Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling TeamAlert 2015[Regeling vervalt per 01-01-2019.]

Geldend van 02-09-2015 t/m heden

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 15 juni 2015, nr. IENM/BSK-2015/56074, houdende vaststelling van de subsidieverstrekking aan de stichting TeamAlert (Subsidieregeling TeamAlert 2015)

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • activiteitenplan: activiteitenplan als bedoeld in artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • forfaitaire uurtarieven: kostendekkende tarieven per uur voor een boekjaar welke worden gehanteerd voor de uitvoering van subsidiabele projecten en producten;

  • kosten derden: op factuur aantoonbare aan derden verschuldigde kosten die direct voor de subsidiabele projecten en producten worden gemaakt;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • project: samenhangend geheel van niet-economische activiteiten;

  • product: (deel)resultaat dat voortkomt uit een project;

  • subsidieontvanger: stichting TeamAlert, statutair gevestigd te Amsterdam;

  • wet: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2. Doel subsidie

  • 1 De minister kan op aanvraag per boekjaar een subsidie verstrekken aan de subsidieontvanger voor het uitvoeren van projecten en producten op het gebied van verkeersveiligheid voor jongeren van 12 tot en met 24 jaar, gericht op:

    • a. het creëren van bewustwording bij verkeersdeelnemers van 12 tot en met 24 jaar door het realiseren van verandering in kennis, houding en risicoperceptie ten aanzien van verkeersveiligheid, en

    • b. het versterken van participatie van jongeren van 12 tot en met 24 jaar bij beleidsontwikkeling op het gebied van verkeersveiligheid.

  • 2 Geen subsidie wordt verstrekt:

    • a. voor zover voor een project of product als bedoeld in het eerste lid, een subsidie is of wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan dan wel andere inkomsten van derden zonder tegenprestatie zijn verkregen, of

    • b. voor zover de projecten en producten zijn te kwalificeren als economische activiteiten.

Artikel 4. Forfaitaire uurtarieven

  • 1 De minister berekent voor de looptijd van deze regeling de forfaitaire uurtarieven op basis van de gemiddelde salarisschaal bij subsidieontvanger en de gemiddelde overheadkosten, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de systematiek van de voor het betreffende kalenderjaar van toepassing zijnde Handleiding Overheidstarieven.

  • 2 Voor de berekening van het forfaitair uurtarief worden salarisschalen boven schaal 18 beschouwd als het maximum van schaal 18.

Artikel 5. Subsidieplafond en subsidiabele kosten

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt voor de looptijd van deze regeling € 750.000 per boekjaar.

  • 2 Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen het totaal aantal uren dat daadwerkelijk aan de uitvoering van de subsidiabele projecten en producten is besteed vermenigvuldigd met de forfaitaire uurtarieven, alsmede de kosten derden.

Artikel 6. Concept-activiteitenplan

  • 1 Uiterlijk op 1 juli van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zendt de subsidieontvanger een concept van het activiteitenplan aan de minister.

  • 2 Voor zover dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is, zendt subsidieontvanger telkens uiterlijk op 1 september of 1 oktober een aangepast concept aan de minister waarin rekening is gehouden met de eerdere opmerkingen van de minister.

Artikel 7. Aanvraag tot subsidieverlening

  • 1 De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidieverlening in bij de minister, uiterlijk op 8 november van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De aanvraag bevat het bedrag van de gevraagde subsidie.

  • 2 Onverminderd artikel 4:65 van de wet gaat de aanvraag vergezeld van:

    • a. het activiteitenplan, dat in elk geval een overzicht biedt van de projecten en producten en waarbij de keuze van de projecten en producten is gebaseerd op het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2008–2020;

    • b. de begroting, bedoeld in artikel 4:63, van de wet;

    • c. het geraamde tijdstip waarop de subsidieontvanger gehouden is de projecten en producten te hebben afgerond, het geraamde aantal uren per project met onderbouwing, alsmede de geraamde kosten derden per project met onderbouwing;

    • d. een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant ten aanzien van de berekening van de forfaitaire uurtarieven waarbij minimaal het volgende wordt aangegeven:

      • 1°. bij de berekening is de begroting voor 2016 gehanteerd;

      • 2°. de berekening is zoveel mogelijk gebaseerd op de systematiek van de Handleiding Overheidstarieven;

      • 3°. de berekeningssystematiek is ook reeds onder de Subsidieregeling TeamAlert 2012 toegepast, en

      • 4°. onverminderd artikel 4, tweede lid, zijn de gehanteerde tarieven gebaseerd op de in het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 vastgelegde salarisschalen.

Artikel 8. Beschikking tot subsidieverlening

  • 1 De minister neemt de beschikking tot subsidieverlening binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 In de beschikking worden vermeld:

    • a. de te subsidiëren projecten en producten;

    • b. het tijdstip waarop de subsidieontvanger gehouden is de projecten en producten te hebben afgerond;

    • c. de wijze waarop het subsidiebedrag wordt bepaald en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld;

    • d. het geraamde aantal uren per project alsmede de geraamde kosten derden per project;

    • e. de berekende forfaitaire uurtarieven, bedoeld in artikel 4, en

    • f. de inhoud van het controleprotocol.

  • 3 Voor zover de subsidie wordt verleend ten laste van de nog niet door de Staten-Generaal aangenomen rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Milieu, wordt in de beschikking tevens vermeld dat de subsidieverlening plaatsvindt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Milieu.

Artikel 9. Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 4:35 van de wet kan de minister de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel:

  • a. in het activiteitenplan onvoldoende rekening is gehouden met de door hem over een concept-activiteitenplan gemaakte opmerkingen;

  • b. de aanvraag niet voldoet aan artikel 7;

  • c. er in voorgaande boekjaren ten aanzien van de subsidieverlening dan wel subsidievaststelling toepassing is gegeven aan de artikelen 4:48, 4:49 en 4:50 van de wet, of

  • d. projecten qua aanbod geheel of gedeeltelijk overlap vertonen met die van de vereniging Veilig Verkeer Nederland.

Artikel 10. Voorschotverlening

  • 1 De minister kan een voorschot verlenen. Deze beschikking wordt ambtshalve gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening gegeven.

  • 2 Het voorschot wordt uitgekeerd op basis van een bij de aanvraag tot subsidieverlening verstrekt overzicht van de liquiditeitenprognose waarin de liquiditeitsbehoefte per kalenderkwartaal wordt aangegeven.

  • 3 Het voorschot wordt uitgekeerd in termijnen waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot bevoorschotting worden bepaald met dien verstande dat de voorschotverlening ten hoogste 95 procent van de verleende subsidie per boekjaar bedraagt.

Artikel 11. Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1 In aanvulling op de artikelen 4:68, 4:69 en 4:70 van de wet gelden de volgende verplichtingen voor de subsidieontvanger:

    • a. het afronden van de uitvoering van projecten en producten waarvoor subsidie is verleend, uiterlijk op het tijdstip dat daarvoor is aangegeven in de beschikking tot subsidieverlening;

    • b. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en de doelmatige aanwending daarvan zoals financiering van projecten en producten vanuit andere bronnen en over- en onderschrijdingen van het geraamde subsidiebedrag van een project van meer dan 10% onder vermelding van de oorzaak van de verschillen;

    • c. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister zodra aannemelijk is dat een gesubsidieerde project niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;

    • d. het doen van een schriftelijke melding aan de minister, vergezeld van een herziene liquiditeitenprognose, indien de gemaakte subsidiabele kosten op de laatste dag van elk kalenderkwartaal 75% of minder bedragen van de voor dat desbetreffende kwartaal begrote subsidiabele kosten; de melding geschiedt binnen twee maanden na afloop van het desbetreffende kalenderkwartaal;

    • e. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer en het desverlangd verstrekken van alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;

    • f. het de minister vooraf schriftelijk op de hoogte stellen in geval bekendheid wordt gegeven aan een gesubsidieerde project, product of standpunten met een politiek gevoelig of belangrijk beleidsmatig karakter;

    • g. het verlenen van medewerking binnen een door de minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger bij het uitvoeren van een gesubsidieerde project, een toegevoegde waarde heeft geleverd aan de in artikel 2, eerste lid, omschreven doelen van deze regeling;

    • h. het in acht nemen van het controleprotocol, en

    • i. het informeren van de minister over het wijzigen van de statuten van de subsidieontvanger.

  • 2 De minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening:

    • a. verplichtingen opleggen met betrekking tot het geven van bekendheid aan de gesubsidieerde projecten en producten van subsidieontvanger alsmede aan de resultaten ervan;

    • b. verplichtingen opleggen met betrekking tot het zonder vergoeding aan de minister of een door de minister aangewezen derde verstrekken van door de minister benodigde, op gesubsidieerde projecten en producten van subsidieontvanger gerichte informatie;

    • c. verplichtingen opleggen met betrekking tot het verkrijgen van andere financiële middelen, of

    • d. andere verplichtingen opleggen die de minister wenselijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.

  • 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat:

    • a. een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde projecten en producten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds, en

    • b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de wet wordt uitgevoerd en dat dit onderzoek geschiedt met inachtneming van hetgeen daarover is bepaald in het controleprotocol, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder f., en

    • c. geen staatssteun wordt verleend aan ondernemingen middels de subsidie.

Artikel 12. Strategische samenwerking met vereniging Veilig Verkeer Nederland

  • 1 Subsidieontvanger werkt ten behoeve van de uitvoering van de gesubsidieerde projecten strategisch samen met de vereniging Veilig Verkeer Nederland. Deze samenwerking betreft:

    • a. het afstemmen van het projectenaanbod, zodat subsidieontvanger alleen aanvullend actief is en niet met de vereniging Veilig Verkeer Nederland soortgelijke activiteiten op dezelfde locatie uitvoert;

    • b. het verhogen van de verkeersveiligheid en het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers;

    • c. indien van toepassing het gezamenlijk werven van vrijwilligers gericht op het verhogen van de verkeersveiligheid;

    • d. voor zover van toepassing het gezamenlijk werven van sponsoren gericht op het verhogen van de verkeersveiligheid, en

    • e. het bijdragen aan de ontwikkeling van medewerkers door kennisdeling en leren van elkaar op het gebied van verkeersveiligheid.

  • 2 Subsidieontvanger rapporteert vanaf 1 juli 2015 halfjaarlijks over de samenwerking, in elk geval in het activiteitenverslag, bedoeld in artikel 14, tweede lid.

Artikel 13. Toestemming minister

  • 1 De subsidieontvanger behoeft toestemming van de minister voor:

    • a. het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;

    • b. het ontbinden van TeamAlert, of

    • c. het doen van aangifte tot faillissement of het aanvragen van surseance van betaling.

  • 2 Aan de toestemming kunnen voorwaarden of voorschriften worden verbonden.

Artikel 14. Aanvraag tot subsidievaststelling

  • 1 De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling in bij de minister binnen 26 weken volgend op het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2 De aanvraag gaat in elk geval vergezeld van:

    • a. het activiteitenverslag dat tevens voldoet aan artikel 4:80 van de wet;

    • b. het financieel verslag;

    • c. de stand van zaken van de projecten en producten en de tijdstippen waarop deze zijn afgerond, het gerealiseerde aantal uren per project met onderbouwing en de gerealiseerde kosten derden per project met onderbouwing;

    • d. een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 4:78, derde lid, van de wet, en

    • e. een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 4:79, derde lid, van de wet.

Artikel 15. Beschikking tot subsidievaststelling

  • 1 De minister neemt de beschikking tot subsidievaststelling binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 De minister is bevoegd tot ambtshalve vaststelling van de subsidie indien de subsidieontvanger niet tijdig de aanvraag tot vaststelling heeft ingediend.

Artikel 16. Toezicht

Met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn belast de directeur en medewerkers van de Auditdienst Rijk van het ministerie van Financiën en andere bij besluit van de minister aangewezen personen.

Artikel 17. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2019, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 18. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling TeamAlert 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Infrastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus