Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Adviescommissie participatie en emancipatie Sinti en Roma

Geldend van 12-05-2015 t/m heden

Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 april 2015, kenmerk 755292-135599-DMO, houdende instelling van de Adviescommissie participatie en emancipatie Sinti en Roma (Instellingsbesluit Adviescommissie participatie en emancipatie Sinti en Roma)

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 2 van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. Staatssecretaris: Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • b. commissie: commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1 Er is een Adviescommissie participatie en emancipatie Sinti en Roma.

  • 2 De commissie heeft tot taak om, aan de hand van de criteria vastgesteld in het Beleidskader voor de subsidiëring van projecten en activiteiten ten behoeve van de participatie en emancipatie van de Sinti en Roma in Nederland, de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te adviseren over:

    • a. de afdoening van aanvragen om subsidie voor projecten als bedoeld in het eerdergenoemde subsidiekader;

    • b. de afdoening van aanvragen om subsidie als tegemoetkoming voor scholing of studie als bedoeld in het eerdergenoemde subsidiekader;

    • c. andere aspecten en aangelegenheden die verband houden met de uitleg en toepassing van het eerdergenoemde subsidiekader.

  • 3 De commissie heeft voorts tot taak om:

    • a. een goede en effectieve toepassing van het eerdergenoemde subsidiekader te stimuleren en daartoe contacten te leggen en te onderhouden met andere partners en overheden;

    • b. voorlichting over het eerdergenoemde subsidiekader en de werkzaamheden van de commissie te verzorgen.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming, ontslag

  • 1 De commissie bestaat uit een voorzitter en vier andere leden.

  • 2 De voorzitter en de andere leden worden door de Staatssecretaris benoemd.

  • 3 De benoeming geschiedt voor de duur van twee jaar, met de mogelijkheid om terstond herbenoemd te worden.

  • 4 Bij tussentijds vertrek van een lid kan de Staatssecretaris een ander lid benoemen.

  • 5 De voorzitter en overige leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de Staatssecretaris.

  • 6 Bij het ontstaan van tussentijdse vacatures blijft de commissie bevoegd te adviseren zolang er tenminste drie leden (inclusief de voorzitter) beschikbaar zijn.

Artikel 4. Instellingsduur

De commissie wordt ingesteld voor de duur van tien jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit. De Staatssecretaris kan besluiten de commissie eerder op te heffen als het bij het in artikel 2 bedoelde beleidskader behorende budget is uitgeput.

Artikel 5. Leden

Met ingang van 11 april 2015 worden voor de periode van twee jaar tot lid van de commissie benoemd:

  • a. de heer R.J.A. Keiman te Wageningen, tevens voorzitter;

  • b. de heer A. Jašar, te Zandvoort, tevens vicevoorzitter;

  • c. mevrouw L. Galjuš, te Almere;

  • d. mevrouw J.M. Mirosch, te Drachten;

  • e. mevrouw K. Weiss, te Best.

Artikel 6. Secretariaat

  • 1 De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

  • 2 Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.

  • 3 In het secretariaat wordt voorzien door Stichting ARQ.

  • 4 De Staatssecretaris draagt, na overleg met de commissie en Stichting ARQ zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie.

Artikel 7. Werkwijze

De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

Artikel 8. Informatieplicht

De commissie verstrekt aan de Staatssecretaris desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De Staatssecretaris kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 9. Vergoeding

  • 3 De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.

Artikel 10. Kosten van de commissie

  • 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Staatssecretaris. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning,

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en

    • c. de kosten voor publicatie van rapportages.

  • 2 Stichting ARQ biedt zo spoedig mogelijk na de instelling van de commissie, mede namens de commissie een begroting en een planning aan de Staatssecretaris aan.

Artikel 11. Verantwoording

De commissie biedt de Staatssecretaris jaarlijks een verslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de commissie in het betreffende jaar.

Artikel 12. Openbaarmaking

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Staatssecretaris uitgebracht of overgedragen.

Artikel 13. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Maatschappelijke Ondersteuning van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 14. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt daarbij terug tot 11 april 2015.

Artikel 15. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Adviescommissie participatie en emancipatie Sinti en Roma.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

De

Staatssecretaris

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M.J. van Rijn