Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Monitoring Persoonsgebonden budget en individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen[Regeling vervallen per 10-05-2016 met terugwerkende kracht tot en met 01-01-2016.]

Geldend van 01-01-2016 t/m 09-05-2016

Regeling Monitoring Persoonsgebonden budget en individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen

Ingevolge de artikelen 62 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van informatieverstrekking voor de monitoring van zorguitgaven.

Artikel 1. Reikwijdte [Vervallen per 10-05-2016]

Deze regeling is van toepassing op zorgkantoren/Wlz-uitvoerders als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet langdurige zorg (Wlz).

Artikel 2. Doel van de regeling [Vervallen per 10-05-2016]

Deze regeling heeft tot doel het stellen van regels over de informatie die zorgkantoren/Wlz-uitvoerders als genoemd in artikel 1 van deze regeling moeten aanleveren ten behoeve van het monitoren van de uitgaven Persoonsgebonden budget (PGB) en de besteding aan individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen.

Deze gegevens worden gebruikt om te bepalen in hoeverre de beschikbare ruimten voor PGB’s toereikend zijn om de toegekende budgetten aan de budgethouders te bekostigen en in hoeverre het mogelijk is om nog budgetten toe te kennen aan aspirant budgethouders. Voor de individueel aangepaste hulpmiddelen worden de gegevens gebruikt om te bepalen of de uitgaven hiervan passen binnen de door VWS gestelde ruimte.

Deze regels hebben betrekking op de inhoud van de informatie zelf, de wijze waarop deze moet worden aangeleverd en de termijnen waarbinnen dat moet.

Artikel 3. Begripsbepalingen [Vervallen per 10-05-2016]

In deze regeling wordt verstaan onder:

Voor overige begrippen wordt verwezen naar de Beleidsregel Definities Wlz.

Artikel 4. Te verstrekken informatie PGB [Vervallen per 10-05-2016]

  • 1 Zorgkantoren als bedoeld in artikel 3 zijn voor het budgetjaar 2016 verplicht om in dat jaar maandelijks een opgave te verstrekken van het totaalbedrag van aan budgethouders toegekende budgetten (toegekende trekkingsrechten) PGB voor het lopende jaar, de reserveringen PGB tot einde lopende jaar en de reserveringen voor het volgende jaar.

  • 2 Zorgkantoren als bedoeld in artikel 3 zijn voor het budgetjaar 2016 eveneens verplicht om in dat jaar maandelijks een opgave te verstrekken op budgethouderniveau van de indicatiegegevens, toegekende bedragen en de looptijd van de subsidieperiode.

  • 3 Zorgkantoren zijn verplicht de NZa uiterlijk 1 juli 2016 een definitieve (werkelijke) opgave te verstrekken van de feitelijke uitgaven van het PGB in het jaar 2015. De opgave moet voorzien zijn van een controleverklaring verstrekt door een accountant.

Artikel 5. Indieningstermijnen en compleetheid van de te verstrekken informatie PGB [Vervallen per 10-05-2016]

  • 1 Voor de opgaven zoals bedoeld in artikel 4 moet gebruik worden gemaakt van de hiertoe bestemde formulieren die de NZa beschikbaar stelt.

  • 2 De opgave zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 4 moet ingediend worden bij de NZa voor de 15e van de opvolgende maand en heeft als peildatum de laatste dag van de maand. De opgave is compleet indien deze het volledig ingevulde digitale formulier bevat met de volgende gegevens:

    • aantal budgethouders PGB;

    • toegekende budgetten (afgegeven trekkingsrechten) voor PGB- houders voor het jaar 2016;

    • gereserveerd bedrag PGB vanaf het moment van opgave tot einde jaar 2016;

    • gereserveerd bedrag PGB voor het jaar 2017;

    • aantal cliënten op wachtlijst voor toekenning van een PGB;

    • onderbouwing van afwijkingen ten opzichte van de cijfers van voorgaande periodes.

  • 3 De opgave zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 4 moet ingediend worden bij de NZa voor de 15e van de opvolgende maand en heeft als peildatum de laatste dag van de maand. Het totaal bedrag moet aansluiten met het totaal bedrag in de opgave bedoeld in het eerste lid van artikel 4. De opgave is compleet indien deze het volledig ingevulde formulier bevat met de volgende gegevens:

    • het ZZP waarvoor de budgethouder is geïndiceerd;

    • het bedrag van een eventuele meerzorgtoeslag;

    • het totaal toegekende bedrag Wlz-PGB;

    • ingangsdatum van de subsidieperiode Wlz-PGB;

    • einddatum van de subsidieperiode Wlz-PGB.

  • 4 De opgave bedoeld in het derde lid van artikel 4 is compleet indien deze de volgende onderdelen bevat:

    • totaal aantal budgethouders PGB, met een peildatum op 31 december 2015;

    • toegekende budgetten (afgegeven trekkingsrechten) voor het jaar 2015. Deze opgave sluit aan bij de gegevens uit de maandopgaven. Een afwijking hierin moet worden toegelicht;

    • totaal feitelijke uitgaven PGB, peildatum 31 december jaar 2015.’

Artikel 6. Te verstrekken informatie individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen [Vervallen per 10-05-2016]

  • 1 Zorgkantoren, als bedoeld in artikel 3, zijn voor het budgetjaar 2016 verplicht om in dat jaar maandelijks een opgave te verstrekken van de uitgaven Wlz-hulpmiddelen van de voorgaande kalendermaand. Onderdeel van deze uitvraag is tevens een opgave van de uitgaven aan hulpmiddelen voor de groep cliënten waarvan de geriatrische revalidatiezorg reeds in 2014 is begonnen en het gebruik van de individueel aangepaste hulpmiddelen doorloopt in 2016. De opgave moet ingediend worden bij de NZa voor de 15e van de opvolgende maand en heeft als peildatum de laatste dag van de maand.

  • 2 Zorgkantoren zijn verplicht de NZa uiterlijk 15 maart 2016 een definitieve (werkelijke) opgave te verstrekken van de uitgaven hulpmiddelen in het jaar t-1.

  • 3 Voor de opgaven bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel moet gebruik worden gemaakt van het hiertoe bestemde formulier dat de NZa beschikbaar stelt.

  • 4 De opgave bedoeld in het eerste lid van dit artikel is compleet, indien deze het volgende onderdeel bevat:

    • Het volledig ingevulde digitale formulier met het totaalbedrag uitgaven aan individueel aangepaste hulpmiddelen met als peildatum de laatste dag van een maand.

  • 5 De opgave bedoeld in het tweede lid van dit artikel is compleet indien deze ten minste de volgende onderdelen bevat: het totaal bedrag uitgaven individueel aangepaste hulpmiddelen jaar 2015, peildatum 31 december jaar 2015. Deze opgave moet aansluiten bij de gegevens uit de maandopgaven.

Artikel 7. Wijze van verstrekking [Vervallen per 10-05-2016]

De genoemde formulieren zijn beschikbaar gesteld op de website van de NZa (www.nza.nl). Zorgkantoren/Wlz-uitvoerders dienen de in artikel 4, 5 en artikel 6 bedoelde informatie in te dienen per e-mail aan info@nza.nl.

Artikel 8. Gebrekkige aanlevering [Vervallen per 10-05-2016]

  • 1 Van een gebrekkige aanlevering is sprake indien de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde informatie onjuist, onvolledig, niet, of niet tijdig wordt aangeleverd.

  • 2 Van een onjuiste of onvolledige aanlevering is sprake, indien de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde informatie weliswaar binnen de geldende indieningstermijnen is verstrekt, maar niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig de eisen die hieraan in deze regeling zijn gesteld. Bij een onjuiste of onvolledige aanlevering stelt de NZa het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder ten minste eenmaal in de gelegenheid – kosteloos en zonder verdere gevolgen – alsnog binnen een nader te stellen termijn over te gaan tot aanlevering van de juiste en volledige informatie.

    Indien de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde informatie na herhaaldelijk verzoek onjuist of onvolledig is aangeleverd, kan de NZa gebruik maken van de haar toekomende handhavende bevoegdheden zoals genoemd in hoofdstuk 6 van de Wmg. Voor deze gevallen wordt dan een separaat en nader in te vullen handhavingstraject vastgesteld. Daarbij wordt ook bepaald in welk geval welk handhavingsinstrument (zoals aanwijzing, boete, last onder dwangsom) wordt ingezet.

  • 3 Van een niet tijdige aanlevering is sprake wanneer na het verstrijken van de geldende indieningstermijnen alsnog een aanlevering van de in de artikelen 4, 5 en 6 genoemde informatie is ontvangen. Bij de beoordeling of sprake is van een niet tijdige aanlevering, is niet relevant of de informatie onjuist, onvolledig of compleet is.

    Indien de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde informatie niet of niet tijdig is ontvangen, kan de NZa gebruik maken van de haar toekomende handhavende bevoegdheden zoals genoemd in hoofdstuk 6 van de Wmg.

Artikel 9. Overschrijding PGB-kader [Vervallen per 10-05-2016]

Indien een zorgkantoor verwacht het regionale PGB-kader te overschrijden, moet dit tijdig kenbaar worden gemaakt bij de NZa. Hierbij moet niet worden gewacht tot de maandelijkse informatieverstrekking zoals beschreven in deze regeling. Een zorgkantoor mag het beschikbaar gestelde PGB subsidieplafond niet overschrijden. Om een overschrijding van een regionaal plafond te voorkomen kan een zorgkantoor:

  • middelen overhevelen vanuit de contracteerruimte voor zorg in natura uit de eigen regio;

  • andere zorgkantoren verzoeken om middelen over te hevelen vanuit het PGB-kader of contracteerruimte voor zorg in natura;

  • een PGB stop afkondigen en zorg in natura aanbieden;

  • indien bovenstaande niet mogelijk is, een knelpuntenprocedure starten.

Artikel 10. Intrekking oude regeling [Vervallen per 10-05-2016]

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de Regeling monitoring uitgaven Persoonsgebonden budget en individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen met kenmerk (CA-NR-1653) per 1 januari 2016, ingetrokken.

Artikel 11. Overgangsbepaling [Vervallen per 10-05-2016]

De Regeling monitoring uitgaven Persoonsgebonden budget en individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen, met kenmerk CA-NR-1653, blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgkantoren die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen – en al dan niet beëindigd – in de periode dat die regeling gold.

Artikel 12. Inwerkingtreding en citeerregel [Vervallen per 10-05-2016]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016, tenzij de Staatscourant waarin de regeling ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wmg, wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2015, in welk geval de regeling in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst, en terugwerkt tot en met 1 januari 2016.

Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Regeling Monitoring Persoonsgebonden budget en individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen.’

De Raad van bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit,

M.J. Kaljouw

voorzitter Raad van Bestuur