Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO[Regeling vervallen per 03-01-2017.]

Geldend van 02-10-2015 t/m 02-01-2017

Beleidsregel van de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) inzake toepassing van de Wet wegvervoer goederen en verordening 1071/2009/EG ten aanzien van vergunningverlening (Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO)

Hoofdstuk 1. Vier eisen met betrekking tot een aanvraag voor verlening of verlenging van de communautaire vergunning [Vervallen per 03-01-2017]

Artikel 1. Eisen aanvraag [Vervallen per 03-01-2017]

Bij een aanvraag voor verlening of verlenging van de communautaire vergunning stelt de NIWO ingevolge artikel 3 van verordening 1071/2009/EG juncto artikel 2.8 WWG vast of door de aanvrager wordt voldaan aan de eisen van:

  • a. werkelijke en duurzame vestiging;

  • b. betrouwbaarheid;

  • c. financiële draagkracht;

  • d. vakbekwaamheid.

Artikel 2. Werkelijke en duurzame vestiging (reële vestiging) [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 De onderneming moet kunnen beschikken over een reële vestiging in Nederland. Een reële vestiging houdt in dat er sprake is van een werkelijke en duurzame vestiging. Dit is in ieder geval een vestiging met ruimte(n) waarin de documenten inzake de hoofdactiviteiten worden bewaard, met name de boekhoudkundige bescheiden, documenten inzake personeelsbeleid en gegevens over de rij- en rusttijden.

  • 2 Er wordt een onderzoek verricht naar de reële vestiging wanneer er twijfel bestaat bij een aanvraag voor verlening of verlenging van de communautaire vergunning of nadien. Dit onderzoek kan zowel schriftelijk als ter plaatse worden ingesteld. Ter beoordeling van de reële vestiging kan de NIWO bewijsstukken van de vervoerder verlangen. De NIWO bekijkt de bewijsstukken in onderlinge samenhang.

  • 3 Zodra de vergunning is verleend of verlengd en gewaarmerkte afschriften worden aangevraagd dienen er één of meer vrachtauto’s ter beschikking van de onderneming te staan, hetzij in volle eigendom, hetzij uit hoofde van een huurkoopovereenkomst of een huur- of lease-overeenkomst. De Rijksdienst voor het Wegverkeer moet een kenteken hebben afgegeven voor deze vrachtauto’s. Indien het buitenlands gekentekende voertuigen betreft die worden gehuurd of geleased en die deelnemen aan het internationaal verkeer, moet voor deze vrachtauto’s een bewijs van de registratie door het daartoe bevoegde gezag in het buitenland zijn afgegeven.

  • 4 De NIWO kan vragen om bewijs dat de vrachtauto’s ter beschikking van de onderneming staan. In ieder geval zullen bewijsstukken worden opgevraagd:

    • a. indien er sprake is van aanwijzingen van fraude;

    • b. bij substantiële uitbreiding van het wagenpark.

  • 5 Indien de NIWO vaststelt dat niet langer aan de eis van reële vestiging wordt voldaan, kan op verzoek van de aanvrager een maximale termijn van zes maanden worden verleend om aan te tonen dat er sprake is van een reële vestiging.

  • 6 De in lid 5 bedoelde termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de NIWO heeft vastgesteld dat niet langer aan de eis van reële vestiging wordt voldaan.

  • 7 Indien de in lid 5 bedoelde termijn wordt verleend en de communautaire vergunning expireert binnen deze periode, wordt de communautaire vergunning geacht te zijn verlengd voor die termijn en stelt de NIWO de aanvrager in het bezit van gewaarmerkte, tijdelijke afschriften.

Artikel 3. Betrouwbaarheid [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 De onderneming en de vervoersmanager moeten voldoen aan de eis van betrouwbaarheid.

  • 2 De betrouwbaarheid van natuurlijke personen en rechtspersonen wordt aangetoond met een Verklaring Omtrent het Gedrag voor de functie van wegvervoerondernemer goederenvervoer niet ouder dan twee maanden gerekend vanaf de datum van de aanvraag voor verlening of verlenging van de communautaire vergunning. Voor natuurlijke personen wordt een Verklaring Omtrent het Gedrag voor natuurlijke personen overgelegd. Voor rechtspersonen wordt een Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen overgelegd. 3. De NIWO kan tussentijds de overlegging van een Verklaring Omtrent het Gedrag opvragen, indien daartoe aanleiding is. Daarvan zal in ieder geval sprake zijn indien de inbreng van de vakbekwaamheid wijzigt dan wel de samenstelling van de directie of het bestuur.

  • 3 De NIWO kan tussentijds de overlegging van een Verklaring Omtrent het Gedrag opvragen, indien daartoe aanleiding is. Daarvan zal in ieder geval sprake zijn indien de inbreng van de vakbekwaamheid wijzigt dan wel de samenstelling van de directie of het bestuur.

  • 4 Indien de NIWO vaststelt dat de onderneming niet meer voldoet aan de eis van betrouwbaarheid, kan er op verzoek van de aanvrager een maximale termijn van zes maanden worden verleend om aan de eis van betrouwbaarheid te voldoen. De termijn van zes maanden kan met drie maanden worden verlengd bij overlijden of lichamelijke ongeschiktheid. Hiertoe dient een afschrift van de overlijdensakte of een medische verklaring te worden overgelegd.

  • 5 De in lid 4 bedoelde termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de NIWO heeft vastgesteld dat niet langer aan de eis van betrouwbaarheid wordt voldaan.

  • 6 Indien de in lid 4 bedoelde termijn wordt verleend en de communautaire vergunning expireert binnen deze periode, wordt de communautaire vergunning geacht te zijn verlengd voor die termijn en stelt de NIWO de aanvrager in het bezit van gewaarmerkte, tijdelijke afschriften.

  • 7 In afwijking van de vorige leden heeft de NIWO de bevoegdheid om de vervoerder of de vervoersmanager onbetrouwbaar te verklaren, indien er jegens de vervoersmanager of de vervoersonderneming een onherroepelijke veroordeling of sanctie wegens een van de zeer ernstige inbreuken van de communautaire wetgeving als bedoeld in bijlage IV van de verordening 1071/2009/EG is opgelegd.

Artikel 4. Financiële draagkracht [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 De vervoerder dient ter voldoening aan de eis van financiële draagkracht te beschikken over kapitaal en reserves van € 9.000,– wanneer slechts één vrachtauto wordt gebruikt en € 5.000,– voor iedere volgende vrachtauto.

  • 2 Bij een aanvraag voor verlening en verlenging van de communautaire vergunning wordt als kapitaal en reserves aangemerkt het beschikbaar risicodragend vermogen, bestaande uit het eigen vermogen eventueel aangevuld met een achtergestelde lening of een bankgarantie.

  • 3 De vervoerder toont zijn financiële draagkracht aan door overlegging van een (openings)balans, een tussentijdse balans of de jaarcijfers, voorzien van een vermogensopstelling indien het eigen vermogen onvoldoende is.

  • 4 De in het derde lid bedoelde financiële stukken dienen voorzien te zijn van een verklaring, inhoudende dat de waardering van het beschikbare risicodragend vermogen is geschied volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en dat dit vermogen voldoet aan de in lid 1 gestelde eisen.

  • 5 De NIWO kan ter onderbouwing van de in lid 4 bedoelde verklaring achterliggende stukken eisen.

  • 6 De NIWO zal in geval er sprake is van een achtergestelde lening de overlegging van een afschrift van de achterliggende leningsovereenkomst tot achterstelling eisen. In deze leningsovereenkomst dienen in ieder geval de volgende elementen te zijn opgenomen:

    • a. NAW-gegevens van de geldnemer en de geldgever;

    • b. bedrag waarover de geldlening is aangegaan;

    • c. wijze van (eventueel vervroegde) aflossing;

    • d. rentevergoeding;

    • e. termijn waarvoor de lening is aangegaan;

    • f. achterstelling van de geldlening ten aanzien van alle bestaande en toekomstige crediteuren.

  • 7 De in lid 4 bedoelde verklaring kan worden afgegeven door een accountant of deskundige aangesloten bij:

    • a. Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA),

    • b. Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen (NOAB), of

    • c. Register Belastingadviseurs (waartoe het College Belastingadviseurs en de Nederlandse Federatie Belastingadviseurs behoren).

  • 8 De NIWO kan gedurende de looptijd van de communautaire vergunning op elk door de NIWO te bepalen moment van een vervoerder verlangen zijn financiële draagkracht aan te tonen.

  • 9 De vervoerder zal zijn financiële draagkracht opnieuw moeten aantonen indien:

    • a. sprake is van een substantiële uitbreiding van het aantal vergunningbewijzen ten opzichte van het reeds in bezit zijnde aantal vergunningbewijzen;

    • b. een onderzoek van de NIWO of een onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu daartoe aanleiding geeft.

  • 10 Indien de NIWO vaststelt dat niet langer aan de eis van financiële draagkracht wordt voldaan, kan op verzoek van de aanvrager een maximale termijn van zes maanden worden verleend om wederom te voldoen aan de eis van financiële draagkracht, mits de vervoerder aan de hand van bewijsstukken (waaronder in ieder geval een financiële prognose opgesteld door een accountant) voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij binnen deze termijn voldoet aan de eis van financiële draagkracht.

  • 11 De in lid 10 bedoelde termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de NIWO heeft vastgesteld dat niet langer aan de eis van financiële draagkracht wordt voldaan.

  • 12 Indien de in lid 10 bedoelde termijn wordt verleend en de communautaire vergunning expireert binnen deze periode, wordt de communautaire vergunning geacht te zijn verlengd voor die termijn en stelt de NIWO de aanvrager in het bezit van gewaarmerkte, tijdelijke afschriften.

Artikel 5. Vakbekwaamheid [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 De vakbekwaamheid wordt ingebracht door een persoon, de vervoersmanager, die de vereiste kennis bezit. Dit wordt aangetoond door overlegging van een erkend vakdiploma.

  • 2 Een interne vervoersmanager moet:

    • a. een woonplaats in de Europese Unie hebben;

    • b. de daadwerkelijke en permanente leiding geven aan de vervoersactiviteiten van de onderneming;

    • c. een reële band met de onderneming hebben (bijvoorbeeld als werknemer, directeur, eigenaar).

  • 3 Een interne vervoersmanager mag in de hoedanigheid van vervoersmanager leiding geven aan: één vervoersonderneming of één holding met een onbeperkt aantal vrachtauto’s.

  • 4 De onder lid 3 bedoelde vervoersmanager mag daarenboven in de hoedanigheid van interne of externe vervoersmanager bij maximaal drie andere vervoersondernemingen zijn vakbekwaamheid inbrengen zolang het wagenpark van de vervoersondernemingen bij elkaar niet meer bedraagt dan vijftig vrachtauto’s.

  • 5 Een externe vervoersmanager:

    • a. moet een woonplaats in de Europese Unie hebben;

    • b. moet daadwerkelijk en permanent leiding geven aan de vervoersactiviteiten van de onderneming;

    • c. moet op grond van een contract werkzaam zijn waarin in ieder geval diens verantwoordelijkheden als vervoersmanager worden bepaald en de taken worden omschreven die die persoon moet uitvoeren. De in het contract omschreven taken bestaan met name uit het beheren van het voertuigonderhoud, de controle van de vervoerscontracten en vervoersdocumenten, de basisboekhouding, de toewijzing van ladingen of diensten aan de bestuurders en vrachtauto’s en controle van de veiligheidsprocedures;

    • d. kan in de hoedanigheid van vervoersmanager, geen beheerder van vervoersactiviteiten zijn van meer dan vier verschillende vervoersondernemingen met een totaal wagenpark van maximaal vijftig vrachtauto’s;

    • e. kan niet tevens werkzaam zijn bij de opdrachtgever van de onderneming waarbij hij de vakbekwaamheid inbrengt.

  • 6 De NIWO beoordeelt de externe vervoersmanager in ieder geval aan de hand van bewijsstukken met betrekking tot:

    • a. managementovereenkomst, waarin in ieder geval diens verantwoordelijkheden als vervoersmanager worden bepaald en de taken worden omschreven die deze persoon daadwerkelijk en op permanente wijze moet uitvoeren, zoals omschreven in lid 5;

    • b. redelijke beloning, waarbij wordt aangesloten bij de relevante functieklassen uit de CAO;

    • c. het aantal uren dat de vervoersmanager gemiddeld per week beschikbaar is voor de onderneming;

    • d. een in het Handelsregister ingeschreven volmacht ten aanzien van de in lid 5 onder c bedoelde vervoersactiviteiten.

  • 7 Indien de NIWO vaststelt dat niet langer aan de eis van vakbekwaamheid wordt voldaan, kan op verzoek van de aanvrager een maximale termijn van zes maanden worden verleend om een nieuwe vervoersmanager aan te trekken. De termijn van zes maanden kan met drie maanden worden verlengd bij overlijden of lichamelijke ongeschiktheid van de vervoersmanager. Hiertoe dient een afschrift van de overlijdensakte of een medische verklaring te worden overgelegd.

  • 8 De in lid 7 bedoelde termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de NIWO heeft vastgesteld dat niet langer aan de eis van vakbekwaamheid wordt voldaan.

  • 9 Indien de in lid 7 bedoelde termijn wordt verleend en de communautaire vergunning expireert binnen deze periode, wordt de communautaire vergunning geacht te zijn verlengd voor die termijn en stelt de NIWO de aanvrager in het bezit van gewaarmerkte, tijdelijke afschriften.

Artikel 6. Vrijstelling van de eis van vakbekwaamheid [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 Indien als gevolg van overlijden of lichamelijke of wettelijke onbekwaamheid van de vervoersmanager niet meer wordt voldaan aan de eis van vakbekwaamheid, zal de NIWO in individuele gevallen op een daartoe strekkende aanvraag ten behoeve van een voortzetting van de onderneming, een persoon vrijstellen van het afleggen van het examen van vakbekwaamheid.

  • 2 Dit verzoek kan uitsluitend worden gedaan door de persoon die:

    • a. aantoont dat hij voor een periode van tien jaar voorafgaand aan 4 december 2009 in de desbetreffende onderneming een leidinggevende functie heeft bekleed, en

    • b. die onderneming in die periode de beschikking heeft gehad over de communautaire vergunning.

  • 3 Deze vrijstelling geldt uitsluitend voor de onderneming waar de persoon ten tijde van de aanvraag als bedoeld in lid 1, in dienst was.

Hoofdstuk 2. Termijnen [Vervallen per 03-01-2017]

Artikel 7 [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 De in artikelen 2.5, 3.4, 4.10 en 5.7 bedoelde termijnen van onderhavige regeling kunnen door de NIWO op verzoek van de aanvrager bij een aanvraag voor verlenging van de communautaire vergunning of in bezwaar worden verleend.

  • 2 Indien de bedoelde termijn bij een aanvraag voor verlenging van de communautaire vergunning wordt verzocht en verleend, wordt de behandeltermijn opgeschort.

  • 3 Indien de bedoelde termijn in bezwaar wordt verzocht en verleend, wordt de beslissing op het bezwaarschrift verdaagd.

Hoofdstuk 3. Onderzoek [Vervallen per 03-01-2017]

Artikel 8. Onderzoek naar eisen [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 Bij het verlenen of verlengen van de communautaire vergunning wordt in beginsel aangenomen dat wordt gehandeld conform hetgeen bij een vergunningaanvraag is opgegeven. Indien de feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven wordt in beginsel uiterlijk zes maanden na vergunningverlening een nader onderzoek ingesteld.

  • 2 In de in lid 1 genoemde gevallen wordt een gewaarmerkt afschrift afgegeven met een geldigheidsduur van ten hoogste één jaar. Indien uit onderzoek blijkt dat in de praktijk wordt gehandeld conform hetgeen bij een vergunningaanvraag is opgegeven en aan artikel 1 wordt voldaan, wordt een nieuw gewaarmerkt afschrift verstrekt voor de resterende geldigheidsduur van de communautaire vergunning.

  • 3 Indien uit onderzoek blijkt dat niet wordt gehandeld conform hetgeen bij een vergunningaanvraag is opgegeven, wordt de communautaire vergunning ingetrokken en dienen de communautaire vergunning en de daarbij behorende gewaarmerkte afschriften binnen één week na de inwerkingtreding van de beschikking tot intrekking te worden ingeleverd bij de NIWO.

  • 4 In het geval de onderneming op grond van artikel 3.6 WWG niet binnen één week na de inwerkingtreding van de beschikking tot intrekking de communautaire vergunning en de daarbij behorende gewaarmerkte afschriften inlevert, kan de NIWO wegens overtreding van artikel 3.6 WWG een last onder dwangsom opleggen op grond van artikel 5.2 WWG en de Beleidsregel last onder dwangsom van de NIWO.

Artikel 9. Risicobedrijven [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 De NIWO beschouwt een onderneming als risicobedrijf als bedoeld in artikel 12 Verordening 1071/2009/EG indien er sprake is van:

    • a. een solvabiliteitsratio lager dan 20%; of,

    • b. een achtergestelde lening als bedoeld in artikel 4 lid 2 van onderhavige regeling.

  • 2 Een risicobedrijf toont jaarlijks aan dat zij voldoet aan de eis van financiële draagkracht op de wijze als bedoeld in artikel 4 lid 3 van onderhavige regeling.

  • 3 Een onderneming wordt niet langer als risicobedrijf beschouwd indien:

    • a. er sprake is van een minimale solvabiliteitsratio van 20%; of,

    • b. de achtergestelde lening is afgelost en wordt voldaan aan de eis als bedoeld in artikel 4 lid 1 van onderhavige regeling.

Hoofdstuk 4. Gewaarmerkte afschriften [Vervallen per 03-01-2017]

Artikel 10. Gewaarmerkte afschriften [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 Indien een aanvraag voor verlening of verlenging van de communautaire vergunning is ingewilligd, verstrekt de NIWO op aanvraag gewaarmerkte afschriften overeenkomstig het aantal aangetoonde vrachtauto’s.

  • 2 Bij de honorering van een verzoek als bedoeld in de artikelen 2.5, 3.4, 4.10 en 5.7 van onderhavige regeling, kunnen gewaarmerkte, tijdelijke afschriften worden verstrekt.

  • 3 Voor de in de leden 1 en 2 genoemde afschriften is de vergoeding verschuldigd, zoals gepubliceerd op de website van de NIWO.

Artikel 11. Overbruggingsbewijzen [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 19 lid 1 worden op schriftelijk verzoek van en in overleg met de aanvrager overbruggingsbewijzen verstrekt gedurende de aanvraagprocedure voor een maximale duur van zes maanden. De aanvangsdatum kan hierbij niet voor de datum van de aanvraag liggen.

  • 2 Ingeval een aanvraag voor een verlenging van de communautaire vergunning korter dan acht weken voor de expiratiedatum wordt ingediend, worden op schriftelijk verzoek van en in overleg met de aanvrager overbruggingsbewijzen verstrekt gedurende de aanvraagprocedure.

  • 3 De in lid 2 bedoelde overbruggingsbewijzen zijn geldig vanaf de expiratiedatum van de communautaire vergunning en zijn geldig voor de maximale duur van zes maanden.

  • 4 Voor de in de leden 1 en 2 bedoelde bewijzen is de vergoeding verschuldigd zoals gepubliceerd op de website van de NIWO.

Artikel 12. Uitbreiding aantal gewaarmerkte afschriften [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 Een verzoek tot uitbreiding van het aantal gewaarmerkte afschriften moet bij de NIWO worden ingediend.

  • 2 Indien dit verzoek binnen een jaar na inwilliging van de aanvraag om verlening of verlenging van de communautaire vergunning wordt ingediend, beoordeelt de NIWO of de onderneming over voldoende risicodragend vermogen beschikt aan de hand van de overgelegde cijfers bij de aanvraag. Mocht het risicodragend vermogen niet toereikend zijn voor het gewenste aantal gewaarmerkte afschriften, worden er actuele financiële gegevens opgevraagd.

  • 3 Indien dit verzoek een jaar na inwilliging van de aanvraag om verlening of verlenging van de communautaire vergunning wordt ingediend, kan de NIWO actuele financiële gegevens opvragen.

Artikel 13. Vermissing gewaarmerkte afschriften [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 Bij vermissing van gewaarmerkte afschriften moet een verklaring van vermissing bij de politie worden gevraagd, waarna een afschrift van deze verklaring terstond aan de NIWO moet worden overgelegd.

  • 2 Een vervangend gewaarmerkt afschrift wordt alleen verstrekt, als de in lid 1 bedoelde verklaring van vermissing wordt overgelegd. Voor dit afschrift is de vergoeding verschuldigd zoals gepubliceerd op de website van de NIWO.

Artikel 14. Faillissement [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 Wanneer de NIWO constateert dat een onderneming in staat van faillissement is verklaard, wordt de curator aangeschreven en meegedeeld dat de verleende communautaire vergunning wordt ingetrokken, tenzij de curator binnen een week de NIWO informeert over het tijdstip waarop de gefailleerde onderneming haar vervoersactiviteiten zal staken. Deze verklaring en het daarbij te voegen verzoek nog gebruik te mogen maken van de aan de gefailleerde onderneming verstrekte gewaarmerkte afschriften of een gedeelte daarvan dient de curator per aangetekende brief bij de NIWO in te dienen.

  • 2 Inwilliging van dit verzoek kan voor de duur van maximaal een maand met ingang van de dag waarop het faillissement is uitgesproken. Deze termijn kan eenmalig met een maand worden verlengd na een daartoe bij de NIWO ingediend schriftelijk verzoek van de curator.

  • 3 indien sprake is van een ingewilligd verzoek als bedoeld in lid 1 van dit artikel, behoudt de gefailleerde onderneming het aantal gewaarmerkte afschriften dat nodig is voor de voortzetting van de vervoersactiviteiten. Overige gewaarmerkte afschriften dienen per omgaande te worden ingeleverd bij de NIWO.

  • 4 Indien de doorrijperiode van maximaal twee keer een maand is verstreken, wordt de communautaire vergunning van de gefailleerde onderneming ingetrokken.

  • 6 Indien een doorstart van de onderneming plaatsvindt, zal de doorstartende onderneming een nieuwe aanvraag voor verlening van de communautaire vergunning moeten indienen.

Hoofdstuk 5. Binnenlandse vergunning [Vervallen per 03-01-2017]

Artikel 15 [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 Ingeval van wijzigingen met betrekking tot de vakbekwaamheid en de rechtsvorm van de onderneming zal de binnenlandse vergunning van rechtswege komen te vervallen en dient er een aanvraag voor verlening van de communautaire vergunning te worden ingediend.

  • 2 Ingeval van wijzigingen met betrekking tot de naam en het adres van de onderneming zullen de in bezit zijnde vervoersdocumenten komen te vervallen en dienen er ter vervanging nieuwe vervoersdocumenten te worden aangevraagd. Voor deze documenten is de vergoeding verschuldigd zoals gepubliceerd op de website van de NIWO.

  • 3 De in bezit zijnde vervoersdocumenten die op grond van het eerste en het tweede lid zijn komen te vervallen dienen op grond van artikel 3.6 WWG binnen één week na het vervallen ervan te worden ingeleverd.

Hoofdstuk 6. Vervoerder [Vervallen per 03-01-2017]

Artikel 16. Voor rekening en risico van de vervoerder (financiële verstrengeling) [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 Een onderneming als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van verordening 1071/2009/EG kan door de NIWO worden beschouwd als vervoerder in de zin van artikel 1.1 Wet wegvervoer goederen, indien deze onderneming aantoont dat er voor rekening en risico van de onderneming beroepsgoederenvervoer wordt verricht.

  • 2 Om te beoordelen of er daadwerkelijk sprake is van vervoer voor rekening en risico van de onderneming onderzoekt de NIWO of er een voldoende mate van financiële verstrengeling is. Daartoe hanteert de NIWO in ieder geval de volgende richtlijnen:

    • a. Er is sprake van één of meer rijdende deelnemer(s);

    • b. De voor het vervoer bestemde vrachtauto’s staan ter beschikking van de onderneming;

    • c. De winstgerechtigdheid per deelnemer is niet in overwegende mate gerelateerd aan de aan deze deelnemer toe te rekenen omzet en kosten;

    • d. De onderneming draagt in overwegende mate het arbeidsongeschiktheidsrisico van de deelnemers;

    • e. De onderneming kent een regeling waarmee eventuele knelpunten in het vervoersschema kunnen worden opgevangen;

    • f. Opdrachtgevers geven hun opdracht aan de onderneming;

    • g. Facturatie geschiedt uit naam van de onderneming;

    • h. De onderneming draagt het debiteurenrisico;

    • i. De onderneming neemt de gebruikelijke verzekeringen uit;

    • j. De deelnemer beschikt over een VAR-wuo of -dga of daarmee gelijk te stellen fiscale status.

  • 3 Onder deelnemers als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: de vennoten van een vennootschap onder firma, de beherende en stille vennoten van een commanditaire vennootschap, de maten van een maatschap, de leden van een coöperatie, de leden van een vereniging en de bestuurders van een stichting.

  • 4 De NIWO kan bij een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een maatschap, een coöperatie en een stichting eisen dat er een door de NIWO opgesteld formulier verklaring gezamenlijk vervoer wordt overgelegd.

Artikel 17. Wijzigingen in het vennootschapsbestand [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 Zodra een vergunning is verleend dient een vennootschap onder firma wijzigingen in het vennootschapsbestand onverwijld aan de NIWO door te geven.

  • 2 Bij uittreden of overlijden van een vennoot blijft de NIWO de vennootschap onder firma als vervoerder in de zin van artikel 1.1 WWG aanmerken, indien:

    • a. een vennootschapsakte wordt overgelegd, waarin een voortzettingsbeding is opgenomen, en

    • b. aangetoond wordt dat aan de eis van financiële draagkracht wordt voldaan.

  • 3 Bij het ontbreken van de in lid 2 onder a bedoelde vennootschapsakte, wordt verondersteld dat de vennootschap onder firma is ontbonden. In dat geval vervalt de binnenlandse of communautaire vergunning van rechtswege.

  • 4 Indien de vennootschap onder firma door het uittreden of overlijden van één of meer vennoten nog uit slechts één (rechts)persoon bestaat waardoor deze van rechtswege ophoudt te bestaan en de overgebleven (rechts)persoon de vervoersactiviteiten van de voormalige vennootschap onder firma wenst voort te zetten, moet een nieuwe aanvraag voor verlening van de communautaire vergunning worden ingediend.

  • 5 Bij toetreding van een vennoot tot de vennootschap onder firma moet een nieuwe verklaring omtrent het gedrag voor rechtspersonen, als bedoeld in artikel 3 tweede lid van onderhavige regeling, worden overgelegd.

Hoofdstuk 7. Bezwaar en beroep [Vervallen per 03-01-2017]

Artikel 18 [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 In afwijking van artikel 6:16 Awb, schorst het bezwaar de werking van het besluit waartegen het is gericht gedurende de bezwaartermijn als bedoeld in artikel 6:7 Awb.

  • 2 Ingeval het bezwaar ontvankelijk is, wordt schorsende werking verleend gedurende de bezwaarprocedure.

  • 3 In afwijking van lid 2 wordt de werking van het besluit waartegen een bezwaar is ingediend niet geschorst indien er feiten en omstandigheden zijn die erop wijzen of redelijkerwijze doen vermoeden dat de verleende communautaire vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of strafbare feiten te plegen.

Hoofdstuk 8. Overige bepalingen [Vervallen per 03-01-2017]

Artikel 19. Nieuwe aanvragen in verband met bijzondere gevallen [Vervallen per 03-01-2017]

  • 1 Ingeval een aanvraag voor verlenging van de communautaire vergunning na de expiratiedatum van de communautaire vergunning bij de NIWO wordt ingediend, wordt deze aanvraag als een nieuwe aanvraag voor de communautaire vergunning beschouwd en is hoofdstuk een van toepassing.

  • 2 Indien sprake is van een wijziging van de rechtsvorm van de onderneming moet een nieuwe aanvraag voor verlening van de communautaire vergunning bij de NIWO worden ingediend.

Artikel 20. Inwerkingtreding [Vervallen per 03-01-2017]

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 21. Intrekking [Vervallen per 03-01-2017]

De beleidsregel van 26 november 2014 (Stcrt. 2 december 2014, nr. 34671), inclusief de rectificaties van 22 januari 2015 (Stcrt. 22 januari 2015, 34671-n1) en 3 februari 2015 (Stcrt. 3 februari 2015, nr. 34671-n2), wordt ingetrokken.

Artikel 22. Citeertitel [Vervallen per 03-01-2017]

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: ‘Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO’.

De Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie,

De voorzitter van de Raad van Beheer,

A.B. Sakkers

Directeur,

G.J. Olthoff