Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds voor Cultuurparticipatie 2017–2020[Regeling vervalt per 01-01-2022.]

Geldend van 11-11-2015 t/m heden

Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds voor Cultuurparticipatie 2017–2020

Het bestuur van het Fonds voor Cultuurparticipatie,

Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Besluit:

Paragraaf 1. : Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Bestuur: de raad van bestuur van de stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

  • Fonds voor Cultuurparticipatie: de stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

  • Nederland: het land Nederland inclusief de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • Amateurkunst: het actief beoefenen van kunst, uit passie, liefhebberij of engagement, zonder daarmee primair in het levensonderhoud te willen voorzien

  • Amateurkunstenaar: persoon die bezig is met actieve kunstoefening uit passie, liefhebberij of engagement, zonder daarmee primair in het levensonderhoud te willen voorzien;

  • Jong talent: amateurkunstenaar in de leeftijd van 8 tot 24 jaar die over voldoende potentieel beschikt om voor deelname aan het kunstvakonderwijs in aanmerking te komen;

  • Talentontwikkeling: activiteiten gericht op de identificatie, selectie, begeleiding en ontwikkeling van jong talent ter voorbereiding op eventuele deelname aan het kunstvakonderwijs, of, daar waar het kunstvakonderwijs geen aanbod heeft, activiteiten als onderdeel van een alternatieve opleidingsroute;

  • Productiegroep: groep bestaande uit jonge talenten die werken aan een beperkt aantal producties zoals concerten, voorstellingen en tentoonstellingen waarbij ze begeleiding ontvangen van professionals en de focus ligt op hun ontwikkeling en niet op het maximaliseren van het aantal producties;

  • Wedstrijd: een competitie gericht op jong talent waarbij het wedstrijdelement het verbindende element tussen de activiteiten, waaronder podiumpresentatie en begeleiding, vormt;

  • Erfgoedmanifestatie: reeks van onderling samenhangende activiteiten gericht op het op landelijke schaal onder de aandacht brengen van het belang van een erfgoeddomein bij een breed publiek door het organiseren van activiteiten gericht op presentatie, publieksparticipatie en kennisontwikkeling die merendeels gedurende een in de tijd beperkte periode, niet vaker dan één keer per jaar worden georganiseerd onder een gemeenschappelijke noemer.

  • Amateurkunstfestival: reeks van onderling samenhangende activiteiten gericht op de presentatie van de (inter)nationale top in een amateurkunstdiscipline en de ontwikkeling van deze amateurkunstdiscipline door het op (inter)nationaal niveau organiseren van activiteiten gericht op presentatie, uitwisseling en kennisontwikkeling die merendeels gedurende een in de tijd beperkte periode, niet vaker dan één keer per jaar worden georganiseerd onder een gemeenschappelijke noemer.

Artikel 1.2. Doel

Het bestuur kan meerjarige activiteitensubsidies verstrekken voor talentontwikkeling in de vorm van wedstrijden en activiteiten van productiegroepen, voor amateurkunstfestivals die bijdragen aan de ontwikkeling van de amateurkunst en de amateurkunstdiscipline waarop ze zijn gericht en erfgoedmanifestaties die bijdragen aan het onder de aandacht brengen van het belang van het betreffende erfgoeddomein bij een breed publiek.

Artikel 1.3. Subsidieperiode

  • 1 Subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier jaar.

  • 2 Op basis van deze regeling kan subsidie worden verstrekt voor de periode 2017–2020.

Artikel 1.4. Beschikbare subsidiebedragen

  • 1 Voor de periode 2017–2020 is per kalenderjaar het volgende bedrag beschikbaar voor het verstrekken van subsidies voor talentontwikkeling als bedoeld in paragraaf 3 van deze regeling: € 2.500.000.

  • 2 Voor de periode 2017–2020 is per kalenderjaar het volgende bedrag beschikbaar voor het verstrekken van subsidies voor amateurkunstfestivals als bedoeld in paragraaf 4 van deze regeling: € 750.000.

  • 3 Voor de periode 2017–2020 is per kalenderjaar het volgende bedrag beschikbaar voor het verstrekken van subsidies voor erfgoedmanifestaties als bedoeld in paragraaf 5 van deze regeling: € 400.000.

  • 4 De in het eerste, tweede en derde lid genoemde bedragen gelden als subsidieplafond. Het bestuur kan eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen of verlagen.

  • 5 Een besluit tot het vaststellen, verhogen of verlagen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de website van het Fonds voor Cultuurparticipatie.

Artikel 1.5. Weigeringsgronden

  • 1 Subsidie wordt in ieder geval geweigerd, indien voor de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd, aan de aanvrager subsidie is of zal worden verleend op grond van:

  • 2 Het bestuur kan subsidie weigeren:

    • a) als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;

    • b) als de aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;

    • c) als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;

    • d) als de aanvrager niet voldoet aan de voor de betreffende instelling gebruikelijke normen met betrekking tot good governance op het terrein van goed bestuur, adequaat toezicht en transparante verantwoording;

    • e) als de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet;

    • f) als de aanvraag primair gericht is op activiteiten die plaatsvinden binnen het basisonderwijs, voortgezet of hoger onderwijs, inclusief de vooropleidingen voor het kunstvakonderwijs,

    • g) als de aanvraag gericht is op activiteiten die kunnen worden aangemerkt als reguliere activiteiten van een lokale of regionale kunsteducatie-instelling.

Paragraaf 2. : Procedure

Artikel 2.1. Aanvraagformulier

  • 1 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in paragraaf 3 of 4 van deze regeling wordt digitaal ingediend via de website van het fonds met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier voor de betreffende periode.

  • 2 Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Fonds voor Cultuurparticipatie en vergezeld gaat van de gevraagde bijlagen zoals op het formulier gemeld.

Artikel 2.2. Indiening aanvraag

Aanvragen dienen uiterlijk 1 maart 2016 om 13:00 uur te zijn ontvangen.

Artikel 2.3. Beoordeling

  • 1 Aanvragen die voldoen aan de vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen worden voor advies voorgelegd aan een adviescommissie.

  • 2 De ingediende aanvragen worden beoordeeld binnen de categorie zoals bedoeld in paragraaf drie en vier van deze regeling waarbinnen zij vallen.

  • 3 De adviescommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria in deze regeling.

  • 4 De adviescommissie adviseert over de subsidiehoogte met in achtneming van het bepaalde in deze regeling.

Artikel 2.4. Hoogte subsidie

  • 1 De subsidie voor talentontwikkeling als bedoeld in paragraaf 3 bedraagt ten minste € 50.000 per jaar en maximaal € 500.000 per jaar.

  • 2 De subsidie voor amateurkunstfestivals als bedoeld in paragraaf 4 bedraagt ten minste € 50.000 per jaar en maximaal € 200.000 per jaar.

  • 3 De subsidie voor erfgoedmanifestaties als bedoeld in paragraaf 5 bedraagt ten minste € 25.000 per jaar en maximaal € 100.000 per jaar.

  • 4 De subsidie van het Fonds voor Cultuurparticipatie bedraagt niet meer dan 50% van de totale baten. Behoudens uitzonderlijke gevallen.

Artikel 2.5. Verdeling budget

  • 1 Aanvragen die aan de voorwaarden voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen worden onderverdeeld in:

    • A: honoreren;

    • B: honoreren voor zover het budget dat toelaat; en

    • C: niet honoreren.

  • 2 Als een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen met het advies ‘honoreren voor zover het budget dat toelaat’ te honoreren, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van de van toepassing zijnde criteria.

  • 3 Het bestuur honoreert eerst de aanvragen met het advies ‘honoreren’. Vervolgens worden de aanvragen met het advies ‘honoreren voor zover het budget dat toelaat’ gehonoreerd in volgorde van de rangorde. Het bestuur verdeelt het beschikbare budget volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen of gedeeltelijk toegewezen totdat het van toepassing zijnde subsidieplafond is bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen.

  • 4 Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt eerst de subsidie van een aanvraag die wegens ontoereikendheid van het budget gedeeltelijk was toegewezen alsnog verhoogd tot het geadviseerde bedrag. Vervolgens wordt steeds de eerstvolgende aanvraag toegewezen totdat het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 2.6. Besluit

Het bestuur informeert de aanvrager binnen 22 weken na de uiterlijke indiendatum schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.

Paragraaf 3. : meerjarige talentontwikkelingssubsidie

Artikel 3.1. Wie kan aanvragen

Een aanvraag voor een meerjarige talentontwikkelingssubsidie kan uitsluitend worden gedaan door een instelling met rechtspersoonlijkheid die primair gericht is op talentontwikkeling in de amateurkunst en minimaal drie jaar als zodanig actief is.

Artikel 3.2. Waarvoor kan worden aangevraagd

Een aanvraag voor meerjarige subsidie kan worden ingediend voor het organiseren en begeleiden van:

  • wedstrijden in combinatie met een begeleidingstraject voor jonge talentvolle amateurs;

  • productiegroepen voor jonge talentvolle amateurs die van zodanig hoogstaand niveau zijn dat hiermee een adequate voorbereiding op eventuele deelname aan het kunstvakonderwijs of een professionele loopbaan in de kunsten en de daaraan voorafgaande keuze wordt geboden.

Artikel 3.3. Drempelnorm

  • 1 Een aanvragende instelling dient te kunnen aantonen dat in de jaren 2013, 2014 en 2015 de activiteiten van de instelling deelnemers hebben getrokken uit ten minste vier provincies.

  • 2 Een aanvrager zendt complete activiteitenoverzichten, deelnemerslijsten en jaarrekeningen over de jaren 2013, 2014 en 2015 mee bij zijn aanvraag, tenzij deze al in het bezit zijn van het Fonds voor Cultuurparticipatie. De jaarrekening 2015 mag worden nagezonden, mits deze uiterlijk voor 1 april 2016 is ontvangen.

  • 3 Als een aanvrager geen jaarrekening kan overleggen over enig jaar dient hij een vergelijkbare opgave in. Het bestuur kan nadere eisen aan deze opgave stellen.

Artikel 3.4. Beoordeling

  • 1 Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a. artistieke en inhoudelijke kwaliteit:

    • b. ondernemerschap en samenwerking;

    • c. geografische spreiding;

    • d. pluriformiteit;

    • e. monitoring en evaluatie.

Paragraaf 4. : amateurkunstfestivalsubsidie

Artikel 4.1. Wie kan aanvragen

Een aanvraag voor een meerjarige festivalsubsidie kan uitsluitend worden gedaan door een instelling met rechtspersoonlijkheid die primair gericht is op het organiseren van activiteiten binnen de amateurkunstdiscipline waarop het amateurkunstfestival zich richt of het erfgoeddomein waarop de erfgoedmanifestatie zich richt.

Artikel 4.2. Waarvoor kan worden aangevraagd

Een aanvraag voor meerjarige subsidie kan worden ingediend voor het organiseren van maximaal vier edities van een in Nederland georganiseerd (inter)nationaal amateurkunstfestival.

Artikel 4.3. Drempelnorm

  • 1 Een aanvrager die in aanmerking wil komen voor een meerjarige subsidie dient te kunnen aantonen dat hij minimaal drie edities van het betreffende amateurkunstfestival heeft georganiseerd.

  • 3 Een aanvrager zendt complete programmagegevens van de voorgaande drie edities van het amateurkunstfestival en de jaarrekeningen over de jaren 2013, 2014 en 2015 mee bij zijn aanvraag, tenzij deze al in het bezit zijn van het Fonds voor Cultuurparticipatie. De jaarrekening 2015 mag worden nagezonden, mits deze uiterlijk 1 april 2016 is ontvangen.

  • 4 Als een aanvrager geen jaarrekening kan overleggen over enig jaar dient hij een vergelijkbaar opgave in. Het bestuur kan nadere eisen aan deze opgave stellen.

Artikel 4.4. Beoordeling

  • 1 Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a. artistiek en inhoudelijke kwaliteit;

    • b. ondernemerschap;

    • c. bereik en belang van het festival;

    • d. pluriformiteit;

    • e. monitoring en evaluatie.

Paragraaf 5. : erfgoedmanifestatiesubsidie

Artikel 5.1. Wie kan aanvragen

Een aanvraag voor een meerjarige erfgoedmanifestatiesubsidie kan uitsluitend worden gedaan door een instelling met rechtspersoonlijkheid die primair gericht is op het organiseren van activiteiten binnen het erfgoeddomein waarop de erfgoedmanifestatie zich richt.

Artikel 5.2. Waarvoor kan worden aangevraagd

Een aanvraag voor meerjarige subsidie kan worden ingediend voor het organiseren van maximaal vier edities van een in Nederland georganiseerde landelijke erfgoedmanifestatie.

Artikel 5.3. Drempelnorm

  • 1 Een aanvrager die in aanmerking wil komen voor een meerjarige subsidie dient te kunnen aantonen dat hij minimaal drie edities van de betreffende manifestatie heeft georganiseerd.

  • 3 Een aanvrager zendt complete programmagegevens van de voorgaande drie edities van de erfgoedmanifestatie en de jaarrekeningen over de jaren 2013, 2014 en 2015 mee bij zijn aanvraag, tenzij deze al in het bezit zijn van het Fonds voor Cultuurparticipatie. De jaarrekening 2015 mag worden nagezonden, mits deze uiterlijk 1 april 2016 is ontvangen.

  • 4 Als een aanvrager geen jaarrekening kan overleggen over enig jaar dient hij een vergelijkbaar opgave in. Het bestuur kan nadere eisen aan deze opgave stellen.

Artikel 5.4. Beoordeling

  • 1 Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a. artistiek en inhoudelijke kwaliteit;

    • b. ondernemerschap;

    • c. bereik en belang van de manifestatie;

    • d. pluriformiteit;

    • e. monitoring en evaluatie.

Paragraaf 6. : Verplichtingen en verantwoording

Artikel 6.1. Aan de subsidie verbonden verplichtingen

  • 1 De subsidieontvanger meldt onverwijld aan het bestuur als:

    • a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;

    • b. niet geheel aan de aan het subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of

    • c. er aanzienlijke artistieke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.

  • 2 De subsidieontvanger plaatst het logo of de naam van het Fonds voor Cultuurparticipatie op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten.

  • 3 Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan het subsidie verbinden.

Artikel 6.2. Verantwoording

  • 1 De subsidieontvanger stuurt jaarlijks voor 1 april een verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar.

  • 2 De verantwoording omvat een inhoudelijk en een financieel deel. De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

  • 3 De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting en gaat indien de subsidie gelijk is aan of hoger is dan € 125.000,00 per jaar vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15, is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening.

  • 4 Het bestuur kan nadere voorwaarden aan de inrichting van de verantwoording stellen.

  • 5 De subsidieontvanger werkt mee dan wel draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden door een door het bestuur aan te wijzen partij. De daaraan voor de subsidieontvanger verbonden kosten komen voor zijn rekening.

Artikel 6.3. Vaststelling subsidie

  • 1 Het bestuur stelt de subsidie vast na ontvangst van de complete verantwoording over de subsidieperiode.

  • 2 Als de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd en is voldaan aan alle aan het subsidie verbonden verplichtingen stelt het bestuur de subsidie binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.

Paragraaf 7. : Overige bepalingen

Artikel 7.1. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 7.2. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022. Op bezwaar- en beroepsprocedures die op dat moment nog niet zijn afgerond, blijft het bepaalde in deze regeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds voor Cultuurparticipatie 2017–2020.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Het bestuur van het Fonds voor Cultuurparticipatie,

namens deze,

J.J. Knol,

directeur-bestuurder