Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015

Geldend van 08-05-2015 t/m heden

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 22 januari 2015, nr. WJZ / 15000929, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2015 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015)

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • algemene uitvoeringsregeling: de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie;

  • allesvergisting: de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 500, 550 tot en met 559, waarvan de biogasopbrengst van de ingaande stroom tenminste 25 Nm3 aardgasequivalent per ton bedraagt;

  • besluit: het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

  • doublet: combinatie die ten minste bestaat uit één productieput en één injectieput;

  • hernieuwbaar gas hub: een verzameling van productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor voor de invoeding van het hernieuwbaar gas op een gasnet gezamenlijk een of meerdere aansluitingen worden gebruikt, waarmee gezamenlijk hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die nuttig wordt gebruikt of waarmee gezamenlijk hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd die op een elektriciteitsnet of installatie, met uitzondering van de productie-installatie, wordt ingevoed;

  • minister: de Minister van Economische Zaken;

  • netto P50-waarde vollasturen: het aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;

  • nominaal vermogen: het maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en/of hernieuwbare warmte en/of hernieuwbaar gas en wat door de leverancier gegarandeerd wordt bij continu gebruik. In het geval van geothermische productie-installaties dient het nominaal vermogen te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%;

  • NTA 8003: 2008: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008;

  • nuttig aangewende warmte: de warmte die vrijkomt uit hernieuwbare energiebronnen en die wordt aangewend voor:

    • a. gebouwklimatisering van de binnenruimten van gebouwen;

    • b. tapwaterverwarming en verwarming van water dat wordt ingezet in bedrijfsprocessen, met uitzondering van het gebruik als voedingswater voor een productie-installatie waarmee elektriciteit wordt opgewekt;

    • c. verwarming in industriële processen en van tuinbouwkassen, met uitzondering van:

      • 1°. de inzet in een turbine of organische rankine cyclus waarmee elektriciteit wordt opgewekt;

      • 2°. de inzet bij aardgasexpansie;

      • 3°. het drogen en verwarmen van inputstromen van een productie-installatie voor het opwekken van elektriciteit, inclusief het voorverwarmen van verbrandingslucht;

      • 4°. de inzet voor rookgasreiniging en waterzuivering van een productie-installatie;

      • 5°. de verwarming van een installatie of een onderdeel daarvan, waarmee energie of een energiedrager wordt geproduceerd;

      • 6°. de verwarming van opslagtanks van grondstoffen en producten die gebruikt worden om energie mee op te wekken;

    • d. klimaatregeling van koelcellen en industriële koelingstoepasssingen;

    • e. levering aan een warmtenet, mits de producent aannemelijk kan maken dat de warmte gebruikt wordt voor een van de toepassingen bedoeld onder a tot en met d;

  • richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);

  • thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: de omzetting van vaste of vloeibare biomassa door middel van:

    • 1°. verbranding,

    • 2°. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of

    • 3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;

  • valhoogte: het verschil in waterpeil voor en achter de installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht waarbij het maximaal elektrisch ontwerpvermogen van de turbine of de generator wordt gerealiseerd;

  • vergisting en co-vergisting van dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, waarbij het restant na vergisting als meststof mag worden verhandeld;

  • vergisting van meer dan 95% dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, waarbij minder dan 5% van de massa toegevoegde stoffen per kalenderjaar een andere stof, genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, is dan verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, waarbij het restant na vergisting als meststof mag worden verhandeld.

§ 2. Algemene bepalingen

Artikel 2

  • 2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 3 Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.

  • 4 De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte door een productie-installatie van een categorie als bedoeld in het eerste lid indien geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.

  • 5 Een subsidie als bedoeld in het eerste lid van meer dan € 400.000.000,– wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen zes weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-aanvrager.

  • 6 Indien voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meerdere beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, worden voor de toepassing van het vijfde lid de subsidies die de subsidie-ontvanger ontvangt, bedoeld in artikel 15 of 48 van het besluit, van de beschikkingen waarvan de periode waarover subsidie wordt verstrekt nog niet zijn aangevangen bij elkaar opgeteld.

Artikel 3

  • 8 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 4, 6, 8, 10, 12, 14, 16, 18 en 20 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, derde, vierde en zesde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

  • 10 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 22, 24, 26, eerste lid, 28, eerste lid, en 56 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, derde en vierde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

  • 14 Productie-installaties als bedoeld in artikel 34, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 48, derde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, derde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt zonder het daarbij opgetelde verschil in kWh vanwege minder geproduceerde kWh in voorgaande jaren. Het verschil in kWh dat bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt kan worden opgeteld, kan alleen in dit volgende jaar worden benut en kan pas worden benut als het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt volledig is benut.

§ 3. Categorieën

§ 3.1. Hernieuwbare elektriciteit

§ 3.1.1. Waterkracht

Artikel 4

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door middel van hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt:

  • a. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, of

  • b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter,

die ingrijpend zijn gerenoveerd en waarbij ten minste de turbines nieuw zijn.

Artikel 5

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 4 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 4, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.2. Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 6

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, gebruik makende van thermische drukhydrolyse, waarbij ten minste het deel van de productie-installatie, dat bedoeld is voor thermische drukhydrolyse nieuw is.

Artikel 7

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 6 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 6, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.3. Wind op land winddifferentiatie

Artikel 8

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee, in de Nederlandse exclusieve economische zone of op een locatie waar op het moment van aanvragen een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen, tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, welke wordt gerealiseerd in een gemeente die in de lijst in bijlage 2 een windsnelheid heeft van:

  • a. ≥ 8,0 m/s,

  • b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s,

  • c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, of

  • d. < 7,0 m/s.

Artikel 9

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 8 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 8, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.4. Wind op land één op één vervanging

Artikel 10

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die is opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan die op het moment van aanvragen minimaal 10 jaar daarvoor in gebruik is genomen, en die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone, welke wordt gerealiseerd in een gemeente die in de lijst in bijlage 2 een windsnelheid heeft van:

  • a. ≥ 8,0 m/s,

  • b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s,

  • c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, of

  • d. < 7,0 m/s.

Artikel 11

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 10 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 10, binnen 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.5. Wind op verbindende waterkeringen

Artikel 12

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die is opgericht binnen de beschermingszones van een verbindende waterkering als bedoeld in paragraaf 2.7 van bijlage 1 van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen en die niet is opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, welke wordt gerealiseerd in een gemeente die in de lijst in bijlage 2 een windsnelheid heeft van:

  • a. ≥ 8,0 m/s,

  • b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s,

  • c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, of

  • d. < 7,0 m/s.

Artikel 13

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 12 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 12, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.6. Wind in meer

Artikel 14

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee, in de Nederlandse exclusieve economische zone of op een locatie waar op het moment van aanvragen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen, tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, en waarvan de fundering in het water van een meer van minimaal één vierkante kilometer staat.

Artikel 15

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 14 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 14, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.7. Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 16

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A.

Artikel 17

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 16 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 16, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.8. Osmose

Artikel 18

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s.

Artikel 19

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 18 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 18, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.9. Vrije stromingsenergie en golfenergie

Artikel 20

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter.

Artikel 21

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 20 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 20, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.2. Hernieuwbaar gas

§ 3.2.1. Biomassavergisting

Artikel 22

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door:

  • a. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is,

  • b. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is, of

  • c. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is.

Artikel 23

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 22 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 22, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.2.2. Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 24

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is.

Artikel 25

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 24 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 24, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.2.3. Verlengde levensduur bestaande installaties

Artikel 26

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde subsidieregelingen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen:

    • a. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of

    • b. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.

Artikel 27

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. De periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 26, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 3.2.4. Biomassavergassing

Artikel 28

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008, door middel van vergassing.

  • 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

Artikel 29

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3. Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

§ 3.3.1. Ketel vaste of vloeibare biomassa warmte

Artikel 30

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008 in een ketel:

    • a. met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW en kleiner dan 5 MW, of

    • b. met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MW.

  • 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

  • 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

Artikel 31

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 30, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.2. Ketel industriële stoom uit houtpellets

Artikel 32

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets geproduceerd uit vaste biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 van de NTA 8003: 2008, in een ketel met een vermogen groter dan of gelijk aan 10 MW.

  • 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

Artikel 33

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.3. Meestook van biomassa in kolencentrales

Artikel 34

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 100 MW voor de productie van elektriciteit door middel van kolen,

    • a. waarbij gebruik wordt gemaakt van een bestaande installatie waarvoor op grond van de MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen, waarin biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 van de NTA 8003: 2008 wordt meegestookt, of biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 en 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008 wordt vergast en waarvan het aannemelijk is dat deze ten minste voor de duur van de subsidieperiode kan blijven produceren, of

    • b. waarin biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 van de NTA 8003: 2008 wordt meegestookt, waarbij de delen van de productie-installatie die uitsluitend gebruikt worden voor de meestook van biomassa nieuw zijn, en waarvan het aannemelijk is dat deze ten minste voor de duur van de subsidieperiode kan blijven produceren.

  • 2 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa geproduceerd door een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, voor maximaal 15% van de gerealiseerde jaarlijkse hernieuwbare energieproductie biomassa als bedoeld in NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 100, 101, 150 tot en met 179.

  • 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

  • 5 Indien sprake is van productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte verstrekt de minister subsidie voor de geproduceerde hernieuwbare elektriciteit en 15% van de geproduceerde en nuttig aangewende hernieuwbare warmte.

  • 6 De maximale productie, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte op grond van het eerste lid, die is aangevraagd in de periode van 31 maart 2015, 09:00 uur, tot 17 december 2015, 17:00 uur, bedraagt 55.555.555.555 kWh.

Artikel 35

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 34, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik of opnieuw in gebruik voor de meestook van biomassa.

§ 3.3.4. Geothermie warmte

Artikel 36

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door:

  • a. een productie-installatie, bestaande uit één of meerdere doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter.

  • b. een productie-installatie, bestaande uit één of meerdere doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 3500 meter.

Artikel 37

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 36 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 36, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.5. Geothermie gecombineerde opwekking

Artikel 38

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie, bestaande uit één of meerdere doubletten, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter, waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 5% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

Artikel 39

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 38 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 38, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.6. Ketel vloeibare biomassa warmte

Artikel 40

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 t/m 573, 587, 592, 594, 596 en 802 van de NTA 8003: 2008 in een ketel.

  • 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

Artikel 41

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 40, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.7. Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 42

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008:

    • a. met een nominaal elektrisch vermogen groter dan 10 MW en kleiner dan of gelijk aan 100 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 10% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of

    • b. met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

  • 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

  • 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

Artikel 43

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 42, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.8. Bestaande toepassing biomassa uitbreiding warmte

Artikel 44

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte die voor het eerst nuttig wordt aangewend aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte produceert door middel van:

    • a. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting;

    • b. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest of door middel van vergisting op een landbouwbedrijf van uitsluitend plantaardige stoffen vermeld onder de categorieën A tot en met G1 onder categorie 1 van Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, of

    • c. een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa.

  • 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

Artikel 45

  • 2 De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte, opgewekt door de productie-installatie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening.

§ 3.3.9. Zonthermie

Artikel 46

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren voorzien van een transparante isolerende laag, met een totale apertuuroppervlakte van 100 m2 of meer.

Artikel 47

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 46 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 46 binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.10. Verlengde levensduur vergisting van biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 48

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde subsidieregelingen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen:

    • a. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt; of

    • b. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

Artikel 49

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 48, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 3.3.11. Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa

Artikel 50

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 50 MW en voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, en waarvoor op het moment van de start van de subsidieperiode van de subsidie, de resterende subsidieperiode op grond van de MEP

    • a. minder dan 1 volledig jaar bedraagt of nihil is,

    • b. tenminste 1 volledig jaar bedraagt,

    • c. tenminste 2 volledige jaren bedraagt,

    • d. tenminste 3 volledige jaren bedraagt,

    • e. tenminste 4 volledige jaren bedraagt, of

    • f. tenminste 5 volledige jaren bedraagt.

  • 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

  • 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

Artikel 51

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 50, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP, eindigt op het moment dat deze subsidieperiode aanvangt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 50, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 3.3.12. Verlengde levensduur biomassa warmte

Artikel 52

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde artikelen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen:

    • a. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of

    • b. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.

Artikel 53

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 52, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 52, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.13. Biomassavergisting hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit

Artikel 54

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door:

  • a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is;

  • b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is;

  • c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;

  • d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt,

  • e. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is, of

  • f. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is.

Artikel 55

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 54 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 54, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.14. Rioolwaterzuiveringsinstallaties thermofiele gisting van secundair slib

Artikel 56

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de thermofiele zuivering van uitsluitend secundair slib, waarbij sprake is van een centrale productie-installatie waarvoor secundair slib grotendeels extern wordt aangevoerd van een of meerdere andere RWZI’s en waarbij tenminste de vergister zelf nieuw is.

Artikel 57

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 56 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 56, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4. Fasebedragen

Artikel 58

Voor de fase genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel wordt:

  • a. de periode waarbinnen de aanvragen binnen moeten zijn vastgesteld van de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel tot de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel van de daarop volgende fase, de negende fase eindigt op 17 december 2015, 17:00 uur,

  • b. het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de artikelen 10 en 43a van het besluit, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag,

  • c. het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 27 van het besluit, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag. Voor de vergelijking van de fasebedragen, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van het besluit bedraagt het fasebedrag het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.

1

2

3

4

Fase

Datum openstelling

Fasebedrag

Fasebedrag hernieuwbaar gas

1

31 maart, 9:00 uur

€ 0,070/kWh

€ 0,055/kWh

2

20 april, 17:00 uur

€ 0,080/kWh

€ 0,063/kWh

3

11 mei, 17:00 uur

€ 0,090/kWh

€ 0,071/kWh

4

1 juni, 17:00 uur

€ 0,100/kWh

€ 0,079/kWh

5

22 juni, 17:00 uur

€ 0,110/kWh

€ 0,086/kWh

6

31 augustus, 17:00 uur

€ 0,120/kWh

€ 0,094/kWh

7

21 september, 17:00 uur

€ 0,130/kWh

€ 0,102/kWh

8

12 oktober, 17:00 uur

€ 0,140/kWh

€ 0,110/kWh

9

9 november, 17:00 uur

€ 0,150/kWh

€ 0,118/kWh

§ 5. Maximaal aantal vollasturen, basiselektriciteits- en basisenergieprijzen, basisbedragen en correctiebedragen

§ 5.1. Hernieuwbare elektriciteit

Artikel 59

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt,

1

2

3

4

5

6

Artikel regeling

Categorie

Basis-bedrag in eur/kWh

Vollasturen

Basiselek-triciteits-prijs in eur/kWh

Voorlopig correctiebedrag 2015 in eur/kWh

Artikel 4, onderdeel a

Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm

Vrije categorie

5.700

0,036

0,043

Artikel 4, onderdeel b

Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie

0,067

4.300

0,036

0,043

Artikel 20

Vrije stromingsenergie, valhoogte < 50 cm en golfenergie

Vrije categorie

2.800

0,036

0,043

Artikel 18

Osmose

Vrije categorie

8.000

0,036

0,043

Artikel 16

Fotovoltaïsche zonnepanelen, ≥ 15 kWp en aansluiting 3*80A

0,141

1.000

0,035

0,045

Artikel 8, onderdeel a

Wind op land, ≥ 8,0 m/s

0,074

netto P50-waarde vollasturen

0,029

0,039

Artikel 8, onderdeel b

Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

0,081

netto P50-waarde vollasturen

0,029

0,039

Artikel 8, onderdeel c

Wind op land,

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

0,086

netto P50-waarde vollasturen

0,029

0,039

Artikel 8, onderdeel d

Wind op land, < 7,0 m/s

0,098

netto P50-waarde vollasturen

0,029

0,039

Artikel 10, onderdeel a

Wind op land één op één vervanging ≥ 8,0 m/s

0,053

netto P50-waarde windenergieproductie

0,029

0,039

Artikel 10, onderdeel b

Wind op land één op één vervanging ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

0,058

netto P50-waarde windenergieproductie

0,029

0,039

Artikel 10, onderdeel

c

Wind op land één op één vervanging ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

0,065

netto P50-waarde windenergieproductie

0,029

0,039

Artikel 10, onderdeel d

Wind op land één op één vervanging < 7,0 m/s

0,074

netto P50-waarde windenergieproductie

0,029

0,039

Artikel 12, onderdeel a

Wind op verbindende waterkeringen, ≥ 8,0 m/s

0,081

netto P50-waarde vollasturen

0,029

0,039

Artikel 12, onderdeel b

Wind op verbindende waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

0,088

netto P50-waarde vollasturen

0,029

0,039

Artikel 12, onderdeel c

Wind op verbindende waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

0,094

netto P50-waarde vollasturen

0,029

0,039

Artikel 12, onderdeel d

Wind op verbindende waterkeringen, < 7,0 m/s

0,107

netto P50-waarde vollasturen

0,029

0,039

Artikel 14

Wind in meer, water ≥ 1 km2

0,114

netto P50-waarde vollasturen

0,029

0,039

§ 5.2. Hernieuwbaar gas

Artikel 60

  • 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt,

    1

    2

    3

    4

    5

    6

    Artikel regeling

    Categorie

    Basis-bedrag in eur/kWh

    Vollasturen

    Basisenergie-prijs in eur/kWh

    Voorlopig correctie-bedrag 2015 in eur/kWh

    artikel 22, onderdeel a

    Allesvergisting (hernieuwbaar gas)

    0,063

    8.000

    0,020

    0,025

    artikel 22, onderdeel b

    Vergisting en covergisting van dierlijke mest (hernieuwbaar gas)

    0,077

    8.000

    0,020

    0,025

    artikel 22, onderdeel c

    Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest (hernieuwbaar gas)

    Vrije categorie

    8.000

    0,020

    0,025

    Artikel 24

    AWZI/RWZI-groen gas

    0,034

    8.000

    0,020

    0,025

    artikel 26, eerste lid, onderdeel a

    Verlengde levensduur allesvergisting (hernieuwbaar gas)

    0,064

    8.000

    0,020

    0,025

    artikel 26, eerste lid, onderdeel b

    Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (hernieuwbaar gas)

    0,073

    8.000

    0,020

    0,025

    Artikel 28, eerste lid

    Biomassavergassing (≥95% biogeen)

    Vrije categorie

    7.500

    0,020

    0,025

  • 2 Het basisbedrag wordt voor de toepassing van artikel 58, tweede lid, van het besluit, voor een productie-installatie als bedoeld in de artikelen 22, 24, en 26, eerste lid, vastgesteld op het in de derde kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel genoemde bedrag, gedeeld door een correctiefactor van 0,785 en afgerond op drie decimalen achter de komma.

§ 5.3. Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

Artikel 61

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt,

  • a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag,

  • b. voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren,

  • c. de basisenergie- of basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 45, eerste lid of artikel 12, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en

  • d. De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2015 vastgesteld op:

1

2

3

4

5

6

Artikel regeling

Categorie

Basis-bedrag in eur/kWh

Vollasturen

Basisprijs in eur/kWh

Voorlopig correctie-bedrag 2015 in eur/kWh

Artikel 56

RWZI – Thermofiele gisting van secundair slib

0,061

5.729

0,028

0,034

Artikel 6

AWZI/RWZI – thermische drukhydrolyse

0,095

8.000

0,036

0,043

Artikel 54,

onderdeel a

Warmte allesvergisting

0,053

7.000

0,027

0,033

Artikel 54,

onderdeel c

Gecombineerde opwekking allesvergisting

0,095

5.739

0,028

0,034

Artikel 54,

onderdeel b

Warmte vergisting en covergisting van dierlijke mest

0,074

7.000

0,027

0,033

Artikel 54,

onderdeel d

Gecombineerde opwekking vergisting en covergisting van dierlijke mest

0,113

5.732

0,028

0,034

Artikel 54,

onderdeel e

Gecombineerde opwekking vergisting van meer dan 95% dierlijke mest

Vrije categorie

8.000

0,036

0,043

Artikel 54,

onderdeel f

Warmte vergisting van meer dan 95% dierlijke mest

0,106

7.000

0,027

0,033

Artikel 36, onderdeel a

Geothermie warmte, diepte ≥ 500 meter

0,052

5.500

0,016

0,019

Artikel 36, onderdeel b

Geothermie warmte, diepte ≥ 3.500 meter

0,055

7.000

0,016

0,019

Artikel 38

Geothermie, warmtekracht

0,098

4.158

0,019

0,024

Artikel 46

Zonthermie, apertuuroppervlakte ≥ 100 m2

0,137

700

0,049

0,055

Artikel 34, eerste lid onderdeel a

Bestaande capaciteit voor bij- en meestook

0,108

5.839

0,036

0,043

Artikel 34, eerste lid, onderdeel b

Nieuwe capaciteit voor meestook

0,115

7.000

0,036

0,043

Artikel 30, eerste lid, onderdeel a

Ketel op vaste of vloeibare biomassa, > 0,5 en < 5 MWth

0,051

4.000

0,027

0,033

Artikel 30, eerste lid, onderdeel b

Ketel op vaste of vloeibare biomassa, ≥ 5 MWth

0,043

7.000

0,016

0,019

Artikel 40, eerste lid

Ketel op vloeibare biomassa

0,072

7.000

0,027

0,033

Artikel 32, eerste lid

Warmte, Industriële stoomproductie uit houtpellets

0,054

7.000

0,016

0,019

Artikel 42, eerste lid, onderdeel a

Thermische conversie van biomassa, > 10 en ≤ 100 MWe

0,084

7.500

0,019

0,023

Artikel 42, eerste lid, onderdeel b

Thermische conversie van biomassa, ≤ 10 MWe

0,144

4.241

0,022

0,026

artikel 48, eerste lid, onderdeel a

Verlengde levensduur allesvergisting (WKK)

0,087

5.855

0,029

0,034

artikel 48, eerste lid, onderdeel b

Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (WKK)

0,102

5.855

0,029

0,034

Artikel 52, eerste lid, onderdeel a

Verlengde levensduur allesvergisting (warmte)

0,058

7.000

0,016

0,019

Artikel 52, eerste lid, onderdeel b

Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (warmte)

0,068

7.000

0,016

0,019

artikel 44, eerste lid, onderdeel a

Bestaande allesvergisting, uitbreiding warmte

0,023

7.000

0,016

0,019

artikel 44, eerste lid, onderdeel b

Bestaande vergisting en covergisting van dierlijke mest, uitbreiding warmte

0,030

4.000

0,000

0,000

artikel 44, eerste lid, onderdeel c

Bestaande thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa, uitbreiding warmte

0,023

7.000

0,016

0,019

artikel 50, eerste lid, onderdeel a

Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW

0,064

4.429

0,023

0,028

artikel 50, eerste lid, onderdeel b

Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 1 jaar MEP compensatie

0,067

4.429

0,023

0,028

artikel 50, eerste lid, onderdeel c

Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 2 jaar MEP compensatie

0,069

4.429

0,023

0,028

artikel 50, eerste lid, onderdeel d

Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 3 jaar MEP compensatie

0,073

4.429

0,023

0,028

artikel 50, eerste lid, onderdeel e

Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 4 jaar MEP compensatie

0,077

4.429

0,023

0,028

artikel 50, eerste lid, onderdeel f

Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 5 jaar MEP compensatie

0,081

4.429

0,023

0,028

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen

§ 6.1. Wind op land overgangsbepalingen

Artikel 62

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht op een locatie waarvoor op het moment van aanvragen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, en ten aanzien waarvan voor 1 januari 2015 een ontwerp-inpassingsplan of ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd of de aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend.

Artikel 63

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 62 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld artikel 62 binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 64

  • 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 62 wordt voor de fase genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel:

    • a. periode waarbinnen de aanvragen binnen moeten zijn vastgesteld van de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel tot de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel van de daarop volgende fase, de negende fase eindigt op 17 december 2015, 17:00 uur,

    • b. het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 10 van het besluit, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag,

    1

    2

    3

    Fase

    Datum openstelling

    Fasebedrag wind op land overgang

    1

    31 maart, 9:00 uur

    € 0,0875/kWh

    2

    20 april, 17:00 uur

    € 0,100/kWh

    3

    11 mei, 17:00 uur

    € 0,1125/kWh

    4

    1 juni, 17:00 uur

    n.v.t.

    5

    22 juni, 17:00 uur

    n.v.t.

    6

    31 augustus, 17:00 uur

    n.v.t.

    7

    21 september, 17:00 uur

    n.v.t.

    8

    12 oktober, 17:00 uur

    n.v.t.

    9

    9 november, 17:00 uur

    n.v.t.

Artikel 65

  • 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 62 wordt,

    • a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op € 0,1125 per kWh,

    • b. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, het maximaal aantal vollasturen

      • wanneer de aanvraag in de eerste fase is ingediend, vastgesteld op 2.800,

      • wanneer de aanvraag in de tweede fase is ingediend, vastgesteld op 2.160, en

      • wanneer de aanvraag in fase 3 tot en met 9 is ingediend, vastgesteld op 1.840,

    • c. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op € 0,037 per kWh, en

    • d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2015:

§ 6.2. Slotbepalingen

Artikel 66

De artikelen van deze regeling treden in werking op een door de minister nader te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 67

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 22 januari 2015

De

Minister

van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp

Bijlage 1. behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015

  • 1. De Staat der Nederlanden, (hierna te noemen: de Staat), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken; en

  • 2. ..... ....., gevestigd te ..... (hierna te noemen: Ondernemer);

    .....

    (hierna te samen ook te noemen: Partijen);

overwegen:

  • a. de Minister van Economische Zaken heeft blijkens een beschikking met kenmerk ....., hierna te noemen Beschikking, waarvan een kopie als Bijlage A bij deze overeenkomst is gevoegd aan de Ondernemer een subsidie verleend van meer dan € 400 miljoen op grond van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 (hierna: Regeling).

  • b. de Beschikking bevat de opschortende voorwaarde dat binnen zes weken na afgifte van de beschikking de onderhavige uitvoeringsovereenkomst, hierna te noemen Uitvoeringsovereenkomst, tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieaanvrager;

  • c. de Minister van Economische Zaken beoogt door middel van deze Uitvoeringsovereenkomst te verzekeren dat de Ondernemer de productie-installatie bedoeld in de Beschikking tijdig in gebruik zal nemen.

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Artikel 1. Tijdige ingebruikname van de productie-installatie

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

Artikel 2. Inhoud en omvang van de garantie

De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen acht weken nadat de Beschikking in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie.

Artikel 3. Vrijval van de garantie

  • 1. De verplichting de in artikel 2 bedoelde bankgarantie te blijven stellen vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen. De Ondernemer ontvangt een kopie van het bericht van verval.

  • 2. Zodra de verplichting geheel is vervallen zal de Staat de bankgarantie retourneren aan de Ondernemer.

Artikel 4. Boetes

  • 1. Indien de Ondernemer de productie-installatie niet binnen de in artikel 1 bedoelde periode in gebruik heeft genomen, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete een bedrag verschuldigd groot 0,2% van het beschikte bedrag enkel door het verloop van die termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

  • 2. Indien de Ondernemer daarna nog in gebreke blijft met het tijdig in gebruik nemen van de productie-installatie is de Ondernemer maandelijks een boete van telkens 0,2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, verschuldigd voor zover hij de productie-installatie op de eerste van elke volgende maand niet in gebruik heeft genomen.

  • 3. De boetes bedoeld in het eerste en tweede lid, waarvan de som ten hoogste 2% van het beschikte bedrag bedraagt, zijn telkens verschuldigd voor het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

  • 4. De Ondernemer machtigt bij deze de Staat onherroepelijk tot het innen van de boetes door het inroepen van de bankgarantie voor het bedrag van de boete, telkens wanneer er een boete verschuldigd is geworden.

Artikel 5. Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

  • 1. Deze Uitvoeringsovereenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de Partijen met dien verstande dat de inwerkingtreding wordt opgeschort totdat de Beschikking in werking is getreden en de Staat de Ondernemer daarvan schriftelijk bericht heeft gestuurd.

  • 2. Deze Uitvoeringsovereenkomst eindigt van rechtswege door de teruggave van de bankgarantie door de Staat aan de Ondernemer.

Artikel 6. Domiciliekeuze en berichtgevingen

  • 1. De Staat kiest voor uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst domicilie ten kantore van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken, Hanzelaan 310, 8017 JK Zwolle.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen alle mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten uit hoofde van deze uitvoeringsovereenkomst schriftelijk te worden gedaan.

  • 3. Mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten die niet in overeenstemming met het tweede lid zijn gedaan blijven zonder rechtsgevolg.

  • 4. De Staat is bevoegd eenzijdig van het bepaalde in het eerste lid af te wijken.

Artikel 7. Rechtskeuze

  • 1. Op deze Uitvoeringsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

  • 2. Alle geschillen in verband met deze uitvoeringsovereenkomst of met afspraken die daarmee samenhangen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag.

Artikel 8. Citeertitel

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te .....

Ondernemer

te 's-Gravenhage op .....

De Minister van Economische Zaken H.G.J. Kamp

Model bankgarantie

DE ONDERGETEKENDE,

....., gevestigd te ....., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

  • A. ..... , gevestigd te ....., (hierna te noemen de Ondernemer) en de STAAT der NEDERLANDEN, (hierna te noemen: Staat), waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door ....., hierbij vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken op ..... de ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’ (hierna: uitvoeringsovereenkomst) hebben getekend;

  • B. de Ondernemer volgens artikel 2 van de overeenkomst binnen acht weken nadat deze overeenkomst in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid dient te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot € .....,– door de afgifte aan de Staat van een door een bank afgegeven bankgarantie;

  • C. de Bank bereid is de desbetreffende bankgarantie ten gunste van de Staat te stellen onder de hierna te noemen voorwaarden.

VERKLAART ALS VOLGT

  • 1. De Bank stelt zich hierbij als zelfstandige verbintenis tegenover de Staat onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant voor al hetgeen de Staat van de Ondernemer op grond van de uitvoeringsovereenkomst te vorderen heeft tot een maximumbedrag van € .....,–.

  • 2. Deze bankgarantie is een abstracte afroepgarantie. De Bank komt in geen geval een beroep toe op de onderliggende rechtsverhouding tussen de Staat en de Ondernemer als vervat in de Uitvoeringsovereenkomst.

  • 3. De Bank zal op eerste schriftelijk verzoek van de Staat, zonder opgaaf van redenen te verlangen of nader bewijs te vragen, overgaan tot uitbetaling van al hetgeen de Ondernemer, volgens verklaring van de Staat, verschuldigd is uit hoofde van de Uitvoeringsovereenkomst.

  • 4. Deze bankgarantie vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen.

  • 5. De Minister van Economische Zaken zendt de bankgarantie zo spoedig mogelijk nadat deze geheel is vervallen retour aan de Bank.

  • 6. Op deze bankgarantie is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen die mochten ontstaan over of naar aanleiding van deze bankgarantie zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te ’s-Gravenhage.

  • 7. Indien deze bankgarantie dient te worden geretourneerd geschiedt dat door toezending aan adres: .....

Getekend te

op

De Bank

Bijlage 2. behorende bij de artikelen 8, 10 en 12 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015

Gemeentenaam

Provincie

Windcategorie

Ameland

Friesland

≥ 8,0 m/s

Bergen (NH.)

Noord-Holland

≥ 8,0 m/s

De Marne

Groningen

≥ 8,0 m/s

Den Helder

Noord-Holland

≥ 8,0 m/s

Dongeradeel

Friesland

≥ 8,0 m/s

Eemsmond

Groningen

≥ 8,0 m/s

Ferwerderadiel

Friesland

≥ 8,0 m/s

Franekeradeel

Friesland

≥ 8,0 m/s

Harlingen

Friesland

≥ 8,0 m/s

het Bildt

Friesland

≥ 8,0 m/s

Hollands Kroon

Noord-Holland

≥ 8,0 m/s

Leeuwarderadeel

Friesland

≥ 8,0 m/s

Menameradiel

Friesland

≥ 8,0 m/s

Noordwijk

Zuid-Holland

≥ 8,0 m/s

Schagen

Noord-Holland

≥ 8,0 m/s

Schiermonnikoog

Friesland

≥ 8,0 m/s

Súdwest-Fryslân

Friesland

≥ 8,0 m/s

Terschelling

Friesland

≥ 8,0 m/s

Texel

Noord-Holland

≥ 8,0 m/s

Vlieland

Friesland

≥ 8,0 m/s

Zandvoort

Noord-Holland

≥ 8,0 m/s

Achtkarspelen

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Alkmaar

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Appingedam

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Bedum

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Beemster

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Beverwijk

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Bloemendaal

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Castricum

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Dantumadiel

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

De Friese Meren

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Delfzijl

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Drechterland

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Edam-Volendam

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Enkhuizen

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Goeree-Overflakkee

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Grootegast

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Heemskerk

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Heerenveen

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Heerhugowaard

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Heiloo

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Hillegom

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Hoorn

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Katwijk

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Koggenland

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Kollumerland c.a.

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Langedijk

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Leek

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Leeuwarden

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Lisse

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Littenseradiel

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Loppersum

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Marum

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Medemblik

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Noord-Beveland

Zeeland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Noordoostpolder

Flevoland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Noordwijkerhout

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Oldambt

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Opmeer

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Opsterland

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Schouwen-Duiveland

Zeeland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Slochteren

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Smallingerland

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Stede Broec

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Ten Boer

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Tytsjerksteradiel

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Uitgeest

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Urk

Flevoland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Veere

Zeeland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Velsen

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Wassenaar

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Westland

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Westvoorne

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Winsum

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Zeevang

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Zuidhorn

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Aa en Hunze

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Aalburg

Noord-Brabant

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Aalsmeer

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Aalten

Gelderland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Almere

Flevoland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Alphen aan den Rijn

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Amstelveen

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Amsterdam

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Assen

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Bellingwedde

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Binnenmaas

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Bodegraven-Reeuwijk

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Borger-Odoorn

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Borsele

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Brielle

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Coevorden

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Cromstrijen

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Culemborg

Gelderland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Dalfsen

Overijssel

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

De Ronde Venen

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

De Wolden

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Delft

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Diemen

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Dronten

Flevoland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Emmen

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Geldermalsen

Gelderland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Giessenlanden

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Goes

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Gouda

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Groningen

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Haarlem

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Haarlemmerliede en Spaarnwoude

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Haarlemmermeer

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hardenberg

Overijssel

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hardinxveld-Giessendam

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Haren

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Heemstede

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hellevoetsluis

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hoogeveen

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hoogezand-Sappemeer

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hulst

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

IJsselstein

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Kaag en Braassem

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Kampen

Overijssel

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Kapelle

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Korendijk

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Krimpenerwaard

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Landsmeer

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Lansingerland

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Leerdam

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Leiden

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Leiderdorp

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Leidschendam-Voorburg

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Lelystad

Flevoland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Lingewaal

Gelderland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Lopik

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Maassluis

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Menterwolde

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Meppel

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Middelburg

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Midden-Delfland

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Midden-Drenthe

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Moerdijk

Noord-Brabant

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Molenwaard

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Montfoort

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Muiden

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Neerijnen

Gelderland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Nieuwkoop

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Nissewaard

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Noordenveld

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Oegstgeest

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Oost Gelre

Gelderland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Ooststellingwerf

Friesland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Oostzaan

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Oud-Beijerland

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Ouder-Amstel

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Oudewater

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Pekela

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Pijnacker-Nootdorp

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Purmerend

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Reimerswaal

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Rijswijk

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Rotterdam-West (wijk 17, 23 en 27)

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

's-Gravenhage

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Sluis

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Stadskanaal

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Staphorst

Overijssel

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Steenbergen

Noord-Brabant

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Steenwijkerland

Overijssel

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Stichtse Vecht

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Strijen

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Terneuzen

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Teylingen

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Tholen

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Tynaarlo

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Uithoorn

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Veendam

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Vianen

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Vlagtwedde

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Vlissingen

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Voorschoten

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Waddinxveen

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Waterland

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Weesp

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Westerveld

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Weststellingwerf

Friesland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Woerden

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Wormerland

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Woudrichem

Noord-Brabant

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zaanstad

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zaltbommel

Gelderland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zederik

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zoetermeer

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zoeterwoude

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zuidplas

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zwartewaterland

Overijssel

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zwolle

Overijssel

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Alblasserdam

Zuid-Holland

< 7,0 m/s

Albrandswaard

Zuid-Holland

< 7,0 m/s

Almelo

Overijssel

< 7,0 m/s

Alphen-Chaam

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Amersfoort

Utrecht

< 7,0 m/s

Apeldoorn

Gelderland

< 7,0 m/s

Arnhem

Gelderland

< 7,0 m/s

Asten

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Baarle-Nassau

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Baarn

Utrecht

< 7,0 m/s

Barendrecht

Zuid-Holland

< 7,0 m/s

Barneveld

Gelderland

< 7,0 m/s

Beek

Limburg

< 7,0 m/s

Beesel

Limburg

< 7,0 m/s

Bergeijk

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Bergen (L.)

Limburg

< 7,0 m/s

Bergen op Zoom

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Berkelland

Gelderland

< 7,0 m/s

Bernheze

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Best

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Beuningen

Gelderland

< 7,0 m/s

Bladel

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Blaricum

Noord-Holland

< 7,0 m/s

Boekel

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Borne

Overijssel

< 7,0 m/s

Boxmeer

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Boxtel

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Breda

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Bronckhorst

Gelderland

< 7,0 m/s

Brummen

Gelderland

< 7,0 m/s

Brunssum

Limburg

< 7,0 m/s

Bunnik

Utrecht

< 7,0 m/s

Bunschoten

Utrecht

< 7,0 m/s

Buren

Gelderland

< 7,0 m/s

Bussum

Noord-Holland

< 7,0 m/s

Capelle aan den IJssel

Zuid-Holland

< 7,0 m/s

Cranendonck

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Cuijk

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

De Bilt

Utrecht

< 7,0 m/s

Deurne

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Deventer

Overijssel

< 7,0 m/s

Dinkelland

Overijssel

< 7,0 m/s

Doesburg

Gelderland

< 7,0 m/s

Doetinchem

Gelderland

< 7,0 m/s

Dongen

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Dordrecht

Zuid-Holland

< 7,0 m/s

Drimmelen

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Druten

Gelderland

< 7,0 m/s

Duiven

Gelderland

< 7,0 m/s

Echt-Susteren

Limburg

< 7,0 m/s

Ede

Gelderland

< 7,0 m/s

Eemnes

Utrecht

< 7,0 m/s

Eersel

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Eijsden-Margraten

Limburg

< 7,0 m/s

Eindhoven

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Elburg

Gelderland

< 7,0 m/s

Enschede

Overijssel

< 7,0 m/s

Epe

Gelderland

< 7,0 m/s

Ermelo

Gelderland

< 7,0 m/s

Etten-Leur

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Geertruidenberg

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Geldrop-Mierlo

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Gemert-Bakel

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Gennep

Limburg

< 7,0 m/s

Gilze en Rijen

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Goirle

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Gorinchem

Zuid-Holland

< 7,0 m/s

Grave

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Groesbeek

Gelderland

< 7,0 m/s

Gulpen-Wittem

Limburg

< 7,0 m/s

Haaksbergen

Overijssel

< 7,0 m/s

Haaren

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Halderberge

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Harderwijk

Gelderland

< 7,0 m/s

Hattem

Gelderland

< 7,0 m/s

Heerde

Gelderland

< 7,0 m/s

Heerlen

Limburg

< 7,0 m/s

Heeze-Leende

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Hellendoorn

Overijssel

< 7,0 m/s

Helmond

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Hendrik-Ido-Ambacht

Zuid-Holland

< 7,0 m/s

Hengelo

Overijssel

< 7,0 m/s

Heumen

Gelderland

< 7,0 m/s

Heusden

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Hilvarenbeek

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Hilversum

Noord-Holland

< 7,0 m/s

Hof van Twente

Overijssel

< 7,0 m/s

Horst aan de Maas

Limburg

< 7,0 m/s

Houten

Utrecht

< 7,0 m/s

Huizen

Noord-Holland

< 7,0 m/s

Kerkrade

Limburg

< 7,0 m/s

Krimpen aan den IJssel

Zuid-Holland

< 7,0 m/s

Laarbeek

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Landerd

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Landgraaf

Limburg

< 7,0 m/s

Laren

Noord-Holland

< 7,0 m/s

Leudal

Limburg

< 7,0 m/s

Leusden

Utrecht

< 7,0 m/s

Lingewaard

Gelderland

< 7,0 m/s

Lochem

Gelderland

< 7,0 m/s

Loon op Zand

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Losser

Overijssel

< 7,0 m/s

Maasdriel

Gelderland

< 7,0 m/s

Maasgouw

Limburg

< 7,0 m/s

Maastricht

Limburg

< 7,0 m/s

Meerssen

Limburg

< 7,0 m/s

Mill en Sint Hubert

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Montferland

Gelderland

< 7,0 m/s

Mook en Middelaar

Limburg

< 7,0 m/s

Naarden

Noord-Holland

< 7,0 m/s

Neder-Betuwe

Gelderland

< 7,0 m/s

Nederweert

Limburg

< 7,0 m/s

Nieuwegein

Utrecht

< 7,0 m/s

Nijkerk

Gelderland

< 7,0 m/s

Nijmegen

Gelderland

< 7,0 m/s

Nuenen, Gerwen en Nederwetten

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Nunspeet

Gelderland

< 7,0 m/s

Nuth

Limburg

< 7,0 m/s

Oirschot

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Oisterwijk

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Oldebroek

Gelderland

< 7,0 m/s

Oldenzaal

Overijssel

< 7,0 m/s

Olst-Wijhe

Overijssel

< 7,0 m/s

Ommen

Overijssel

< 7,0 m/s

Onderbanken

Limburg

< 7,0 m/s

Oosterhout

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Oss

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Oude IJsselstreek

Gelderland

< 7,0 m/s

Overbetuwe

Gelderland

< 7,0 m/s

Papendrecht

Zuid-Holland

< 7,0 m/s

Peel en Maas

Limburg

< 7,0 m/s

Putten

Gelderland

< 7,0 m/s

Raalte

Overijssel

< 7,0 m/s

Renkum

Gelderland

< 7,0 m/s

Renswoude

Utrecht

< 7,0 m/s

Reusel-De Mierden

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Rheden

Gelderland

< 7,0 m/s

Rhenen

Utrecht

< 7,0 m/s

Ridderkerk

Zuid-Holland

< 7,0 m/s

Rijnwaarden

Gelderland

< 7,0 m/s

Rijssen-Holten

Overijssel

< 7,0 m/s

Roerdalen

Limburg

< 7,0 m/s

Roermond

Limburg

< 7,0 m/s

Roosendaal

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Rotterdam (excl. wijk 17, 23 en 27)

Zuid-Holland

< 7,0 m/s

Rozendaal

Gelderland

< 7,0 m/s

Rucphen

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Scherpenzeel

Gelderland

< 7,0 m/s

Schiedam

Zuid-Holland

< 7,0 m/s

Schijndel

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Schinnen

Limburg

< 7,0 m/s

's-Hertogenbosch

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Simpelveld

Limburg

< 7,0 m/s

Sint Anthonis

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Sint-Michielsgestel

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Sint-Oedenrode

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Sittard-Geleen

Limburg

< 7,0 m/s

Sliedrecht

Zuid-Holland

< 7,0 m/s

Soest

Utrecht

< 7,0 m/s

Someren

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Son en Breugel

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Stein

Limburg

< 7,0 m/s

Tiel

Gelderland

< 7,0 m/s

Tilburg

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Tubbergen

Overijssel

< 7,0 m/s

Twenterand

Overijssel

< 7,0 m/s

Uden

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Utrecht

Utrecht

< 7,0 m/s

Utrechtse Heuvelrug

Utrecht

< 7,0 m/s

Vaals

Limburg

< 7,0 m/s

Valkenburg aan de Geul

Limburg

< 7,0 m/s

Valkenswaard

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Veenendaal

Utrecht

< 7,0 m/s

Veghel

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Veldhoven

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Venlo

Limburg

< 7,0 m/s

Venray

Limburg

< 7,0 m/s

Vlaardingen

Zuid-Holland

< 7,0 m/s

Voerendaal

Limburg

< 7,0 m/s

Voorst

Gelderland

< 7,0 m/s

Vught

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Waalre

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Waalwijk

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Wageningen

Gelderland

< 7,0 m/s

Weert

Limburg

< 7,0 m/s

Werkendam

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

West Maas en Waal

Gelderland

< 7,0 m/s

Westervoort

Gelderland

< 7,0 m/s

Wierden

Overijssel

< 7,0 m/s

Wijchen

Gelderland

< 7,0 m/s

Wijdemeren

Noord-Holland

< 7,0 m/s

Wijk bij Duurstede

Utrecht

< 7,0 m/s

Winterswijk

Gelderland

< 7,0 m/s

Woensdrecht

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Woudenberg

Utrecht

< 7,0 m/s

Zeewolde

Flevoland

< 7,0 m/s

Zeist

Utrecht

< 7,0 m/s

Zevenaar

Gelderland

< 7,0 m/s

Zundert

Noord-Brabant

< 7,0 m/s

Zutphen

Gelderland

< 7,0 m/s

Zwijndrecht

Zuid-Holland

< 7,0 m/s