Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2016[Regeling vervallen per 01-01-2017.]

Geldend van 25-11-2016 t/m 31-12-2016

Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 17 november 2015, kenmerk 870579-144154-IV-LZ, houdende regels voor het verstrekken van subsidie ten behoeve van medisch noodzakelijk kortdurend verblijf in verband met geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden (Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2016)

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 11.1.5 van de Wet langdurige zorg;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 1.1 [Vervallen per 01-01-2017]

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Het Zorginstituut kan aan een Wlz-uitvoerder die op grond van artikel 4.2.4, tweede lid, van de wet is aangewezen als zorgkantoor, ten behoeve van het jaar 2016 een subsidie verstrekken voor het aan verzekerden doen verlenen van eerstelijns verblijf in de regio of regio’s waarvoor de Wlz-uitvoerder als zorgkantoor is aangewezen.

  • 2 Subsidie wordt slechts verstrekt voor de volgende prestaties:

    • a. eerstelijns verblijf basis: eerstelijns verblijf waarbij een verzekerde geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, verpleging, verzorging of paramedische zorg wordt verleend voor een enkelvoudige aandoening en waarbij hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen wordt verleend;

    • b. eerstelijns verblijf intensief: eerstelijns verblijf waarbij een verzekerde geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, verpleging, verzorging of paramedische zorg wordt verleend voor meerdere, elkaar beïnvloedende aandoeningen of beperkingen, waarbij algemene dagelijkse levensverrichtingen worden overgenomen en waarbij, indien de verzekerde daar vanwege beperkingen in oriëntatie, concentratie, geheugen of denken op is aangewezen, toezicht en sturing worden geboden;

    • c. eerstelijns verblijf palliatief terminaal: eerstelijns verblijf waarbij algemene dagelijkse levensverrichtingen veelal worden overgenomen en waarbij in verband met een levensbedreigende ziekte of aandoening met een levensverwachting van minder dan drie maanden intensieve geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, verpleging, verzorging of paramedische zorg wordt verleend.

  • 3 Prestaties komen slechts voor subsidie in aanmerking voor zover de verzekerde daar blijkens een oordeel van het CIZ voor in aanmerking komt.

  • 5 Verblijf waarop de verzekerde recht heeft uit hoofde van de wet, waarvoor op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg door de zorgautoriteit een prestatiebeschrijving is vastgesteld of dat bekostigd kan worden uit hoofde van enig ander wettelijk voorschrift, komt niet voor subsidie in aanmerking.

  • 6 Voor subsidie komt voorts slechts in aanmerking eerstelijns verblijf verleend door een instelling met een toelating voor verblijf.

Artikel 1.3 [Vervallen per 01-01-2017]

Het bedrag van de subsidie dat voor het jaar 2016 ten hoogste wordt verleend aan de Wlz-uitvoerder is gelijk aan de som van de volgende bedragen per regio waarvoor de Wlz-uitvoerder is aangewezen als zorgkantoor:

  • Amstelland en de Meerlanden € 1.689.036;

  • Amsterdam € 7.866.691;

  • Apeldoorn, Zutphen e.o. € 3.356.398;

  • Arnhem € 7.785.888;

  • Drenthe € 5.783.958;

  • Flevoland € 1.435.042;

  • Friesland € 4.986.754;

  • ‘t Gooi € 1.556.233;

  • Groningen € 6.233.661;

  • Haaglanden € 9.584.464;

  • Kennemerland € 3.092.949;

  • Midden-Brabant € 3.427.797;

  • Midden-Holland € 728.479;

  • Midden IJssel € 2.718.885;

  • Nijmegen € 5.208.337;

  • Noord- en Midden Limburg € 4.386.837;

  • Noord-Holland Noord € 4.106.713;

  • Noordoost Brabant € 6.441.910;

  • Rotterdam € 15.120.296;

  • Twente € 5.964.092;

  • Utrecht € 7.342.769;

  • Waardenland € 4.573.171;

  • West-Brabant € 7.724.378;

  • Westland, Schieland, Delfland € 6.577.155;

  • Zaanstreek/Waterland € 3.654.307;

  • Zeeland € 5.854.860;

  • Zuid-Holland Noord € 3.735.754;

  • Zuid-Hollandse eilanden € 4.956.583;

  • Zuid-Limburg € 4.963.771;

  • Zuidoost Brabant € 5.002.553;

  • Zwolle € 4.140.278.

Hoofdstuk 2. Aanvraag [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 2.1 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De subsidie wordt op aanvraag verstrekt.

  • 2 Een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt ontvangen uiterlijk binnen vier weken na publicatie van deze regeling in de Staatscourant.

Artikel 2.2 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Voor een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door het Zorginstituut vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2 Het aanvraagformulier wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen.

Hoofdstuk 3. Verlening [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 3.1 [Vervallen per 01-01-2017]

Het Zorginstituut besluit binnen vier weken na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, over de verlening van de subsidie.

Artikel 3.2 [Vervallen per 01-01-2017]

Het Zorginstituut vermeldt in het besluit tot verlening van de subsidie in ieder geval het maximumbedrag dat aan subsidie wordt verleend.

Hoofdstuk 4. Bevoorschotting en verplichtingen [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 4.1 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Het Zorginstituut kan na ontvangst van de aanvraag tot verlening ambtshalve voorschotten verstrekken.

  • 2 Het Zorginstituut verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie ambtshalve tevens voorschotten op het maximumbedrag van de verleende subsidie.

  • 3 De voorschotten worden maandelijks verstrekt.

  • 4 De voorschotten worden betaald aan het CAK.

Artikel 4.2 [Vervallen per 01-01-2017]

De subsidieontvanger doet de prestaties slechts verrichten onder de voorwaarde dat de verzekerde een door het CAK overeenkomstig Hoofdstuk 3, paragrafen 3.1 en 3.2, van het Besluit langdurige zorg te innen eigen bijdrage betaalt.

Artikel 4.3 [Vervallen per 01-01-2017]

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:

  • a. de doelstellingen van de gesubsidieerde activiteiten op doelmatige wijze worden nagestreefd,

  • b. de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten op verantwoorde wijze wordt bestuurd en

  • c. de voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten benodigde middelen op verantwoorde wijze worden beheerd.

Artikel 4.4 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De subsidieontvanger houdt een zodanig ingerichte administratie bij dat daarin altijd kan worden nagegaan:

    • a. de betalingen van de subsidieontvanger voor verrichte prestaties;

    • b. het aantal verrichte prestaties;

    • c. de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen.

  • 2 De administratie wordt op overzichtelijke, controleerbare en doelmatige wijze ingericht.

  • 3 De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende tien jaren bewaard.

Artikel 4.5 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De subsidieontvanger meldt meteen aan het Zorginstituut als:

    • a. het tijdens de periode waarvoor de subsidie is verleend aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht,

    • b. het aannemelijk is geworden dat niet of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan of

    • c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.

  • 2 De melding wordt schriftelijk gedaan. De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 4.6 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens het Zorginstituut ingesteld onderzoek dat erop is gericht het Zorginstituut inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit over het verstrekken van de subsidie.

  • 2 De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de minister inlichtingen te verschaffen voor de ontwikkeling van het beleid van de minister.

  • 3 De subsidieontvanger verplicht zijn accountant alsmede degenen die hij het eerstelijns verblijf doet verlenen tot medewerking aan het onderzoek.

Artikel 4.7 [Vervallen per 01-01-2017]

Het Zorginstituut kan bij de verlening van de subsidie verplichtingen opleggen als bedoeld in artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 4.8 [Vervallen per 01-01-2017]

De subsidieontvanger doet binnen twee weken na afloop van elke maand aan het Zorginstituut een opgave van het bedrag dat het CAK namens de subsidieontvanger in de afgelopen maand heeft betaald voor prestaties die zijn verricht in de daaraan voorafgaande maanden van het jaar 2016.

Hoofdstuk 5. Verhoging [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 5.1 [Vervallen per 01-01-2017]

Het Zorginstituut verhoogt ambtshalve het bedrag van de verleende subsidie.

Artikel 5.2 [Vervallen per 01-01-2017]

Het bedrag van de verhoging voor een Wlz-uitvoerder is gelijk aan de som van de volgende bedragen per regio waarvoor de Wlz-uitvoerder is aangewezen als zorgkantoor:

  • Amstelland en de Meerlanden € 812.538;

  • Amsterdam € 2.394.407;

  • Apeldoorn, Zutphen e.o. € 1.800.327;

  • Arnhem € 4.956.055;

  • Drenthe € 4.122.501;

  • Flevoland € 829.854;

  • Friesland € 1.243.308;

  • ‘t Gooi € 705.303;

  • Groningen € 2.580.685;

  • Haaglanden € 4.333.186;

  • Kennemerland € 938.345;

  • Midden-Brabant € 898.896;

  • Midden-Holland € 496.048;

  • Midden IJssel € 167.287;

  • Nijmegen € 1.129.143;

  • Noord- en Midden-Limburg € 264.523;

  • Noord-Holland Noord € 1.799.787;

  • Noordoost Brabant € 997.501;

  • Rotterdam € 5.945.261;

  • Twente € 2.793.691;

  • Utrecht € 2.024.605;

  • Waardenland € 868.593;

  • West-Brabant € 2.184.560;

  • Westland Schieland Delfland € 2.040.129;

  • Zaanstreek/Waterland € 1.165.454;

  • Zeeland € 624.479;

  • Zuid-Holland Noord € 2.281.535;

  • Zuid-Hollandse Eilanden € 382.668;

  • Zuid-Limburg € 1.929.464;

  • Zuidoost Brabant € 374.571;

  • Zwolle € 515.296.

Artikel 5.3 [Vervallen per 01-01-2017]

Het Zorginstituut vermeldt in het besluit tot verhoging van de subsidie in ieder geval het maximumbedrag dat aan subsidie wordt verleend.

Artikel 5.4 [Vervallen per 01-01-2017]

Het Zorginstituut verleent bij het besluit tot verhoging van de subsidie ambtshalve tevens een verhoging van de voorschotten op het maximumbedrag van de verleende subsidie.

Hoofdstuk 5a. Tweede verhoging [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 5a.1 [Vervallen per 01-01-2017]

Het Zorginstituut verhoogt ambtshalve nogmaals het bedrag van de verleende subsidie.

Artikel 5a.2 [Vervallen per 01-01-2017]

Het bedrag van de verhoging, bedoeld in artikel 5a.1, voor een Wlz-uitvoerder is gelijk aan de som van de volgende bedragen per regio waarvoor de Wlz-uitvoerder is aangewezen als zorgkantoor:

  • Amstelland en de Meerlanden € 123.956;

  • Amsterdam € 911.699;

  • Apeldoorn, Zutphen e.o. € 488.006;

  • Arnhem € 1.484.342;

  • Drenthe € 2.037.624;

  • Flevoland € 186.447;

  • Friesland € 5.327.246;

  • ‘t Gooi € 1.266.860;

  • Groningen € 264.461;

  • Haaglanden € 1.294.782;

  • Kennemerland € 1.037.753;

  • Midden-Brabant € 197.005;

  • Midden-Holland € 565.528;

  • Midden IJssel € 794.101;

  • Nijmegen € 0;

  • Noord- en Midden-Limburg € 530.352;

  • Noord-Holland Noord € 1.444.998;

  • Noordoost Brabant € 490.181;

  • Rotterdam € 621.290:

  • Twente € 1.101.721;

  • Utrecht € 2.673.041;

  • Waardenland € 657.056;

  • West-Brabant € 816.911;

  • Westland Schieland Delfland € 335.074;

  • Zaanstreek/Waterland € 0;

  • Zeeland € 1.766.873;

  • Zuid-Holland Noord € 698.554;

  • Zuid-Hollandse Eilanden € 330.390;

  • Zuid-Limburg € 662.829;

  • Zuidoost Brabant € 883.074;

  • Zwolle € 507.847.

Artikel 5a.3 [Vervallen per 01-01-2017]

De artikelen 5.3 en 5.4 zijn van overeenkomstige toepassing op de verhoging, bedoeld in artikel 5a.1.

Hoofdstuk 6. Vaststelling [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 6.1 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De subsidieontvanger dient uiterlijk 1 juni 2017 een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie.

  • 2 Het Zorginstituut kan ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 6.2 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Voor een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door het Zorginstituut vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2 Het aanvraagformulier wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen.

Artikel 6.3 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De subsidieontvanger doet in de aanvraag tot vaststelling van de subsidie per prestatie opgave van de som van het aantal prestaties, uitgedrukt in etmalen, die de subsidieontvanger in 2016 heeft doen verrichten in alle regio’s waarvoor de subsidieontvanger als zorgkantoor is aangewezen.

  • 2 De subsidieontvanger toont in de aanvraag tot vaststelling van de subsidie aan dat voldaan is aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie.

Artikel 6.4 [Vervallen per 01-01-2017]

De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van:

  • a. een assurancerapport van een accountant dat is opgesteld overeenkomstig een door het Zorginstituut vastgesteld model met inachtneming van een door het Zorginstituut vastgesteld protocol;

  • b. een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door het Zorginstituut vastgesteld model met inachtneming van een door het Zorginstituut vastgesteld protocol.

Artikel 6.5 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Het bedrag van de subsidie wordt voor de vaststelling per prestatie berekend op het aantal prestaties dat de subsidieontvanger in 2016 heeft doen verrichten in alle regio’s waarvoor de subsidieontvanger als zorgkantoor is aangewezen vermenigvuldigd met:

    • a. € 132,02 per etmaal voor eerstelijns verblijf basis;

    • b. € 213,94 per etmaal voor eerstelijns verblijf intensief;

    • c. € 305,10 per etmaal voor eerstelijns verblijf palliatief terminaal.

  • 2 Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, lager is dan het maximumbedrag van de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag, bedoeld in het eerste lid.

  • 3 Indien voor een of meer subsidieontvangers de subsidie op grond van het tweede lid wordt vastgesteld, verhoogt het Zorginstituut ambtshalve met de som van het verschil tussen de in dat lid bedoelde bedragen de subsidies die zijn verleend aan de subsidieontvangers waarvoor het bedrag, bedoeld in het eerste lid, hoger is dan het maximumbedrag van de verleende subsidie. De verdeling van deze middelen geschiedt naar rato van de overschrijding van het maximumbedrag van de verleende subsidie, met dien verstande dat de subsidie niet meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid. De subsidie wordt vastgesteld op het aldus verhoogde bedrag van de verleende subsidie.

  • 4 Indien voor geen van de subsidieontvangers de subsidie op grond van het tweede lid wordt vastgesteld, wordt de subsidie vastgesteld op het maximumbedrag van de verleende subsidie.

Artikel 6.6 [Vervallen per 01-01-2017]

Binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie neemt het Zorginstituut een besluit op de aanvraag.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 7.1 [Vervallen per 01-01-2017]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016 en vervalt met ingang van 2017, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Artikel 7.2 [Vervallen per 01-01-2017]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M.J. van Rijn