Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling aanlevering zorgvraagzwaarte cGGZ

Geldend van 01-01-2016 t/m heden

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 november 2015, kenmerk 865607-143589-MC, houdende wijziging van de Regeling zorgverzekering in verband met het aanleveren van de zorgvraagzwaarteindicator aan zorgverzekeraars (Regeling aanlevering zorgvraagzwaarte cGGZ)

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op de artikelen 87 en 88 van de Zorgverzekeringswet;

Gezien de Regeling zorgvraagzwaarte cGGZ (Stcrt.2013, nr. 30961);

Gezien de Regeling verlenging tijdelijke opschorting zorgvraagzwaarte cGGZ (Stcrt. 2015, 6779);

Overwegende dat het wenselijk is persoonsgegevens, waaronder medische gegevens, met betrekking tot de levering van geestelijke gezondheidszorg te verwerken ten behoeve van formele en materiële controle en kwaliteit van zorg voor zorgverzekeraars en zorgaanbieders en ten behoeve van de uitvoering van de risicoverevening door het Zorginstituut Nederland;

Overwegende dat GGZ Nederland, de Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten (LVVP), de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP), het Landelijk Platform GGZ, Zorgverzekeraars Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit een verwerking van het gegeven zorgvraagzwaarte kunnen realiseren die zo min mogelijk inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de verzekerde;

Gezien het advies van het College bescherming persoonsgegevens van 15 september 2015, kenmerk z2015-00360;

Besluit:

Artikel I

[Red: Wijzigt de Regeling zorgverzekering.]

Artikel II

  • 2 De zorgaanbieder is verplicht de zorgvraagzwaarteindicator, die wordt afgeleid uit brongegevens die de zorgaanbieder heeft geregistreerd met betrekking tot zorg waarop het vierde lid van artikel 7.2 is toegepast in de jaren 2014 of 2015, aan de zorgverzekeraar te leveren op de wijze die de Nederlandse Zorgautoriteit in een regeling op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg kan vaststellen.

Artikel III

  • 1 Het tweede lid van artikel 7.2 van de Regeling zorgverzekering, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van deze regeling, blijft van toepassing op het gegeven zorgzwaarte van de verzekerde dat aan een zorgverzekeraar is verstrekt op basis van een declaratieregeling als bedoeld in dat lid.

  • 2 De leden 3 tot en met 5 van artikel 7.2a en artikel 7.2b zijn van overeenkomstige toepassing indien een zorgaanbieder abusievelijk via VECOZO het gegeven zorgvraagzwaarte aanlevert voordat dat gegeven verplicht op de bij artikel 7.2a bepaalde wijze moet worden aangeleverd.

Artikel IV

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2016 en werkt voor wat betreft Artikel II, tweede lid, en Artikel III, eerste lid, terug tot en met 1 januari 2014.

Artikel V

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanlevering zorgvraagzwaarte cGGZ.

Deze regeling wordt met de bijhorende toelichting en de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

De

Minister

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E.I. Schippers

Bijlage

Geachte mevrouw Schippers,

Bij brief d.d. 17 juli 2015 heeft u het College bescherming persoonsgegevens (CBP) om advies gevraagd over een wijziging van de Regeling zorgverzekering in verband met de versleutelde aanlevering van de zorgvraagzwaarteindicator aan zorgverzekeraars. Over de aanlevering van zorgvraagzwaartegegevens aan zorgverzekeraars is door het CBP op 4 september 2013 reeds eerder advies uitgebracht (z2013-00498). Met deze brief voldoet het CBP aan uw verzoek.

Hoofdlijnen van de regeling

Aan de Regeling zorgverzekering wordt een drietal nieuwe artikelen toegevoegd (artikelen 7.2a, 7.2b en 7.2c). In artikel 7.2a wordt geregeld dat de zorgaanbieder bij de declaratie het gegeven zorgvraagzwaarte verstrekt via VECOZO BV aan de zorgverzekeraar. VECOZO BV zorgt daarbij voor de versleuteling van het gegeven zorgvraagzwaarte voordat dat gegeven met de overige declaratiegegevens aan de zorgverzekeraar wordt verstrekt. Ook verstrekt VECOZO BV de declaratiegegevens en het versleutelde gegeven zorgvraagzwaarte aan Vektis CV. Ten behoeve van het maken van analyses voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars, noodzakelijk voor de uitvoering van de zorgverzekering of de Zorgverzekeringswet en ten behoeve van het verrichten van controle of fraudeonderzoek, verkrijgt Vektis CV van VECOZO BV ook de sleutel waarmee het gegeven zorgvraagzwaarte kan worden ontsleuteld. In artikel 7.2c is een regeling opgenomen voor het geval de declaratie bij de zorgverzekeraar zonder tussenkomst van VECOZO BV plaatsvindt. In artikel 7.2b wordt aan VECOZO BV en Vektis CV een aantal verplichtingen opgelegd, onder andere een plicht tot beveiliging van persoonsgegevens en geheimhouding van die gegevens.

Beoordeling

  • Verplichting voor de zorgaanbieder om het gegeven zorgvraagzwaarte aan te leveren

    In het advies van 4 september 2013 is het CBP reeds ingegaan op de noodzaak voor zorgverzekeraars om ter uitvoering van hun taken te kunnen beschikken over persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens betreffende gezondheid, over verzekerden van wie de verleende, verzekerde zorg – in casu in de cGGZ – wordt gedeclareerd door zorgaanbieders en/of door de verzekerde zelf. In dat verband is ook de noodzaak onderkend van het uitbreiden van de verplichting voor zorgaanbieders in de cGGZ om persoonsgegevens aan te leveren bij de declaratie, met het gegeven zorgvraagzwaarte.

    In de onderhavige regeling blijft die verplichting voor de zorgaanbieder gehandhaafd, maar wordt voorzien in mogelijkheden tot gebruik van het gegeven zorgvraagzwaarte voor de taken van zorgverzekeraars, zonder dat daarvoor het gegeven zorgvraagzwaarte in tot de persoon herleidbare vorm, aan de zorgverzekeraar ter beschikking hoeft te komen.

    Het CBP constateert dat deze wijze van aanlevering en verwerking van het gegeven zorgvraagzwaarte in overleg tussen alle betrokken partijen (zorgaanbieders en zorgverzekeraars) is ontwikkeld en door alle betrokken partijen wordt onderschreven/geaccepteerd. Betrokken partijen merken deze werkwijze bovendien aan als een wijze van verwerking waarmee zo min mogelijk inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verzekerde.

    Het CBP ziet geen aanleiding tot aanvulling van de reeds in het advies van 4 september 2013 gemaakte opmerkingen over de – gelet op artikel 8 EVRM – te onderbouwen noodzaak tot verplichting van de zorgaanbieders om het gegeven zorgvraagzwaarte aan te leveren teneinde zorgverzekeraars in de gelegenheid te stellen hun taken uit te voeren.

  • Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van VECOZO BV en Vektis CV bij de verwerking van het gegeven zorgvraagzwaarte

    In de voorgestelde bepalingen wordt aan zowel VECOZO BV als Vektis CV een zodanige rol toebedeeld – met bijbehorende bevoegdheden en verantwoordelijkheden – dat het gegeven zorgvraagzwaarte kan worden verwerkt voor de uitvoering van taken door zorgverzekeraars, zonder dat zorgverzekeraars over dat gegeven in een tot de persoon herleidbare vorm (hoeven te) kunnen beschikken. Met name voor Vektis CV geldt dat het daarbij gaat om bevoegdheden tot verwerking van het gegeven zorgvraagzwaarte, die niet (meer) berusten bij zorgverzekeraars zelf. Derhalve kan – in ieder geval voor wat betreft de verwerking van het gegeven zorgvraagzwaarte – niet langer gesproken worden van verwerking van persoonsgegevens door Vektis CV als bewerker voor zorgverzekeraar(-s). Voor deze verwerking moet Vektis CV derhalve beschouwd worden als ‘verantwoordelijke in de zin van de Wbp’.

    Het CBP adviseert in de Nota van Toelichting op dit punt een met de Wbp overeenstemmende, verhelderende beschouwing op te nemen.

  • Materiële controle door zorgverzekeraars en het gegeven zorgvraagzwaarte

    In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat met de voorgestelde bepalingen niet wordt uitgesloten dat, in het kader van materiele controle, de (medisch adviseur van de) zorgverzekeraar over het gegeven zorgvraagzwaarte in tot de persoon herleidbare vorm mag komen te beschikken. De in artt. 7.2a t/m 7.2c Rzv op te nemen regeling inzake de zorgvraagzwaarte laat derhalve het bepaalde in artt. 7.5 t/m 7.11 Rzv inzake de uitvoering van materiele controle door zorgverzekeraars onverlet. Het CBP wijst er – voor de goede orde – op dat het uitvoeren van detailcontroles door zorgverzekeraars in het kader van materiële controle aan strikte voorwaarden is gebonden. Met het opvragen van het gegeven zorgvraagzwaarte in tot de persoon herleidbare vorm in het kader van materiele controle in de cGGZ, dient derhalve de grootste mogelijke terughoudendheid te worden betracht.

    Het CBP adviseert de relevante passages in de Nota van Toelichting in deze zin verder aan te scherpen.

  • Privacyverklaring en het gegeven zorgvraagzwaarte

    In de MvT wordt aangegeven dat met ingang van 2017 er geen technische noodzaak meer zou zijn om de regeling van de NZa inzake de privacyverklaring nog van toepassing te laten zijn op het gegeven zorgvraagzwaarte dat met de declaratie moet worden aangeleverd.

    Het CBP adviseert een en ander in de Nota van Toelichting nader te onderbouwen, nu er weliswaar geen sprake meer is van het – in tot het individu herleidbare vorm – ter beschikking komen van het gegeven zorgvraagzwaarte bij zorgverzekeraars, maar dit gegeven wel in herleidbare vorm ter beschikking komt van andere ‘derden’. Het CBP adviseert derhalve om met name aandacht te besteden aan de vraag of de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van cGGZ- patiënten waarin de privacyverklaring beoogd te voorzien, uitsluitend betrekking heeft op de verwerking door zorgverzekeraars of zich ook tot de verwerking door elke andere ‘derden’ zou moeten uitstrekken.

Advies

Het CBP adviseert u aan het vorenstaande op passende wijze aandacht te besteden.