Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling bekostiging regionale procesbegeleider leerlingendaling PO en VO

Geldend van 01-08-2016 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 februari 2015, nr. PO/690340, houdende regels met betrekking tot het verlenen van bijzondere en aanvullende bekostiging aan schoolbesturen voor het inzetten van een regionale procesbegeleider leerlingendaling (Regeling bekostiging regionale procesbegeleider leerlingendaling PO en VO)

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

  • b. schoolbestuur: bevoegd bezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs,

  • c. kassierschool: school ten behoeve waarvan het bevoegd bezag een aanvraag indient namens de gezamenlijk aanvragende schoolbesturen in de regio,

  • d. regionale procesbegeleider: onafhankelijke begeleider die ervoor zorgt dat samenwerking tot stand komt tussen schoolbesturen en gemeenten in de regio om de gevolgen van dalende leerlingaantallen op te vangen en die bevordert dat er een meerjarig plan wordt opgesteld voor het toekomstbestendig maken van het onderwijsaanbod, waarbij onder toekomstbestendig in ieder geval moet worden verstaan ‘voldoende dekkend voor de regio’,

  • e. regio: langs gemeentegrenzen afgebakend, geografisch aaneensluitend gebied waarbinnen ten minste twee gemeenten, zoals die bestaan per 1 januari 2016, zijn gelegen en waarbinnen scholen, nevenvestigingen voortgezet onderwijs en tijdelijke nevenvestigingen voortgezet onderwijs staan van ten minste twee schoolbesturen die samen werken aan een meerjarig plan voor het toekomstbestendig maken van het onderwijsaanbod,

  • f. school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs,

  • g. nevenvestiging voortgezet onderwijs of tijdelijke nevenvestiging: nevenvestiging of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 16 van de Wet op het voortgezet onderwijs,

  • h. ondersteuningsprogramma leerlingendaling: programma waarmee de minister ondersteuning biedt aan schoolbesturen om de gevolgen van dalende leerlingaantallen op te vangen.

Artikel 2. Voorwaarden

  • 1 De minister kan in schooljaar 2014–2015, schooljaar 2015–2016 en schooljaar 2016–2017 aan een kassierschool bijzondere en aanvullende bekostiging verstrekken als bijdrage aan het aanstellen van of de opdrachtverstrekking aan een regionale procesbegeleider, indien de gezamenlijk aanvragende schoolbesturen in overleg met de gemeenten in de regio een opdracht hebben geformuleerd die aan de regionale procesbegeleider wordt gegeven.

  • 2 De opdracht, bedoeld in het eerste lid, heeft tot doel ervoor te zorgen dat samenwerking tot stand komt tussen schoolbesturen en gemeenten in de regio om de gevolgen van dalende leerlingaantallen op te vangen en te bevorderen dat er een meerjarig plan voor het toekomstbestendig maken van het onderwijsaanbod wordt opgesteld. Een regionale procesbegeleider werkt voor de hele regio, ongeacht of alle schoolbesturen in de bedoelde regio als mede-aanvrager optreden.

  • 3 Van de opdracht, bedoeld in het eerste lid, maakt ten minste deel uit:

    • a. het bevorderen van actieve participatie van alle schoolbesturen, ouders, personeelsleden en medezeggenschapsraden van de scholen in de regio, de vakbonden voor onderwijspersoneel en in voorkomende gevallen de dorpsraden in de gemeenten,

    • b. ervoor zorgen dat samenwerking tot stand komt tussen schoolbesturen en gemeenten in de regio om de gevolgen van dalende leerlingaantallen op te vangen en te bevorderen dat er een meerjarig plan wordt opgesteld voor het toekomstbestendig maken van het onderwijsaanbod,

    • c. participatie in netwerken rond leerlingendaling die het ministerie van OCW bovenregionaal organiseert om kennis te delen en goede voorbeelden uit te wisselen, en

    • d. het onderhouden van contacten met de accountmanagers leerlingendaling van het ministerie van OCW.

Artikel 3. Bekostigingsplafond

  • 1 Voor de uitvoering van deze regeling is beschikbaar een bedrag van :

    • a. € 1,2 miljoen voor aanvragen gedaan voor 14 maart 2015,

    • b. € 2,4 miljoen voor aanvragen gedaan tussen 13 maart 2015 en 1 juni 2015,

    • c. € 1,2 miljoen voor aanvragen gedaan tussen 31 mei 2015 en 1 januari 2016,

    • d. € 1,2 miljoen voor aanvragen gedaan tussen 31 december 2015 en 15 september 2016, en

    • e. € 2,4 miljoen voor aanvragen gedaan tussen 14 september 2016 en 1 december 2016.

  • 2 Indien het bekostigingsplafond voor een bepaalde periode als bedoeld in het eerste lid niet is bereikt, wordt het bekostigingsplafond van de volgende periode aangevuld met het bedrag dat in de periode daarvoor niet is uitgekeerd. De eerste volzin is niet van toepassing ten aanzien van het resterende bedrag uit de periode bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.

Artikel 4. Aanvraag

  • 1 Het bevoegd gezag van de kassierschool dient uiterlijk 14 september 2016 of 30 november 2016 een aanvraag in.

  • 2 Indien een aanvraag in de periode, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, niet wordt toegekend, schuift de aanvraag automatisch door naar de periode, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e.

  • 3 De aanvraag is voorzien van:

    • a. het BRIN-nummer van de kassierschool, de bestuursnummers en de adresgegevensgegevens van de gezamenlijk aanvragende schoolbesturen en de adresgegevens van de gemeenten in de regio,

    • b. de uitkomsten van het overleg met de gemeenten in de regio over de opdracht aan de regionale procesbegeleider,

    • c. indien bekend, de gegevens van de (beoogde) regionale procesbegeleider,

    • d. een onderbouwing voor de noodzaak om een opdracht te verstrekken aan een regionale procesbegeleider,

    • e. de opdracht, bedoeld in artikel 2, eerste lid,

    • f. de tijdspanne waarbinnen de opdracht wordt verricht,

    • g. de wijze waarop de aansturing van de opdracht en het toezicht op het daadwerkelijk en in een onafhankelijke rol uitvoeren van de opdracht, is geregeld,

    • h. de regio waarop de opdracht betrekking heeft, inclusief het grondoppervlak in km2, te ontlenen aan CBS-gegevens per 1 januari 2016,

    • i. de onderbouwing van het aangevraagde bedrag op basis van ureninzet en uurtarief.

  • 4 De onderbouwing, bedoeld in het derde lid, onder d, wordt uitgedrukt in het percentage leerlingendaling over een periode van tien kalenderjaren waarbinnen het aanvraagmoment valt, te ontlenen aan de data die voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs ter beschikking worden gesteld op de website van DUO of voor het voortgezet onderwijs ook op de website www.scenariomodel-vo.nl. Het percentage leerlingendaling wordt voor het voortgezet onderwijs berekend voor de leerlingen die meetellen in de aanvraag.

  • 5 Het bevoegd gezag van de kassierschool maakt bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gebruik van het formulier ‘Aanvraag regionale procesbegeleiding leerlingendaling’ op de website van DUO.

  • 6 In het primair onderwijs kan voor een regio ten hoogste één keer bijzondere en aanvullende bekostiging op grond van deze regeling worden toegekend. Een gemeente telt maximaal één keer mee voor een aanvraag voor het primair onderwijs.

  • 7 In het voortgezet onderwijs kan voor een regio ten hoogste twee keer bijzondere en aanvullende bekostiging op grond van deze regeling worden toegekend, mits de opdrachten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van elkaar verschillen. Een gemeente telt maximaal twee keer mee voor een aanvraag voor het voortgezet onderwijs.

Artikel 5. Bedrag

De hoogte van het bedrag wordt bepaald door het in de aanvraag opgegeven uurtarief van de regionale procesbegeleider, met een maximum van € 166,- inclusief BTW vermenigvuldigd met het aantal uur dat gemoeid is met het uitvoeren van de opdracht door de regionale procesbegeleider, en bedraagt maximaal € 80.000.

Artikel 6. Wijze van verdeling beschikbare middelen

  • 1 De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen op basis van de volgende criteria:

    • a. het percentage leerlingendaling op de scholen van de gezamenlijk aanvragende schoolbesturen die staan, of waarvan minimaal één nevenvestiging of tijdelijke nevenvestiging voortgezet onderwijs staat, in de regio waarvoor de bijdrage wordt aangevraagd, gemeten over een periode van tien kalenderjaren waarbinnen het aanvraagmoment valt,

    • b. het aantal gezamenlijk aanvragende schoolbesturen,

    • c. het aantal leerlingen dat per 1 oktober 2015 staat ingeschreven op de scholen, de nevenvestigingen voortgezet onderwijs en tijdelijke nevenvestigingen voortgezet onderwijs van de gezamenlijk aanvragende schoolbesturen die zijn gevestigd in de regio waarvoor de bijdrage wordt aangevraagd,

    • d. het aantal gemeenten in de regio waarmee is overlegd over de aanvraag tot bijzondere en aanvullende bekostiging,

    • e. de gebiedsoppervlakte van de regio waarvoor de aanvraag wordt gedaan, gemeten in aantal km2, ontleend aan CBS-gegevens per 1 januari 2016.

  • 2 Per criterium wordt een rangorde aangebracht tussen de aanvragen, waarbij criterium a zwaarder meeweegt dan criteria b tot en met e. Vervolgens wordt per aanvraag het gemiddelde berekend van de rangorde-posities per criterium. Dit bepaalt de plaats van de aanvraag op de totale rangorde van aanvragen.

  • 3 In het geval dat in de regio waarop de opdracht betrekking heeft niet alle nevenvestigingen en tijdelijke nevenvestigingen van een school voor voortgezet onderwijs staan, wordt voor de berekening van criterium a gebruik gemaakt van het percentage leerlingendaling van die hele school.

Artikel 7. Toekenning bekostiging

De minister beslist binnen 6 weken na de uiterste indieningsdatum, bedoeld in artikel 4, eerste lid, op de aanvraag voor bijzondere en aanvullende bekostiging.

Artikel 8. Evaluatie

De gezamenlijk aanvragende schoolbesturen en gemeenten werken mee aan een evaluatie naar de effecten van het ondersteuningsprogramma leerlingendaling en de effecten van de terbeschikkingstelling van bijzondere en aanvullende bekostiging voor de aanstelling van of opdrachtverstrekking aan een regionale procesbegeleider.

Artikel 9. Betaling en vaststelling bekostiging

De betaling van het bedrag vindt in één keer plaats binnen 6 weken na toekenning van bijzondere en aanvullende bekostiging. De bijzondere en aanvullende bekostiging wordt vastgesteld op maximaal het in artikel 5 genoemde bedrag.

Artikel 10. Verantwoording

De besteding van de bijzondere en aanvullende bekostiging op grond van deze regeling wordt verantwoord in de jaarrekening en de jaarverslaglegging, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging regionale procesbegeleider leerlingendaling PO en VO.

Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. Dekker