Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit ex artikel 18, tweede lid, Wet politiegegevens, houdende opdracht en toestemming [...] tot verstrekken politiegegevens aan colleges van B&W[Regeling vervallen per 31-12-2016.]

Geldend van 23-09-2015 t/m heden

Besluit ingevolge artikel 18, tweede lid, Wet politiegegevens van de Minister van Veiligheid en Justitie, kenmerk 682517 van 15 september 2015 houdende opdracht en toestemming aan de korpschef van het landelijk politiekorps tot het verstrekken van politiegegevens aan de colleges van burgemeester en wethouders

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Overwegende:

Dat de Wet basisregistratie personen voorziet in een basisregistratie personen (hierna ook te noemen: basisregistratie), die ten doel heeft overheidsorganen te voorzien van de in deze registratie opgenomen gegevens, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun taak, en mede tot doel heeft derden te voorzien van de in de registratie opgenomen gegevens, in bij of krachtens de Wet basisregistratie personen aangewezen gevallen;

Dat de juistheid van de gegevens in de basisregistratie van belang is voor de goede taakuitvoering van de overheidsorganen en aangewezen derden die hier gebruik van maken. Dat dit in het bijzonder geldt voor het woonadres dat, ingevolge de artikelen 1.1, onderdelen n en o, en 1.6 Wet basisregistratie personen is aangewezen als authentiek gegeven (Bijlage 1 bij het Besluit basisregistratie personen). Dat verschillende overheidsorganen op grond van adresgegevens adresgerelateerde regelingen toepassen, zoals uitkeringen en toeslagen, maar ook hypotheekrenteaftrek en AOW opbouw;

Dat de basisregistratie bestaat uit gemeentelijke en centrale voorzieningen, en dat het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verantwoordelijk is voor het bijhouden van persoonsgegevens in de basisregistratie overeenkomstig afdeling 1 van hoofdstuk 2 van de Wet basisregistratie personen. Het college van burgemeester en wethouders beschikt echter niet altijd over voldoende gegevens om de juistheid van gegevens over het adres in de bijhoudingsgemeente te kunnen onderzoeken. Dit terwijl andere bestuursorganen en aangewezen derden, vanwege het contact met burgers, veelal beschikken over relevante informatie over de juistheid van die gegevens in de basisregistratie;

Dat een bestuursorgaan, dat in verband met de verstrekking van een authentiek gegeven uit de basisregistratie gerede twijfel heeft over de juistheid van dat gegeven op grond van artikel 2.34 van de Wet basisregistratie personen verplicht is hiervan mededeling te doen aan het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente. Dat op grond van deze verplichting een bestuursorgaan mededeling doet van door hem geconstateerde afwijkingen tussen enerzijds gegevens die hij verstrekt heeft gekregen uit de basisregistratie of waarvan de verstrekking achterwege is gebleven en anderzijds gegevens waarvan hij op andere wijze kennis heeft gekregen, alsmede van de grond van zijn gerede twijfel als bedoeld in artikel 2.34, eerste lid, van de wet. Deze mededeling kan voor de gemeente aanleiding vormen onderzoek te verrichten naar de juistheid van het betreffende gegeven in de basisregistratie en een gegeven in de basisregistratie te verbeteren, aan te vullen of verwijderen;

Dat de ambtenaren van de politie in de uitvoering van de politietaak adressen van personen bezoeken en contacten onderhouden met burgers, en daardoor over informatie beschikken, die na terugmelding aan het college op grond van artikel 2.34 van de Wet BRP aanleiding kan vormen voor nader onderzoek door het college van burgemeester en wethouders naar de juistheid van de authentieke gegevens van een persoon in de basisregistratie en verbetering aanvulling of verwijdering van gegevens in de basisregistratie door het college. Dat de nationale politie, net als andere overheidsorganen, veelvuldig gebruik maakt van gegevens uit de basisregistratie en dat correcte gegevens essentieel zijn voor het goed, veilig en betrouwbaar uitvoeren van de taken van de politie en van andere overheidsorganen;

Dat ook de samenleving gebaat is bij juiste gegevens in de basisregistratie omdat hiermee wordt voorkomen dat burgers ten onrechte in aanraking komen met de politie;

Dat ingevolge artikel 18, eerste lid, van de Wet politiegegevens, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur personen en instanties kunnen worden aangewezen aan wie of waaraan, met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, politiegegevens worden of kunnen worden verstrekt ter uitvoering van de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur aan te geven taak. Dat het Besluit politiegegevens geen uitdrukkelijke grondslag biedt tot het verstrekken van politiegegevens aan het college van burgemeester en wethouders met het oog op de juistheid van de authentieke gegevens van de basisregistratie;

Dat ingevolge artikel 18, tweede lid, van de Wet politiegegevens, de Minister van Veiligheid en Justitie toestemming kan geven tot het verstrekken van daarbij door hem te omschrijven politiegegevens voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang;

Dat met de verstrekking van politiegegevens aan het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente, naar aanleiding van een geconstateerde afwijking tussen politiegegevens en verstrekte authentieke gegevens uit de basisregistratie aan de korpschef van het landelijk politiekorps, ten behoeve van de juistheid van de gegevens van de basisregistratie, een zwaarwegend algemeen belang wordt gediend, omdat de juistheid van de gegevens van de basisregistratie essentieel is voor een goede uitvoering van de taken van overheidsorganen, en dat deze verstrekking voor dit doel ook noodzakelijk is; Dat de verstrekking ziet op politiegegevens die worden verwerkt ingevolge de artikelen 8, 9 en 13, eerste lid, van de Wet politiegegevens en betrekking hebben op geconstateerde afwijkingen tussen verstrekte authentieke gegevens uit de basisregistratie en politiegegevens, alsmede politiegegevens waaruit de grond van de gerede twijfel blijkt.

Dat met de verlening van deze machtiging vooruit wordt gelopen op een voorstel tot aanpassing van het Besluit politiegegevens, zodat deze machtiging een tijdelijk karakter heeft;

Dat deze machtiging ook ziet op de verstrekking van politiegegevens die reeds voor de datum van inwerkingtreding van deze machtiging zijn verwerkt.

Gelet op artikel 18, tweede lid, van de Wet politiegegevens;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 31-12-2016]

  • 1 Aan de korpschef van het landelijk politiekorps wordt in verband met de verstrekking van een authentiek gegeven uit de basisregistratie, in het geval van gerede twijfel over de juistheid van dat gegeven, toestemming gegeven politiegegevens te verstrekken aan het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente, bedoeld in artikel 1.1., onderdeel h, van de Wet basisregistratie personen in het kader van de terugmeldverplichting, bedoeld in artikel 2.34 van de Wet basisregistratie personen, ten behoeve van de bijhouding van de basisregistratie personen door het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde politiegegevens betreffen uitsluitend politiegegevens die worden verwerkt ingevolge de artikelen 8, 9 en 13, eerste lid, van de Wet politiegegevens en betrekking hebben op geconstateerde afwijkingen tussen enerzijds de uit de basisregistratie verstrekte gegevens of waarvan de verstrekking achterwege is gebleven, en anderszijds politiegegevens, alsmede de politiegegevens waaruit de grond van de in het eerste lid bedoelde gerede twijfel blijkt.

Artikel 2 [Vervallen per 31-12-2016]

Dit besluit wordt in de Staatscourant geplaatst en treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en vervalt op de dag dat in het Besluit politiegegevens in deze verstrekking van politiegegevens is voorzien. Dit besluit vervalt uiterlijk op 31 december 2016, behoudens verlenging.

’s-Gravenhage, 15 september 2015

De

Minister

van Veiligheid en Justitie,

G.A. van der Steur