Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Richtlijn voor strafvordering witwassen

Geldend van 01-03-2015 t/m heden

Richtlijn voor strafvordering witwassen

Beschrijving

Deze richtlijn heeft betrekking op diverse vormen van opzet- en schuldwitwassen gepleegd door natuurlijke personen en kent bij bedragen boven de € 25.000 een eigen recidiveregeling. Witwassen van crimineel geld is een vorm van ondermijnende criminaliteit die een bedreiging vormt voor de integriteit van het financiële en economische verkeer. Het OM-beleid inzake witwasbestrijding strekt ertoe om het witwasproces te frustreren door op diverse plaatsen barrières op te werpen en daar waar mogelijk het criminele geld af te pakken. Deze richtlijn strekt er toe om binnen het Openbaar Ministerie tot meer uniforme strafeisen voor witwassen te komen.

Basiscasus/delict

Opzetwitwassen (artikel 420bis Sr).

Bedrag

first offender

 

1 x recidive

meermalen recidive

t/m € 5.000

TS 50 uur

5j

2j

TS 70 uur

Idem of GS 5 wkn

Eis TS 100 uur of

GS 7 wkn ov

€ 15.000

GS 4 wkn

5j

2j

GS 6 wkn

GS 6 wkn

GS 8 wkn ov

 

Hieronder worden de witgewassen bedragen (vanaf € 25.000,-) als uitgangspunt genomen. Daarbij vindt beoordeling van de strafmaat plaats aan de hand van de volgende drie categorieën verdachten:

I. moneymule/koerier/gelddrager/eenvoudige katvanger/degene die zijn bankrekening + bankpas ter

beschikking stelt; deze personen verrichten hun werkzaamheden voor een ander, vaak voor een geringe vergoeding.

II. degene die geld, afkomstig van een door hem zelf gepleegd misdrijf, witwast (voorbeeld: grote contante

geldbedragen die worden aangetroffen bij een voor een drugsdelict gezochte persoon); deze personen handelen voor zichzelf.

III. de facilitator, onmisbaar voor de georganiseerde criminaliteit: de hawala-bankier, kenmerk: ze werken

tegen riante vergoedingen voor leden van de organisatie en doen dit bijzonder sophisticated.

Bedrag Categorie I Categorie II Categorie III

€ 25.000

GS 5 wkn

GS 8 wkn

GS 4 mnd

€ 50.000

GS 11 wkn

GS 4 mnd

GS 5 mnd

€ 75.000

GS 4 mnd

GS 5 mnd

GS 8 mnd

€ 100.000

GS 6 mnd

GS 8 mnd

GS 10 mnd

€ 150.000

GS 8 mnd

GS 9 mnd

GS 12 mnd

€ 200.000

GS 10 mnd

GS 12 mnd

GS 16 mnd

€ 250.000

GS 12 mnd

GS 16 mnd

GS 18 mnd

€ 300.000

GS 14 mnd

GS 18 mnd

GS 22 mnd

€ 350.000

GS 16 mnd

GS 20 mnd

GS 24 mnd

€ 400.000

GS 18 mnd

GS 22 mnd

GS 26 mnd

€ 450.000

GS 20 mnd

GS 24 mnd

GS 30 mnd

€ 500.000

GS 22 mnd

GS 26 mnd

GS 32 mnd

€ 600.000

GS 24 mnd

GS 30 mnd

GS 36 mnd

€ 700.000

GS 26 mnd

GS 32 mnd

GS 40 mnd

€ 800.000

GS 28 mnd

GS 34 mnd

GS 42 mnd

€ 900.000

GS 30 mnd

GS 37 mnd

GS 45 mnd

€ 1.000.000

GS 32 mnd

GS 40 mnd

GS 48 mnd

Bijzonderheden:
 

• Het maakt hierbij niet uit van welk gronddelict het geld afkomstig is;

• Bij recidive en/of gewoontewitwassen en/of beroepswitwassen wordt 1/3 opgeteld bij het ‘normale’ tarief;

• Is sprake van schuldwitwassen dan geldt de helft van het tarief (met als strafmaximum 2 jaar gevangenisstraf);

• Over beroepswitwassen staat in de memorie van toelichting (Kamerstukken II, 2012–2013, 33 685 nr. 3 pag. 8): “Uit de analyse van de strafbaarstelling van witwassen in de ons omringende landen blijkt dat zwaardere straffen worden voorzien indien de dader misbruik maakt van zijn beroep om witwashandelingen te verrichten. Te denken valt bijvoorbeeld aan belastingadviseurs, advocaten of bankiers, die de specifieke mogelijkheden die de uitoefening van hun beroep daartoe biedt misbruiken voor het verhullen en wegsluizen van misdaadgelden. Hun handelen tast de goede naam aan van de beroepsgroep waartoe zij behoren en zij verloochenen in voorkomende gevallen ook de rol van poortwachter die de overheid hen op grond van hun beroep of ambt heeft toebedeeld.”

• Het openbaar ministerie beschouwt als normadressaat van beroepswitwassen in ieder geval de meldplichtige beroepen en bedrijven zoals opgenomen in artikel 1 lid 1 sub a onder 1 Wwft (Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme).

• Als het beroep van de (mede)pleger de witwasactiviteiten vergemakkelijkt (bijvoorbeeld de accountant, notaris, advocaat, dan wel andere meldplichtigen zoals genoemd in de WWFT) dan is het advies om ofwel een bijkomende straf te eisen ofwel al dan niet via de beroepsorganisatie een tuchtrechtelijke maatregel te laten opleggen;

• De lijst gaat tot een bedrag van € 1.000.000,–. Daarboven geldt: de eis substantieel verhogen tot het Stafmaximum (6 jaar gevangenisstraf bij opzetwitwassen en 8 jaar bij gewoonte- en beroepswitwassen);

• Met in achtneming van de door de Hoge Raad geformuleerde kwalificatieuitsluitingsgrond voor de bestandsdelen van sub b van lid 1 van artikel 420 bis Sr en in afwachting op nieuwe wetgeving op dit onderwerp het volgende: Indien zowel het gronddelict van witwassen ten laste is gelegd als witwassen en het betreft witwassen in de zin van de bestanddelen ‘voorhanden hebben’ en ‘verwerven’ en in bijzondere gevallen ‘overdragen’, ‘omzetten’ en ‘gebruik maken’ terwijl er niet of nauwelijks extra handelingen in het kader van het witwassen zijn verricht (het overgrote merendeel van het feitencomplex betreft het grondfeit) waardoor het witwassen min of meer een automatisch gevolg van het gronddelict is dan zal zo veel mogelijk enkel een straf worden geëist voor het feit met de zwaarste hoofdstraf (voortgezette handeling, artikel 56 Sr). Dit om een dubbele straf voor één feit te voorkomen en zodoende wel een verbeurdverklaring via witwassen tot de mogelijkheden te laten behoren.

• Mocht er nieuwe wetgeving komen, vervalt deze opmerking.

• De vordering tot gevangenisstraf zal waar mogelijk vergezeld dienen te gaan van een vordering tot ontneming of verbeurdverklaring.

Legenda

Afkortingen

TS = Taakstraf

GS = gevangenisstraf

ov = onvoorwaardelijk

5j = recidive binnen 5 jaar

2j = recidive binnen 2 jaar