Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Rijkscofinancieringsregeling Interreg V[Regeling vervalt per 01-11-2020.]

Geldend van 01-02-2017 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 17 september 2015, nr. IENM/BSK-2015/180512, houdende regels met betrekking tot subsidie ter cofinanciering van projectvoorstellen die vallen onder Interreg North West Europe of North Sea Region (Rijkscofinancieringsregeling Interreg V)

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L352/1)(VWEU);

  • Interreg V: Europees structuurfondsprogramma, bestaande uit verschillende deelprogramma’s;

  • Interreg North West Europe (NWE): transnationaal Interreg V deelprogramma dat de mogelijkheid geeft om een financiële bijdrage aan te vragen voor projecten die zien op samenwerking binnen de regio Noordwest Europa;

  • Interreg North Sea Region (NSR): transnationaal Interreg V deelprogramma dat de mogelijkheid geeft om een financiële bijdrage aan te vragen voor projecten die zien op samenwerking binnen de regio Noordzee;

  • Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;

  • Lead Partner: deelnemer aan een samenwerkingsverband en trekker van een project zijnde een overheidsinstelling, een kennisinstelling als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet op het hoger onderwijs, stichting of vereniging die binnen het project geen economische activiteiten verricht of een regionale ontwikkelingsmaatschappij;

  • Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • MKB-onderneming: een onderneming behorende tot de bedrijfssector als bedoeld in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2013 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124/36);

  • overheidsinstelling: gemeente, provincie, waterschap of zelfstandig bestuursorgaan;

  • Partner: deelnemer aan een samenwerkingsverband ten behoeve van een project zijnde een overheidsinstelling, een kennisinstelling als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet op het hoger onderwijs, stichting of vereniging die binnen het project geen economische activiteiten verricht, MKB-onderneming of een regionale ontwikkelingsmaatschappij;

  • penvoerder: door een samenwerkingsverband aangewezen Lead Partner of Partner die namens dit samenwerkingsverband een subsidie op grond van deze regeling aanvraagt;

  • Programma Secretariaat: secretariaat van Interreg NWE of NSR dat door de deelnemende landen is aangewezen om het desbetreffende Interreg V deelprogramma te beheren en uit te voeren;

  • project: planmatige activiteit in het kader van Interreg NWE of NSR;

  • projectvoorstel: voorstel met betrekking tot een project zoals vastgelegd in het aanvraagformulier om een financiële bijdrage van Interreg NWE of NSR;

  • Stap 1: verplichte beschrijving van een project op hoofdlijnen voor een aanvraag om een financiële bijdrage bij Interreg NWE of NSR die wordt ingediend bij het desbetreffende Programma Secretariaat;

  • Stap 2: verplichte uitwerking van een projectvoorstel voor een aanvraag om een financiële bijdrage bij Interreg NWE of NSR, die plaatsvindt nadat Stap 1 is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van Interreg NWE of NSR die wordt ingediend bij het desbetreffende Programma Secretariaat;

  • subsidieontvanger: Lead Partner of Partner aan wie krachtens deze regeling een subsidie is verleend.

Artikel 2. Algemeen

  • 1 Een subsidie op grond van deze regeling is bedoeld als stimulans voor Nederlandse Lead Partners of Partners om een actieve bijdrage te leveren aan de doelstellingen van Interreg NWE of NSR waardoor tevens wordt bijgedragen aan Rijksbeleid, in het bijzonder ten aanzien van klimaat en duurzame mobiliteit.

  • 2 Het verlenen van een subsidie op grond van deze regeling houdt geen recht op een financiële bijdrage van Interreg NWE of NSR in.

  • 3 Een subsidie op grond van deze regeling wordt verstrekt indien het project voldoet aan de voorwaarden van deze regeling en door de bevoegde autoriteit van Interreg NWE of NSR is goedgekeurd.

Artikel 3. Toepassing Kaderbesluit

De artikelen 8, 11, 12, 13, 14, 15, 17, 18, 19, 21 en 22 van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4. Aanvraag tot subsidieverlening

  • 1 Een aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 2 wordt bij de Minister ingediend door een penvoerder, met een vestiging of filiaal in Nederland op het tijdstip van indiening, met gebruikmaking van een daartoe door de Minister beschikbaar gesteld middel.

  • 2 De aanvraag bevat in ieder geval de volgende verklaringen en bescheiden:

    • a. een verklaring dat het initiatief voor een project is besproken met een medewerker van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bij wie aanvragers van een subsidie terecht kunnen voor informatie over Interreg V en de daarbij behorende deelprogramma’s;

    • b. indien een aanvraag om een financiële bijdrage bij Interreg NWE wordt gedaan, een verklaring dat het project bijdraagt aan de specifieke doelstellingen SO2, SO3, SO4 of SO5, bedoeld in het Cooperation Programme Interreg North-West Europe 2014–2020;

    • c. indien een aanvraag om een financiële bijdrage bij Interreg NSR wordt gedaan, een verklaring dat het project bijdraagt aan de specifieke doel-stellingen 2.1, 2.2, 3.1, 4.1 of 4.2, bedoeld in het Cooperation Programme Interreg North Sea Region 2014–2020;

    • d. een verklaring dat de aanvraag is ingediend voordat Stap 2 is ingediend bij het Programma Secretariaat van Interreg NWE of NSR;

    • e. een verklaring dat het project voldoet aan de toelatingscriteria en doel-stellingen die worden gesteld in het desbetreffende deelprogramma van Interreg NWE of NSR;

    • f. een verklaring dat voor eenzelfde project nog niet eerder een subsidie op grond van deze regeling verleend is;

    • g. een verklaring dat het project meer dan € 400.000,– kost;

    • h. indien een MKB-onderneming een aanvraag doet, een verklaring dat niet meer subsidie wordt aangevraagd dan op basis van de algemene groepsvrijstellingsverordening ten hoogste kan worden verstrekt of een ondertekende de-minimisverklaring;

    • i. indien een stichting of vereniging binnen het project geen economische activiteiten verricht en een aanvraag doet, een verklaring dat geen economische activiteiten worden verricht binnen het project;

    • j. een kopie van Stap 1, en

    • k. een kopie van de schriftelijke bevestiging van het Programma Secretariaat van Interreg NWE of NSR dat Stap 1 is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van Interreg NWE of NSR.

  • 3 Desgevraagd verstrekt de penvoerder een nadere toelichting op de verklaringen en bescheiden, bedoeld in artikel 4, tweede lid.

Artikel 5. Hoogte van de subsidie, subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1 De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de projectkosten die niet worden vergoed uit Interreg NWE of NSR.

  • 2 De subsidie bedraagt maximaal € 500.000,– per project.

  • 3 De Minister verdeelt de subsidie op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 4 Het subsidieplafond voor 2015 en 2016 bedraagt gezamenlijk € 2.000.000,–.

  • 5 De Minister stelt het subsidieplafond voor de daaropvolgende jaren vast en maakt dit bekend in de Staatscourant voor de aanvang van het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is vastgesteld.

  • 6 De Minister kan per kalenderjaar een of meer aanvraagperioden vaststellen en maakt dit bekend in de Staatscourant voor de aanvang van het tijdvak waarvoor de aanvraagperioden zijn vastgesteld.

Artikel 6. Subsidiabele kosten

Voor subsidie komen in aanmerking de gemaakte kosten die direct verbonden zijn aan de uitvoering van het project, en die in aanmerking komen voor een financiële bijdrage van Interreg NWE of NSR.

Artikel 7. Verplichting

Voor een project waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd, moet Stap 2 binnen 18 maanden na subsidieverlening worden ingediend bij het Programma Secretariaat van Interreg NWE of NSR.

Artikel 8. Afwijzingsgronden

Onverminderd de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit beslist de Minister afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. reeds een subsidie is verstrekt op grond van deze regeling voor eenzelfde project;

  • b. er sprake is van staatssteun en de subsidieverlening niet is toegestaan op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • c. het projectvoorstel ingediend wordt bij Interreg NWE of NSR waarvan het budget is uitgeput, of

  • d. het project minder dan € 400.000 aan kosten omvat.

Artikel 9. Voorschot

  • 1 Indien de gevraagde subsidie wordt verleend, kan de Minister op verzoek van de subsidieontvanger voorschotten tot 80 procent van het verleende subsidiebedrag verlenen.

  • 2 Een aanvraag om een voorschot wordt bij de Minister ingediend door de subsidieontvanger met gebruikmaking van een daartoe door de Minister beschikbaar gesteld middel.

  • 3 De subsidieontvanger kan om een eerste voorschot van 40% van het verleende subsidiebedrag verzoeken nadat de bevoegde autoriteit van Interreg NWE of NSR Stap 2 heeft goedgekeurd.

  • 4 De subsidieontvanger kan om een tweede voorschot van 40% van het verleende subsidiebedrag verzoeken nadat de bevoegde autoriteit van Interreg NWE of NSR de tweede halfjaarsrapportage heeft goedgekeurd.

  • 5 De subsidieontvanger verstrekt bij het verzoek om een voorschot een kopie van de schriftelijke bevestiging van het Programma Secretariaat van Interreg NWE of NSR dat Stap 2 respectievelijk de tweede halfjaarsrapportage is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit.

  • 6 Dit artikel is niet van toepassing indien de subsidieontvanger een gemeente of provincie is.

Artikel 10. Vaststelling

  • 1 De subsidieontvanger dient een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in binnen dertien weken nadat het project van het Programma Secretariaat van Interreg NWE of NSR bericht heeft ontvangen dat het project binnen Interreg NWE of NSR geheel is afgerond.

  • 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de Minister beschikbaar gesteld middel en gaat vergezeld van een kopie van het bericht van het Programma Secretariaat van Interreg NWE of NSR dat het project binnen Interreg NWE of NSR geheel is afgerond.

  • 3 De subsidie kan op € 0 worden vastgesteld indien:

    • a. niet voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 7;

    • b. het project niet goedgekeurd wordt door de bevoegde autoriteit van Interreg NWE of NSR, of

    • c. het project door substantiële wijzigingen niet meer voldoet aan deze regeling.

  • 4 Dit artikel is niet van toepassing indien de subsidieontvanger een gemeente of provincie is.

Artikel 11. Verslag

Binnen zes maanden na het vervallen van deze regeling wordt een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de verstrekte subsidie in de praktijk.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2015 en vervalt met ingang van 1 november 2020 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Rijkscofinancieringsregeling Interreg V.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Infrastructuur en Milieu,

W.J. Mansveld