Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Mandaat en machtiging NRGD[Regeling materieel uitgewerkt per 24-10-2018.]

Geldend van 01-07-2016 t/m heden

Regeling mandaat en machtiging NRGD

Het College gerechtelijk deskundigen,

Gelet op de afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4 van het Bestuursreglement NRGD;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. mandaat: de bevoegdheid om in naam van het College besluiten te nemen als bedoeld in artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • b. ondermandaat: de bevoegdheid van de gemandateerde om op zijn beurt mandaat te verlenen aan een ander;

  • c. machtiging: de bevoegdheid om in naam van het College feitelijke handelingen te verrichten, niet zijnde besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • d. het Besluit: het Besluit register deskundige in strafzaken;

  • e. het College: het College gerechtelijk deskundigen, bedoeld in artikel 3 van het Besluit;

  • f. de voorzitter: de voorzitter van het College;

  • g. de plaatsvervangend voorzitter: de plaatsvervangend voorzitter van het College;

  • h. de secretaris: de secretaris van het College gerechtelijk deskundigen, bedoeld in artikel 10 van het Besluit, die tevens de functie bekleedt van directeur van het bureau;

  • i. het bureau: het bureau ter ondersteuning van het College, bedoeld in de artikelen 10 en 11 van het Besluit;

  • j. de beleidsmedewerker: de medewerker van het bureau die inhoudelijk bij de totstandkoming en uitvoering van het door het College beleid in de zin van artikel 4 van het Besluit is betrokken;

  • k. het register: het landelijk openbaar register, bedoeld in artikel 51k van het Wetboek van Strafvordering, met als volledige benaming het Nederlands register gerechtelijk deskundigen;

  • l. de toetsingsadviescommissie: de commissie die het College adviseert ver een aanvraag tot (her)inschrijving in het register.

Artikel 2

Hetgeen in deze regeling omtrent de voorzitter is bepaald, is mede van toepassing op de plaatsvervangend voorzitter wanneer deze de voorzitter vervangt.

Artikel 3

  • 1 Indien een aanvrager in het kader van de (her)aanvraag tot inschrijving in het register minder dan 10% van het vereiste aantal uren intervisie en/of deskundigheidsbevordering te kort komt wordt aan de voorzitter het mandaat verleend om namens het College dit tekort kwijt te schelden.

  • 2 Aan de voorzitter wordt mandaat verleend om namens het College onder een aanvraag tot inschrijving in het register toe te wijzen indien de toetsingsadviescommissie heeft geadviseerd:

    • a. tot registratie voor volledige duur;

    • b. tot registratie voor beperkte duur, voor de categorie ‘geen eigen werk’,

    en in beide gevallen het advies geen aanknopingspunten bevat voor nadere oordeelsvorming in het College.

Artikel 4

  • 1 De beslissingen, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 van de Beleidsregel schorsing en doorhaling, worden namens het College genomen door de voorzitter en een ander lid van het College.

  • 2 Een besluit als bedoeld in artikel 6, eerste lid van de Beleidsregel schorsing en doorhaling, wordt namens het College genomen door de voorzitter en een ander lid van het College.

Artikel 5

  • 1 Aan de secretaris wordt mandaat verleend om namens het College te besluiten:

    • a. een aanvraag tot inschrijving in het register af te wijzen voor zover het desbetreffende deskundigheidsgebied nog niet voor inschrijving is opengesteld;

    • b. een aanvraag tot herregistratie te kunnen afwijzen voor zover deze aanvraag langer dan zes maanden voor het verstrijken van de registratietermijn wordt ingediend;

    • c. op een verzoek om informatie als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur.

  • 2 Aan de secretaris wordt mandaat en machtiging verleend om namens het College:

    • a. mondelinge en schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard te verstrekken;

    • b. ontvangstbevestigingen uit te reiken of toe te sturen;

    • c. overige correspondentie te voeren;

    • d. de beslistermijn te verlengen of te verdagen;

    • e. te besluiten tot het buiten behandeling stellen van een aanvraag in de zin van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht;

    • f. adviezen en inlichtingen in te winnen;

    • g. kennelijke verschrijvingen in besluiten ambtshalve en op verzoek te herstellen.

  • 3 De secretaris kan de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en het tweede lid, ondermandateren aan medewerkers van het bureau.

Artikel 6

  • 1 De voorzitter kan aan de secretaris machtiging verlenen om door de voorzitter in mandaat genomen besluiten te ondertekenen.

  • 2 De voorzitter kan de secretaris machtiging verlenen om namens hem door het College genomen besluiten te ondertekenen.

Artikel 7

  • 1 De secretaris is bevoegd om het College te vertegenwoordigen in bezwaarprocedures en gerechtelijke procedures. De secretaris kan zich hierbij laten bijstaan door een beleidsmedewerker en/of een extern gemachtigde.

  • 2 De Voorzitter kan de bevoegdheid om het College te vertegenwoordigen in bezwaarprocedures en gerechtelijke procedures ook verlenen aan een beleidsmedewerker.

  • 3 Het College kan zich in bezwaarprocedures en gerechtelijke procedures laten vertegenwoordigen door een externe gemachtigde. De secretaris is bevoegd daartoe een machtiging te verstrekken.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2012.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Mandaat en machtiging NRGD.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

, 16 februari 2012

College gerechtelijk deskundigen,

J.A. Coster van Voorhout

Voorzitter