Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen[Regeling vervalt per 01-01-2021.]

Geldend van 16-12-2015 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 september 2015, nr. HOenS/ 789416, houdende voorschriften voor subsidiëring van flexibel hoger onderwijs voor volwassenen (Subsidieregeling subsidiëring flexibel hoger onderwijs voor volwassenen)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, onder a, 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. wet: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • b. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs en het onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, de Minister van Economische Zaken;

  • c. instelling voor hoger onderwijs: instelling als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de wet;

  • d. hoger onderwijs: onderwijs, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, van de wet;

  • e. deeltijds hoger onderwijs: hoger onderwijs dat deeltijds is ingericht als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van de wet;

  • f. duaal hoger onderwijs: hoger onderwijs dat duaal is ingericht als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, van de wet;

  • g. studiepunt: studiepunt als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de wet;

  • h. leeruitkomsten: beschrijving van inhoud en niveau van kennis, inzicht en vaardigheden van een lerende na afronding van een leerproces in een flexibel ingericht traject dat deel uitmaakt van de opleiding;

  • i. leerwegonafhankelijke beoordeling: tentaminering en examinering gericht op het beoordelen van door studenten gerealiseerde leeruitkomsten, waarbij de gehanteerde methoden en instrumenten voor tentaminering en examinering generiek zijn en niet specifiek zijn afgestemd op het specifieke, flexibele opleidingstraject van de student;

  • j. validering: het erkennen en waarderen van relevante leeruitkomsten die door een individuele student zijn gerealiseerd buiten een opleiding;

  • k. werkend leren: het uitvoeren van leeractiviteiten op een werkplek, leidend tot leeruitkomsten die relevant zijn in het kader van een opleiding;

  • l. online onderwijs: onderwijs dat volledig of voor een substantieel deel online plaatsvindt.

Artikel 2. Subsidiedoelstellingen

Het doel van de subsidieverstrekking op grond van deze regeling is de flexibiliteit van het deeltijdse en duale hoger onderwijs te versterken met behoud van kwaliteit en het aantal deelnemers aan het deeltijdse en duale hoger onderwijs en het aantal gediplomeerden te verhogen.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister kan subsidie verlenen aan instellingen voor hoger onderwijs voor het tijdvak januari 2016 tot en met december 2020 voor activiteiten op het terrein van deeltijds of duaal hoger onderwijs, die zich richten op de doelstellingen genoemd in artikel 2 en ten behoeve van het op dit terrein per 2016 te starten experiment flexibel hoger onderwijs.

  • 2 De activiteiten bedoeld in het eerste lid, betreffen de ontwikkeling van:

    • a. eenheden van leerwegonafhankelijke leeruitkomsten, van maximaal 30 studiepunten per eenheid;

    • b. werkwijzen en instrumenten voor het vaststellen van flexibele, vraaggerichte opleidingstrajecten;

    • c. werkwijzen en instrumenten voor het vaststellen van onderwijsovereenkomsten voor het vastleggen van afspraken over (delen van) flexibele opleidingstrajecten gericht op het realiseren van leeruitkomsten;

    • d. methoden en instrumenten voor leerwegonafhankelijke beoordeling van eenheden van leeruitkomsten zoals bedoeld onder a;

    • e. procedures, methoden en instrumenten voor validering;

    • f. werkwijzen, methoden en instrumenten voor werkend leren in het kader van flexibele opleidingstrajecten;

    • g. online onderwijs ter versterking van flexibele opleidingstrajecten;

    • h. werkwijzen en instrumenten in het kader van de borging van de kwaliteit van flexibele opleidingstrajecten, aansluitend bij de onderdelen a tot en met g van dit lid; en

    • i. deskundigheidsbevordering in het kader van flexibilisering van de betreffende opleidingen.

Artikel 4. Aanvragen

  • 1 Subsidieaanvragen worden uiterlijk 15 oktober 2015 elektronisch of per post ingediend, overeenkomstig het in bijlage A bijgevoegde formulier.

  • 2 Aanvragen die na 15 oktober 2015 worden ontvangen, worden niet in behandeling genomen.

  • 3 De aanvraag betreft het tijdvak januari 2016 tot en met december 2020 en omvat voor dat tijdvak een meerjarig activiteitenplan en een meerjarige begroting.

  • 4 Het meerjarige activiteitenplan bevat een beschrijving van doel(en), doelgroep(en), de beoogde kwalitatieve en kwantitatieve resultaten, het plan van aanpak van de activiteiten voor het tijdvak januari 2016 tot en met december 2020, een planning en een overzicht van de projectorganisatie.

  • 5 De meerjarige begroting bevat een overzicht van de voor het tijdvak januari 2016 tot en met december 2020, geraamde inkomsten en uitgaven, voor zover die betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, en is afgestemd op het meerjarige activiteitenplan.

  • 6 In de begroting wordt aangegeven hoe de begrote kosten die niet door de aangevraagde subsidie worden gedekt, worden gefinancierd.

  • 7 Indien de aanvraag in samenwerking met andere instellingen wordt gedaan, wordt de subsidie verstrekt aan en verantwoordt door de instelling die namens alle betrokken instellingen optreedt als penvoerder. Bij de aanvraag wordt in dat geval een door alle betrokken instellingen getekende verklaring gevoegd, waaruit blijkt dat de instelling die namens alle betrokken instellingen als penvoerder optreedt, gemachtigd is in het kader van deze subsidieaanvraag alle betrokken instellingen in en buiten rechte te vertegenwoordigen.

  • 8 In een aanvraag, als bedoeld in het zevende lid, wordt aangeven hoe de gevraagde subsidie door de penvoerder wordt verdeeld over de betrokken instellingen.

  • 9 De inrichting van de aanvraag is zoals aangegeven in het aanvraagformulier in bijlage A.

  • 10 Elektronische indiening vindt plaats via het e-mailadres ‘subsidieflexibel-ho@minocw.nl’. Schriftelijk wordt de aanvraag ingediend bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, directie HO&S, postbus 16375, 2500 BJ Den Haag.

Artikel 5. Beoordeling en rangschikking

  • 1 De aanvragen worden beoordeeld op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie, bedoeld in artikel 2.

  • 2 Bij de rangschikking van tijdig ingediende en complete aanvragen wordt voorrang gegeven aan aanvragen van instellingen die deelnemen aan het experiment vraagfinanciering. Aanvragen van instellingen die geen opleidingen verzorgen waarmee zij zouden kunnen deelnemen aan het experiment vraagfinanciering, worden door de minister op dezelfde wijze behandeld als de aanvragen van instellingen die deelnemen aan het experiment vraagfinanciering.

  • 3 De rangschikking van de tijdig ingediende en complete aanvragen geschiedt aan de hand van de volgende maatstaven, zoals uitgewerkt in bijlage B:

    • a. de mate van ambitie;

    • b. de mate van haalbaarheid;

    • c. de mate waarin de doelgroep wordt bereikt;

    • d. de mate waarin er sprake is van een integrale aanpak van de flexibilisering;

    • e. de mate van vraaggerichtheid van het te ontwikkelen hoger onderwijs;

    • f. de mate waarin duurzame verankering van het te ontwikkelen hoger onderwijs in beleid en bedrijfsvoering kansrijk is; en

    • g. de mate waarin invulling wordt gegeven aan leerfunctie, interne en externe kennisdeling.

Artikel 6. Adviescommissie

  • 1 De minister stelt een onafhankelijke adviescommissie in die belast is met de beoordeling van de aanvragen.

  • 2 De adviescommissie adviseert de minister uiterlijk 6 januari 2016 over de subsidieverlening.

  • 3 De minister wijkt slechts om zwaarwegende redenen af van het advies.

Artikel 7. Subsidieplafonds en subsidieverlening

  • 1 Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is in totaal 25 miljoen euro beschikbaar voor het tijdvak januari 2016 tot en met december 2020.

  • 2 De subsidie bedraagt voor het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020 maximaal 2 miljoen euro per instelling. Het subsidiebedrag wordt door de subsidieontvanger aangevuld met ten minste hetzelfde bedrag aan cofinanciering dan wel eigen middelen.

  • 3 De minister voorziet uiterlijk 14 januari 2016 in een gelijktijdige beslissing op de ingediende aanvragen.

  • 4 Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie geweigerd indien:

    • a. aan de aanvrager in een zelfde jaar voor overeenkomstige activiteiten subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling open en online hoger onderwijs; of

    • b. niet aannemelijk is dat de aanvrager kan voldoen aan het vereiste bedoeld in het tweede lid.

Artikel 8. Subsidie aan bekostigde instellingen

  • 1 Voor zover het een subsidie tot € 25.000 aan een bekostigde instelling betreft, wordt de subsidie vastgesteld en verstrekt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 2 Voor zover het een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 aan een bekostigde instelling betreft, wordt de subsidie vastgesteld en verstrekt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De minister betaalt per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 3 Voor zover het een subsidie van € 125.000 of meer aan een bekostigde instelling betreft, wordt de subsidie verleend binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. De minister verleent een voorschot van 100 procent en betaalt per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag.

Artikel 9. Verantwoording door bekostigde instellingen

  • 1 Voor zover het een subsidie tot € 25.000 aan een bekostigde instelling betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

  • 2 Voor zover het een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 aan een bekostigde instelling betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G1. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

  • 3 Voor zover het een subsidie van € 125.000 of meer aan een bekostigde instelling betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G2. De vaststelling vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.

Artikel 10. Subsidie aan niet bekostigde instellingen

  • 1 Voor zover het een subsidie tot € 25.000 aan een niet bekostigde instelling betreft, wordt de subsidie vastgesteld en verstrekt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens.

  • 2 Voor zover het een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 aan een niet bekostigde instelling betreft, wordt de subsidie verleend binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De minister verleent een voorschot van 100 procent en betaalt per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag.

  • 3 Voor zover het een subsidie van € 125.000 of meer aan een niet bekostigde instelling betreft, wordt de subsidie verleend binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. De minister verleent een voorschot van 100 procent en betaalt per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag

Artikel 11. Verantwoording door niet bekostigde instellingen

  • 1 Voor zover het een subsidie tot € 25.000 aan een niet bekostigde instelling betreft, toont subsidieontvanger op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

  • 2 Voor zover het een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 aan een niet bekostigde instelling betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie aan de hand van een activiteitenverslag.

  • 3 Voor zover het een subsidie van € 125.000 of meer aan een niet bekostigde instelling betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie aan de hand van een activiteitenverslag, een financieel verslag en een controleverklaring, aan de hand waarvan de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel 12. Onderzoek

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop gericht is de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van beleid.

Artikel 13. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking per 5 oktober 2015 en vervalt met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 14. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. Bussemaker

Bijlage A. Aanvraagformulier behorend bij de Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

Voorschriften met betrekking tot de inrichting van de aanvraag

Titel project

Gegevens subsidieaanvrager (dit is de aanvragende instelling/penvoerder)

Instelling

 

Correspondentieadres

College van Bestuur

 

Contactpersoon

Secretariaat CvB

 

Telefoonnummer

Secretariaat CvB

 
   

Projectleider

 

Instelling

 

Adres

 
   

E-mail

 

Telefoonnummer

 

Mobiele telefoon

 

Indien van toepassing: deelnemende partnerinstellingen

Partnerinstelling 1:

 

Partnerinstelling 2:

 
   

Projectinformatie

Titel project

 

Startdatum

[moet liggen tussen 1 januari 2016 en 1 april 2016]

Einddatum

[uiterste einddatum is 31 december 2020]

Totale projectkosten

 

Gevraagde subsidie

[maximaal € 2.000.000,-]

Cofinanciering/eigen bijdrage

instelling(en)

[minimaal hetzelfde bedrag als de gevraagde subsidie]

Deelname aan experimenten vraagfinanciering

Instelling is bereid deel te nemen aan de experimenten vraagfinanciering (alleen van toepassing voor hogescholen die deeltijd of duaal hoger onderwijs verzorgen dat in aanmerking komt voor deelname aan de experimenten vraagfinanciering)

0 Nee

0 Ja, namelijk met de opleiding(en):

[Croho-benamingen en croho-nummers]

0 Niet van toepassing, want:

0 de instelling is een universiteit

0 de instelling is een hogeschool/rechtspersoon hoger onderwijs die geen van de deeltijdse of duale opleidingen verzorgt waarmee deelname aan het experiment vraagfinanciering mogelijk is

(partnerinstelling 1:)

 

(partnerinstelling 2:)

 

Ondertekening en akkoordverklaring voorwaarden

Naam bestuurder

 

Functie

 

Plaats

 

Datum

 

Handtekening

 

Samenvatting

Vat in maximaal 200 woorden het project samen, met daarin in elk geval het doel, de doelgroep en de belangrijkste beoogde resultaten.

Activiteitenplan

De indeling en opbouw van het activiteitenplan zijn vrij. Met het oog op de beoordeling is het van belang dat in het activiteitenplan alle informatie is opgenomen waar de beoordelingsmaatstaven (bijlage B van de regeling) betrekking op hebben.

Verplichte onderdelen die in het activiteitenplan moeten worden opgenomen zijn derhalve:

  • 1. Beschrijving doel, doelgroep en beoogde resultaten (kwantitatieve en kwalitatieve ambities).

  • 2. Beschrijving aansluiting doel bij missie, visie en(strategisch) beleid van de instelling(en).

  • 3. Beschrijving en analyse huidige stand van zaken opleidingen hoger onderwijs voor volwassenen die worden verzorgd door de instelling(en).

  • 4. Weergave van welke opleidingen hoger onderwijs voor volwassenen (deeltijd en/of duaal) wel deel zullen nemen aan de projectactiviteiten en waar de implementatie van flexibele opleidingstrajecten wordt beoogd. NB. dit kunnen ook deeltijdse en/of duale opleidingen zijn die u nu nog niet aanbiedt, maar waarvan u wel een geaccrediteerde voltijdse Croho-opleiding aanbiedt; indien dit het geval is graag expliciet vermelden.

  • 5. Weergave van welke opleidingen hoger onderwijs voor volwassenen (deeltijd en/of duaal) niet deel zullen nemen aan de projectactiviteiten, incl. onderbouwing waarom niet.

  • 6. Beschrijving van het flexibele onderwijsconcept, van de wijze waarop beoogd wordt invulling te geven aan een flexibele inrichting van opleidingstrajecten van volwassenen in de deelnemende opleidingen.

    NB 1. Deze beschrijving kan generiek zijn voor zover het alle deelnemende opleidingen betreft. Indien in bepaalde opleidingen (op onderdelen) een andere aanpak wordt beoogd de beschrijving graag aanvullen met beschrijvingen van de aanpak bij die opleidingen.

    NB 2. Ga in de beschrijving in ieder geval (ook) in op de wijze waarop hierbij wordt beoogd te werken met:

    • eenheden van leeruitkomsten;

    • het vaststellen van flexibele, vraaggerichte opleidingstrajecten voor individuele studenten of groepen studenten en de vastlegging daarvan in onderwijsovereenkomsten;

    • leerwegonafhankelijke beoordeling;

    • validering van resultaten van leren buiten het hoger onderwijs;

    • werkend leren;

    • online leren/blended learning;

    • de wijze waarop de kwaliteit van bovenstaande zaken wordt geborgd.

  • 7. Beschrijving van de externe oriëntatie en marktbewerking: samenwerking met werkgevers, lokale en regionale overheden, vraaggerichte afstemming op specifieke behoeften e.d.

  • 8. Beschrijving van de activiteiten op het gebied van deskundigheidsbevordering en interne en externe kennisdeling.

  • 9. Aanpak om te komen tot duurzame verankering in beleid, organisatie en bedrijfsvoering.

  • 10. Planning van de projectactiviteiten (ontwikkelactiviteiten incl. deskundigheidsbevordering, kennisdeling, eventuele aanpassing organisatie en bedrijfsvoering en duurzame verankering) gedurende de looptijd van het project.

  • 11. Projectorganisatie (incl. betrokkenheid bestuur en lijnmanagement). Indien meerdere instellingen in het project samenwerken, beschrijf dan ook de verdeling van rollen en taken tussen de verschillende partners.

  • 12. Begroting: specificatie van de inkomsten en uitgaven per jaar voor de gehele projectperiode, waarbij de structuur/indeling van de begroting aansluit op de in het activiteitenplan beschreven activiteiten. Andere eisen aan de begroting:

    • a. de begroting bevat reële kosten voor subsidiabele activiteiten;

    • b. de begroting bevat redelijke uurtarieven, met als richtlijn de Handleiding overheidstarieven HAFIR: http://wettenpocket.overheid.nl/portal/7ec1a250-bb0b-4d72-929e-d270ddae2817/document/Handleiding%20Overheidstarieven%202015.pdf

    • c. de begroting bevat geen (niet-subsidiabele) kosten zoals lobbykosten, onvoorzien, lease en genereren van inkomsten;

    • d. de begroting bevat een postgewijze toelichting

    • e. de begroting is rekenkundig juist;

    • f. de begroting is sluitend.

Bijlage Machtiging penvoerder

Indien de aanvraag wordt gedaan namens een samenwerkingsverband van instellingen, moet worden bevestigd dat de ‘penvoerende instelling’ (subsidieaanvrager) gemachtigd is de partnerinstellingen in het kader van dit project te vertegenwoordigen. Onderstaande brief kan als voorbeeld dienen.

Voorbeeldbrief machtiging penvoerder

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

T.a.v. de heer drs. R. Minnée

Directie HO&S

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

<Plaats>, <Datum>

Betreft: machtiging penvoerder

Het College van Bestuur van <Instellingsnaam> heeft kennis genomen van de aanvraag ‘<Projectnaam>’ in het kader van de subsidieregeling ‘Flexibel hoger onderwijs voor volwassenen’ van het ministerie van OCW.

Het College van Bestuur verklaart hiermee het project goed te keuren en zich te committeren aan de uitvoering van het project indien de aanvraag wordt gehonoreerd.

Het College van Bestuur verklaart de benodigde gegevens voor de verantwoording van de bestedingen aan de penvoerder te overleggen.

De <Instellingsnaam penvoerder> treedt namens de deelnemende instellingen op als penvoerder van dit project. Wij verklaren hiermee dat de penvoerende instelling gemachtigd is in het kader van deze subsidieaanvraag alle betrokken instellingen in en buiten rechte te vertegenwoordigen.

Het College van Bestuur van <Instellingsnaam>

<handtekening>

<titel en naam collegelid>

College van Bestuur

Bijlage Overzicht van opleidingen en ad-programma’s die in aanmerking kunnen komen voor deelname aan het experiment vraagfinanciering

Tabel 1: Groslijst opleidingen en Ad-programma’s experiment vraagfinanciering

Opleiding of Ad-programma

Sector

Croho code

Techniek & ICT    

Bachelor Elektrotechniek

Techniek

34267

Bachelor Engineering

Techniek

30107

Bachelor Technische bedrijfskunde

Techniek

34421

Bachelor Werktuigbouwkunde

Techniek

34280

Bachelor Mechatronica

Techniek

30026 (in ontwikkeling)

Bachelor ICT

Sectoroverstijgend

30020

Bachelor Informatie- en Communicatie Technologie

Techniek

34671

Bachelor Informatica

Techniek

34479

Bachelor Technische Informatica

Techniek

34475

Bachelor IT Servicemanagement

Techniek

34488

Associate Degree IT Servicemanagement

Techniek

80024

Associate Degree ICT – Telecom

Techniek

80109

Associate Degree Industriële Automatisering

Techniek

80110

Associate Degree Constructeur werktuigbouwkunde

Techniek

80076

Associate Degree Engineering

Techniek

80091

Associate Degree Maintenance & Mechanics

Techniek

80079

Associate Degree Technische bedrijfskunde

Techniek

80020

Associate Degree Mechatronica

Techniek

In ontwikkeling

Associate Degree Civiele techniek Projectvoorbereiding en -realisatie

Techniek

80016

Associate Degree Projectleider techniek.

Techniek

80039

Zorg & Welzijn    

Bachelor Opleiding tot verpleegkundige

Gezondheidszorg

34560

Bachelor Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH)

Gedrag & Maatschappij

34617

Bachelor Maatschappelijk Werk en Dienstverlening

Gedrag & Maatschappij

34616

Bachelor Social work

Gedrag & Maatschappij

34116

Bachelor Management in de zorg

Gezondheidszorg

34538

Associate Degree Management in de zorg

Gezondheidszorg

80011

Associate Degree sociaal werk in zorg en welzijn

Gedrag & Maatschappij

In ontwikkeling

Bijlage B. Behorend bij de subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

Beoordelingsmaatstaven voor aanvragen

De beoordelingscriteria op de volgende pagina’s worden gescoord op een schaal van 0–10.

Per criterium wordt de gemiddelde score berekend. Als een aanvraag op een criterium onder de 6 scoort, betekent dit dat de aanvraag afvalt en niet voor subsidiëring in aanmerking komt.

Criterium

Gemiddelde score

Eindscore (som gemiddelde scores per criterium)

1. Ambitie

2. Haalbaarheid

3. Bereik

4. Integrale aanpak

5. Vraaggerichtheid

6. Duurzame verankering

7. Invulling leerfunctie, interne en externe kennisdeling

8. Deelname aan experimenten vraagfinanciering*

   

Voorrang voor de instellingen die meedoen met de experimenten vraagfinanciering:

Een apart criterium is de deelname aan de experimenten vraagfinanciering. Bij de ranking van voorstellen wordt eerst gekeken in hoeverre de hogescholen die een aanvraag doen ook deeltijd of duale opleidingen aanbieden die in aanmerking komen voor deelname aan de experimenten vraagfinanciering (de opleidingen zoals aangegeven in de subsidieregeling vraagfinanciering). De hogescholen die kunnen deelnemen aan de experimenten vraagfinanciering, en dat ook doen, worden samen met de hogescholen die niet kunnen meedoen aan de experimenten vraagfinanciering (omdat zij deze deeltijd/duale opleidingen niet aanbieden), als eerste gerankt op de onderstaande criteria. Daarna volgen in de ranking de instellingen die wel zouden kunnen meedoen aan de experimenten met vraagfinanciering, maar daar niet voor kiezen.

1. Ambitie

a. Zijn de doelstellingen in kwalitatieve zin voldoende ambitieus, mag verwacht

worden dat succesvolle uitvoering van het project leidt tot een voor volwassenen aantrekkelijk en flexibel aanbod, dat aansluit bij hun specifieke kenmerken en behoeften en de vraag van werkgevers?

0–10

Opmerkingen:

b. Zijn de doelstellingen in kwantitatieve zin voldoende ambitieus, mag verwacht worden dat succesvolle uitvoering van het project leidt tot een substantiële groei in de deelname van volwassenen aan het deeltijdse en duale hoger onderwijs en tot een substantiële groei van de aantallen gediplomeerden (Ad, Ba, Ma)?

0–10

Opmerkingen:  

2. Haalbaarheid

a. Is bij de aanvrager sprake van voldoende basis (track record, huidige stand van zaken in beleid en uitvoeringspraktijk) om realisatie van de (kwalitatieve en kwantitatieve) doelstellingen aannemelijk te maken?;

0–10

Opmerkingen:

b. Zijn de aanpak en de projectorganisatie zodanig dat aannemelijk is dat uitvoering van de activiteiten zal leiden tot realisatie van de (kwalitatieve en kwantitatieve) doelstellingen? Zijn bestuur, lijnmanagement en diensten voldoende betrokken?

0–10

Opmerkingen:

c. Zijn de activiteiten gericht op aanpassingen van de organisatie en de bedrijfsvoering e.d. zodanig dat aannemelijk is dat de (kwalitatieve en kwantitatieve) doelstellingen gerealiseerd worden?

 
Opmerkingen:  

3. Bereik

a. Heeft de uitvoering van de activiteiten in het project betrekking op (vrijwel) al het deeltijdse en duale hoger onderwijs dat de aanvrager aanbiedt (voor zover dat aanbod gericht is op de doelgroep volwassenen)?

0–10

Opmerkingen:

b. Betreffen de (kwalitatieve en kwantitatieve) doelstellingen van de aanvrager al het deelnemende deeltijdse en duale hoger onderwijs dat de aanvrager verzorgt in voldoende substantiële mate?

0–10

Opmerkingen:  

4. Integrale aanpak

a. Wordt in de aanpak en de beschreven (voorgenomen) werkwijzen bij flexibilisering van het deeltijdse en duale hoger onderwijs in brede zin invulling gegeven aan die flexibilisering?

0–10

Opmerkingen:
In hoeverre is in de aanvraag/bij het betreffende deeltijdse en duale hoger onderwijs sprake van een passende aanpak wat betreft:

b. Het werken met leeruitkomsten

0–10

Opmerkingen:

c. Vaststellen van flexibele, vraaggerichte opleidingstrajecten voor individuen en/of groepen studenten en vastlegging daarvan in een onderwijsovereenkomst

0–10

Opmerkingen:

d. Leerwegonafhankelijke beoordeling

0–10

Opmerkingen:

e. Validering van resultaten van leren buiten de opleiding

0–10

Opmerkingen:

f. Versterken werkend leren

0–10

Opmerkingen:  

g. Versterken online leren

0–10

Opmerkingen:  

h. Borging kwaliteit van bovenstaande elementen van flexibilisering

0–10

Opmerkingen:  

5. Vraaggerichtheid

a. Is de voorgenomen werkwijzen bij flexibele inrichting en uitvoering van deeltijds en duaal hoger onderwijs voor volwassenen voldoende vraaggericht? Afstemming op vraag/behoeften volwassene, afstemming op vraag werkgever.

0–10

Opmerkingen:

b. Is sprake van voldoende externe oriëntatie, het actief bewerken van de markt en aansluiting bij de vraag en behoeften van de arbeidsmarkt?

0–10

Opmerkingen:

c. Is sprake van aantoonbare samenwerking met relevante werkgevers of werkgeversorganisaties en met (lokale of regionale) overheidsorganisaties?

 
Opmerkingen:

d. Blijkt de vraaggerichtheid en externe oriëntatie uit de aanpak en de inrichting van de projectorganisatie?

0–10

Opmerkingen:

6. Duurzame verankering in beleid en bedrijfsvoering

a. Biedt de beschreven wijze waarop gewerkt wordt aan duurzame verankering van de resultaten van het project voldoende vertrouwen dat duurzame verankering in structuur en cultuur van de staande organisatie daadwerkelijk wordt gerealiseerd?

0–10

Opmerkingen:

b. Wordt voldoende invulling gegeven aan (eventueel) benodigde aanpassingen van de organisatie (structuur en cultuur), de bedrijfsvoering (front office en back office/ondersteunende diensten) en wordt voldoende geïnvesteerd in deskundigheidsbevordering en een gedegen veranderkundige aanpak?

0–10

Opmerkingen:  

c. Biedt de beschreven wijze waarop gewerkt wordt aan duurzame verankering van de resultaten van het project voldoende vertrouwens dat duurzame verankering in het (strategische, tactische en operationele) beleid en de PDCA-beleidscyclus e.d. wordt gerealiseerd

0–10

Opmerkingen:  

7. Invulling leerfunctie, interne en externe kennisdeling

a. Wordt voldoende gewaarborgd dat geleerd wordt van gehanteerde werkwijzen bij flexibilisering en in de projectaanpak, dat de leerervaringen en inzichten worden benut in het project en in de organisatie van de instelling(en) in brede zin?

0–10

Opmerkingen:

b. Wordt actief invulling gegeven aan disseminatie van beproefde werkwijzen, ervaringen en inzichten, zowel intern als extern?

0–10

Opmerkingen:

c. Wordt voldoende actief bijgedragen aan het proces gericht op het opdoen van inzichten op landelijk niveau, dat uiteindelijk leidt tot besluitvorming over structurele verankering van passende kaders voor flexibilisering in wet- en regelgeving?

0–10

Opmerkingen:  

8. Deelname aan experimenten vraagfinanciering

Is de aanvrager bereid deel te nemen aan de experimenten vraagfinanciering, voor zover de aanvrager deeltijd of duaal hoger onderwijs verzorgt dat in aanmerking komt voor deelname aan de experimenten vraagfinanciering?

ja/nee

Opmerkingen: