Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES

Geldend van 01-01-2016 t/m heden

Besluit van 17 december 2015, houdende nadere regels omtrent de weigering en terugvordering van kinderbijslag BES op grond van de Wet kinderbijslagvoorziening BES (Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 november 2015, nr. 2015-0000306775;

Gelet op de artikelen 16 en 21, tweede lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 9 december 2015, No. W12.15.0418/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2015, nr. 2015-0000306771;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepaling

Artikel 1. Algemene begrippen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Maatregel

Artikel 2. Besluit oplegging maatregel

Een besluit tot oplegging van een maatregel wordt schriftelijk meegedeeld en vermeldt de reden voor het opleggen van deze maatregel, alsmede de hoogte en duur van de maatregel.

Artikel 3. Hoogte en duur

  • 1 Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de rechthebbende de gedraging verweten kan worden.

  • 2 De hoogte en duur van een maatregel wordt, met dien verstande dat de hoogte van de maatregel ten minste 25 procent bedraagt van het geldende maandelijkse kinderbijslagbedrag BES voor één kind, vastgesteld op:

    • a. ten hoogste 30 procent van het maandelijkse kinderbijslagbedrag BES gedurende ten minste één maand indien:

      • 1°. de rechthebbende binnen de vastgestelde termijn niet of niet behoorlijk gevolg geeft aan een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet;

      • 2°. de rechthebbende de controlevoorschriften, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet niet of niet behoorlijk opvolgt of geen of onvoldoende medewerking verleent aan Onze Minister als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet.

    • b. een gehele of gedeeltelijke weigering van het maandelijkse kinderbijslagbedrag BES gedurende ten hoogste drie maanden indien de rechthebbende zich niet onthoudt van zeer ernstige misdragingen als bedoeld in artikel 15, derde lid, van de wet.

  • 3 Voor de toepassing van het tweede lid, onderdelen a en b, wordt het maandelijkse kinderbijslagbedrag BES in aanmerking genomen waarop op grond van de wet recht bestaat ten behoeve van het kind of de kinderen ten aanzien van wie de overtreding is begaan.

  • 4 Indien aan de rechthebbende een maatregel is opgelegd en binnen twee jaar na de datum van het besluit opnieuw dezelfde verplichting niet of niet behoorlijk wordt nagekomen wordt het minimumbedrag, bedoeld in de aanhef van het tweede lid, alsmede het percentage van de op te leggen maatregel, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel a, met 50 procent verhoogd.

Artikel 4. Afzien opleggen maatregel

  • 1 Onze Minister kan afzien van het opleggen van een maatregel en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet indien het niet tijdig nakomen van de verplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag toekennen van kinderbijslag BES, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de rechthebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.

  • 2 Onze Minister kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

Artikel 5. Samenloop

Indien sprake is van het niet of niet behoorlijk nakomen van meer dan één verplichting als bedoeld in artikel 3, tweede lid, en het niet of niet behoorlijk nakomen van deze verplichtingen voortkomt uit één oorzaak wordt slechts één maatregel opgelegd. Hierbij wordt de zwaarste maatregel opgelegd.

Hoofdstuk 3. Terugvordering

Artikel 6. Besluit tot terugvordering

  • 1 Een besluit tot terugvordering van kinderbijslag BES wordt schriftelijk meegedeeld en vermeldt de reden voor terugvordering, hetgeen wordt teruggevorderd, de termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, ten uitvoer wordt gelegd.

  • 2 Degene van wie kinderbijslag BES wordt teruggevorderd, is verplicht desgevraagd aan Onze Minister de informatie te verstrekken die voor terugvordering van belang kan zijn.

Artikel 7. Afzien van terugvordering

  • 1 Onze Minister kan afzien van gehele of gedeeltelijke terugvordering indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

  • 2 Onze Minister kan afzien van terugvordering indien het terug te vorderen bedrag minder dan USD 50 bedraagt.

Artikel 8. Verrekenen

Indien degene van wie kinderbijslag BES wordt teruggevorderd kinderbijslag BES ontvangt, kan het besluit tot terugvordering door Onze Minister ten uitvoer worden gelegd door verrekening van de ten onrechte uitbetaalde kinderbijslag BES met de nog te betalen kinderbijslag BES.

Artikel 9. Verhoging terug te vorderen bedrag

Bij gebreke van tijdige betaling kan het terug te vorderen bedrag worden verhoogd met de wettelijke rente en de op de terugvordering betrekking hebbende kosten.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 10. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

Artikel 11. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 17 december 2015

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. Klijnsma

Uitgegeven de vierentwintigste december 2015

De Minister van Veiligheid en Justitie,

G.A. van der Steur