Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling voorschotverlening op uitkeringen en vergoedingen Wlz 2015

Geldend van 29-03-2018 t/m heden

Regeling voorschotverlening op uitkeringen Wlz en vaststelling kosten van verstrekkingen en vergoedingen 2015

De Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland,

Gelet op artikel 91, derde lid van de Wet financiering sociale verzekeringen, alsmede artikel 4.2, artikel 4.4, artikel 4.5 en artikel 4.8 van het Besluit Wfsv, alsmede artikel 4:81, eerste lid Algemene wet bestuursrecht;

Heeft in zijn vergadering van 2 februari 2015 besloten:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. het jaar t: het kalenderjaar waarop de uitkering betrekking heeft;

  • b. het jaar t + 1: het op het jaar t volgende kalenderjaar;

  • c. het jaar t + 3: het jaar dat ligt 3 jaar na het jaar t;

  • d. Wlz: Wet langdurige zorg;

  • e. Flz: Fonds langdurige zorg;

  • f. het Zorginstituut: Zorginstituut Nederland;

  • g. Wlz-uitvoerder: een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4.1.1 van de Wlz;

  • h. Zorgkantoor: de zorgkantoren die zijn aangewezen in het Besluit van de Staatssecretaris van VWS van 10 december 2014, houdende de aanwijzing van de zorgkantoren;

  • i. NZa: Nederlandse Zorgautoriteit;

  • j. SVB: Sociale Verzekeringsbank.

Artikel 2

Deze regeling is van toepassing op voorschotbetalingen die worden gedaan onder de Wlz.

Artikel 3. Vaststelling voorschotten beheerskosten

  • 1 Het Zorginstituut stelt gelijktijdig met de toekenning van het beheerskostenbudget voor de Wlz-uitvoerders, de zorgkantoren en de SVB de voorschotten op uitkeringen van het beheerskostenbudget op grond van de artikelen 4.4, eerste lid en 4.5, eerste lid van het Besluit Wfsv voor de Wlz-uitvoerders, de zorgkantoren en de SVB vast.

  • 3 Voor een Wlz-uitvoerder, die zich na 1 januari van het jaar t bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) meldt op grond van artikel 4.1.1 Wlz, stelt het Zorginstituut de hoogte van het voorschot en de te betalen termijnen op nader door hem te bepalen wijze vast.

Artikel 4. Betaling voorschotten in termijnen

Het Zorginstituut betaalt het voorschot, bedoeld in artikel 3, tweede lid, op de volgende wijze. Op de eerste werkdag van de maand maart van het jaar t keert het Zorginstituut 28,0 procent van het voorschot uit. Iedere eerste werkdag van de maanden april tot en met december daaropvolgend keert het Zorginstituut 8,0 procent van het voorschot uit.

Artikel 5. Vaststelling voorschotten kosten verstrekkingen en vergoedingen

Voor de vergoeding van kosten van verstrekkingen en vergoedingen, bedoeld in artikel 4.2 van het Besluit Wfsv die niet door het CAK aan de zorgaanbieders worden betaald, stelt het Zorginstituut ambtshalve of op verzoek een voorschot vast. Hierbij gaat het Zorginstituut uit van de door de Wlz-uitvoerder en het zorgkantoor onderbouwde schatting van de kosten van verstrekkingen en vergoedingen die voor het jaar t worden verwacht.

Artikel 6. De definitieve vaststelling en uitkering kosten verstrekkingen en vergoedingen

  • 1 Uiterlijk op de eerste werkdag in april van het jaar t+2 stelt het Zorginstituut de vergoeding definitief vast voor de kosten van zorg die niet door het CAK aan de zorgaanbieders worden betaald.

  • 2 Voor de Wlz-uitvoerder bepaalt het Zorginstituut deze vergoeding als de som van:

    • a. het saldo van de kosten van rechtstreeks met het Flz te verrekenen kosten en opbrengsten van zorgaanspraken die de Wlz-uitvoerder aan het Zorginstituut voor het jaar t opgeeft;

    • b. de door de Wlz-uitvoerder over het jaar t opgegeven rentebaten;

    • c. de door de NZa in zijn rapport over het jaar t opgenomen correcties op de vergoeding van kosten van verstrekkingen en vergoedingen.

  • 3 Voor het zorgkantoor bepaalt het Zorginstituut deze vergoeding als de som van:

    • a. het saldo van de kosten van rechtstreeks met het Flz te verrekenen kosten en opbrengsten van zorgaanspraken die het zorgkantoor aan het Zorginstituut voor het jaar t opgeeft;

    • b. de door de NZa in zijn rapport over het jaar t opgenomen correcties op de vergoeding van kosten van verstrekkingen en vergoedingen.

  • 4 Het Zorginstituut bepaalt het verschil tussen het bedrag van de definitieve vaststelling en het beschikbaar gestelde voorschot. Een positief verschil betaalt het Zorginstituut uit aan respectievelijk de Wlz-uitvoerder en het zorgkantoor. Een negatief verschil vordert het Zorginstituut terug van respectievelijk de Wlz-uitvoerder en het zorgkantoor.

Artikel 7. De definitieve vaststelling en uitkering van de vergoeding van kosten van verstrekkingen en vergoedingen [Vervallen per 29-03-2018]

Artikel 8. Rente

  • 1 Indien het definitief vastgestelde beheerskostenbudget hoger is dan de uitgekeerde voorschotten, betaalt het Zorginstituut de Wlz-uitvoerder, het zorgkantoor en de SVB, het verschil uit, vermeerderd met de rentekosten. Indien het definitief vastgestelde budget lager is dan de uitgekeerde voorschotten vordert het Zorginstituut het verschil terug, vermeerderd met de rentekosten. De rente wordt berekend van 1 juli van het jaar t tot de datum van betaling.

  • 2 Voor een Wlz-uitvoerder waarvoor krachtens artikel 3, derde lid, een afwijkende bevoorschotting heeft plaatsgevonden, wordt de toepassing van hetgeen in het eerste lid van dit artikel is bepaald aan die bevoorschotting aangepast.

  • 3 Indien het bedrag van de definitieve vaststelling van de kosten van zorg hoger is dan de uitgekeerde voorschotten vergoedt het Zorginstituut aan de Wlz-uitvoerder respectievelijk het zorgkantoor rente. Indien het bedrag van de definitieve vaststelling van de kosten van zorg lager is dan de uitgekeerde voorschotten brengt het Zorginstituut aan de Wlz-uitvoerder respectievelijk het zorgkantoor rente in rekening. De rente wordt berekend over de periode tussen het moment van de voorschotverstrekking en de definitieve vaststelling.

  • 4 Indien er geen voorschot voor de kosten van zorg is betaald, vergoedt het Zorginstituut de rente over het bedrag van de definitieve vaststelling. De rente wordt berekend over de periode tussen 1 juli van het jaar waarop de kosten betrekking hebben tot het moment van de definitieve vaststelling.

Artikel 9. Berekening hoogte rente

  • 1 Voor het rentepercentage voor de uitkering beheerskosten en de vaststelling van de kosten van zorg wordt uitgegaan van het gemiddelde van de maandrentes van het Euro InterbankOffered Rate (Euribortarief) voor driemaands termijn-gelden zonder onderpand over de onderscheiden periodes, bedoeld in artikel 8. Voor de laatste kalendermaand vóór de betaling wordt uitgegaan van de rente over de voorafgaande kalendermaand.

  • 2 Het rentepercentage betreft een samengestelde rente en wordt op maandbasis berekend. Bij de berekening wordt een maand op 30 dagen en een jaar op 360 dagen gesteld.

  • 3 Indien de situatie zich voordoet dat het Euro InterbankOffered Rate niet meer kan worden toegepast, zal een zoveel als mogelijk overeenkomstig tarief worden gehanteerd.

Artikel 10. rentepercentage wettelijke reserve Wlz

  • 1 Het Zorginstituut stelt het rentepercentage, bedoeld in artikel 4.6, derde lid van het besluit Wfsv, vast op het gemiddelde van de maandrentes van het Euro InterbankOffered Rate (Euribortarief) voor driemaands termijngelden zonder onderpand over de onderscheiden periodes.

  • 2 Het rentepercentage, bedoeld in het eerste lid, betreft een samengestelde rente en wordt op maandbasis berekend. Bij de berekening wordt een maand op 30 dagen en een jaar op 360 dagen gesteld.

  • 3 Indien de situatie zich voordoet dat het Euro InterbankOfferd Rate niet meer kan worden toegepast, zal een zoveel als mogelijk overeenkomstig tarief worden gehanteerd.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2015.

Artikel 12. Slotbepalingen

  • 2 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorschotverlening op uitkeringen en vergoedingen Wlz 2015.

Voorzitter Raad van Bestuur

A. Moerkamp