Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsregeling Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel

Geldend van 24-02-2015 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 13 februari 2015, nr. 616510, houdende instelling van de Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en de Minister voor Wonen en Rijksdienst;

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op artikel 6, eerste en derde lid, van de Kaderwet adviescolleges;

Besluiten:

Artikel 1. (begripsbepalingen)

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. Staatssecretaris: Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie;

  • b. commissie: de commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2. (instelling en taak)

  • 1 Er is een Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel.

  • 2 De commissie heeft tot taak:

    Het doen van onderzoek naar de oorzaken van de kostenstijging van gesubsidieerde rechtsbijstand en aanbevelingen doen voor vernieuwing van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand met het oog op een betere budgettaire beheersbaarheid van het stelsel waarbij de toegang tot het recht voor min- en onvermogenden gegarandeerd blijft.

Artikel 3. (samenstelling, benoeming, ontslag)

  • 1 De voorzitter, vice-voorzitter en de andere leden worden door de Staatssecretaris benoemd.

  • 2 De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

  • 3 Bij tussentijds vertrek van een lid kan de Staatssecretaris een ander lid benoemen.

  • 4 De voorzitter, vice-voorzitter en overige leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de Staatssecretaris.

Artikel 4. (instellingsduur en rapportageverplichting)

  • 1 De commissie brengt uiterlijk 1 september 2015 haar eindrapportage uit.

  • 2 De commissie brengt uiterlijk 1 juni 2015 een tussenstand uit ten aanzien van de aanbevelingen voor vernieuwing van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand met het oog op een betere budgettaire beheersbaarheid.

  • 3 Na het uitbrengen van de eindrapportage, bedoeld in het eerste lid, is de commissie opgeheven.

  • 4 De termijn voor het uitbrengen van de eindrapportage, bedoeld in het eerste lid, kan worden verlengd door de Staatssecretaris.

Artikel 5. (leden)

Tot lid van de commissie worden benoemd:

  • a. mr. A. Wolfsen, tevens voorzitter;

  • b. prof. dr. H.R.B.M. Kummeling, tevens vice-voorzitter;

  • c. mr. J.H. Brouwer;

  • d. mr. C. Çörüz;

  • e. mr. F.W.H. van den Emster;

  • f. prof. mr. J.H. Gerards;

  • g. prof. dr. G.D. Minderman.

Artikel 6. (secretariaat)

  • 1 De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

  • 2 Er kan worden voorzien in een extern secretariaat.

  • 3 De Staatssecretaris draagt, na overleg met de commissie, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie.

Artikel 7. (werkwijze)

  • 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2 De commissie kan zich, na toestemming van de Staatssecretaris, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

  • 3 De commissie maakt verslag op van gesprekken met derden, voor zover de daaruit voortkomende bevindingen ten grondslag liggen aan de rapportage, bedoeld in artikel 4.

Artikel 8. (inwinnen van inlichtingen)

  • 1 De leden van de commissie zijn bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.

  • 2 Ambtenaren werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Veiligheid en Justitie zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak en redelijkerwijs van hen verlangd kan worden.

Artikel 9. (kosten van de commissie)

  • 1 De kosten van de commissie komen, voor zover door de Staatssecretaris goedgekeurd, voor rekening van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning,

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en

    • c. de kosten voor publicatie van de rapportage, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

  • 2 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning ter goedkeuring aan de Staatssecretaris aan.

Artikel 10. (archiefbescheiden)

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden, waaronder gespreksverslagen als bedoeld in artikel 7, derde lid, over aan het archief van de Directie Rechtsbestel van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Artikel 11. (inwerkingtreding)

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst.

Artikel 12. (citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Instellingsregeling Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 13 februari 2015

De

Staatssecretaris

van Veiligheid en Justitie,

F. Teeven

De

Minister

voor Wonen en Rijksdienst,

S.A. Blok