Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film[Regeling vervallen per 01-01-2017.]

Geldend van 01-01-2015 t/m 31-12-2016

Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film

De Stichting Nederlands Fonds voor de Film,

gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht,

gelet op artikel 10, lid 4, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,

gelet op artikel 2 van het Algemeen Reglement,

Besluit:

Algemeen [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 1. – Definities – [Vervallen per 01-01-2017]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • A filmtheater: een groot filmtheater zoals bedoeld in het jaarboek van de Nederlandse Vereniging van Bioscoopexploitanten en de Nederlandse Vereniging van Filmdistributeurs;

  • arthouse film: een speelfilm waarbij de nadruk op de artistieke kwaliteit ligt en het eindresultaat dusdanig bijzonder is dat dit nationaal en/of internationaal herkend en gewaardeerd wordt;

  • bestuur: de directeur/bestuurder van het Fonds;

  • bioscoopexploitant: de rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de exploitatie van één of meer bioscopen in Nederland;

  • bioscoopuitbreng: de landelijke distributie van een filmproductie, die na de première met een dagelijkse vertoning gedurende meerdere weken en in meerdere bioscopen en/of filmtheaters (in Nederland) voor een betalend publiek wordt uitgebracht;

  • buitenlandse distributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de uitbreng en exploitatie van filmproducties via de bioscoop en andere distributiekanalen in het buitenland;

  • crossmediaal marketing & distributieplan: een gedetailleerd plan van alle activiteiten op het gebied van marketing en distributie, waarbij gebruik gemaakt wordt van alle mogelijke vormen van promotie, publiciteit en (social) media, ten behoeve van de bioscoopuitbreng en verdere exploitatie van de filmproductie;

  • cross trailering: de plaatsing van de trailer voor vergelijkbare filmproducties die vooraf aan de bioscoopuitbreng in de bioscopen of filmtheaters draaien;

  • DCP (digital cinema print): de digitale kopie van de filmprint;

  • distributie: de professionele uitbreng en exploitatie van filmproducties;

  • documentaire: een non-fictie filmproductie geschikt voor bioscoopvertoning die een aspect van de werkelijkheid belicht waarbij de eigen visie van de regisseur wordt vormgegeven met creatieve gebruikmaking van filmische middelen in een persoonlijke stijl;

  • dubbing: het proces van opname en bewerking van het geluid van een reeds van M&E tracks voorziene filmproductie waarbij de oorspronkelijke stemmen van de acteurs of karakters worden vervangen;

  • encoderingkosten: digitale omzetting van een filmproductie ten behoeve van een digitale bioscoopuitbreng;

  • estimates: verwachtingen van de bruto en netto inkomsten afkomstig uit alle vormen van exploitatie in een laag (low), gemiddeld (medium) en hoog (high) exploitatiemodel met daarin tevens opgenomen de bezoekersprognose en aantal verkochte eenheden DVD en BluRay in de verschillende exploitatiemodellen;

  • filmdistributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de uitbreng en exploitatie van filmproducties in de Nederlandse bioscoop en via andere distributiekanalen. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;

  • filmprint: het negatief van de filmproductie c.q. de definitieve (digitale) eindversie waarvan later (digitale) kopieën worden gemaakt;

  • filmproductie: een cinematografisch werk;

  • filmtheater: een bioscoop die zich onderscheid door een divers aanbod waarin prioriteit wordt gegeven aan de arthouse film;

  • het Fonds: Stichting Nederlands Fonds voor de Film;

  • internationale sales: de internationale verkoop van licenties op filmrechten van filmproducties;

  • jeugdfilm: een speelfilm voor kinderen en/of jongeren;

  • korte filmproductie: een filmproductie met een maximale lengte van 10 minuten;

  • marketing & promotie: activiteiten die zijn gericht op het maximaliseren van het publieksbereik en een heldere positionering van de filmproductie aansluitend op de doelgroep en onder meer bestaan uit de invulling en uitvoering van de filmproductie zelf, het opstellen van een marketing en distributieplan met uitwerking van de plaats van uitbreng, het opstellen van een media en publiciteitsplan, de promotie, het opzetten van eventuele merchandising en het vaststellen van de prijsstrategie.

  • marketing & promotie: activiteiten die zijn gericht op het maximaliseren van het publieksbereik en een heldere positionering van de filmproductie aansluitend op de doelgroep en onder meer bestaan uit de invulling en uitvoering van de filmproductie zelf, het opstellen van een marketing en distributieplan met uitwerking van de plaats van uitbreng, het opstellen van een media en publiciteitsplan, de promotie, het opzetten van eventuele merchandising en het vaststellen van de prijsstrategie.

  • mainstream film: een speelfilm waarbij de nadruk ligt op de publiekspotentie, dat wil zeggen de grootte van het publieksbereik in samenhang met de beoogde commerciële resultaten;

  • minimum garantie: een voorschot op exploitatieopbrengsten dat geïnvesteerd wordt in de realisering of aankoop van een filmproductie en niet terugvorderbaar, maar verrekenbaar is met opbrengsten die een filmproductie kan genereren door vertoning in bioscopen en verdere exploitatie in de ruimste zin des woords;

  • minoritaire coproductie: een in de Nederlandse bioscoop en/of filmtheaters uit te brengen (internationale) filmproductie, waarvoor de Nederlandse producent in beperkte mate beslissingsbevoegd en verantwoordelijk is en waarvoor deze ook minder dan vijftig procent van de financiering van de filmproductie bijeen heeft gebracht;

  • M&E: de audiolagen van een filmproductie waarbij de dialogen gescheiden zijn van muziek en effecten;

  • non theatrical release: alle mogelijke vormen van distributie van een filmproductie, uitgezonderd die via bioscopen en filmtheaters, waaronder in ieder geval wordt begrepen de distributie op DVD en Blu ray, via televisie, Video On Demand, pay per view- en online distributiekanalen;

  • on demand: digitale toepassingen die de gebruiker, per filmtitel of in de vorm van een abonnement in de gelegenheid stelt om, op het moment dat hij het wil filmproducties te bekijken;

  • openbaarmaking: het aan het publiek bekend maken middels vertoning van de filmproductie;

  • picture lock: de definitief vastgestelde montageversie van de filmproductie, op basis waarvan de verdere nabewerking plaatsvindt;

  • press kit: promotioneel materiaal over de filmproductie ten behoeve van de internationale pers- en promotionele activiteiten;

  • printkosten: de kosten voor het verveelvoudigen van de filmprint en/of vervaardigen van een DCP voor vertoning van de filmproductie;

  • prints & advertising (P&A): de directe kosten na de fase van realisering die samenhangen met de bioscoopuitbreng en promotie van de voor vertoning gereed zijnde filmproductie, inclusief VPF en de kosten van de uitbrengkopieën (printkosten/DCP);

  • producent: de natuurlijke persoon die de productiemaatschappij rechtsgeldig vertegenwoordigt en binnen de organisatie van de productiemaatschappij beleidsmatig, bedrijfsmatig en inhoudelijk eindverantwoordelijk is;

  • productiekosten: de kosten gemoeid met de realisering van een filmproductie;

  • productiemaatschappij: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de productie en exploitatie van filmproducties en andere audiovisuele mediaproducties. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;

  • publicist: een persoon, die zich richt op de internationale promotie van en communicatie over een filmproductie;

  • slate funding: de financiering van een pakket van projecten;

  • speelfilm: een filmproductie in het genre fictie met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten, die primair bestemd is voor bioscoopuitbreng;

  • SWOT analyse: een analyse van de sterktes, zwaktes, reële kansen en bedreigingen ten aanzien van de uitbreng van de filmproductie;

  • theatrical release: de distributie van de filmproductie in de bioscoop of filmtheater;

  • VPF: de virtual print fee is een bedrag dat een filmdistributeur bijdraagt per DCP voor de uitbreng in de bioscoop of het filmtheater;

  • wereldtaal: een taal die in grote delen van de wereld als communicatiemiddel wordt gebruikt.

Artikel 2. – Toepasselijkheid reglementen – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Dit deelreglement is van toepassing op financiële bijdragen die het bestuur verstrekt voor de distributie en daarmee samenhangende marketing & promotie van Nederlandse filmproducties waaronder minoritaire coproducties, internationale festivalselectie en voor de distributie en daarmee samenhangende marketing & promotie van buitenlandse arthouse films waaronder in dit deelreglement ook buitenlandse jeugdfilms en buitenlandse documentaires worden verstaan.

Artikel 3. – Subsidiesoorten – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Het bestuur hanteert de volgende subsidiesoorten:

    • a.) projectsubsidies

    • b.) slate funding

  • 2 Ten behoeve van alle in artikel 2 genoemde filmproducties verstrekt het bestuur projectsubsidies.

  • 3 Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan het bestuur slate funding verstrekken ten behoeve van de bioscoopuitbreng van buitenlandse arthouse films.

Artikel 4. – Slate funding – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Het bestuur kan een aanvraagronde uitschrijven met betrekking tot slate funding ten behoeve van de bioscoopuitbreng van buitenlandse arthouse films. Het bestuur maakt deze aanvraagronde en de daaraan verbonden voorwaarden, de periode waarop deze van toepassing is, alsmede de termijnen waarbinnen hierop kan worden ingeschreven, bekend op de website van het Fonds: www.filmfonds.nl.

  • 2 Het bestuur verbindt aan een slate voor buitenlandse arthouse films in ieder geval de volgende voorwaarden:

    • a.) een slate bestaat uit tenminste drie filmproducties;

    • b.) alle filmproducties binnen de slate voldoen aan minimaal zeven punten op de onderdelen A t/m D van de voor deze subsidiesoort gehanteerde puntentelling opgenomen in de bijlage bij dit deelreglement.

  • 3 Het bestuur stelt per aanvraagronde het subsidieplafond voor slate funding vast.

  • 4 Een aanvrager die slate funding toegewezen heeft gekregen komt gedurende een in de aanvraagronde aangegeven periode niet meer in aanmerking voor een bijdrage voor buitenlandse arthouse films zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid.

Artikel 5. – Aanvrager – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Een aanvraag in de zin van dit reglement wordt gedaan door een filmdistributeur.

  • 2 In uitzondering op het eerste lid kan een aanvraag voor de bioscoopuitbreng in Nederland van een Nederlandse filmproductie ook worden gedaan door een productiemaatschappij vertegenwoordigd door een producent mits de landelijke theatrical en non theatrical release aantoonbaar is gegarandeerd en in samenwerking geschiedt met een filmmarketing- of – publiciteitsbureau of filmdistributeur.

  • 3 Een aanvraag voor slate funding voor buitenlandse arthouse films wordt gedaan door een filmdistributeur die gedurende de voorliggende drie kalenderjaren of langer op continue basis en overwegend buitenlands arthouse films uitbrengt.

  • 4 In uitzondering op het eerste lid kan ter stimulering van de internationale distributie van een Nederlandse filmproductie (artikelen 15 tot en met 17) een aanvraag worden gedaan door een buitenlandse distributeur.

  • 5 Een aanvraag voor een bijdrage in de kosten bij internationale festivalselectie van een filmproductie wordt gedaan door een productiemaatschappij vertegenwoordigd door een producent.

Artikel 6. – Aanvraag – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Een aanvraag wordt digitaal ingediend, waarbij een schriftelijke, door de aanvrager ondertekende, kopie van deze digitale aanvraag aan het Fonds wordt overgelegd.

  • 2 De aanvrager overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert, al dan niet door middel van een licentie, over de voor subsidieverlening noodzakelijke vertoningsrechten op de filmproductie(s) te beschikken.

Artikel 7. – Subsidievorm – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De subsidie die op grond van dit deelreglement wordt verstrekt, wordt, met uitzondering van de subsidie die op grond van artikel 13 wordt verstrekt, uit inkomsten die worden verkregen uit exploitatie van de filmproductie terugbetaald.

  • 2 Aan de subsidie voor distributie verbindt het bestuur nadere voorwaarden.

Bijzondere bepalingen [Vervallen per 01-01-2017]

1. Nederlandse filmproductie [Vervallen per 01-01-2017]

§ 1.1. Bioscoopuitbreng in Nederland [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 8. – Subsidiabele activiteit – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Nederlandse filmproducties en minoritaire coproducties, met de nadruk op arthouse films en documentaires die tot stand zijn gekomen met een realiseringsbijdrage of afwerkingsbijdrage op grond van het deelreglement Realisering van het Fonds, komen in aanmerking voor een financiële bijdrage ter tegemoetkoming in de kosten voor marketing & promotie, prints & advertising zoals opgenomen in de lijst subsidiabele kosten marketing, prints & advertising en vastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds.

  • 2 Een bijdrage in de vorm van een minimum garantie of een andersoortige bijdrage van de filmdistributeur in de productiekosten van de filmproductie wordt niet gerekend tot de subsidiabele kosten voor marketing & promotie, prints & advertising, evenmin als de interne en overheadkosten van de aanvrager.

  • 3 Het bestuur kan een bijdrage verlenen voor de bioscoopuitbreng van een korte filmproductie van maximaal 10 minuten die tot stand is gekomen met een realiseringsbijdrage van het Fonds, die vertoond wordt als voorfilm bij een hoofdfilm met een bioscoopuitbreng. Deze bijdrage bestaat uitsluitend uit een vergoeding van de printkosten of encoderingkosten.

Artikel 9. – Vereisten aanvraag – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Aanvragen voor een financiële bijdrage, zoals bedoeld in artikel 8, kunnen worden ingediend vanaf het moment dat de subsidie voor realisering of voor afwerking op grond van het Deelreglement Realisering door het Fonds aan de filmproductie is verleend, tot uiterlijk zes weken voor aanvang van de theatrical en non theatrical release waarvoor een financiële bijdrage wordt aangevraagd.

  • 2 Bij de aanvraag voor projectsubsidie wordt een door de aanvrager opgesteld crossmediaal marketing- en distributieplan met bijbehorende marketing- & distributiebegroting en garanties overgelegd, dat gericht dient te zijn op het behalen van een optimaal publieksbereik via een theatrical en non theatrical release.

  • 3 De aanvrager overlegt bij de aanvraag een verklaring waarin hij garandeert dat zijn financiële positie, en dan met name de relatie tussen beschikbare middelen en aangegane verplichtingen voorafgaand aan de aanvraag, geen negatieve ontwikkeling heeft gehad die bedreigend is geweest voor de stabiliteit en solvabiliteit van de aanvrager en, naar reële verwachting, deze ook niet zal krijgen.

Artikel 10. – beoordelingscriterium – [Vervallen per 01-01-2017]

Voor een toekenning dient het cross mediaal marketing- en distributieplan met bijbehorende marketing- & distributiebegroting en onderliggende garanties omtrent de theatrical en non theatrical release van zodanige kwaliteit te zijn, dat naar het oordeel van het bestuur sprake is van een haalbare, doordachte en realistische publieksbenadering op basis waarvan de filmproductie nationaal en/of internationaal een optimaal bereik zal hebben.

Artikel 11. – Verplichtingen – [Vervallen per 01-01-2017]

Aan de verlening van een financiële bijdrage kunnen de volgende verplichtingen worden verbonden:

  • a. er dient aantoonbaar sprake te zijn van een gedegen landelijke (bioscoop)uitbreng;

  • b. de aanvrager dient (daarnaast) een non-theatrical release van de filmproductie te realiseren;

  • c. de distributie dient aan te vangen binnen 24 maanden na de start van de filmproductie;

  • d. er dient een window aan gehouden te worden van minimaal 6 maanden voor documentaires en 18 maanden voor speelfilms en lange animatiefilms tussen de theatrical en non-theatrical release enerzijds en televisievertoning op het open net anderzijds;

  • e. een deel van de begrote kosten voor marketing, prints & advertising dient aantoonbaar door de aanvrager te worden gefinancierd.

Artikel 12. – Weigeringsgronden – [Vervallen per 01-01-2017]

In aanvulling op artikel 14 van het Algemeen Reglement wordt een aanvraag voor een financiële bijdrage afgewezen indien sprake is van een filmproductie:

  • a. met een productiebudget van meer dan 2 miljoen euro;

  • b. waarvoor een realiseringssubsidie is verleend op grond van het Deelreglement Suppletie;

  • c. waarvoor een subsidie is verleend in het kader van het samenwerkingsproject Telescoop;

  • d. waarvoor uitsluitend een bijdrage op grond van het Reglement Stimuleringsmaatregel Filmproductie in Nederland is verleend;

  • e. met een budget voor prints & advertising van meer dan € 150.000,–;

  • f. waarvoor geen crossmediaal marketing- & distributieplan en/of marketing- & distributiebegroting is opgeleverd die voldoen aan de eisen van het Fonds;

  • g. waarvoor geen garanties voor theatrical of non-theatrical release gegeven worden;

  • h. die is afgewezen voor realiseringssubsidie of afwerkingssubsidie op grond van het Deelreglement Realisering.

§ 1.2. Internationale festivalselectie [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 13. – subsidiabele activiteit – [Vervallen per 01-01-2017]

In afwijking van artikel 10, onderdeel g, van het Algemeen Reglement, kan een eenmalige subsidie worden verleend ter tegemoetkoming in de eerder gemaakte kosten van reis, verblijf en representatie van de producent indien de filmproductie met een realiseringsbijdrage van het Fonds tot stand is gekomen en is geselecteerd voor een of meerdere toonaangevende internationale festivals, zoals opgenomen in de lijst internationale filmfestivals van het Fonds die is vastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds (www.filmfonds.nl) en voor zover deze kosten niet reeds door het Fonds, het EYE Filminstituut of derden worden vergoed. Ook minoritaire Nederlandse coproducties komen hiervoor in aanmerking.

Artikel 14. – Vereisten aanvraag – [Vervallen per 01-01-2017]

De aanvrager dient tot uiterlijk drie maanden na vertoning op het festival aan te tonen voor welk

toonaangevend internationaal filmfestival de filmproductie geselecteerd is c.q. was en de aanvraag in

te dienen.

§ 1.3. Internationale distributie [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 15. – Subsidiabele activiteit – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 In de bioscoop uitgebrachte Nederlandse majoritaire filmproducties in de categorieën speelfilm en documentaire die met een realiseringsbijdrage van het Fonds tot stand zijn gekomen, kunnen in aanmerking komen voor een financiële bijdrage voor internationale distributie indien:

    • er sprake is van een beperkt productiebudget; en/of

    • de filmproductie geselecteerd is voor een toonaangevend internationaal festival zoals opgenomen in de lijstinternationale filmfestivals vastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds (www.filmfonds.nl).

  • 2 Voor de internationale distributie via de bioscoop kan een financiële bijdrage van het Fonds worden aangevraagd ter tegemoetkoming in de kosten voor:

    • a) de uitbreng in bioscopen in het buitenland; en/of

    • b) de dubbing van speelfilms ten behoeve van de verdere distributie in het buitenland voor zover deze kosten niet reeds door het Fonds, Creative Europe of buitenlandse fondsen of financiers vergoed worden of onder de bestaande coproductieafspraken vallen. De hoogte van de bijdrage wordt door het Fonds per geval bepaald.

  • 3 Het Fonds geeft binnen de beperkte budgettaire kaders prioriteit aan:

    • de distributie en dubbing van kinder- en jeugdfilms, en/of;

    • distributie in een van de wereldtalen.

  • 4 De definitieve bijdrage van het Fonds ten behoeve van de uitbreng in bioscopen in het buitenland en/of de kosten voor dubbing door een buitenlandse distributeur zoals bedoeld in het tweede lid wordt bepaald aan de hand van de oplevering van de afrekening en nota’s in het Engels en, in geval van buitenlandse bioscoopuitbreng, een bewijs van bioscoopuitbreng door de buitenlandse distributeur. Kosten samenhangend met de minimum garantie of overhead van de distributeur of salesagent, belastingen of kosten voor afwerking en het maken van een M&E track komen niet in aanmerking voor een bijdrage.

Artikel 16. – Vereisten aanvraag – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Aanvragen kunnen vanaf het moment dat er een uitvoeringsovereenkomst ter uitwerking van de realiseringssubsidie van het Fonds voor de speelfilm of documentaire is afgesloten tot uiterlijk zes weken voor de aanvang van de betreffende internationale distributie worden ingediend.

  • 2 De filmproductie moet met minstens 5 (DCP) kopieën in theatrical release gaan in het desbetreffende land, met uitzondering van documentaires waarvoor een minimum van 3 (DCP) geldt

  • 3 De majoritaire Nederlandse producent en salesagent dienen de aanvraag schriftelijk te ondersteunen.

  • 4 De aanvrager dient in de aanvraag een gedegen onderbouwing te geven van de noodzaak van de kosten die met de internationale distributie gemoeid zijn. Dat houdt in ieder geval in dat indien er een financiële bijdrage gevraagd wordt ter tegemoetkoming in de kosten voor:

    • de uitbreng in bioscopen in het buitenland door een buitenlandse distributeur, zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel a, de distributieovereenkomst van de buitenlandse distributeur met de producent bij de aanvraag wordt overgelegd alsmede een distributieplan, een financieringsplan en marketing- & distributiebegroting voor de uitbreng in de bioscoop;

    • dubbing ten behoeve van de verdere exploitatie in het buitenland, zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel b, de overeenkomst van de salesagent met de producent bij de aanvraag wordt overgelegd alsmede een onderbouwing waarom dubbing noodzakelijk zou zijn en een specificatie van de bijbehorende begroting.

Artikel 17. – Weigeringsgronden – [Vervallen per 01-01-2017]

In aanvulling op artikel 14 van het Algemeen Reglement, wordt een aanvraag zoals bedoeld in artikel 15 voor een financiële bijdrage afgewezen indien sprake is van een:

  • a. speelfilm met een productiebudget van meer dan 3 miljoen euro;

  • b. documentaire met een productiebudget van meer dan 600.000 euro;

  • c. filmproductie die een minoritaire coproductie betreft;

  • d. filmproductie waarvan de internationale distributierechten niet binnen een periode van 12 maanden na de eerste openbaarmaking verkocht zijn;

2. Buitenlandse filmproductie [Vervallen per 01-01-2017]

§ 2.1. Bioscoopuitbreng Buitenlandse arthouse film in Nederland [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 18. – Subsidiabele activiteit – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Uitsluitend buitenlandse arthouse films die zich kwalificeren volgens de puntentelling opgenomen in de bijlage, die onderdeel is van dit deelreglement, met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten komen in aanmerking voor een financiële bijdrage.

  • 2 Een aanvraag kan worden gedaan voor:

    • a) een financiële bijdrage in de vorm van slatefunding ten behoeve van de aankoop van buitenlandse arthouse films ten behoeve van de Nederlandse theatrical release en bijbehorende kosten voor marketing & promotie, prints & advertising; of

    • b) een financiële bijdrage in de vorm van projectsubsidie ten behoeve van de aankoop van een buitenlandse arthouse film op basis van de behaalde resultaten met een eerdere uitbreng van een buitenlandse arthouse film met een vertoningsduur van ten minste 60 minuten die een theatrical release in Nederland heeft gehad.

  • 3 De bijdragen genoemd in het vorige lid in de onderdelen a en b kunnen niet beide worden toegekend voor dezelfde filmproductie.

Artikel 19. – Subsidieplafond en beoordelingswijze – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Het bestuur stelt jaarlijks per aanvraagronde in ieder geval subsidieplafonds vast met betrekking tot de financiële bijdragen zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel a onderscheidenlijk onderdeel b.

  • 3 Als een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen te honoreren, komen slechts die aanvragen voor een financiële bijdrage in aanmerking die volgens de puntentelling in de bijlage in een aanvraagronde de meeste punten hebben behaald.

  • 4 Een aanvraag voor een financiële bijdrage met betrekking tot een reeds uitgebrachte arthouse film zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel b, die niet wordt gehonoreerd omdat het subsidieplafond is bereikt kan nog eenmaal en uitsluitend in de eerst volgende aanvraagronde worden ingediend.

Artikel 20. – Beoordeling en vereisten aanvraag slatefunding – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Een aanvraag voor slatefunding ten behoeve van de aankoop (minimum garantie) van buitenlandse arthouse films zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel a, wordt beoordeeld op basis van de staat van dienst van de filmdistributeur en de bij de aanvraag meegeleverde bedrijfsvisie.

  • 2 De staat van dienst wordt over de afgelopen drie jaar berekend aan de hand van de criteria en daaraan gekoppelde puntentelling in de bijlage van dit deelreglement.

  • 3 Uit de bedrijfsvisie van de distributeur moet in ieder geval blijken dat de distributeur voornemens is de komende jaren buitenlandse arthouse films aan te kopen en uit te brengen die kwalificeren binnen het kader waarvoor het Fonds slatefunding beschikbaar stelt.

  • 4 De filmdistributeurs, waarvan de bedrijfsvisie voldoet aan de eisen die het Fonds daaraan stelt, die met door hen uitgebrachte buitenlandse arthouse films volgens de onder lid 2 benoemde puntentelling het hoogste aantal punten in de afgelopen drie jaar behaalden (met maximaal 15 titels) komen voor een financiële bijdrage in aanmerking tot het subsidieplafond voor slatefunding is bereikt.

Artikel 21. – Vereisten slatefunding aankoop – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De filmproducties moeten voldoen aan de criteria van het Puntensysteem van het Deelreglement Distributie. Daarbij geldt dat de filmproductie:

    • a.) een maximum productiebudget van € 5 miljoen heeft;

    • b.) in minimaal 3 tot maximaal 6 kopieën wordt uitgebracht.

  • 2 De filmproducties die een bijdrage van het Fonds ontvangen moeten binnen twaalf maanden na subsidieverlening zijn aangekocht en binnen 24 maanden in Nederland zijn uitgebracht.

  • 3 De MG die betaald wordt voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten per aangekochte filmproductie is minimaal € 5.000,– en maximaal € 25.000,–.

  • 4 Indien de financiële bijdrage van het Fonds de kosten van de MG overstijgt, kan de filmdistributeur eventueel de resterende middelen besteden aan marketing & promotiekosten van de betreffende filmproductie. In dat geval mag het aandeel in de financiering uit de fondsbijdrage niet hoger zijn dan 50% van de totale marketing & promotiekosten van de filmproductie. Daarnaast dient van de totale bijdrage die voor slatefunding wordt verstrekt minimaal de helft aan MG’s besteed te worden voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten.

  • 5 Een filmproductie die is verkregen via een zogenaamde sublicentie komt niet in aanmerking;

  • 6 Als de MG naast Nederland ook de rechten voor de Benelux betreft, wordt het MG-bedrag toegerekend in de verdeling 2/3 Nederland, 1/3 België en Luxemburg.

Artikel 22. – Beoordeling en vereisten aanvraag projectsubsidie – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 Bij een aanvraag voor een bijdrage in de vorm van projectsubsidie ten behoeve van de aankoop van een buitenlandse arthouse film op basis van de behaalde resultaten met een eerdere uitbreng van een buitenlandse arthouse film dient de bioscoopuitbreng van de reeds uitgebrachte buitenlandse arthouse film te voldoen aan de volgende vereisten:

    • a) er zijn minimaal 75 voorstellingen van de filmproductie geweest;

    • b) de filmproductie is in minimaal 3 en maximaal 12 digitale (DCP) kopieën van de filmprint uitgebracht.

    • c) de filmproductie is direct bij de première gespreid in verschillende steden in Nederland uitgebracht.

  • 2 Een aanvrager kan maximaal 3 projectsubsidies ontvangen in hetzelfde kalenderjaar

Artikel 23. – Weigeringsgronden projectsubsidie aanvraag – [Vervallen per 01-01-2017]

In aanvulling op artikel 14 van het Algemeen Reglement wordt de aanvraag zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel b, afgewezen indien het gaat om een filmproductie die:

  • a) reeds enige vorm van distributiebijdrage heeft ontvangen van Creative Europe, Eurimages of in het kader van een nationale distributieregeling in het betreffende land; of

  • b) gemaakt is voor een hoger productiebudget dan 5 miljoen euro; of

  • c) indien de financiële bijdrage zal worden aangewend ten behoeve van andere kosten dan de kosten voor bioscoopuitbreng; of

  • d) een Fondsbijdrage heeft ontvangen op grond van het Deelreglement Realisering;

Artikel 24. – Vereisten projectsubsidie aankoop – [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 De aanvrager voor een projectsubsidie dient de financiële bijdrage van het Fonds aantoonbaar in de aankoop van een nieuwe buitenlandse arthouse film te investeren. Deze filmproductie moet voldoen aan de criteria van het Puntensysteem van het Deelreglement Distributie en:

    • a) heeft aantoonbaar een maximum productiebudget van 5 miljoen;

    • b) wordt in minimaal 3 tot maximaal 12 kopieën uitgebracht;

    • c) haalt aantoonbaar in het Puntensysteem van het Deelreglement Distributie minstens 7 punten op de onderdelen A t/m D.

  • 2 De filmproductie moet binnen twaalf maanden na subsidieverlening zijn aangekocht en binnen 24 maanden in Nederland zijn uitgebracht.

  • 3 de MG die betaald wordt voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten moet minimaal de helft van de verleende bijdrage beslaan.

  • 4 Indien de financiële bijdrage van het Fonds de kosten van de MG overstijgt, dient de filmdistributeur eventueel resterende middelen te besteden aan marketingkosten van de betreffende filmproductie. In dat geval mag het aandeel in de financiering uit de fondsbijdrage niet hoger zijn 50% van de totale promotie- en marketingkosten van de filmproductie.

  • 5 een filmproductie die is verkregen via een zogenaamde sublicentie dan wel in een pakket is aangekocht komt niet in aanmerking.

  • 6 Als de MG naast Nederland ook de rechten voor de Benelux betreft, wordt het MG-bedrag toegerekend in de verdeling 2/3 Nederland, 1/3 België en Luxemburg.

§ 3. Bijzondere distributie [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 25. – Subsidiabele activiteit – [Vervallen per 01-01-2017]

Subsidie kan worden verleend voor bijzondere distributieactiviteiten ter versterking van de marketing & promotie en distributie van Nederlandse arthouse films en documentaires en voor buitenlandse arthouse films gericht op jeugd en kinderen.

Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1 In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

  • 2 Het bestuur kan om zwaarwegende redenen afwijken van dit reglement, voor zover dergelijke afwijkingen verenigbaar zijn met het beoordelingskader voor staatssteun aan de filmsector, zoals dat wordt gehanteerd door de Europese Commissie.

  • 3 Dit reglement met bijlage is vastgesteld door het bestuur met goedkeuring van de Raad van Toezicht op 8 december 2014.

  • 4 Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2015

  • 6 Op alle aanvragen die door het Fonds voor 1 januari 2015 zijn ontvangen blijft het reglement genoemd in lid 5 van dit artikel zoals deze gold tot 1 januari 2015 van toepassing.

  • 7 Dit reglement wordt aangehaald als Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film.

  • 8 Dit reglement wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de website van het Nederlands Fonds voor de Film (www.filmfonds.nl).

Bijlage Puntensysteem buitenlandse arthouse film in Nederland [Vervallen per 01-01-2017]

Ervan uitgaande dat de arthouse film in kwestie voldoet aan het bepaalde in dit reglement, wordt op basis van de volgende criteria punten toegekend.

A. Het land van herkomst B. De staat van dienst van de regisseur C. De hoogte van de productiekosten D. Vertoning op festivals

Is op deze 4 onderdelen het puntenaantal behaald dat als drempel geldt, dan komt de filmproductie in aanmerking voor de toetsing op het laatste onderdeel:

E. Het aantal vertoningen

A. Het land van herkomst [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1. Engeland, Frankrijk, Italië, Spanje, Duitsland, Verenigde Staten 1 punt

  • 2. Oostenrijk, België, Denemarken, Griekenland, Noorwegen, Polen, Portugal, Zweden, Canada, Australië, Rusland, Turkije, Ierland 2 punten

  • 3. Bulgarije, Cyprus, Tsjechië, Estland, Finland, Hongarije, IJsland, Roemenië, Litouwen, Luxemburg, Malta, Slowakije en Slovenië 3 punten

    Tot deze laatste landen worden eveneens alle andere niet-genoemde Europese landen gerekend die geen deel uitmaken van de EU.

  • 4. Landen uit Azië, Afrika, Latijns-Amerika 4 punten

B. De staat van dienst van de regisseur [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1. internationaal debuterende regisseurs (eerste of tweede film) 3 punten

  • 2. voor Nederland debuterende regisseurs (eerste of tweede film) 2 punten

  • 3. erkende regisseurs met een internationale staat van dienst 1 punt

C. De hoogte van het productiebudget [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1. een budget tot € 1.5 miljoen 3 punten

  • 2. een budget tussen € 1.5 miljoen en € 2.5 miljoen 2 punten

  • 3. een budget tussen € 2.5,- en € 5 miljoen 1 punt

D. Vertoning op festivals [Vervallen per 01-01-2017]

  • 1. arthouse films geselecteerd voor het hoofdprogramma/ competitie van Cannes, Berlijn 2 punten

    of Venetië

  • 2. arthouse films geselecteerd voor de bijprogramma's van Cannes, Berlijn of Venetië, alsmede voor Rotterdam (Tiger competitie), IDFA (Competition Feature-Length), San Sebastian (Official section / New Directors), Toronto, Hot Docs (hoofdcompetitie), Locarno (competitie), Tribeca, Sundance Festival (Independent Film Competition/World Cinema), Busan. 1 punt

Via de hier genoemde onderdelen A tot en met D is een maximum aantal van 12 punten te verdienen. Als toelatingscriterium voor de Regeling dient de arthouse film 7 punten te behalen op de onderdelen A tot en met D. Als toelatingscriterium bij slate aanvragen geldt een minimaal aantal van 70 punten met maximaal 15 filmtitels.

E. Het aantal vertoningen [Vervallen per 01-01-2017]

(telt mee bij aanvragen voor projectsubsidie, niet bij aanvragen voor slatefunding)

2.000 bezoekers 3 punten

5.000 bezoekers 4 punten

7.500 bezoekers 5 punten

10.000 bezoekers 6 punten

12.500 bezoekers 7 punten

Toelichting Puntensysteem Buitenlandse Arthouse film in Nederland [Vervallen per 01-01-2017]

A. Het land van herkomst [Vervallen per 01-01-2017]

De bijdrage van het Fonds is met name bedoeld voor arthouse films die komen uit de kleinere Europese landen en de Derde Wereldlanden. Met het land van herkomst wordt bedoeld het land van de hoofdproducent. In het puntensysteem wordt daarom aan producties uit deze landen, zoals de nieuwe Europese lidstaten, Aziatische, Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen een hoger puntenaantal toegekend dan aan arthouse films die afkomstig zijn uit West-Europa en Amerika.

Er is voor gekozen om de indeling van Creative Europe wat betreft de Europese landen hier over te nemen; de Derde Wereldlanden worden eraan toegevoegd.

B. De staat van dienst van de regisseur [Vervallen per 01-01-2017]

Het gaat met name om regisseurs die debuteren of een tweede arthouse film hebben gemaakt. Het stimuleren van jong talent is belangrijk en regisseurs die al enige naam hebben gemaakt kunnen over het algemeen hun films beter kwijt. De laatste worden niet uitgesloten maar worden in een puntensysteem lager gewaardeerd.

C. De hoogte van het productiebudget [Vervallen per 01-01-2017]

Het speelt een belangrijke rol voor welk budget de regisseur de arthouse film heeft mogen maken. Films met een lager budget dienen een grotere kans te krijgen ofwel hoger gewaardeerd te worden in het puntensysteem. Het Creative Europe-programma legt de grens evenals het Fonds bij een budget van € 5 miljoen.

D. Vertoning op festivals [Vervallen per 01-01-2017]

Indien de arthouse film geselecteerd is voor één van de toonaangevende internationale festivals dan wordt daarvoor punten toegekend.

Via de hier genoemde onderdelen A tot en met D is een maximum aantal van 12 punten te verdienen. Als toelatingscriterium voor de Regeling dient de arthouse film minimaal 7 punten te behalen op de onderdelen A tot en met D. Als toelatingscriterium bij slate aanvragen geldt een minimaal aantal van 70 punten.

E. Het aantal vertoningen bij Projectsubsidie buitenlandse arthouse film [Vervallen per 01-01-2017]

Als de film de grens van 7 punten heeft gehaald wordt gekeken hoe de film het gedaan heeft in de theaters. Is de filmdistributeur erin geslaagd om de arthouse film goed uit te brengen, heeft het marketingplan gewerkt? Daarvoor is een meting nodig van het aantal bezoekers die de film verspreid over Nederland heeft gekregen. Ook kan bij het rapporteren tot uitdrukking komen of de arthouse film een goede spreiding heeft gehad over alle filmtheaters. Naast Maccsbox-rapportages mag een distributeur tevens een aanvullende rapportage aanleveren waaruit een additioneel aantal betalende bezoekers via alternatieve distributie aantoonbaar inzichtelijk wordt gemaakt.

Toekenning van de bijdrage in de distributierechten [Vervallen per 01-01-2017]

De hoogste score die een film kan halen is derhalve 12 punten over A t/m D en 7 punten voor het aantal bezoekers. Totaal 19 punten. Opmerking: Bij gelijk puntenaantal wordt de rangorde beslist door het bezoekers dat de film heeft gehaald. De arthouse film met de meeste bezoekers krijgt dan een hogere rangorde. Bij de toekenning van de bijdrage in de distributierechten vanwege de behaalde prestaties wordt aldus gekeken welke films het meeste aantal punten gekregen hebben zodat er een rangorde vastgesteld kan worden en toekenning kan geschieden tot het subsidieplafond is bereikt. De hoogte van de bijdrage in de distributierechten is vastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol (www.filmfonds.nl). Aan iedere arthouse film die voor een bijdrage in de distributierechten in aanmerking komt wordt hetzelfde bedrag uitgekeerd.

Aard van de bijdrage in de distributierechten [Vervallen per 01-01-2017]

De filmdistributeurs die een bijdrage in de distributierechten hebben gekregen voor hun film dienen deze te investeren in de aankoop van de rechten van een arthouse film die valt in de categorie “kleine arthousefilm”.

Herkansing [Vervallen per 01-01-2017]

Arthouse films die niet genoeg punten hebben behaald voor het onderdeel vertoningen, kunnen in een volgende ronde nog eenmaal worden ingediend met dezelfde arthouse film als het aantal bezoekers inmiddels tot een hoger puntenaantal heeft geleid dan bij de eerste indiening.