Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling afleggen eed en belofte ambtenaar ministerie VenJ 2015

Geldend van 16-04-2015 t/m heden

Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 7 april 2015, kenmerk 530848/15/DP&O, houdende regels met betrekking tot het afleggen van de eed of de belofte door ambtenaren van het ministerie van Veiligheid en Justitie (Regeling afleggen eed en belofte ambtenaar ministerie VenJ 2015)

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Gelet op artikel 51, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

In overeenstemming met de centrales van verenigingen van ambtenaren als bedoeld in artikel 113, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

  • 1 De ambtenaar die wordt aangesteld of tewerkgesteld bij het ministerie legt de eed of belofte af volgens het bepaalde in deze regeling.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de ambtenaar reeds eerder in het kader van een aanstelling of tewerkstelling bij het Rijk de eed of belofte heeft afgelegd, het volledig ondertekende formulier van een eerder afgelegde eed of belofte aan het bevoegd gezag overlegt.

Artikel 3

  • 1 De eed of belofte wordt zo spoedig mogelijk afgelegd, doch in elk geval binnen drie maanden na aanstelling of tewerkstelling. De ambtenaar ontvangt daartoe een oproep.

  • 2 De ambtenaar wordt in de gelegenheid gesteld de voorkeur aan te geven voor de eed of de belofte.

Artikel 4

  • 1 De eed of belofte wordt afgelegd ten overstaan van het bevoegd gezag dan wel, in geval van diens afwezigheid, de plaatsvervanger.

  • 2 In afwijking van het eerste lid legt de ambtenaar werkzaam binnen het bestuursdepartement de eed of belofte af ten overstaan van het hoofd van het cluster waar betrokkene werkzaam is dan wel, in geval van diens afwezigheid, de plaatsvervanger van het hoofd van het cluster.

  • 4 De eed of belofte wordt afgelegd in aanwezigheid van een door de Minister, het hoofd van een cluster of het bevoegd gezag, aangewezen getuige.

Artikel 5

  • 1 Het afleggen van de eed geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier door degene ten overstaan van wie de eed wordt afgelegd, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: ‘Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’.

  • 2 Het afleggen van de belofte geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier door degene ten overstaan van wie de belofte wordt afgelegd, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: ‘Dat verklaar en beloof ik’.

  • 3 De eed wordt staande afgelegd waarbij de ambtenaar de twee voorste vingers van de rechterhand opsteekt.

  • 4 De belofte wordt staande afgelegd, zonder handopsteken.

Artikel 6

  • 1 Het formulier, in tweevoud opgemaakt, wordt door de ambtenaar en degene ten overstaan van wie de eed of belofte is afgelegd, ondertekend.

  • 2 De ambtenaar ontvangt een exemplaar; het andere exemplaar wordt in het personeelsdossier van de ambtenaar opgenomen.

  • 3 Een afschrift van het formulier van een eerder afgelegde eed of belofte of het bewijsstuk, bedoeld in artikel 2, derde lid, wordt in het personeelsdossier van de ambtenaar opgenomen.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling afleggen eed en belofte ambtenaar ministerie VenJ 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Veiligheid en Justitie,
namens deze,

J. van der Vlist

waarnemend secretaris-generaal