Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2016[Regeling vervalt per 01-01-2021.]

Geldend van 01-01-2016 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 oktober 2015, nr. WJZ/787439 (10436), houdende vervanging van de Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2008 in verband met doelmatiger gebruik van het beschikbare garantieplafond ter verhoging van het aantal tentoonstellingen dat voor indemniteit in aanmerking kan komen (Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2016)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 4 van het Besluit op het specifiek cultuurbeleid;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b. instelling: openbaar toegankelijke instelling die gespecialiseerd is in het beheren van museale collecties, het organiseren van tentoonstellingen, of het tentoonstellen van langdurig in bruikleen gegeven voorwerpen;

  • c. voorwerp: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet met inbegrip van lijst, raam, kader, sokkel en dergelijke, afkomstig uit een buitenlandse collectie of uit een niet openbaar toegankelijke privécollectie;

  • d. tentoonstelling: tijdelijke tentoonstelling in Nederland die een compilatie vormt van belangrijke voorwerpen, al dan niet in combinatie met andere cultuurgoederen, in een samenhang die in het algemeen niet in Nederland te zien is en een visie biedt op periodes, kwesties, personen of producten van cultuurhistorische betekenis;

  • e. langdurige bruikleen: gedurende tenminste een jaar en ten hoogste vijf jaar in bruikleen geven van een voorwerp aan een instelling;

  • f. indemniteitsverklaring: beschikking waarbij een voorwaardelijke aanspraak op subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verleend;

  • g. indemniteitspercentage: deel van de totale verzekerde waarde van de voorwerpen die voor een indemniteitsverklaring in aanmerking komen, uitgedrukt in procenten waarbij de totale verzekerde waarde 100 is.

Artikel 2. Indemniteitsverklaring

  • 1 De minister kan aan een instelling voor een tentoonstelling of voor een langdurige bruikleen een subsidie verlenen onder de opschortende voorwaarde van verlies van of schade aan de door derden in bruikleen afgestane voorwerpen.

  • 2 De opschortende voorwaarde is van kracht gedurende de periode waarvoor door de subsidieontvanger een verzekering is gesloten voor de bruiklenen.

Artikel 3. Subsidieplafond

  • 1 Het totaal van de aanspraken op financiële middelen in een begrotingsjaar op grond van indemniteitsverklaringen gaat op enig moment het bedrag van € 300 miljoen niet te boven.

  • 2 Van het bedrag kan in een begrotingsjaar ten hoogste op enig moment tien procent worden verleend voor langdurige bruikleen.

  • 3 Een indemniteitsverklaring wordt ten laste gebracht van het beschikbare bedrag gedurende de periode van twee weken vóór aanvang van de tentoonstelling of langdurige bruikleen tot en met twee weken na het einde van de tentoonstelling onderscheidenlijk langdurige bruikleen.

Artikel 4. Voorwaarden

  • 1 Een indemniteitsverklaring wordt slechts verleend indien:

    • a. een instelling naar het oordeel van de minister heeft aangetoond dat die indemniteitsverklaring leidt tot een besparing op de premie van de verzekering van de desbetreffende bruikleen of bruiklenen van tenminste 20 procent; en

    • b. naar het oordeel van de minister een acceptabele verhouding aanwezig is tussen enerzijds het belang van de tentoonstelling of van de langdurige bruikleen en de besparing, bedoeld in onderdeel a, en anderzijds het door de Minister van OCW te aanvaarden risico.

  • 2 De voorwaarden die gelden voor de verzekering waarvoor de indemniteitsverklaring wordt verleend, zijn van overeenkomstige toepassing op de indemniteitsverklaring.

Artikel 5. Aanvraag

  • 1 De aanvraag voor een indemniteitsverklaring wordt ten hoogste een jaar en uiterlijk acht weken voor aanvang van de periode, bedoeld in artikel 3, derde lid, ingediend.

  • 2 Bij de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door de minister vastgesteld aanvraagformulier.

  • 3 De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een verzekeringsofferte;

    • b. voor zover de aanvraag verschillende voorwerpen betreft, een lijst van in bruikleen te ontvangen voorwerpen en per voorwerp de verzekerde waarde; en

    • c. voor zover de aanvraag een tentoonstelling betreft, een tentoonstellingsplan.

  • 4 De verzekeringsofferte bevat in ieder geval de verzekeringspremie zonder korting en een opgave van de korting die wordt gegeven bij een indemniteitspercentage van ten hoogste 30 procent, waarbij de gevraagde subsidie ten hoogste € 75 miljoen bedraagt.

  • 5 Bij de aanvraag verklaart een instelling te voldoen aan de eisen over de veiligheid van de voorwerpen en de beveiliging van de instelling, bedoeld in artikel 8. Op verzoek van de minister overlegt de instelling de documenten, bedoeld in artikel 8, en worden de veiligheidsmaatregelen ter plekke getoond.

Artikel 6. Subsidieverlening

  • 1 Op de aanvragen wordt beslist in de volgorde waarin zij door de minister zijn ontvangen.

  • 2 De minister beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 3 Bij het verstrekken van een indemniteitsverklaring stelt de minister de hoogte van de aanspraak vast. De aanspraak bedraagt niet meer dan € 75 miljoen en het indemniteitspercentage bedraagt ten hoogste 30 procent.

  • 4 Op de indemniteitsverklaring is een eigen risico van toepassing dat de minister overeenkomstig de tabellen in de bijlage vaststelt. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de subsidie in het geval zich verlies of schade voordoet waarop de indemniteitsverklaring van toepassing is.

Artikel 7. Algemene verplichtingen

  • 1 Indien verlies of schade optreedt waarop de indemniteitsverklaring van toepassing is, zorgt de subsidieontvanger ervoor dat de werkzaamheden op een zodanige manier worden uitgevoerd dat de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verleend.

  • 2 De subsidieontvanger doet onverwijld een melding aan de minister van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidieverstrekking. Bij de melding worden de stukken overgelegd die betrekking hebben op de gemelde feiten en omstandigheden en wordt de oorzaak van de gemelde feiten en omstandigheden toegelicht.

  • 3 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van zijn beleid.

Artikel 8. Verplichtingen in verband met de veiligheid

Gedurende de periode waarop de indemniteitsverklaring betrekking heeft:

  • a. beschikt de instelling over een actuele risico-inventarisatie en -analyse voor alle cultuurgoederen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die de instelling in beheer heeft;

  • b. treft de instelling op basis van de risicoanalyse, bedoeld onder a, voldoende maatregelen voor de voorwerpen waarop de indemniteitsverklaring betrekking heeft;

  • c. beschikt de instelling over een actueel calamiteitenplan;

  • d. verschaft de instelling de minister op diens verzoek informatie over de veiligheid, beveiliging en bewaking van de voorwerpen waarop de indemniteitsverklaring betrekking heeft; en

  • e. toont de instelling de minister op diens verzoek op locatie de organisatorische, bouwkundige en elektronische veiligheidsvoorzieningen.

Artikel 9. Melding schade

  • 1 Indien zich verlies van of schade aan voorwerpen voordoet waarop de indemniteitsverklaring betrekking heeft, zendt de instelling aan de minister een beschrijving van de aard, omvang en oorzaak van het verlies of de schade, en een overzicht met een door de verzekeraar opgestelde berekening van de geleden schade. Op verzoek van de minister overlegt de instelling een nadere onderbouwing van de berekening van de schade.

  • 2 Verlies van of schade aan voorwerpen wordt zo spoedig mogelijk aan de minister gemeld.

Artikel 10. Vaststelling subsidie

  • 1 Na ontvangst van de documenten, bedoeld in artikel 9, stelt de minister de subsidie binnen dertien weken vast.

  • 2 De subsidie wordt vastgesteld op het bedrag van de schade waarop de indemniteitsverklaring van toepassing is met een maximum van het daarin aangegeven bedrag, verminderd met het eigen risico, bedoeld in artikel 6, vierde lid.

Artikel 11. Melding gewijzigde kosten en wijziging vaststelling

  • 1 Indien na de vaststelling van de subsidie, bedoeld in artikel 9, blijkt dat de kosten lager zijn dan de verstrekte subsidie, meldt de instelling dit aan de minister.

  • 2 In een geval als bedoeld in het eerste lid kan de minister de beschikking tot subsidievaststelling wijzigen.

Artikel 13. Overgangsbepalingen

  • 1 De Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2008 blijft van toepassing op indemniteitsverklaringen die op grond van die regeling zijn verstrekt en aanvragen voor indemniteitsverklaringen die op grond van die regeling zijn ingediend en waarop nog niet is beslist.

  • 2 Voor zover een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend na publicatie van deze regeling wordt deze geweigerd indien de aanvraag betrekking heeft op een tentoonstelling of langdurige bruikleen die aanvangt na 31 december 2016.

Artikel 14. Inwerkingtreding en horizonbepaling

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016 en vervalt met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. Bussemaker

Bijlage behorende bij de Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2016

Bedragen Eigen risico

Tentoonstelling

Verzekerde waarde in €

Eigen risico per gebeurtenis in €

Eigen risico maximaal in €

≤ 20 miljoen

1.000,00

2.500,00

> 20 – ≤ 50 miljoen

2.500,00

7.500,00

> 50 – ≤ 150 miljoen

5.000,00

15.000,00

> 150 miljoen

7.500,00

25.000,00

Langdurige bruikleen

Verzekerde waarde in €

Eigen risico per gebeurtenis in €

Eigen risico maximaal in €

≤ 20 miljoen

1.500,00

3.750,00

> 20 – ≤ 50 miljoen

3.750,00

11.250,00

> 50 – ≤ 150 miljoen

7.500,00

22.500,00

> 150 miljoen

11.250,00

37.500,00