Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling uitvoering ELFPO programmaperiode 2014–2020

Geldend van 10-02-2015 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 5 februari 2015, nr. WJZ / 14108646, tot uitvoering van verordening 1305/2013 inzake plattelandsontwikkeling (Regeling uitvoering ELFPO programmaperiode 2014–2020)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op:

Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PbEU L347/320);

Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU L 347/487);

Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU L 347);

Verordening (EU) nr. 807/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake bijstand voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot invoering van overgangsbepalingen (PbEU L 227);

en de artikelen 15 en 19 van de Landbouwwet;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

§ 1.1. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • beheersautoriteit: beheersautoriteit als bedoeld in artikel 65, tweede lid, onder a, van verordening (EU) nr. 1305/2013;

  • betaalorgaan: erkend betaalorgaan als bedoeld in artikel 7 van verordening (EU) nr. 1306/2013;

  • certificerende instantie: certificerende instantie als bedoeld in artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1306/2013;

  • concrete actie: concrete actie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 1303/2013;

  • minister: Minister van Economische Zaken;

  • plattelandsontwikkelingsprogramma: plattelandsontwikkelingsprogramma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening (EU) nr. 1305/2013, zoals voor Nederland met betrekking tot de programmaperiode 2014–2020 goedgekeurd door de Europese Commissie, inclusief de door de Europese Commissie goedgekeurde wijzigingen van dit programmeringsdocument;

  • provinciebestuur: provinciebestuur als bedoeld in artikel 5, onder a, van de Provinciewet;

  • Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: het directoraat-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken;

  • verordening (EU) nr. 1303/2013: Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PbEU L347/320);

  • verordening (EU) nr. 1305/2013: Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU L 347/487);

  • verordening (EU) nr. 1306/2013: Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU L 347);

  • verordening (EU) nr. 807/2014: gedelegeerde Verordening (EU) nr. 807/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake bijstand voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot invoering van overgangsbepalingen (PbEU L 227).

§ 1.2. Aanwijzing autoriteiten

Artikel 2

Ter uitvoering van artikel 65, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1305/2013 worden aangewezen:

  • a. als beheersautoriteit: de minister;

  • b. als erkend betaalorgaan: de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • c. als certificerende instantie: de Auditdienst Rijk van het Ministerie van Financiën.

Hoofdstuk 2. Delegatie taken beheersautoriteit

Artikel 3

  • 1 De minister draagt overeenkomstig artikel 66, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1305/2013, het beheer en de uitvoering van concrete acties die op grond van de artikelen 14, 17, eerste lid onder a, c en d, 28, 35 alsmede 42 tot en met 44 van verordening (EU) nr. 1305/2013 en de artikelen 33 tot en met 35 van verordening (EU) nr. 1303/2013, voor steun in aanmerking komen, over aan het provinciebestuur van de onderscheiden provincies.

  • 2 Onder het beheer en de uitvoering van concrete acties als bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval verstaan:

    • a. het vaststellen van voorwaarden voor de concrete acties die voor steun in aanmerking kunnen komen;

    • b. het in overeenstemming met artikel 49 van verordening (EU) nr. 1305/2013 vaststellen van criteria voor de selectie van de concrete acties die door de betreffende provincie worden uitgevoerd;

    • c. de ex ante beoordeling van de verifieerbaarheid en controleerbaarheid van de maatregelen, bedoeld in artikel 62 van verordening (EU) nr. 1305/2013;

    • d. de beoordeling van de verifieerbaarheid en controleerbaarheid van de maatregelen tijdens de uitvoering van het plattelandsontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 62 van verordening (EU) nr. 1305/2013;

    • e. uitvoering geven aan artikel 66, eerste lid, onder c, h en i, van verordening (EU) nr. 1305/2013;

    • f. het instellen van een comité overeenkomstig artikel 33, derde lid, van verordening 1303/2013;

    • g. het beschikbaar stellen van toereikende informatie aan de minister ter uitvoering van artikel 50 van verordening (EU) nr. 1303/2013.

Hoofdstuk 3. Verplichtingen provincies

Artikel 4

Het provinciebestuur van de onderscheiden provincies levert op verzoek van de beheersautoriteit de gegevens aan die nodig zijn voor de uitvoering van artikel 66, eerste lid, onder a, b, d, f en g, van verordening (EU) nr. 1305/2013.

Artikel 5

Het provinciebestuur van de onderscheiden provincies stelt, overeenkomstig artikel 2 van verordening (EU) nr. 807/2014, specifieke voorwaarden vast ten aanzien van toegang tot steun voor een jonge landbouwer, met het oog op het beheer en de uitvoering van concrete acties als bedoeld in artikel 3, eerste lid.

Artikel 6

  • 1 Het provinciebestuur van de onderscheiden provincies draagt er zorg voor dat uitvoering wordt gegeven aan artikel 33 en artikel 34, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1303/2013.

  • 2 Het provinciebestuur van de onderscheiden provincies kan bij de uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 3, uitvoering geven aan artikel 70, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1303/2013.

Hoofdstuk 4. Comité van Toezicht

Artikel 7

  • 1 Ter uitvoering van artikel 47, eerste lid, van verordening (EU) nr. 1303/2013 en artikel 74 van verordening (EU) nr. 1305/2013 is er een Comité van Toezicht.

  • 2 Het Comité van Toezicht bestaat uit de volgende leden:

    • a. De minister of diens vertegenwoordiger, tevens voorzitter;

    • b. stemgerechtigde leden, te weten:

      • 1°. de vertegenwoordiging aangewezen door de minister;

      • 2°. de vertegenwoordiging aangewezen door gedeputeerde staten van de onderscheiden provincies.

    • c. adviserende leden, namelijk:

      • 1°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Vereniging Nederlandse Gemeenten;

      • 2°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Unie van Waterschappen;

      • 3°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de sociale- en economische partners;

      • 4°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de natuur- en milieuorganisaties;

      • 5°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de landbouworganisaties;

      • 6°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Europese Commissie.

  • 3 Van de aanwijzing van een vertegenwoordiger op grond van het tweede lid die niet geschiedt door de minister en van de aanwijzing van de plaatsvervangend voorzitter wordt door de aanwijzende organisaties mededeling gedaan aan de minister.

  • 4 De minister wijst het secretariaat van het Comité van Toezicht aan.

Hoofdstuk 5. Netwerk Platteland

Artikel 8

Ter uitvoering van artikel 54 van verordening (EU) nr. 1305/2013 is er een Netwerk Platteland, dat wordt ondergebracht bij de beheersautoriteit.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 9

  • 1 [Red: Wijzigt de Regeling inrichting landelijk gebied.]

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering ELFPO programmaperiode 2014–2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 5 februari 2015

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

S.A.M. Dijksma