst van kwalificaties waaraan het sectoroverstijgende keuzedeel niet gekoppeld kan worden en / of beperking van de niveaus waaraan het keuzedeel gekoppeld kan worden.

Deel III:. De verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier

6. Instructie uitwerking verantwoordingsinformatie

Het kwalificatiedossier moet een verwijzing bevatten naar verantwoordingsinformatie. Deze is geen onderdeel van het dossier. De verantwoordingsinformatie dient jaarlijks geactualiseerd te worden. Sectorkamers wordt gevraagd jaarlijks de actualiteit van de informatie te controleren en aan te passen waar relevant. Dat geldt in ieder geval voor de arbeidsmarktinformatie.

6.1. Beroepscompetentieprofielen (bcp)

Bij bron- en referentiedocumenten moeten de gebruikte bcp's en andere gebruikte documenten met datum vermeld worden. Dit onderdeel wordt in DigiK automatisch gegenereerd als de juiste documenten geüpload zijn. De bcp's zijn gelegitimeerd door sociale partners en de datum van het gelegitimeerde bcp komt overeen met de datum zoals vermeld in het dossier. Wanneer sprake is van meerdere sociale partners en verschillende data, controleer dan of het kwalificatiedossier verwijst naar de meest recente datum.

6.2. Arbeidsmarktinformatie

In de verantwoordingsinformatie wordt standaard een link opgenomen naar de servicepagina waar alle kwantitatieve arbeidsmarktgegevens opgenomen zijn.

Wel wordt gevraagd een tekst in te voegen met een toelichting op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, de opleidingenmarkt en de stagemarkt. Hier kan zo nodig specifieke informatie over de bedrijfstak/branche worden opgenomen.

  • Bij dit onderdeel kan, indien nodig, een toelichting op branche specifieke aspecten worden gegeven. Bijvoorbeeld over de verhouding bol/bbl het aandeel van particuliere opleidingen, een toelichting voor opleidingen met een klein aantal deelnemers/gediplomeerden in een beperkt aantal regio's, het aantal zzp'ers in een branche, vervangingsvraag, etc.

  • De informatie wordt zo nodig éénmaal per jaar vernieuwd.

6.3. Trends en ontwikkelingen

Wetgeving en regelgeving: bevat een beschrijving van (veranderingen in) wet- en regelgeving die van invloed is op de uitoefening van het beroep. Vereist is dus een beschrijving van toekomstige ontwikkelingen, waaruit de relevantie en gevolgen voor het kwalificatiedossier duidelijk blijken. Het gaat dus niet om een beschrijving van de huidige situatie en algemene zaken die voor elk beroep gelden (bijvoorbeeld ARBO).

Ontwikkelingen in de beroepsuitoefening: bevat technologische, bedrijfsorganisatorische, internationale veranderingen en/of marktontwikkelingen die gevolgen hebben voor de beroepsuitoefening in de toekomst. Vereist is dus een beschrijving van toekomstige (niet huidige) ontwikkelingen waaruit de relevantie en de gevolgen voor dit kwalificatiedossier duidelijk blijkt.

6.4. Beroepsvereisten

In de verantwoordingsinformatie wordt een toelichting gegeven op de (wettelijke) beroepsvereisten indien die van toepassing zijn op de kwalificatie.

Zoals beschreven in paragraaf 4.5. spreken we van beroepsvereisten wanneer die voldoen aan de volgende criteria:

  • a. Het gaat om vereisten bij of krachtens een wet (anders dan een onderwijswet), verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie;

  • b. Deze vereisten zijn verbonden aan voorwaarden waaraan moet worden voldaan om een bepaald beroep uit te mogen oefenen of om bepaalde beroepshandelingen te mogen uitoefenen als beginnend beroepsoefenaar;

  • c. Deze vereisten hebben betrekking op kennis, inzicht, vaardigheden en/of beroepshoudingen welke door en in een beroepsopleiding op basis van de WEB kunnen worden verworven;

  • d. Het voldoen aan deze vereisten kan en moet worden ‘bewezen’ met een op grond van de WEB afgegeven diploma of certificaat, indien de onderwijsinstelling zelf de beroepsvereisten kan examineren;

  • e. Het gaat niet om eisen aan de persoon of werkplek, zoals leeftijd, verklaring omtrent gedrag of Arbo-eisen.

In de verantwoording wordt aangeven in welke kerntaken en werkprocessen de wettelijke vereisten zijn verwerkt. Immers wettelijke beroepsvereisten – indien van toepassing – moeten volledig zijn geëxamineerd met examens die qua inhoud en toetsvorm passend zijn. Als de wettelijke vereisten wél eisen aan de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden of beroepshoudingen van de beroepsbeoefenaar betreffen, maar niet in kerntaken en/of werkprocessen verwerkt zijn, dient aangegeven te worden hoe en waar de eisen dan wel in het kwalificatiedossier tot uiting komen.

Verklaring vakdepartement

In de regeling is aangegeven dat, als er sprake is van wettelijke beroepsvereisten, er een goedkeurende verklaring van het betrokken vakdepartement aangeleverd moet worden. Het vakdepartement toetst of en verklaart dat de beroepsvereisten correct in het kwalificatiedossier zijn verwerkt. Deze verklaring moet voor indiening van het kwalificatiedossier naar de Toetsingskamer worden gestuurd.

Sectorkamers die al een goedkeurende verklaring van het vakdepartement in hun bezit hebben die betrekking heeft op een oudere versie van het kwalificatiedossier én die geen inhoudelijke wijzigingen in het kwalificatiedossier hebben doorgevoerd, hebben slechts een verklaring van het vakdepartement nodig dat er geen relevante wijzigingen zijn geweest in de wetgeving.

6.5. Bijzondere vereisten

Indien op het dossier andere regelingen en vereisten van toepassing zijn dan worden die in dit onderdeel toegelicht. Het kan hier gaan om zaken als:

  • Branchevereisten die gelden voor een specifiek onderdeel van een kwalificatie en / of waaraan een branchecertificaat verbonden is;

  • Regelingen als beschreven onder e) in 6.4, zoals regelingen die van toepassing zijn op de persoon van de beroepsbeoefenaar, zoals een Verklaring omtrent gedrag of regelingen die betrekking hebben op de werkplek.

6.6. Beroepsspecifieke moderne vreemde talen

Geef aan de hand van de ERK-descriptoren een indicatie voor het ERK-niveau van de beheersing van de beroepsgerichte MVT in het dossier. Hanteer daarbij onderstaand schema. Geef in het schema met 'nvt' aan wanneer voor een kwalificatie geen MVT-eisen gelden. Geef bij het schema een nadere toelichting waarin toegelicht wordt wat de relevantie is van de MVT-eisen bij de kwalificaties in het dossier.

Het indicatieve niveau voor de beheersing van beroepsspecifieke moderne vreemde talen in dit dossier is:

MVT: <naam MVT>

ERK <Naam kwalificatie 1 in dossier> <Naam kwalificatie 2 in dossier>
Luisteren    
Lezen    
Spreken    
Gesprekken voeren    
Schrijven    
<Toelichting>

Controleer goed op consistentie tussen het schema en de kwalificatie. Zorg er voor dat alle vaardigheden die in de tabel opgenomen zijn ook feitelijk te herleiden zijn naar de kwalificatie en omgekeerd dat MVT-eisen die in de kwalificatie ook verantwoord zijn in deze paragraaf.

Ook wanneer de generieke eisen Engels bij niveau 4 kwalificaties overlappen met de beroepsgerichte eisen Engels worden deze toegelicht en verantwoord in de verantwoordingsinformatie.

6.7. Ontwikkelmogelijkheden van de beroepsbeoefenaar in het onderwijs

Bij loopbaanperspectief is aangegeven welke specifieke loopbaanmogelijkheden en doorstroommogelijkheden de gediplomeerde binnen het onderwijs heeft. Dit geldt voor alle in het kwalificatiedossier beschreven kwalificaties.

Niveau 4: De doorstroom naar een andere kwalificatie binnen en/of na het mbo en/of het hbo moet globaal aangeduid zijn met één of meerdere concrete voorbeelden. Doorstroming naar hbo kan alleen worden beschreven bij niveau 4.

6.8. Onderhoudsagenda

Het kwalificatiedossier bevat een onderhouds- en ontwikkelagenda voor ten minste zes jaar, waarop relevante aandachtspunten zijn vermeld. In de Onderhouds- en ontwikkelagenda wordt vermeld op welke termijn het kwalificatiedossier opnieuw wordt bekeken, en welke agenda afgesproken is voor het onderhoud van het kwalificatiedossier (acties, wie verantwoordelijk, wanneer klaar?).

6.9. Wijzigingen ten opzichte van voorgaande versie

Kies uit één van de volgende categorieën en geef in de ruimte onder de categorieën aan wat er in het huidige kwalificatiedossier is gewijzigd ten opzichte van het kwalificatiedossier uit het vorige cohort.

Categorie 1: nieuw dossier

Dit kwalificatiedossier zat voorheen niet in de kwalificatiestructuur. Een toelichting is niet nodig.

Categorie 2: nieuwe elementen

Dit betreft een sterk gewijzigd kwalificatiedossier waarop de Toetsingskamer een ingangstoets heeft uitgevoerd. Er is bijvoorbeeld sprake van nieuwe of samengevoegde kwalificaties, nieuwe bcp's, etc.. Geef een beknopte samenvatting van wat er gewijzigd is in het dossier.

Categorie 3: wijzigingen

In vergelijking met de voorgaande versie zijn er elementen gewijzigd. Vat samen wat er gewijzigd is in het dossier.

Categorie 4: ongewijzigd

Het kwalificatiedossier is volledig ongewijzigd. Een samenvatting of toelichting is niet nodig.

Geef niet alleen aan in welke categorie de wijzigingen vallen. Geef voor wijzigingen in categorie 2 of 3 onder de tabel aan om welke wijzigingen het gaat, op zo'n manier dat een gebruiker snel kan zien wat waar gewijzigd is.

6.10. Betrokkenen

De betrokkenen bij het overleg en besluitvorming over het kwalificatiedossier zijn beschreven.

Genoemd moeten worden:

  • organisatie sectorkamer en afstemming met marktsegment

  • overzicht activiteiten die zijn ingezet (in samenwerking met de BTG) voor het creëren van materieel draagvlak

6.11. Middenkaderopleidingen van meer dan 3 jaar

De studieduur van middenkaderopleidingen is per 1 augustus 2014 vastgesteld op drie jaar. De minister kan enkele kwalificaties uitzonderen die een verblijfsduur hebben van meer dan drie jaar tot maximaal vier jaar. Indien dit aan de orde is wordt dit hier toegelicht. Jaarlijks dient deze lijst herijkt te worden op basis van gegevens over verblijfsduur in het mbo.

6.12. Certificaten

Met een algemene maatregel van bestuur kan de minister bepalen dat aan onderdelen van een kwalificatie een certificaat is verbonden (artikel 7.2.3 van de WEB). Geef indien van toepassing aan om welke onderdelen en certificaten het gaat.

Daarnaast kunnen onderdelen van een kwalificatie betiteld worden als branche-vereiste. Geef indien van toepassing aan welke dat betreft. Het gaat daarbij niet om verklaringen krachtens de WEB, zoals hierboven beschreven. Vul in het sjabloon de volgende gegevens in:

  • Omschrijving;

  • Beroepsinhoud en voorkomende functiebenaming(en);

  • Arbeidsmarktrelevantie;

  • Overzicht kerntaken en werkprocessen uit het basisdeel;

  • Overzicht kerntaken en werkprocessen uit de profieldelen.

6.13. Sectorale examenafspraken

In de toelichting wordt standaard een verwijzing opgenomen naar de sectorale examenafspraken die van toepassing zijn op het kwalificatiedossier.

6.14. Aanvullende informatie

Aanvullende informatie kan bijvoorbeeld zijn: een brochure, beroepeninformatie of een verwijzing naar een toelichting op de beroepsgerichte taal- en rekeneisen. Deze informatie wordt bij het kwalificatiedossier gepubliceerd op www.s-bb.nl/kwalificatiedossiers

Bijlage 1:. Descriptoren nlqf

Vetgedrukt en gearceerd zijn elementen waarin het onderscheid met het voorgaande niveau tot uitdrukking komt. Het NLQF is de Nederlandse uitwerking van het EQF: European Qualification Framework.

NLQF

NLQF 1

NLQF 2

NLQF 3

NLQF 4

Context

Een herkenbare leef- en werkomgeving.

Een herkenbare leef- en werkomgeving.

Een herkenbare, wisselende leef- en werkomgeving.

Een herkenbare, wisselende leef- en werkomgeving, ook internationaal.

Kennis

Bezit basale kennis van eenvoudige feiten en ideeën gerelateerd aan een beroep en kennisdomein.

Bezit basiskennis van feiten en ideeën processen, materialen, middelen en begrippen van en gerelateerd aan een beroep en kennisdomein.

Bezit kennis van materialen, middelen, feiten, kernbegrippen, eenvoudige theorieën, ideeën, methoden en processen van en gerelateerd aan een beroep en kennisdomein.

Bezit brede en specialistische kennis van materialen, middelen, feiten, abstracte begrippen, theorieën, ideeën, methoden en processen van en gerelateerd aan een beroep en kennisdomein.

Toepassen van kennis

.Reproduceert de kennis en past deze toe.

.Voert eenvoudige herkenbare (beroeps) taken uit op basis van automatismen.

.Reproduceert de kennis en past deze toe.

.Voert eenvoudige (beroeps) taken uit met behulp van geselecteerde standaardprocedures.

.Reproduceert de kennis en past deze toe.

Signaleert beperkingen van bestaande kennis in de beroepspraktijk en in het kennisdomein en onderneemt actie.

.Voert (beroeps)-taken die tactisch en strategisch inzicht vereisen uit met behulp van een eigen keuze uit en een combinatie van standaardprocedures en methodes .

.Reproduceert en analyseert de kennis en past deze toe.

.Evalueert en integreert gegevens en ontwikkelt strategieën voor het uitvoeren van diverse (beroeps)taken.

.Signaleert beperkingen van bestaande kennisin de beroepspraktijk en in het kennisdomein en onderneemt actie.

.Analyseert redelijk complexe (beroeps)taken en voert deze uit.

Probleem oplossende vaardigheden

Herkent eenvoudige problemen in de beroepspraktijk en in het kennisdomein.

Lost deze problemen op.

Herkent eenvoudige problemen in de beroepspraktijk en in het kennisdomein.

Lost deze problemen planmatig op.

Onderkent ingewikkelde problemen in de beroepspraktijk en in het kennisdomein.

Lost deze planmatig op door gegevens te identificeren en te gebruiken.

.Onderkent en analyseert redelijk complexe problemen in de beroepspraktijk en in het kennis-domein.

.Lost deze planmatig en op creatieve wijze op door gegevens te identificeren en te gebruiken.

Leer- en ontwikkelvaardigheden

Ontwikkelt zich met begeleiding.

Vraagt ondersteuning bij verdere ontwikkeling na reflectie en beoordeling van eigen (leer)resultaten.

Vraagt ondersteuning bij verdere ontwikkeling na reflectie en beoordeling van eigen (leer)resultaten.

Ontwikkelt zich door reflectie en beoordeling van eigen (leer)resultaten.

Informatievaardigheden

Verkrijgt en verwerkt informatie over eenvoudige feiten en ideeën gerelateerd aan een beroep en kennisdomein.

Verkrijgt en verwerkt basisinformatie over feiten, ideeën, processen, materialen, middelen en begrippen van en gerelateerd aan een beroep en kennisdomein.

Verkrijgt, verwerkt en combineert informatie over materialen, middelen, feiten, kernbegrippen, eenvoudige theorieën, ideeën, methoden en processen van en gerelateerd aan een beroep en kennisdomein.

Verkrijgt, verwerkt en combineert brede en specialistische informatie over materialen, middelen, feiten, abstracte begrippen, theorieën, ideeën, methoden en processen van en gerelateerd aan een beroep en kennisdomein.

Communicatievaardigheden

Communiceert op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies met gelijken, leidinggevenden en cliënten.

Communiceert op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies met gelijken, leidinggevenden en cliënten.

Communiceert op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies met gelijken, leidinggevenden en cliënten.

Communiceert op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies met gelijken, leidinggevenden en cliënten.

Verantwoordelijkheid en Zelfstandigheid

.Werkt samen met gelijken, leidinggevenden en cliënten.

.Draagt met begeleiding verantwoordelijkheid voor

resultaten van eenvoudige taken en studie.

.Werkt samen met gelijken, leidinggevenden en cliënten.

.Draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van eenvoudige taken en studie.

.Werkt samen met gelijken, leidinggevenden en cliënten.

.Draagt verantwoordelijk-heid voor resultaten van een afgebakend takenpakket en studie.

.Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat van het routinewerk van anderen.

.Werkt samen met gelijken, leidinggevenden en cliënten.

.Draagt verantwoordelijk-heid voor resultaten van eigenactiviteiten, werk en studie.

.Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat van het werk van anderen.

Bijlage 2:. Europees referentiekader mvt

Schrijven Descriptoren

Niveau A1

Ik kan een korte, eenvoudige ansichtkaart schrijven, bijvoorbeeld voor het zenden van vakantiegroeten. Ik kan op formulieren persoonlijke details invullen, bijvoorbeeld mijn naam, nationaliteit en adres noteren op een hotelinschrijvingsformulier.

Niveau A2

Ik kan korte, eenvoudige notities en boodschappen opschrijven. Ik kan een zeer eenvoudige persoonlijke brief schrijven, bijvoorbeeld om iemand voor iets te bedanken.

Niveau B1

Ik kan een eenvoudige samenhangende tekst schrijven over onderwerpen die vertrouwd of van persoonlijk belang zijn. Ik kan persoonlijke brieven schrijven waarin ik mijn ervaringen en indrukken beschrijf.

Niveau B2

Ik kan een duidelijke, gedetailleerde tekst schrijven over een breed scala van onderwerpen die betrekking hebben op mijn interesses. Ik kan een opstel of verslag schrijven, informatie doorgeven of redenen aanvoeren ter ondersteuning voor of tegen een specifiek standpunt. Ik kan brieven schrijven waarin ik het persoonlijk belang van gebeurtenissen en ervaringen aangeef.

Niveau C1

Ik kan me in duidelijke, goed gestructureerde tekst uitdrukken en daarbij redelijk uitgebreid standpunten uiteenzetten. Ik kan in een brief, een opstel of een verslag schrijven over complexe onderwerpen en daarbij de voor mij belangrijke punten benadrukken. Ik kan schrijven in een stijl die is aangepast aan de lezer die ik in gedachten heb.

Niveau C2

Ik kan een duidelijke en vloeiend lopende tekst in een gepaste stijl schrijven. Ik kan complexe brieven, verslagen of artikelen schrijven waarin ik een zaak weergeef in een doeltreffende, logische structuur, zodat de lezer de belangrijkste punten kan opmerken en onthouden. Ik kan samenvattingen van en kritieken op professionele of literaire werken schrijven.

Spreken/productie Descriptoren

Niveau A1

Ik kan eenvoudige uitdrukkingen en zinnen gebruiken om mijn woonomgeving en de mensen die ik ken, te beschrijven.

Niveau A2

Ik kan een reeks uitdrukkingen en zinnen gebruiken om in eenvoudige bewoordingen mijn familie en andere mensen, leefomstandigheden, mijn opleiding en mijn huidige of meest recente baan te beschrijven.

Niveau B1

Ik kan uitingen op een simpele manier aan elkaar verbinden, zodat ik ervaringen en gebeurtenissen, mijn dromen, verwachtingen en ambities kan beschrijven. Ik kan in het kort redenen en verklaringen geven voor mijn meningen en plannen. Ik kan een verhaal vertellen of de plot van een boek of film weergeven en mijn reacties beschrijven.

Niveau B2

Ik kan duidelijke, gedetailleerde beschrijvingen presenteren over een breed scala van onderwerpen die betrekking hebben op mijn interessegebied. Ik kan een standpunt over een actueel onderwerp verklaren en de voordelen en nadelen van diverse opties uiteenzetten.

Niveau C1

Ik kan duidelijke, gedetailleerde beschrijvingen geven over complexe onderwerpen en daarbij subthema's integreren, specifieke standpunten ontwikkelen en het geheel afronden met een passende conclusie.

Niveau C2

Ik kan een duidelijke, goedlopende beschrijving of redenering presenteren in een stijl die past bij de context en in een doeltreffende logische structuur, zodat de toehoorder in staat is de belangrijke punten op te merken en te onthouden.

Gesprekken voeren/interactie Descriptoren

Niveau A1

Ik kan deelnemen aan een eenvoudig gesprek, wanneer de gesprekspartner bereid is om zaken in een langzamer spreektempo te herhalen of opnieuw te formuleren en mij helpt bij het formuleren van wat ik probeer te zeggen. Ik kan eenvoudige vragen stellen en beantwoorden die een directe behoefte of zeer vertrouwde onderwerpen betreffen.

Niveau A2

Ik kan communiceren over eenvoudige en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie over vertrouwde onderwerpen en activiteiten betreffen. Ik kan zeer korte sociale gesprekken aan, alhoewel ik gewoonlijk niet voldoende begrijp om het gesprek zelfstandig gaande te houden.

Niveau B1

Ik kan de meeste situaties aan die zich kunnen voordoen tijdens een reis in een gebied waar de betreffende taal wordt gesproken. Ik kan onvoorbereid deelnemen aan een gesprek over onderwerpen die vertrouwd zijn, of mijn persoonlijke belangstelling hebben of die betrekking hebben op het dagelijks leven (bijvoorbeeld familie, hobby's, werk, reizen en actuele gebeurtenissen).

Niveau B2

Ik kan zodanig deelnemen aan een vloeiend en spontaan gesprek dat normale uitwisseling met moedertaalsprekers redelijk mogelijk is. Ik kan binnen een vertrouwde context actief deelnemen aan een discussie en hierin mijn standpunten uitleggen en ondersteunen.

Niveau C1

Ik kan mezelf vloeiend en spontaan uitdrukken zonder merkbaar naar uitdrukkingen te hoeven zoeken. Ik kan de taal flexibel en effectief gebruiken voor sociale en professionele doeleinden. Ik kan ideeën en meningen met precisie formuleren en mijn bijdrage vaardig aan die van andere sprekers relateren.

Niveau C2

Ik kan zonder moeite deelnemen aan welk gesprek of discussie dan ook en ben zeer vertrouwd met idiomatische uitdrukkingen en spreektaal. Ik kan mezelf vloeiend uitdrukken en de fijnere betekenisnuances precies weergeven. Als ik een probleem tegenkom, kan ik mezelf hernemen en mijn betoog zo herstructureren dat andere mensen het nauwelijks merken.

Lezen Descriptoren

Niveau A1

Ik kan vertrouwde namen, woorden en zeer eenvoudige zinnen begrijpen, bijvoorbeeld in mededelingen, op posters en in catalogi.

Niveau A2

Ik kan zeer korte eenvoudige teksten lezen. Ik kan specifieke voorspelbare informatie vinden in eenvoudige, alledaagse teksten zoals advertenties, folders, menu's en dienstregelingen en ik kan korte, eenvoudige, persoonlijke brieven begrijpen.

Niveau B1

Ik kan teksten begrijpen die hoofdzakelijk bestaan uit hoogfrequente, alledaagse of aan mijn werk gerelateerde taal. Ik kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven begrijpen.

Niveau B2

Ik kan artikelen en verslagen lezen die betrekking hebben op eigentijdse problemen, waarbij de schrijvers een bepaalde houding of standpunt innemen. Ik kan eigentijds literair proza begrijpen.

Niveau C1

Ik kan lange en complexe feitelijke en literaire teksten begrijpen, en het gebruik van verschillende stijlen waarderen. Ik kan gespecialiseerde artikelen en lange technische instructies begrijpen, zelfs wanneer deze geen betrekking hebben op mijn terrein.

Niveau C2

Ik kan moeiteloos vrijwel alle vormen van de geschreven taal lezen, inclusief abstracte, structureel of linguïstisch complexe teksten zoals handleidingen, specialistische artikelen en literaire werken

Luisteren Descriptoren

Niveau A1

Ik kan vertrouwde woorden en basiszinnen begrijpen die mezelf, mijn familie en directe concrete omgeving betreffen, wanneer de mensen langzaam en duidelijk spreken.

Niveau A2

Ik kan zinnen en de meest frequente woorden begrijpen die betrekking hebben op gebieden die van direct persoonlijk belang zijn (bijvoorbeeld basisinformatie over mezelf en mijn familie, winkelen, plaatselijke omgeving, werk). Ik kan de belangrijkste punten in korte, duidelijke en eenvoudige boodschappen en aankondigingen volgen.

Niveau B1

Ik kan de hoofdpunten begrijpen wanneer in duidelijk uitgesproken standaarddialect wordt gesproken over vertrouwde zaken die ik regelmatig tegenkom op mijn werk, school, vrije tijd enzovoort Ik kan de hoofdpunten van veel radio- of tv-programma's over actuele zaken of over onderwerpen van persoonlijk of beroepsmatig belang begrijpen, wanneer er betrekkelijk langzaam en duidelijk gesproken wordt.

Niveau B2

Ik kan een langer betoog en lezingen begrijpen en zelfs complexe redeneringen volgen, wanneer het onderwerp redelijk vertrouwd is. Ik kan de meeste nieuws- en actualiteitenprogramma's op de tv begrijpen. Ik kan het grootste deel van films in standaarddialect begrijpen.

Niveau C1

Ik kan een langer betoog begrijpen, zelfs wanneer dit niet duidelijk gestructureerd is en wanneer relaties slechts impliciet zijn en niet expliciet worden aangegeven. Ik kan zonder al te veel inspanning tv-programma's en films begrijpen.

Niveau C2

Ik kan moeiteloos gesproken taal begrijpen, in welke vorm dan ook, hetzij in direct contact, hetzij via radio of tv, zelfs wanneer in een snel moedertaaltempo gesproken wordt als ik tenminste enige tijd heb om vertrouwd te raken met het accent.

Bijlage 4. Behorende bij de Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016

Bijlage 256700.png

Toetsingskader kwalificatiestructuur mbo

1. Inleiding

1.1. Formele kaders

In de WEB zijn bepalingen opgenomen over de ontwikkeling en toetsing van kwalificatiedossiers voor het middelbaar beroepsonderwijs, in de artikelen 7.2.3., 7.2.4, 7.2.5, 7.2.6 en 9.2.1 derde lid.

1.2. Inhoud Toetsingskader

Dit Toetsingskader beschrijft in een tweetal hoofdstukken de wijze waarop uitvoering gegeven wordt aan deze artikelen. De hoofdstukken beschrijven achtereenvolgens:

  • I. De criteria aan de hand waarvan de kwaliteit van de kwalificatiestructuur, de kwalificatiedossiers en de keuzedelen worden getoetst;

  • II. De inrichting van het toetsproces leidend tot een advies over de kwaliteit van de kwalificatiestructuur, de kwalificatiedossiers en keuzedelen.

2. Toetsingscriteria voor de kwalificatiestructuur, -dossiers en keuzedelen

2.1. Inleiding

De kwalificatiestructuur omvat het samenvattend geheel van kwalificatiedossiers en keuzedelen voor het middelbaar beroepsonderwijs, de tabel 'opleidingsdomeinen – kwalificatiedossiers – kwalificaties' en de koppeling 'kwalificaties – keuzedelen – kwalificaties'.

Een kwalificatiedossier bevat de kwalificatie-eisen voor een beroep of groep van beroepen op het niveau van de beginnend beroepsbeoefenaar. Ook bevat het een verwijzing naar de kwalificatie-eisen voor de generieke examenonderdelen Nederlandse taal, rekenen, Engels (voor mbo niveau 4), loopbaan en burgerschap.

De kwalificatie-eisen voor een keuzedeel zijn beschreven in een apart document keuzedeel, dat gekoppeld is aan één of meer kwalificaties. Aan iedere kwalificatie zijn meerdere keuzedelen gekoppeld.

Ook is aan ieder kwalificatiedossier het document Verantwoordingsinformatie behorend bij het kwalificatiedossier mbo <naam dossier> verbonden, waarin de sectorkamer verantwoording aflegt over de inhoud en de totstandkoming van het betreffende dossier en waarin beroepsvereisten, bijzondere vereisten toegelicht worden, maar waarin niet – zoals in het kwalificatiedossier zelf – kwalificatie-eisen zijn opgenomen. Het kwalificatiedossier, de bijbehorende keuzedelen, de tabel 'opleidingsdomeinen – kwalificatiedossiers – kwalificaties' en de koppeling 'kwalificatie – keuzedelen' worden vastgesteld door de minister van OCW (en de staatssecretaris van EZ voor kwalificaties op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel); dat geldt niet voor de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier.

De toetsingscriteria in het Toetsingskader beschrijven kwaliteitsstandaarden waaraan de kwalificatiestructuur als geheel, de afzonderlijke kwalificatiedossiers, de afzonderlijke keuzedelen en de koppeling tussen keuzedeel en kwalificatie moeten voldoen.

Kwalificatiedossiers en keuzedelen moeten worden ontwikkeld volgens het door OCW en EZ vastgestelde model kwalificatiedossier en model keuzedeel en conform de daarbij behorende instructie en ze moeten voldoen aan de desbetreffende toetsingscriteria uit dit Toetsingskader.

2.2. De kwaliteit van de kwalificatiestructuur, de kwalificatiedossiers en keuzedelen

De kwaliteit van de kwalificatiestructuur, de afzonderlijke kwalificatiedossiers en de keuzedelen worden getoetst aan de hand van de volgende criteria:

  • 1) Doelmatigheid: de kwalificatiestructuur als geheel, de afzonderlijke kwalificatiedossiers en de keuzedelen sluiten in kwaliteit en kwantiteit aan op de vraag vanuit de arbeidsmarkt, samenleving en vervolgonderwijs.

  • 2) Uitvoerbaarheid: de kwalificatiestructuur als geheel, de afzonderlijke kwalificatiedossiers en de keuzedelen zijn uitvoerbaar voor onderwijsinstellingen, leerbedrijven en andere gebruikers van de kwalificatiedossiers ten behoeve van het onderwijs, de examinering en de beroepspraktijkvorming (bpv).

  • 3) Herkenbaarheid: de kwalificatiestructuur als geheel, de afzonderlijke kwalificatiedossiers en de keuzedelen zijn herkenbaar voor bedrijfsleven, onderwijsveld en deelnemers.

  • 4) Transparantie: de kwalificatiestructuur vormt een ontkokerd, transparant en overzichtelijk geheel. Er is geen ondoelmatige overlap tussen kwalificaties en tussen keuzedelen. De afzonderlijke kwalificatiedossiers geven overzichtelijk de kwalificatie-eisen aan per kwalificatie, conform het model kwalificatiedossier inclusief instructie. De kwalificatiestructuur geeft helder en overzichtelijk verschillen en overeenkomsten tussen kwalificaties en keuzedelen weer, zodanig dat deelnemers een goed onderbouwde keuze voor een kwalificatie kunnen maken en werkgevers weten wat ze kunnen verwachten van deelnemers die een bpv-plek of baan vervullen.

  • 5) Flexibiliteit: het proces van de totstandkoming van de kwalificatiestructuur als geheel en van de kwalificatiedossiers en keuzedelen afzonderlijk staat er borg voor dat er alert en adequaat gereageerd wordt c.q. is op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt die moeten leiden c.q. hebben geleid tot duurzame aanpassingen van de kwalificatie-eisen.

  • 6) Duurzaamheid: de kwalificatiedossiers en keuzedelen leveren een solide basis voor de inhoudelijke inrichting van het onderwijs, de examinering en de bpv. De kwalificatiestructuur en -dossiers zijn bestendig tegen korte-termijn-veranderingen binnen het onderwijs en de beroepsuitoefening zodanig dat de onderwijsinstellingen het onderwijs goed kunnen organiseren en werkgevers stabiel zicht hebben op de kwaliteiten van de beginnend beroepsbeoefenaar.

De kwalificatiestructuur is doelmatig; relevant voor de arbeidsmarkt, de samenleving en vervolgonderwijs.

Kwalificatiestructuur

  • a. De kwalificatiestructuur bevat de kwalificatie-eisen voor de beginnende beroepsbeoefenaren die aansluiten op de actuele vraag van de arbeidsmarkt en van instellingen voor vervolgonderwijs en die anticiperen op hun toekomstige vraag.

Kwalificatiedossier

  • b. De in het kwalificatiedossier opgenomen kwalificatie(s) is/zijn drievoudig kwalificerend. Naast kwalificatie-eisen voor het beroep bevatten de kwalificaties de kwalificatie-eisen voor de generieke examenonderdelen Nederlandse taal en rekenen met een verwijzing naar de bij de betreffende mbo niveaus behorende referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen en een verwijzing naar de kwalificatie-eisen voor het generieke examenonderdeel loopbaan en burgerschap. Kwalificaties op niveau-4 bevatten tevens kwalificatie-eisen voor het generieke examenonderdeel Engels met een verwijzing naar de niveaus van het Europees raamwerk voor moderne vreemde talen (CEF / ERK).

  • c. De kwalificatie(s) in het kwalificatiedossier is/zijn breed toeleidend naar de arbeidsmarkt. Ze hebben niet betrekking op een functie maar op een beroep dat wordt uitgeoefend in meer dan één bedrijf.

  • d. Het kwalificatiedossier is gebaseerd op sociale partners gelegitimeerde beroepscompetentieprofielen (bcp's) die aansluiten bij de actuele vraag op de arbeidsmarkt.

  • e. Relevante beroepsvereisten als beschreven in artikel 7.2.6. van de WEB, of verwijzingen ernaar, zijn – per betreffende kwalificatie – vermeld in het kwalificatiedossier. De betreffende kwalificaties zijn niet in tegenspraak met deze beroepsvereisten. Deze beroepsvereisten moeten in de betreffende kwalificatie(s) zijn verwerkt.

  • f. Alleen indien dit bij of krachtens algemene maatregel van bestuur (op basis van artikel 7.2.3. van de WEB) is bepaald, kan in het kwalificatiedossier zijn vermeld dat er sprake is van een onderdeel van een kwalificatie waaraan een certificaat is verbonden.

Keuzedeel

  • g. In de kwalificatiestructuur vormt het keuzedeel het onderdeel waarmee:

    • I. de mbo-er zijn positie op de arbeidsmarkt versterkt door verbreding en / of verdieping bovenop de kwalificatie(s) waaraan het keuzedeel is verbonden en/of

    • II. de mbo-er zijn positie bij de aansluiting op het naastgelegen hogere opleidingsniveau voor de onderscheiden kwalificatie(s) waaraan het keuzedeel is verbonden versterkt.

    • III. mbo-instellingen flexibel in kunnen spelen op (regionale) arbeidsmarktontwikkelingen.

    Het keuzedeel maakt geen onderdeel uit van de kwalificatie(s) waaraan het keuzedeel is verbonden en het overlapt niet met de kwalificatie(s) waaraan het gekoppeld is.

  • h. Voor (uitsluitend) de entreeopleiding geldt dat het keuzedeel ook een remediërend karakter kan hebben.

  • i. Alleen indien dit bij of krachtens algemene maatregel van bestuur (op basis van artikel 7.2.3. van de WEB) is bepaald, kan in het kwalificatiedossier zijn vermeld dat er sprake is van een keuzedeel waaraan een certificaat is verbonden.

Verantwoordingsinformatie

  • j. In de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier wordt verwezen naar de beroepscompetentieprofielen die van toepassing zijn op het kwalificatiedossier.

  • k. In geval van beroepsvereisten is in de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier opgenomen de goedkeurende verklaring van het betreffende vakdepartement en een toelichting op de wijze waarop de beroepsvereisten verwerkt zijn in de kwalificatie(s).

  • l. In geval van bijzondere vereisten is in de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier beschreven. Waar relevant is verantwoord hoe die verwerkt zijn in de kwalificatie(s).

  • m. In geval dat aan een deel van een kwalificatie een certificaat verbonden is, is een toelichting op de relevantie van het certificaat opgenomen in de verantwoordingsinformatie.

  • n. In de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier is opgenomen een beschrijving van ontwikkelings- en doorgroeimogelijkheden van deelnemers binnen de beroepskolom na het behalen van de onderscheiden kwalificaties die in het dossier zijn opgenomen.

  • o. In de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier is een verwijzing opgenomen naar de sectorale examenafspraken.

De kwalificatiestructuur is uitvoerbaar voor onderwijs, bpv en examinering.

Kwalificatiestructuur

  • a. Op basis van de kwalificatiestructuur kunnen onderwijsinstellingen een evenwichtig gespreid aanbod van opleidingen verzorgen dat goed afgestemd is op de (regionale) vraag en aanbod.

Kwalificatiedossier

  • b. Het kwalificatiedossier is uitvoerbaar voor onderwijsinstellingen en leerbedrijven binnen de daarvoor geldende (formele) kaders met betrekking tot (bijvoorbeeld) het onderwijs, de examinering, de beroepspraktijkvorming (bpv) en de verantwoording.

  • c. Kwalificaties zijn zodanig beschreven dat het daarop door de onderwijsinstellingen in te richten onderwijsprogramma studeerbaar is binnen de geldende voorschriften:

    • I. één volledig studiejaar voor de entreeopleiding;

    • II. ten minste één en ten hoogste twee volledige studiejaren voor de basisberoepsopleiding;

    • III. ten minste twee en ten hoogste drie volledige studiejaren voor de vakopleiding;

    • IV. drie volledige studiejaren voor de middenkaderopleiding;

    • V. één volledig studiejaar voor de specialistenopleiding.

    Indien dit in verband met de aard van de opleiding noodzakelijk is, kan voor de middenkaderopleiding een langere studieduur worden vastgesteld. Deze opleidingen dienen te voldoen aan de daarvoor door de Minister van OCW geformuleerde criteria conform art. 7.2.4a. van de WEB.

  • d. De beschrijving van de kwalificatie-eisen per kwalificatie biedt voldoende houvast voor onderwijsinstellingen en andere betrokkenen (waaronder leerbedrijven en leveranciers) voor de inhoudelijke inrichting van onderwijsprogramma's, examinering en bpv. Het kwalificatiedossier bevat geen eisen betreffende de vorm van opleidingen (zoals bijvoorbeeld de didactiek).

Keuzedeel

  • e. Het keuzedeel is uitvoerbaar voor onderwijsinstellingen en leerbedrijven binnen de daarvoor geldende (formele) kaders met betrekking tot (bijvoorbeeld) het onderwijs, de examinering en de beroepspraktijkvorming (bpv).

  • f. Het keuzedeel mag niet groter zijn dan de keuzedeelverplichting van het soort opleiding waaraan het keuzedeel gekoppeld is. Het keuzedeel moet bovendien passend zijn voor de studielast die aan het keuzedeel meegegeven wordt.

Verantwoordingsinformatie

  • g. Onderwijs en bedrijfsleven zijn bereid om op te leiden voor de betreffende kwalificatie. Het bedrijfsleven heeft concrete toezeggingen gedaan om bpv-plaatsen ter beschikking te stellen. In de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier is dit aangegeven en onderbouwd.

  • h. In de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier is informatie opgenomen over de uitvoerbaarheid van het kwalificatiedossier op onderwijsinstellingen en leerbedrijven.

  • i. In de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier is een onderbouwing geleverd voor de nominale studieduur van middenkaderopleidingen indien deze een studieduur mogen hebben van langer dan drie jaar.

  • j. In de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier zijn de bevindingen opgenomen van de raadpleging van gebruikers (bijvoorbeeld een panel met docenten en praktijkopleiders) en hoe die bevindingen betrokken zijn bij de opstelling/verbetering van het kwalificatiedossier.

  • k. In geval van bijzondere vereisten is in de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier een toelichting gegeven op de uitvoerbaarheid er van.

De kwalificatiestructuur is herkenbaar voor bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en deelnemers.

Kwalificatiestructuur

  • a. De naamgeving en inrichting van opleidingsdomeinen, kwalificatiedossiers, kwalificaties en keuzedelen levert voldoende herkenbaarheid op voor het bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en deelnemers.

Kwalificatiedossier

  • b. Het kwalificatiedossier geeft een actuele en relevante beschrijving van de beroepshandelingen van een beginnend beroepsbeoefenaar.

  • c. Elk kwalificatiedossier is opgenomen in één opleidingsdomein.

  • d. Voor ieder kwalificatiedossier en keuzedeel is één sectorkamer penvoerder.

  • e. De kwalificatie(s) uit het kwalificatiedossier bouwen voort op verwante examenprogramma's in het vmbo.

  • f. Kwalificaties zijn gericht op uitstroom naar de arbeidsmarkt en op verwante kwalificaties op het naast-hogere opleidingsniveau. Voor middenkaderopleidingen betreft dat verwante kwalificaties in het hbo.

Verantwoordingsinformatie

  • g. Kwalificatiedossiers en keuzedelen zijn voortgekomen uit overleg van en dialoog tussen relevante partijen en zijn gevalideerd door de betreffende sectorkamers. In de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier is dit aangegeven.

  • h. Wanneer kwalificaties (en/of beroepscompetentieprofielen) en keuzedelen het werkgebied van meerdere sectorkamers betreffen, zijn er afspraken gemaakt over samenwerking. Die afspraken zijn door alle betrokken sectorkamers onderschreven. In de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier is dit aangegeven.

  • i. Bij gebruikers is draagvlak voor het kwalificatiedossier en bijbehorende keuzedelen. In de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier en bij de ingangstoets voor keuzedelen is opgenomen de wijze waarop draagvlak is gecreëerd.

De kwalificatiestructuur vormt een transparant en overzichtelijk geheel.

Kwalificatiestructuur

  • a. De kwalificatiestructuur vormt een overzichtelijk en samenhangend geheel van opleidingsdomeinen, kwalificatiedossiers, kwalificaties en keuzedelen die aan gebruikers een goed beeld geven van onderscheiden beroepen waarvoor in het middelbaar beroepsonderwijs wordt opgeleid en van de kwalificatie-eisen die gelden voor de betreffende beginnende beroepsbeoefenaren.

  • b. Er is sprake van eenduidige uitwerking over alle kwalificatiedossiers heen, door gelijke beschrijving wat gelijk is en vergelijkbare beschrijving wat vergelijkbaar is, door een transparante en passende omschrijving van het kwalificatieniveau en door het nakomen van overige eisen over vormgeving en beschrijving die in de 'Instructies bij de ontwikkeling van een kwalificatiedossiers mbo, keuzedelen en verantwoordingsinformatie' zijn aangegeven.

  • c. De kwalificatiestructuur is zodanig elektronisch ontsloten dat gebruikers gemakkelijk overzichten kunnen opstellen betreffende geselecteerde kwalificatie-elementen binnen een kwalificatiedossier of van meerdere/alle dossiers om bijvoorbeeld verschillen en overeenkomsten tussen kwalificaties in beeld te brengen.

Kwalificatiedossier

  • d. In de kwalificatiestructuur zijn voor de basisberoepsopleiding, de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding verwante kwalificaties geclusterd in een dossier op basis van een beroepengroep. De beroepen in de beroepengroep hebben een gemeenschappelijke kern in termen van gemeenschappelijke handelingen, vakkennis en vaardigheden en beroepshouding. De kwalificaties in het dossier leveren meerwaarde op ten opzichte van in de kwalificatiestructuur al aanwezige (delen van) kwalificaties. Er is geen sprake van ondoelmatige overlap binnen en tussen dossiers en kwalificaties.

  • e. Elke kwalificatie bevat een duidelijke en evenwichtige beschrijving van (vak)kennis, vaardigheden en gedragsaspecten.

  • f. Elke kwalificatiedossier omvat een basis- en een profieldeel. In het kwalificatiedossier zijn voor de basisberoepsopleiding, de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding de gemeenschappelijke kenmerken (kerntaken, beroepshouding, vakkennis en vaardigheden) van de beroepengroep duidelijk uitgewerkt in het basisdeel, en is in elk profieldeel én in de aanvullende eisen in het basisdeel aangegeven wat specifiek is voor elke onderscheiden kwalificatie.

  • g. De kwalificaties voor de entreeopleiding zijn gebundeld in het entreedossier, een sectoroverstijgend dossier waarin het accent ligt op arbeidsmarktoriëntatie. In het entreedossier wordt de basis gevormd door de gemeenschappelijke werkprocessen van de in het dossier opgenomen profielen. In het profieldeel worden de gemeenschappelijke werkprocessen verbijzonderd naar de context van de beroepengroepen die in het dossier zijn opgenomen.

  • h. Het mbo-niveau van de kwalificatie is consistent uitgewerkt met behulp van de NLQF-descriptoren.

  • i. Kwalificaties zijn voorzien van een EQF / NLQF-niveau.

  • j. De beroepsgerichte eisen Nederlandse taal, rekenen en moderne vreemde talen (MVT) zijn herkenbaar en eenduidig uitgewerkt in de kwalificatiedossiers.

  • k. Het kwalificatiedossier voldoet op alle elementen aan het 'Model kwalificatiedossier mbo' inclusief de 'Instructies bij de ontwikkeling van een kwalificatiedossiers mbo, keuzedelen en verantwoordingsinformatie'.

Keuzedeel

  • l. Het keuzedeel voldoet op alle elementen aan het 'Model keuzedeel mbo’ inclusief de 'Instructies bij de ontwikkeling van een kwalificatiedossiers mbo, keuzedelen en verantwoordingsinformatie'.

  • m. Het register keuzedelen vormt een samenhangend en overzichtelijk geheel. Er is geen sprake van ondoelmatige overlap tussen kwalificaties en de eraan gekoppelde keuzedelen noch tussen keuzedelen onderling.

De kwalificatiestructuur is flexibel voor onderwijs, beroepspraktijkvorming en examinering.

Kwalificatiestructuur

  • a. De procedure voor ontwikkeling en vaststelling van kwalificatiedossiers is zodanig ingericht dat flexibele toevoeging en / of aanpassing mogelijk is wanneer daar dringende redenen voor zijn vanuit het perspectief van arbeidsmarkt, uitvoering of veranderende wetgeving.

  • b. De procedure voor ontwikkeling en vaststelling van keuzedelen is zodanig ingericht dat flexibele toevoeging en / of aanpassing van keuzedelen mogelijk is.

Kwalificatiedossier

  • c. Het kwalificatiedossier biedt ruimte voor erkende leerbedrijven om invulling te geven aan de bpv in samenspraak met onderwijsinstellingen. Het kwalificatiedossier bevat geen eisen voor de wijze van inrichting van onderwijs, examinering, beroepspraktijkvorming en evenmin voor bijvoorbeeld de didactiek.

Keuzedeel

  • d. Aan elke kwalificatie zijn keuzedelen gekoppeld. Het aantal van keuzedelen dat gekoppeld is aan een kwalificatie(dossier) is dusdanig van omvang (in aantal én studielast) dat de mogelijkheid tot het maken van een keuze door de deelnemer op het niveau van een kwalificatie verzekerd is.

De kwalificatiestructuur is duurzaam voor onderwijs, beroepspraktijkvorming en examinering.

Kwalificatiedossier

  • a. Het kwalificatiedossier is zo opgesteld dat het meerjarig meekan zonder tussentijds geactualiseerd te hoeven worden. Van die termijn wordt alleen afgeweken in het geval er dringende overwegingen zijn vanuit wet- en regelgeving, arbeidsmarkt of uitvoering.

  • b. In het kwalificatiedossier zijn verwante beroepen geclusterd tot een beroepengroep op basis van gemeenschappelijke kerntaken, werkprocessen, aard van het beroep en vakkennis en vaardigheden. De beroepengroep vormt de duurzame basis voor een dossier.

Verantwoordingsinformatie

  • c. In de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier is een onderhoudsagenda opgenomen waarop relevante aandachtspunten voor het onderhoud zijn vermeld. De agenda bestrijkt een periode van 5 jaar.

De bovenstaande kwaliteitscriteria dienen in onderlinge samenhang te worden bezien. De kwaliteitscriteria zijn te onderscheiden, maar niet strikt te scheiden. Ze vullen elkaar aan, vloeien in elkaar over en er bestaat een spanningsrelatie tussen een aantal kwaliteitscriteria.

3. Het proces van toetsing

De Toetsingskamer toetst de kwaliteit van de kwalificatiedossiers, de keuzedelen en de kwalificatiestructuur als geheel aan de hand van de toetsingscriteria uit het Toetsingskader en brengt daarover een onafhankelijk advies uit aan het Bestuur SBB.

Het toetsproces van de Toetsingskamer kent twee formele toetsmomenten: de Ingangstoets en de Eindtoets. Deze twee toetsmomenten zijn van toepassing op de afzonderlijke kwalificatiedossiers, de keuzedelen en de kwalificatiestructuur.

De Ingangstoets

De Ingangstoets is van toepassing in de volgende gevallen:

  • Indiening door een sectorkamer van een nieuwe kwalificatie of kwalificatiedossier

  • Indiening van een nieuw of vernieuwd beroepscompetentieprofiel (bcp) bij een kwalificatiedossier

  • Ingrijpende aanpassing van een bestaand kwalificatiedossier

  • Indiening van een nieuw keuzedeel

  • Aanpassing van een bestaand keuzedeel

  • (Ont)koppeling van een keuzedeel

De Ingangstoets heeft een tweeledig doel:

  • Getoetst wordt wat de toegevoegde waarde is van het kwalificatiedossier, de kwalificatie(s), het keuzedeel en/of het beroepscompetentieprofiel voor de kwalificatiestructuur:

    • Is er voldoende arbeidsmarktrelevantie?

    • Is er geen sprake van ondoelmatige overlap met andere kwalificaties / keuzedelen?

  • Getoetst wordt of er draagvlak is bij de betrokken partijen (sectorkamer, onderwijsveld en bedrijfsleven) om de kwalificatie(s) of het keuzedeel te ontwikkelen danwel te implementeren bij opleidingen.

De Eindtoets

De Eindtoets vormt de finale toets op het kwalificatiedossier en / of het keuzedeel. De Toetsingskamer toetst bij de Eindtoets of het kwalificatiedossier en de daarbij behorende verantwoordingsinformatie en het keuzedeel voldoen aan de in het Toetsingskader aangegeven kwaliteitseisen.

Tussentijds toetsen en tussentijdse advisering aan het team kwalificeren en examineren

Naast deze twee formele toetsen hanteert de Toetsingskamer voor het kwalificatiedossier tussentijdse toetsmomenten. De toetsen A en B moeten borgen dat de kwalificatiedossiers binnen de gestelde ontwikkeltijd voldoen aan de eisen. Deze toetsen hebben het karakter van een advies aan de sectorkamer over de kwaliteit van (de conceptversie van) het dossier.

Beroep

Een sectorkamer die meent in zijn belang geschaad te zijn door een beslissing van de Toetsingskamer kan in beroep gaan bij het bestuur SBB.

Advies aan het bestuur SBB

Als kwalificatiedossiers en keuzedelen voldoen aan de in het Toetsingskader aangegeven kwaliteitseisen adviseert de Toetsingskamer het algemeen bestuur SBB om deze kwalificatiedossiers en keuzedelen aan te bieden aan de minister van OCW en EZ (voor wat betreft de dossiers en keuzedelen op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel) ter formele vaststelling. Het bestuur SBB draagt dit advies over aan de minister van OCW of EZ, maar kan desgewenst gemotiveerd afwijken van het advies van de Toetsingskamer om een kwalificatiedossier of keuzedeel al dan niet aan te bieden aan de minister ter formele vaststelling.

Er is twee keer per jaar de mogelijkheid tot het vaststellen van een nieuw of vernieuwd kwalificatiedossier door de minister van OCW of EZ. Voor keuzedelen kan dat vier keer per jaar gebeuren. Het toetsproces van de Toetsingskamer is afgestemd op de data van vaststelling.

Review

Jaarlijks rapporteert de Toetsingskamer in een review over trends en ontwikkelingen in de kwalificatiestructuur en doet daarin voorstellen tot (onderzoek naar) kwaliteitsverbetering van de kwalificatiestructuur.

  • ^ [1]

    DigiK is het programma waarmee alle dossiers en keuzedelen worden ontwikkeld. Vanuit DigiK worden de dossiers en keuzedelen gepubliceerd op de website kwalificaties.s-bb.nl.