Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling productplaatsing commerciële media-instellingen 2014

Geldend van 01-08-2015 t/m heden

Regeling van het Commissariaat voor de Media van 18 november 2014 houdende regels omtrent productplaatsing commerciële media-instellingen 2014 (Regeling productplaatsing commerciële media-instellingen 2014)

Het Commissariaat voor de Media,

gelet op de artikelen 3.19b, 7.11 en 7.12 van de Mediawet 2008,

besluit:

Artikel 1. Strekking van de regeling

De regels vastgesteld in deze regeling hebben betrekking op de wettelijke voorschriften die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 2. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 3. Definitie programma

  • 1 Onder ‘duidelijk afgebakend’, als bedoeld in de definitie van ‘programma’ in artikel 1.1, eerste lid, van de wet, wordt verstaan: duidelijk onderscheiden van het voorgaande en volgende programma in het programma-aanbod.

  • 2 Onder ‘als zodanig herkenbaar’, als bedoeld in de definitie van ‘programma’ in artikel 1.1, eerste lid, van de wet, wordt verstaan:

    • a. voor het gemiddelde publiek als programma herkenbaar; en

    • b. zowel inhoudelijk als qua vormgeving verschillend van het voorgaande en volgende programma.

  • 3 Overal waar in deze regeling ten aanzien van productplaatsing wordt verwezen naar een programma dient daaronder mede begrepen te worden een ‘met een programma overeenkomend onderdeel van het media-aanbod’.

Artikel 4. Definitie productplaatsing

Onder ‘opnemen van of het verwijzen naar een product, dienst of (beeld)merk binnen het kader van het programma’ zoals bedoeld in de definitie van productplaatsing in artikel 1.1, eerste lid, van de wet wordt verstaan: het in ruil voor een geldelijke bijdrage binnen de verhaallijn van een programma vertonen of vermelden van een product, dienst of (beeld)merk.

Artikel 5. Definitie (beeld)merk

Onder ‘(beeld)merk’ in de definitie van productplaatsing in artikel 1.1, eerste lid, van de wet wordt verstaan de benaming, tekening, afdruk, stempel, letters, cijfers, vorm van waren of van verpakking en alle andere voor grafische voorstelling vatbare tekens, die dienen om de waren of diensten van de productplaatser te onderscheiden.

Artikel 6. Definitie lichte amusementsprogramma’s

  • 1 Lichte amusementsprogramma’s’, als bedoeld in artikel 3.19a, van de wet, zijn programma’s van verstrooiende aard, waarbij geen sprake is van het voorlichten van consumenten, het informeren over en het analyseren van nieuws, actualiteiten en politieke informatie.

  • 2 Onder ‘voorlichten van consumenten’, in het eerste lid, wordt verstaan: programma-aanbod dat als doel heeft het objectief en onpartijdig informeren van consumenten over producten en diensten van derden.

  • 3 Onder ‘nieuws of actualiteiten’, in het eerste lid, wordt verstaan: programma-aanbod dat frequent, minimaal één keer per week, wordt uitgezonden en dat bericht over gebeurtenissen van maximaal zeven dagen oud.

  • 4 Onder ‘politieke informatie’, in het eerste lid, wordt verstaan: programma-aanbod dat bericht over politici, (standpunten van) politieke partijen en het politieke besluitvormingsproces.

Artikel 7. Medische behandelingen

Onder ‘medische behandelingen’, als bedoeld in artikel 3.19b, derde lid, onder a, van de wet worden verstaan: behandelingen die worden verricht op grond van een overeenkomst inzake geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 8. Bijdrage van ondergeschikte betekenis

Onder ‘productplaatsing’, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de wet, wordt niet verstaan: het verstrekken van een niet-financiële bijdrage die in het programma niet of niet identificeerbaar wordt getoond of vermeld en:

  • a. die door een derde in bruikleen is gegeven; of,

  • b. waarvan de waarde in verhouding tot de totale kosten van de totstandkoming of aankoop van het programma van ondergeschikte betekenis is maar in ieder geval niet hoger is dan € 1.000,– per bijdrage voor televisie en € 200,– per bijdrage voor radio.

Artikel 9. Productplaatsingvermelding ter informatie van het publiek

  • 1 De vermelding als bedoeld in artikel 3.19b, vierde lid, van de wet geschiedt door het plaatsen van de mededeling ‘dit programma bevat productplaatsing’. Indien de productplaatser tevens sponsor is, vindt deze vermelding gelijktijdig met de sponsorvermelding plaats.

  • 2 De mededeling als bedoeld in het eerste lid is duidelijk leesbaar dan wel duidelijk hoorbaar.

Artikel 10. Producten of diensten in programma’s die productplaatsing bevatten

  • 1 Het publiek wordt geacht rechtstreeks door middel van specifieke aanprijzingen te zijn aangespoord tot het kopen of huren van producten of tot afname van diensten als bedoeld in artikel 3.19b, tweede lid, onder a, van de wet, indien door subjectieve positieve kwalificaties deze producten of diensten in een wervende context worden geplaatst.

  • 2 De producten of diensten worden in ieder geval geacht overmatige aandacht te krijgen, als bedoeld in artikel 3.19b, tweede lid, onder b, van de wet, indien door het langdurig of frequent onder de aandacht brengen de producten of diensten in een wervende context worden geplaatst.

  • 3 De vertoning of vermelding van de producten of diensten mag niet op onnatuurlijke wijze zijn ingebed in de verhaallijn van het programma.

Artikel 11. Slotbepaling

  • 1 Deze regeling wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de internetsite van het Commissariaat voor de Media (www.cvdm.nl).

  • 2 Deze regeling wordt aangehaald als Regeling productplaatsing commerciële media-instellingen 2014.

  • 3 Deze regeling treedt in werking twee maanden na publicatie in de Staatscourant.

Commissariaat voor de Media,

M. de Cock Buning

voorzitter

E. Eljon

commissaris

Bijlage Regeling productplaatsing commerciële media-instellingen 2013

Artikel 1.1, eerste lid. van de Mediawet 2008

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • sluikreclame: het anders dan op grond van deze wet vermelden of tonen van namen, (beeld)merken, producten, diensten of activiteiten van personen, bedrijven of instellingen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt beoogd of mede wordt beoogd reclame te maken, met dien verstande dat het oogmerk in elk geval aanwezig is als de vertoning of vermelding tegen betaling of soortgelijke vergoeding geschiedt;

  • programma: elektronisch product met beeld- of geluidsinhoud dat duidelijk afgebakend is en als zodanig herkenbaar onder een afzonderlijke titel via een omroepdienst wordt verspreid;

  • productplaatsing: het tegen betaling of soortgelijke vergoeding opnemen van of het verwijzen naar een product, dienst of (beeld)merk binnen het kader van een programma, of met een programma overeenkomend onderdeel van het media-aanbod.

Artikel 3.19a. van de Mediawet 2008

  • 1. Productplaatsing in het programma-aanbod, voor zover dat aanbod is geproduceerd na 19 december 2009, is niet toegestaan.

  • 2. Tenzij het programma-aanbod in het bijzonder bestemd is voor kinderen jonger dan twaalf jaar, is het eerste lid niet van toepassing op programma-aanbod bestaande uit:

    • a. films;

    • b. series;

    • c. sportprogramma’s; en

    • d. lichte amusementsprogramma’s.

Artikel 3.19b. van de Mediawet 2008

  • 1. Productplaatsing mag alleen voorkomen als in het redactiestatuut, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, waarborgen zijn opgenomen voor de redactionele onafhankelijkheid van de werknemers die belast zijn met de verzorging en samenstelling van het programma-aanbod in verband met productplaatsing.

  • 2. Productplaatsing in het programma-aanbod is zodanig vormgegeven dat:

    • a. het publiek niet rechtstreeks door middel van specifieke aanprijzingen wordt aangespoord tot het kopen of huren van producten of afname van diensten; en

    • b. het betrokken product geen overmatige aandacht krijgt.

  • 3. Productplaatsing is niet toegestaan voor:

    • a. medische behandelingen; en

    • b. alcoholhoudende dranken tussen 06.00 uur en 21.00 uur.

  • 4. Bij programma-aanbod waarin productplaatsing is opgenomen wordt ter informatie van het publiek duidelijk vermeld dat het programma-aanbod voorzien is van productplaatsing. De vermelding geschiedt op passende wijze en vindt plaats aan het begin en het einde van het programma en eveneens aan het begin of het einde van de in het programma opgenomen reclameboodschap of reclameboodschappen.

  • 5. Het Commissariaat kan nadere regels stellen over de toepassing van productplaatsing in programma-aanbod, welke regels de goedkeuring behoeven van Onze Minister.

Artikel 3.29d. van de Mediawet 2008

Op commerciële mediadiensten op aanvraag zijn de artikelen 3.5, 3.5a, 3.6, 3.7, tweede lid, aanhef en onder a, 3.15 tot en met 3.19c en 3.26 van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de artikelen 3.16, vierde lid, en 3.19b, derde lid, onderdeel b.

Artikel 7:446. Burgerlijk Wetboek

  • 1. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling – in deze afdeling verder aangeduid als de behandelingsovereenkomst – is de overeenkomst waarbij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, de hulpverlener, zich in de uitoefening van een geneeskundig beroep of bedrijf tegenover een ander, de opdrachtgever, verbindt tot het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst, rechtstreeks betrekking hebbende op de persoon van de opdrachtgever of van een bepaalde derde. Degene op wiens persoon de handelingen rechtstreeks betrekking hebben wordt verder aangeduid als de patiënt.

  • 2. Onder handelingen op het gebied van de geneeskunst worden verstaan:

    • a. alle verrichtingen – het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen – rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen, dan wel deze verloskundige bijstand te verlenen;

    • b. andere dan de onder a bedoelde handelingen, rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon, die worden verricht door een arts of tandarts in die hoedanigheid.

  • 3. Tot de handelingen, bedoeld in lid 1, worden mede gerekend het in het kader daarvan verplegen en verzorgen van de patiënt en het overigens rechtstreeks ten behoeve van de patiënt voorzien in de materiële omstandigheden waaronder die handelingen kunnen worden verricht.

  • 4. Geen behandelingsovereenkomst is aanwezig, indien het betreft handelingen ter beoordeling van de gezondheidstoestand of medische begeleiding van een persoon, verricht in opdracht van een ander dan die persoon in verband met de vaststelling van aanspraken of verplichtingen, de toelating tot een verzekering of voorziening, of de beoordeling van de geschiktheid voor een opleiding, een arbeidsverhouding of de uitvoering van bepaalde werkzaamheden.