Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling protonentherapie

Geldend van 19-11-2015 t/m heden

Regeling protonentherapie

Op grond van de artikelen 35, 36, 37 en 38 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), alsmede de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven protonentherapie’, stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast.

Artikel 1. Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op zorgaanbieders die op grond van een vergunning ex artikel 2 WBMV, afgegeven door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), gerechtigd zijn om protonentherapie aan te bieden en te leveren.

Artikel 2. Doel van de regeling

In deze regeling legt de NZa regels vast die zorgaanbieders als bedoeld in artikel 1 in acht moeten nemen bij het aanbieden en leveren van protonentherapie.

Artikel 3. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. DBC-zorgproduct voor protonentherapie: een declarabele prestatie in het kader van protonentherapie.

  • b. Protonentherapie: een vorm van radiotherapie, waarbij protonen uit waterstofkernen worden toegepast.1

Artikel 4. Algemeen

De begrips-, registratie- en declaratiebepalingen zoals opgenomen in de Regeling ‘Medisch specialistische zorg’ zijn van overeenkomstige toepassing op de aanbieders van protonentherapie, tenzij in de onderhavige regeling anders is bepaald.

Artikel 5. Registratiebepalingen

  • 1 Een DBC-zorgproduct voor protonentherapie wordt geregistreerd op het moment dat de eerste activiteit in dit kader plaatsvindt gericht op een nieuwe zorgvraag van de patiënt.

  • 2 Het DBC-zorgproduct ‘Follow-up na protonenbehandeling’ wordt geregistreerd op het eerste contactmoment in het kader van de follow-up.

  • 3 Een DBC-zorgproduct voor protonentherapie beslaat een periode van 120 dagen, ongeacht de feitelijke behandelduur.

  • 4 Indien na het verstrijken van de 120 dagen termijn, bedoeld in het derde lid, nog activiteiten worden uitgevoerd die behoren bij de protonenbehandeling, moeten deze activiteiten en de daaraan verbonden kosten worden toegerekend aan het initiële DBC-zorgproduct voor de behandeling met protonen. Voor deze activiteiten mag geen nieuw DBC-zorgproduct worden geregistreerd.

  • 5 Indien van toepassing, moeten DBC-zorgproducten serieel worden geregistreerd. Slechts de volgende seriële combinaties zijn mogelijk:

    • Planningsvergelijking protonen- en fotonentherapie – Voorbereiding protonentherapie (niet gevolgd door bestraling);

    • Protonentherapie licht, middel, zwaar – Follow up na protonenbehandeling;

    • Planningsvergelijking protonen- en fotonentherapie – Protonentherapie licht, middel, zwaar – Follow up na protonenbehandeling;

    • Protonentherapie oog, kind – Follow up na protonenbehandeling.

  • 6 De verleende zorg wordt vastgelegd in door de NZa vastgestelde enkelzijdig omschreven zorgactiviteiten. Dit betreft voor protonentherapie de zorgactiviteiten, zoals opgenomen in bijlage 1a.

  • 7 De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van de ICD-10 code van de hoofddiagnose.

  • 8 De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van de lokalisatie van de tumor, voor zover deze niet al eenduidig kan worden afgeleid uit de geregistreerde diagnose en relevant is voor de typering van het te declareren DBC-zorgproduct.

  • 9 De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van de uitkomst van de planningsvergelijking protonen- en fotonentherapie.

Artikel 6. Declaratiebepalingen

  • 1 Een zorgverlener mag een DBC-zorgproduct voor protonentherapie niet declareren, indien niet is voldaan aan de bepalingen van deze regeling en die van de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven protonentherapie’.

  • 2 Een zorgverlener mag een DBC-zorgproduct voor protonentherapie slechts declareren, indien aantoonbaar is voldaan aan voorschrift 1 van Bijlage 3 behorend bij de Regeling Protonentherapie d.d. 29 juli 2013, kenmerk 129230-106270-CZ, van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, luidend:

    • 1. De vergunninghouder stelt samen met de andere vergunninghouders en de beroepsgroep landelijke uniforme indicatieprotocollen vast en hanteert deze protocollen bij de beoordeling of patiënten in aanmerking komen voor protonentherapie.

  • 3 Het DBC-zorgproduct voor protonentherapie moet worden gedeclareerd bij de patiënt of bij de zorgverzekeraar waar de patiënt op de startdatum van het DBC-zorgproduct is verzekerd.

  • 4 Declaratie van parallelle DBC-zorgproducten voor behandeling met protonen is niet toegestaan.

  • 5 DBC-zorgproducten voor protonentherapie mogen alleen in rekening worden gebracht indien sprake is van een op zichzelf staande protonenbehandeling.

    Hiermee wordt bedoeld dat geen sprake is van een protonenbehandeling gecombineerd met een fotonenbehandeling voor dezelfde tumor.

  • 6 Een declaratie van een DBC-zorgproduct voor protonentherapie vermeldt minimaal de volgende gegevens:

    • a) DBC-zorgproduct startdatum: Een subtraject wordt afgeleid tot een DBC-zorgproduct en heeft een eigen startdatum.

    • b) DBC-zorgproduct einddatum: Een subtraject wordt afgeleid tot een afzonderlijk DBC-zorgproduct en heeft een eigen einddatum.

    • c) (Typerende) Diagnose (ICD-10): De diagnose die de geleverde zorg over de te declareren periode het beste typeert.

    • d) Lokalisatie: De lokalisatie van de tumor dient vermeld te worden op de declaratie, voor zover deze niet al eenduidig kan worden afgeleid uit de geregistreerde diagnose en relevant is voor de typering van het te declareren DBC-zorgproduct.

    • e) Uitkomst planningsvergelijking protonen- en fotonentherapie

    • f) Gedeclareerd bedrag: Op de declaratie dient het gedeclareerde bedrag van het DBC-zorgproduct opgenomen te zijn.

    • g) Type verwijzer: Op de declaratie dient het type verwijzer vermeld te worden naar onderstaande classificatie:

      • 1. Zelfverwijzer SEH (een patiënt die zich meldt bij de SEH zonder verwijzing).

      • 2. Zelfverwijzer niet-SEH (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek zonder verwijzing).

      • 3. Verwezen patiënt SEH (Een patiënt die zich meldt bij de SEH met een verwijzing).

      • 4. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerstelijn (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing vanuit de eerstelijn).

      • 5. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit ander specialisme binnen dezelfde instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van een ander medisch specialisme binnen dezelfde instelling).

      • 6. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit andere instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van andere instelling).

      • 7. Eigen patiënt (bijvoorbeeld ingeval vervolg traject of nieuwe zorgvraag van eigen patiënt).

      • 8. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerstelijn, maar verwijzer heeft geen AGB-code (bijvoorbeeld ingeval van optometristen).

    • h) AGB-code verwijzer: Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder g3, g4 en g6 dient op de declaratie een AGB-code van de verwijzende zorgaanbieder vermeld te worden. Dit kan een instelling, een praktijk of een natuurlijk persoon zijn. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder g5 en g7 dient op de declaratie een AGB-code vermeld te worden van de natuurlijke persoon die doorverwijst.

    • i) AGB-code verwijzend specialisme: Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder g5, g6 of g7 dient op de declaratie ook een AGB-code van het verwijzend specialisme vermeld te worden.

    • j) Zorgactiviteiten:

      • 1. Vermelding zorgactiviteiten

        • Indien één van de in bijlage 1b genoemde zorgactiviteiten deel uit maakt van het lokale profiel van een DBC-zorgproduct voor protonentherapie, dienen de code, omschrijving, het aantal en de uitvoerdatum van deze zorgactiviteit te worden vermeld op de declaratie.

      • 2. Privacyverklaring

      • 3. Bewaren afschrift

        • De zorgaanbieder is verplicht in zijn administratie een afschrift te houden van de verklaring genoemd onder j2.

      • 4. Controle door de zorgverzekeraar

        • Controle door de zorgverzekeraar op de rechtmatigheid van nota’s die, vergezeld van een verklaring als bedoeld onder j2, ter betaling aan die zorgverzekeraar zijn aangeboden, vindt uitsluitend plaats door of onder de verantwoordelijkheid van een medisch adviseur.

Artikel 7. Inwerkingtreding en citeertitel

Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie in de Staatscourant. Ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) zal deze regeling in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Regeling protonentherapie’.

De Nederlandse Zorgautoriteit,

M.J. Kaljouw

voorzitter Raad van Bestuur

Bijlage 1a

Zorgactiviteitcode

Zorgactiviteit omschrijving

Registratieverplichting

090710

Planningsstudie met evaluatie van potentiele complicaties

Ja

090705

Standaard 3D planning (incl planning CT)

Ja

xxxxx

Standaard 3D protonenplanning (incl planning CT)

Ja

090706

Standaard 3D-IMRT planning

Ja

xxxxx

Standaard 3D-IMRT protonenplanning

Ja

090712

Complete 4D planning

Ja

xxxxx

Complete 4D protonenplanning

Ja

090613

Consult

Ja

090614

Follow-up consult

Ja

090830

Standaard Protonenbestraling scanning (aantal fracties)

Ja

090831

Standaard Protonenbestraling scattering (aantal fracties)

Ja

090832

Stereotactische Protonenbestraling scanning (aantal fracties)

Ja

090833

Stereotactische Protonenbestraling scattering (aantal fracties)

Ja

090707

Fusie van anatomische of functionele datasets met planning CT

Ja

090708

Aanvullende functionele imaging (MRSI, CE-MRI, 3D echo met contrast, PET, Diffusie MR, DCE-CT) tbv fusie met planning CT

Ja

090709

Aanvullende anatomische imaging (MRI, 3D Echo..) t.b.v. fusie met planning CT

Ja

90703

CT-simulatie

Ja

90709

MRI scan

Ja

xxxxx

Adaptieve planning MRI

Ja

xxxxx

Adaptieve planning PET-CT

Ja

xxxxx

Adaptieve planning CT

Ja

xxxxx

Aanpassen bestralingsplan tbv adaptieve therapie

Ja

39092

Narcose t.b.v. Radiotherapie

Ja

90787

Protonentherapie – breath controlled bestraling.

Ja

Bijlage 1b

Zorgactiviteitcode

Zorgactiviteit omschrijving

Declaratieverplichting

090710

Planningsstudie met evaluatie van potentiele complicaties

Ja

090705

Standaard 3D planning (incl planning CT)

Ja

xxxxx

Standaard 3D protonenplanning (incl planning CT)

Ja

090706

Standaard 3D-IMRT planning

Ja

xxxxx

Standaard 3D-IMRT protonenplanning

Ja

090712

Complete 4D planning

Ja

xxxxx

Complete 4D protonenplanning

Ja

090613

Consult

Ja

090614

Follow-up consult

Ja

090830

Standaard Protonenbestraling scanning (aantal fracties)

Nee

090831

Standaard Protonenbestraling scattering (aantal fracties)

Nee

090832

Stereotactische Protonenbestraling scanning (aantal fracties)

Nee

090833

Stereotactische Protonenbestraling scattering (aantal fracties)

Nee

090707

Fusie van anatomische of functionele datasets met planning CT

Nee

090708

Aanvullende functionele imaging (MRSI, CE-MRI, 3D echo met contrast, PET, Diffusie MR, DCE-CT) tbv fusie met planning CT

Nee

090709

Aanvullende anatomische imaging (MRI, 3D Echo..) t.b.v. fusie met planning CT

Nee

90703

CT-simulatie

Nee

90709

MRI scan

Nee

xxxxx

Adaptieve planning MRI

Nee

xxxxx

Adaptieve planning PET-CT

Nee

xxxxx

Adaptieve planning CT

Nee

xxxxx

Aanpassen bestralingsplan tbv adaptieve therapie

Nee

39092

Narcose t.b.v. Radiotherapie

Nee

90787

Protonentherapie – breath controlled bestraling.

Nee

  • ^ [1]

    Artikel 1 Regeling protonentherapie.