Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Commissie Vooronderzoek naar geweld in de jeugdzorg[Regeling vervallen per 01-05-2016.]

Geldend van 04-08-2015 t/m 30-04-2016

Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 juli 2015, nr. 622653, houdende instelling van de Commissie Vooronderzoek naar geweld in de jeugdzorg (Instellingsbesluit Commissie Vooronderzoek naar geweld in de jeugdzorg)

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluiten:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-05-2016]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. de ministers: de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • b. de commissie: de commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2. Instelling [Vervallen per 01-05-2016]

Er is een Commissie Vooronderzoek naar geweld in de jeugdzorg.

Artikel 3. Taak [Vervallen per 01-05-2016]

De commissie heeft tot taak een vooronderzoek te doen naar:

  • a. de mogelijkheden om een onderzoek in te stellen naar geweld jegens minderjarigen die tussen 1945 en heden onder verantwoordelijkheid van de overheid zijn geplaatst in (rijks)instellingen en in pleeggezinnen;

  • b. een afbakening van het begrip geweld, om te gebruiken binnen een onderzoek als bedoeld onder a;

  • c. de mogelijkheden om de reactie van de overheid op signalen van geweld te onderzoeken binnen een onderzoek als bedoeld onder a;

  • d. de mogelijkheden om psychisch geweld te onderzoeken binnen een onderzoek als bedoeld onder a;

  • e. een tijdshorizon en een plan van aanpak voor een onderzoek als bedoeld onder a.

Artikel 4. Samenstelling, benoeming en ontslag [Vervallen per 01-05-2016]

  • 1 De commissie bestaat uit een voorzitter en een aantal andere leden.

  • 2 De voorzitter en de andere leden worden door de ministers benoemd.

  • 3 De voorzitter en de andere leden worden benoemd op grond van de deskundigheid die nodig is voor een goede vervulling van de in artikel 3 genoemde taak.

  • 4 De voorzitter en de andere leden worden op eigen verzoek door de ministers tussentijds ontslagen.

  • 5 De voorzitter en de andere leden kunnen voorts door de ministers worden ontslagen.

  • 6 Nieuwe leden worden, op aanbeveling van de voorzitter, door de ministers benoemd.

Artikel 5. Instellingsduur [Vervallen per 01-05-2016]

De commissie wordt ingesteld met ingang van 3 juli 2015 en wordt opgeheven per 1 mei 2016.

Artikel 6. Leden [Vervallen per 01-05-2016]

  • 1 Met ingang van 3 juli 2015 wordt tot en met 1 mei 2016 tot lid van de commissie benoemd:

    • a. prof. dr. M. de Winter, tevens voorzitter, wonende te Groenekan;

    • b. prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld, wonende te Oegstgeest;

    • c. prof. mr. drs. M.R. Bruning, wonende te Amstelveen;

    • d. prof. dr. J.J.H. Dekker, wonende te Zwolle;

    • e. dr. G.T.M. Mooren, wonende te Overveen;

    • f. prof. dr. C.H.C.J. van Nijnatten, wonende te Utrecht;

    • g. prof. dr. N.W. Slot, wonende Amsterdam.

Artikel 7. Werkwijze [Vervallen per 01-05-2016]

De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

Artikel 8. Inwinnen van inlichtingen [Vervallen per 01-05-2016]

  • 1 De leden van de commissie zijn, na overleg met de voorzitter, bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het vooronderzoek.

  • 2 De commissie stelt een privacyreglement op.

Artikel 9. Secretariaat [Vervallen per 01-05-2016]

  • 1 De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

  • 2 Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn werkzaamheden verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.

  • 3 De ministers dragen, na overleg met de commissie, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie.

  • 4 In het secretariaat wordt voorzien door de ministers.

Artikel 10. Rapport [Vervallen per 01-05-2016]

  • 1 De commissie brengt vóór 1 mei 2016 een rapport uit aan de ministers.

  • 2 Indien de commissie daartoe aanleiding ziet, doet zij tussentijds verslag van haar werkzaamheden aan de ministers.

Artikel 11. Kosten [Vervallen per 01-05-2016]

  • 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de ministers. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning,

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en

    • c. de kosten voor publicatie van het rapport.

  • 2 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de ministers aan.

Artikel 12. Vergoeding [Vervallen per 01-05-2016]

De voorzitter en de andere leden voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen een vaste vergoeding per maand, gebaseerd op salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter is 16/36 en voor de andere leden 8/36.

Artikel 13. Archivering [Vervallen per 01-05-2016]

De archiefbescheiden van de commissie worden na het beëindigen van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Artikel 14. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-05-2016]

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 3 juli 2015.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 mei 2016.

Artikel 15. Citeertitel [Vervallen per 01-05-2016]

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Vooronderzoek naar geweld in de jeugdzorg.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Veiligheid en Justitie,

K.H.D.M. Dijkhoff

De

Staatssecretaris

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M.J. van Rijn